Waar waren we gebleven? Vorige week was er eigenlijk weinig wetenswaardigs te melden. Inmiddels van de westkust van Portugal de hele zuidkant, de Algarve, aangedaan. Morgen betreed ik Spanje, met als eerst bestemming Sevilla. Deze week bestond het hoofdmenu uit een drietal villa’s rustica. Te weten Abicada bij Figueira, Cerro da Vila in Vilamoura en Milreu in Estói. Van villa Abicada was niet veel meer te zien; het hele terrein is weer overgroeid. Ik heb het ook niet zelf kunnen vinden. Op de vouwfiets -de ligfiets blijkt hier niet echt handig op zandwegen en berg op berg af- weer eens de binnenlanden ingetrokken, maar welk pad ik ook nam niets te vinden. Totdat ik zomaar out of the blue een ploegje Noren en Zweden tegenkwam. Dezen bleken te voet op weg naar waar ik op zoek naar was. Elke dinsdag
ontmoetten ze elkaar als echte overwinteraars en maken dan een lange wandeling. Cerro de Villa is een prachtige site, waar een paar zaken opvallen. Op het terrein zijn 2 badhuizen, een direct gekoppeld aan het woongedeelte van de eigenaar en een vrijstaande voor alle werknemers op de herenboerderij. Voor het eerst dat ik een een familiegraf zie. De grafkapel is verdwenen maar in de fundering ervan zijn de nissen gevonden waarin de urnen van de overledenen werden bijgezet. De Romeinen verbrandden van oorsprong hun doden. Pas in de 3e eeuw na Chr. gaan ze ook begraven.
Villa Milreu heeft wat andere weer niet of veel minder hebben: mozaïeken. Bij een villa dacht ik vooralsnog aan een herenboerderij, nu tendeer ik meer naar een soort landadel. Men voelde zich nauw verbonden met de elite in Rome, gelet op de vele bustes van vooraanstaanden die men in huis had. Men hield hof op grote schaal. Niet voor bezoekers uit de buurt, want die waren er maar weinig van hetzelfde formaat. Dus voor magistraten die het zich konden veroorloven te reizen en er belang bij hadden banden te onderhouden. De schaalgrootte van dit soort landbouwbedrijven was er ook naar. Om er een voorstelling van te maken, kan je eerder denken aan een
soort kolchoz met honderden werknemers, maar dan ten behoeven van de voedselvoorziening van het Romeinse rijk. Voorts wie anders bouwt er een heuse kerk naast zijn huis?
Hier is ook weer een columbarium gevonden. Zelfs 2, blijkbaar heeft zich in de loop van de eeuwen een wisseling van de wacht voorgedaan. In het oog springen altijd weer details. Nu het met mozaïek beklede bad, de resten van met marmer beklede
wanden (geen lullig beschilderd stucwerk) en de bak waarin druiven met voeten werden getreden.
Ook beter dan elders is de ontwikkeling in de tijd te zien. In 3 eeuwen werd het nodige aan het pand versleuteld. Zo ligt de eetzaal (triclinium) in de 4de eeuw aan de westzijde van het peristylium (centrale op hof met tuin/waterpartij), terwijl die zich aanvankelijk juist aan de oostzijde bevond (in kleiner formaat, waarschijnlijk te klein om fatsoenlijk gasten te kunnen ontvangen).
De villa was veel groter van omvang dan wat meestal is blootgelegd, het pars urbana, woongedeelte van de eigenaar. Er omheen stonden stallen voor dieren en opslag/bewerking van de oogst. En natuurlijk de huisvesting van de landarbeiders, al dan niet slaaf, horige of gastarbeider. Naar deze laatsten en de werkplekken gaat tegenwoordig meer en meer de aandacht uit. Hoe de rijken leefden is wel duidelijk, maar dat geldt niet voor de gewone man. De waterbehoefte van dit soort villa ’s moet gigantisch zijn geweest.
Met name voor bevloeiing van het land. Het grootste probleem was nog niet het water van de bron naar de villa te krijgen en voldoende druk op te bouwen om fonteinen te laten werken, Belangrijker was er het hele jaar over te kunnen beschikken. Voor villa Cerro was in het achterland een stuwmeer met stuwdam aangelegd. Bij Mérida in Spanje functioneert die tot op heden ten dagen. Tussendoor nog van alles en nog wat bekeken. De meeste musea vielen wat tegen. Dat gold ook voor Tumulos de Alcalar. Zo te zien een redelijk recent bezoekerscentrum bij een gerestaureerde graftombe uit de bronstijd.
Er wordt gewerkt aan nog een 2de. Ze maken onderdeel uit van een veel groter grafveld dat zich in de omgeving uitstrekt; die percelen zijn omheind maar er wordt niets gedaan. Ik denk dat het heel interessant is geweest om de grafheuvel te reconstrueren, maar nu die klaar is, is het toch niet veel meer dan een heuveltje waar je via een gangetje in kan kijken.
Ter aanvulling op de steentijdgraven van vorige week hier nog een fotootje van hoe men opgevouwen en op de zij in zo’n graf werd neergelegd.
De weldaad van deze week: de waterzak. Ik had dat ding al tijden bij me maar nooit gebruikt.
Onlangs maakte me m’n jongste zus erop attent. En inderdaad een super handig ding. ‘s-Morgens vul je de zak met water en legt hem achter de voorruit op het dashboard in de zon om op te warmen. En ‘s-avonds heb je dan heerlijk warm, nee zelfs heet water om te douchen na een partijtje zwemmen in zee.
(Gemaakt onder het schijnsel van een straatlantaarn, met dank aan de gemeente Altura, zij stelt hier de hotspot gratis en voor niets beschikbaar.)