In Portugal aangekomen! Het land van de fado. Liederen vol van droefenis vanwege de pijn en de liefde(s) die geweest zijn, die nog komen moeten en die nooit zullen komen. Of zoals Rentes de Carvalho in zijn reisgids weer aanhaalt uit een Engelse: ‘Afghani humming along to a Billy Holliday record’.
Sta pal aan het strand. Zomaar ergens een klein zijweggetje ingeslagen. Kijken hoe de mensen hier zijn. In Galicië vond ik er niet veel aan. Wat de deur dicht deed, was mijn behandeling op een parkeerplaats in Santiago de Compostela. Er waren na veel gezoek 2 opties. Of een kelder in, maar die was niet hoog genoeg. Daarover zo direct meer. Of een slagboompje door en aanschuiven op een plek voor autobussen. Ik was niet binnen of er stoof iemand naar buiten, duidelijk gebaren makend dat ik daar niets te zoeken had. Toen ik teruggebaarde dat dat toch een beetje gek was omdat geen van de zeker 50 plaatsen geen een bezet was, ging ie even te raden bij zijn baas. Tenminste dat denk ik. Nee, geen pardon, kaartje inleveren en fort. Een alternatief kon ie me niet vertellen. Nog wat rondgereden maar Santiago stond prop en prop vol met auto’s. Dus ongezien achter me gelaten. Voor een reiziger die van zover is gekomen, is dat wel heel erg… Over te lage parkeergarages gesproken… Later op de dag dacht ik eventjes goedkoop te tanken bij een hypermarkt. Dat is op zich al een opgave. Deze liggen in Spanje net als in Frankrijk langs de grote weg. Maar er te komen is iedere keer weer een heel gezoek. Dat doen de Fransen wel beter. Stond ik eindelijk bij de ingang, garage te laag. Verderop zag ik gewone parkeerplaatsen. Daar naar toe. Er stond wel bordje max. 2 meter hoog. Maar ik dacht da’s voor het garagegedeelte. Nee, dus. Je kon er wel parkeren maar niet meer van het terrein af. Uitgezonderd de eenbaans inrit waren alle ander uitgangen inderdaad niet hoger dan 2 meter. Dat vinden Spanjaarden dus niet leuk als je tegen de draad in rijdt. Bijna had ik het gehaald maar op de laatste 10 meter dook ineens een tegenligger op. Hij is me met niet aangevlogen, hij was zo kwaad dat ie eventjes achteruit moest dat meerdere keren zijn motor afsloeg van nijd. Getankt heb ik uiteindelijk ook niet; moest je voor door de garage… Tot zover het hoofdstuk klein dagelijks leed.
Nog steeds weinig Romeinen. Maar dat wordt meer dan genoeg goed gemaakt door zgn. Lusitaniërs, zeg maar de bewoners van vóór de
Romeinse verovering van het hele peninsula. Vorige keer in Spanje trof ik ze vnl. aan op in zee uitstekende rotspartijen. In Portugal woonden ze meer in het binnenland op heuveltoppen. Bijna 30 jaar geleden bezocht ik al een keer eerder een van de vele plekken die teruggevonden zijn. Ze zijn nog steeds heel indrukwekkend om te bezoeken.Vaak zijn het hele dorpen, waar een paar duizend mensen hebben gewoond. Ze stammen uit ongeveer 1000 voor christus (late steentijd, vroege brons) en verkeren in hele goede staat, omdat ze wat afgelegen liggen. Een beroemde is Citania de Briteiros. Hiervan is heel aardige site beschikbaar: http://citania.csarmento.uminho.pt/ Door op een mannetje rechtsonder te klikken wordt een camera gestart die rondom een beeld geeft, als je met de cursor op de grote, liggende foto gaat staan. De kleine fotootjes linksonder kan je apart nog aanklikken. Van een van de bijzonderste onderdelen wordt net geen goed beeld gegeven. Dat zijn nl. de (rituele?) badhuisjes (de kiva’s van de indianen in Amerika?).
De tussenwanden zijn bewerkt en bestaan uit een grote plaat steen. De bewoningsvorm deed me heel sterk denken aan het platteland in Zimbabwe. En ik bedoel dan heden ten dagen. De overeenkomst met Greater Zimbabwe is zelfs heel treffend. Dat blijft iets wonderlijks die parallellen die je overal ter wereld ziet tussen al dit soort woonvormen. Het is of de duvel ermee speelt, maar ook hier liep ik bij tijd en wijle in de stromende regen rond
. Samen met nog 2 vrouwen van mijn leeftijd uit Australië; zij straften mijn chauvinisme direct af toen ik zei dat Europa wel heel veel te bieden heeft aan cultuur. Ach ja, typische Europese cultuur. De volgende dag nog een andere citania in Sanfins bezocht. Qua oppervlakte veel groter dan Briteiros en veel strakker georganiseerd. Met mooie brede haaks op elkaar staande straten en rechthoekige percelen. De hele site was ’s morgens vroeg nog gehuld in laaghangende nevelen. Ik waande me in de tijd van toen .