Aangekomen in Denemarken! Het ging wat langzamer dan ik had gedacht. Allerlei waarschuwingen voor slecht weer weerhielden me om op pad te gaan. Echt verwaaid heb ik niet gelegen want de aangekondigde
stormen hielden elders huis. Zo kon ik pas dinsdag het laatste stukje Kieler kanaal afmaken. Via de sluis bij Holtenau terecht gekomen in Laboe. Een soort Katwijk, maar dan met betaald strandbezoek. Twee euro per dag voor een stukje strand en pootje baaien. Even buiten het dorpje staat een opmerkelijke gedenknaald van meer dan 70 meter hoog. Je kan er van alles in zien, schijnt. Van zeilschip tot een Jacobs-ladder naar de hemel. De bedoeling ervan wa
s de slachtoffers van de toen nog keizerlijke marine uit de eerste wereldoorlog te (ver)eren. Uiteindelijk ging Hitler ermee aan de haal. Het monument heeft de tweede wereldoorlog overleefd en staat nu voor alle zeelieden van alle landen ter wereld. Een nogal geforceerde move want het is zo oer-Duits van binnen. De keuze om
er een van weinige intact overgebleven U-boot voor te leggen, is evenmin de meest gelukkige. Een beetje overmoedig ben ik via de trap naar boven geklommen. Voor iemand met hoogtevrees geen aanrader. Naar mate ik hoger kwam, keek ik in een steeds dieper wordend gapend gat naast me. In een woord: afschuwelijk. Vanuit Laboe naar Maasholm aan de Schlei gezeild. De Oostzee heeft wat verradelijks. Je vaart ’s ochtends met een lekker briesje uit en naar mate de dag vordert, begint het steeds harder te waaien. Pas later -na achten- in de avond blakt het weer uit. De wind loopt dan op tot 5 xe0 6 Beaufort, met uitschieters naar 7.
Het wordt dan wel echt zeilen. En volgens mij vindt het schip het ook wel leuk. Rond de Schlei had ik wat hunebedden getraceerd. Vandaar de tussenstop. Omdat ik voor anker lag met m’n rubberbootje naar de kant gevaren. Fiets opgevouwen voorin. Bij een steigertje aangelegd en op zoek gegaan. Urenlang rondgefietst. Uiteindelijk de plek gevonden maar er niet bij kunnen komen. Een beetje vervelende mensen; ze deden net of ik gek was, d’r zou helemaal niks zijn en gaven me geen toestemming over hun land te lopen.
Na 3 weken begint het leven aan boord een zekere routine te krijgen. Zocht ik me eerst blind naar waar ik spullen had opgeborgen, inmiddels heb ik wat meer overzicht. D’r zijn zoveel laatjes en kastjes. Nog afgezien wat onder banken en onder de vloer opgeslagen ligt. Een andere goed gebruik is bij het opstaan en tegen de avond een duik in het zilte nat te nemen. Verder zijn er iedere dag wel klusjes te doen. Het scharnier van een luik vastzetten of een stekker repareren. Even leek de stuurautomaat het te begeven. Onderweg deed ie ineens niet meer. De stroomvoorziening nagekeken, nieuwe zekeringen gekocht, de hydraulische olie bijgevuld (was achteraf niet nodig, maar goed ook want anders was er iets mis geweest met de hele besturing…). Stond op het punt de regelkast uit te bouwen, probeer toch nog even of ie doet. En zowaar, alles is weer in orde.
Al met al blijft er genoeg tijd over om een boekje te lezen. Een paar keer heb ik een film op DVD bekeken. Overal waar ik kom, probeer ik mijn wonderantenne uit. Normaal heb je met je computer een draadloos bereik van enkele tientallen meters. Met dit ding lukt het me kontakt te leggen met internet op honderden meters afstand. Zo gaat nu ook dit bericht de wereld in terwijl ik gewoon voor anker lig in een baai, met in de verte Horuphav (vlak bij Sonderborg, beide met een schuin streepje door de eerste o).