Ronald ligt nog steeds in het ziekenhuis; het gaat iets beter maar het postoperatieve abces blijkt maar moeilijk adequaat aan te pakken. Hij is er nog wel even zoet mee, naar ik inschat. Dan is mijn leventje van de week wel van heel andere orde geweest. Na Mirobriga ben ik naar de kust gereden, naar Porto Covo. Een klein dorpje, dat zich mag verheugen op de warme belangstelling van de linkse intelligentsia in Portugal. Er is zelfs een lied over gemaakt door een bekende zanger. Niet dat ik er iets van gemerkt heb, maar je bekijkt die schattige nieuwbouw villaatjes ineens met wat andere ogen.
De eerste nacht bracht ik door op een stoffig parkeerterrein, samen met tientallen collega-renteniers. Ik dacht dat ik met iets omvangrijks op pad was, maar dat valt vies tegen. De nieuwste, uit de VS overgewaaide, trend is achter je ‘stadsbus’ ook nog een klein autootje met te sleuren. Daar steekt mijn ligfietsje maar schril bij af (maar trekt wel meer belangstelling; al een paar keer een showtje gegeven).
Was het parkeerterrein niet veel soeps, de omgeving slaat echt alles.. Prachtige stranden in door hoge rotsen omzoomde baaien. De volgende dag er op uitgetrokken om in de buurt te komen van een eiland, Ilha de Pesseigueiro (van de perziken), waarop de resten van een Romeinse boerderij zijn te vinden. Waar ik toen terecht kwam, sloeg echt alles. En het bleek ook nog mogelijk daar te blijven staan met de caravan. De hele week ben ik niet ik niet veel verder gekomen. Wat wil je, een strand voor jezelf, een enorme zee voor deur en
weergaloos weer. Ik had jullie graag vergast op enkele fotootjes van mij. Helaas. Niemand in de buurt om een foto te maken. Maar goed ook, want wie kan je dat met goed fatsoen vragen. Bloot is toch weer wat anders dan obligaat voor een kerk met je kleren aan. Wie moet je kiezen:
de kerel die z’n vriendin staat te fotograferen of net andersom, het oudere echtpaar die beiden met opgerolde lange broek het strandleven beleven, de moeder met kinderen, een van de 3 vriend(inn)en die samen uit zijn of nou net die ene man of vrouw, die ook alleen ligt te zijn. Dat is één, want in welke pose moet het allemaal gebeuren: gezellig in je zwembroek op je badlaken, al lezend of lekker spetterend in zee?. Ik ben er nog niet uit; misschien heeft een van de trouwe lezers een suggestie.
Het eiland bleek onbereikbaar. Met m’n rubberbootje heb ik nog een poging gewaagd ernaartoe te roeien, maar het was ondoenlijk om aan te landen. Het eiland was omgeven door scherpe vulkanische rotsen. Het enige ouds van de week
was een nederzetting met een begraafplaats uit ongeveer 1200 voor Chr.
Dan maar tot slot een voorbeeld van een klein, dagelijks genoegen: het broodrooster. Een halfje bruin kennen ze hier niet. Als je brood koopt krijg je aantal kloek gesneden boterhammen. Op je eentje doe je daar makkelijk een week mee. Dus na een paar dagen wordt het ontbijt een gevecht. De oplossing: het uitvouwbare broodrooster van Primus. Even het vuur hoog en wat eens taai en onverteerbaar leek, wordt heerlijk zacht van binnen en krokant van buiten. Ook weer opgelost.
Ik weet dat iemand zit te wachten op hoe het me met mijn poep-en-pies-doos vergaat. Koot (van Bie) heeft daar eens uitgebreid aandacht aan besteed op de Bescheurkalender. Ik verklap nog niets, maar het kan nog veel en veel erger…