Zou een storm op den duur moe worden…? Ik hoop het. Vrijdag legde ik aan in een klein haventje bij Ristinge om van daaruit wat graven te gaan bekijken. Mooi tochtje gemaakt op de fiets (even terzijde: Denemarken is wel overal hetzelfde, zacht glooiend, veel graan en lievige huisjes) en besloten er de nacht door te brengen. Had ik dat maar nooit gedaan. Het is die nacht gaan stormen en dat doet het nog steeds.
Op zich zou dat niet zo erg zijn. Ware het niet dat ik op de kop van een soort pier lig waarop de wind en de golven vrij spel hebben. Het verblijf aan boord moet
je een beetje voorstellen als een ritje op zo’n namaak rodeo-stier op de kermis. Maar dan niet even maar nu al dagenlang. De eerste nacht kon ik van het geschud en gebots tegen de kade bijna niet slapen. De tweede nacht ging het gelukkig wat beter. Je moet je er maar aan over geven en hopen dat alles het houdt. Gezegdes als aan lager wal terecht komen en de wind van voren (beter gezegd van opzij) krijgen, laten zich hier aan den lijve voelen. In bed luister je naar de wind. Klinkt als een straaljager: windkracht 6. Een brommend geluid: 7 of meer.
Een paar avonden eerder in Bagenkop (allebei gelegen op het eiland Langeland) was me iets soortgelijks overkomen. Met een tiental andere schepen lagen we in een stukje van de haven, waar net de zee naar binnen kon lopen. Mijn buurman waaraan ik vastlag, maakte me wakker om wat extra lijnen naar de wal uit te zetten. Ziende wat er om me heen nog meer gebeurde, besloot ik weg te varen naar een wat beschutter plekje. Later volgde iedereen want het was gewoon niet te doen. Nu zou
ik ook wel willen opkrassen. Maar dat gaat gewoon niet. Er staat te veel wind en er is geen enkele bewegingsruimte. Het afgebakende vaarwater is net zo breed als de boot lang is. Kom ik er even buiten, dan loop ik aan de grond. Dat bleek al bij aankomst. En daar schuilt ook de bron van de ellende.
Toen was ik al blij dat ik aan de kant kon komen. Helaas met de achterkant richting vaargeul. Had ik maar de moeite genomen toch even te keren. Maar dat is op zo’n moment moeilijk, omdat Jan en alleman je aan het helpen is en hun eigen ideeën hebben over wat het beste is. Het is dus gewoon afwachten tot de wind gaat liggen. Een geluk bij een ongeluk is de aanwezigheid van uitgestrekte ondieptes rondom. Stel dat niet zo was, dan had ik echt een probleem gehad omdat dan de golven veel hoger waren geweest. Maar ja, dan had ik waarschijnlijk ook makkelijker weg gekund.
Ondanks al dit getob, heb ik toch al weer een aardige collectie hunebedden (hier getooid met namen als jettestue
n = ronde dolmen of langdyssen = langgerekte dolmen) (dolmen = ‘hunebed’ bedolven onder een berg aard, vaak rondom afgezet met opstaande stenen) verzameld. Enkele foto’s ga ik opsturen naar de site http://www.megalithic.co.uk; staan daar alleen vermeld maar zonder afbeelding. Het leven aan boord kan overigens ook heel zonovergoten zijn.
P.S. Bericht kunnen plaatsen omdat in de loop van maandagmorgen de wind wat is gaan liggen. Ik ben nu in Rudkøbing.