Het is net alsof ik op vakantie ben. Maar af en toe werk ik aan mijn ‘missie’. Sinds woensdag sta ik al op een camping in St. David. Het kan niet anders, wil je een beetje in de buurt van de zee staan. Het is een uiterst simpele. Heel veel grasvelden, een paar WC’s en water. Verder niets. Nou ja, als je de tientallen opgeschoten jongeren niet meetelt. Van de week zijn hier de schoolvakanties begonnen. Nog geen last van gehad, ofschoon ze volgens mij geheel op bier draaien. Eten zie ik ze nooit. Ik geloof dat mijn keuze om de kust aan te houden, wel goed is. De weerberichten zijn iedere dag weinig opbeurend. Maar net als in Nederland speelt de narigheid zich gelukkig achter mijn rug af. Eigenlijk is het om de dag wel aardig zonnig. Niet warm, hooguit een graad of 18. Eén dag was het bar en boos. Toen regende het echt 24 uur lang aan een stuk door. Op de radio waren continu berichten van overstromingen en landslices. Het geen strandweer, dat komt door de kouwe zeewind. Maar wat doe je dan zo lang op één plek? Nou niet lachen, dan ga je golfen (of is het golven?)! Pal tegenover de camping is een 9-holes baan. D’r is een clubhuis waar je je naam in een boek schrijft en geld in een brievenbus gooit. En vervolgens kan je aan de slag. Niemand die je verder iets vraagt. Het is wel even wennen zo’n echte golfbaan. Wat een afstanden. Het is zo heuvelachtig dat je zelfs de vlag niet ziet. Om niet helemaal het spoor bijster te raken staan tussendoor ook nog palen. Net als in de bergen langs de weg. Jaren geleden heb ik het een beetje geleerd in Vlaardingen op een half zo grote baan. Dan speel je met lichtere balletjes, die minder ver wegvliegen. Wel zo handig eigenlijk. Want als je nu een beetje uit koers raakt, dan hakt het er ook wel heele rg in. Nu was ik na 9 holes bek af. Meer dan 2 uur rond moeten marcheren met al die stokken op mijn rug. Het resultaat is tot nu toe niet om naar huis over te schrijven. Het is ontzettend wisselend. De ene keer sla ik par (doe over een baantje het aantal slagen wat ervoor staat). En dan schiet ik weer helemaal in de min. De meeste moeite heb ik met de zgn. ‘houten’ stokken. Dat zijn die met een enorme puist aan het uiteinde. Erg vervelend, want die heb je juist hard nodig op de lange afstanden van 300/400 meter tussen afslag en green (daar waar het putje zit). Uit armoe sla ik ze maar in drieën,maar dat hoort natuurlijk niet. Zo maak ik onnodi
g veel slagen.
Nu ik terugblader in mijn agenda, heb ik toch wel het een en anderbekeken. Maandag liep ik in de regen over Castell Henllys, even voorbij Cardigan. Op dit hillfort wordt actief gegraven en is men tegelijk bezig 
de werkelijkheid van toen (de ijzertijd van 1000 voor Chr.) in de praktijk te
brengen. Allerlei mogelijke
opties van huizenbouw staan er bijvoorbeeld. Maar ook machines voor houtbewerking, die werken met hele simpele middelen. Ondanks de
ijzertijd waren metalen pannen een grote luxe. Eten koken of iets opwarmen gebeurde indirect. Men verhitte stenen in het vuur en gooide die vervolgens in een aardewerken pot met inhoud.
De volgende dag was het de beurt aan een graftombe, een stonecircle en nog een hillfort.
De graftombe Pentre Ifan staat een beetje symbool voor Celtic Wales. Het was er danook een komen en gaan van mensen. Dit ondanks of juist vanwege het matige weer. Bij het hillfort en de stonecircle was ik overigens weer de enige. Even overwogen het hillfort Foel Drygam maar te laten voor wat het is. Ik begin begrip te krijgen voor bergbeklimmers. Het is natuurlijk volstrekt zinloos om als zoveelste naar boven te klimmen. Maar toch kan je het nietlaten. Via de schapenpaadjes zigzag de heuvel opgeklauterd. Boven waren de omwallingen van rotsblokken nog goed zichtbaar, wel goeddeels overgroeid met gras natuurlijk. Met daarbinnen hopen stenen die eens woningen en dergelijke waren. StonecircleGors Fawr was niet veel. Later hoorde ik van iemand dat van die plek de stenen voor Stonehenge, honderden kilometers zuidelijker in Cornwall, zijn weggesleept. Dat lijkt me stug; controleer ik t.z.t.als ik zo ver ben.
Woensdag een fors wandeling gemaakt naar St. Davids head, waar het ijzertijd fort Castell Heinif en de steentijd graftombe Coetan Arthur liggen. Het hillfort deed me erg aan die in noord Spanje denken. Een rotskaap in zee. Op de verbinding met het vasteland was een verdedigingswal gebouwd. Voor mijn inmiddels geoefende oog duidelijk herkenbaar. Netals 5 grote ronde huizen. Het vinden van de graftombe ging me wat minder makkelijk af. Bijna het hele schiereiland rondgelopen, in de verwachting het graf ergens op een helling met goed zicht op zee aante treffen. Lag het dit keer net wat meer landinwaarts. Maar toch ook zo dat het een prachtig uitzicht had. Dat merkte ik toen ik op de terugweg op een afstand van een km nog een keer omkeek. Bij het zoeken naar dit graf een paar keer echte, lange afstand wandelaarsaangesproken. Wonderlijk dat die van niets wisten, er ook helemaal geen belangstelling voor hadden.
In St. David zelf het bisschoppelijk paleis uit de 13de eeuw bezocht.Het is een ruïne maar een mooie met v
eel uitleg en historische toelichting. Toen bestond al het House of Lords waarin deze nazaat van de kerstenaars uit Ierland qualitate qua qua te zitting had. Omdathet nog redelijk vroeg in de middag was met auto naar een andere graftombe, Carreg Sam(p)son, gereden. Was een leuk gezicht bij aankomst. Het ding stond midden in weiland met koeien, waarvan enkele erin lagen uit de zon. De dag besloten met het wegbrengen van de was naar een laundrette, lag de volgende dag om 12 uur droog en wel voor me klaar.