Eigenlijk niet zo veel te melden over afgelopen week. Het is een beetje afgezaagd verhaal. Telkens hetzelfde liedje. Maandag ben ik met aardig weer uit Roskilde vertrokken. De nacht weer eens een keer voor anker doorgebracht. Zonder problemen; ik denk dat ik vorige keren te weinig ketting heb gegeven, waardoor het anker zich niet kon ingraven. Vuistregel is 2 keer de bootlengte + diepte water. In de praktijk doe je zo zuinig mogelijk want alles wat je geeft, moet je later bij vertrek weer binnenhalen. Vroeg vertrokken met idee de fjord
helemaal uit te varen en links af te slaan, het Kattegat op richting Odden Havn. Maar aan het einde van de fjord, ter hoogte van Hundested begon het te betrekken. Voorzichtigheidshalve daar de haven binnengelopen. En terecht. Een paar uur later begon het me te stormen. Dat heeft twee en een halve dag, dag en nacht, aangehouden! Windkracht 7 was wel het minste; op de meter meer dan 9 waargenomen.
Zelfs in de haven was hetgeen pretje. Echt afzien. Met name vanwege de herrie, het gegier van de wind en het schip dat overal piept, kraakt, bonkt enzo meer. Dat maakt je zo onrustig dat je zelfs geen boekje kan lezen. Uit verveling eerst de was gedaan, vervolgens boodschappen en nog keer boodschappen, extra avondeten vooruit gekookt. Ergens naar toe fietsen was geen optie. Buiten waaide het zo hard dat het leek dat je tegen een muur aan liep. Zie daar maar eens tegen in te trappen. In het stadje zelf was helemaal niets te beleven. Dan duren dagen heel lang. Gecombineerd met slecht slapen word je er niet echt vrolijk van.
Net zo onverwacht als het gekomen was,verdween het noodweer donderdagmorgen vroeg. Om nog even ‘s-middags in wat afgezwakte vorm de kop op te steken. Net natuurlijk toen ik onderweg was, opnieuw naar Odden Havn. In twee tellen zit je dan midden tussen torenhoge golven. Tenminste voor mijn doen, ik denk vaneen meter of 2. Die overigens net zo snel weer weg zijn, als de wind gaat liggen. Uren liggen opboksen tegen de wind. Even overwogen terug te gaan. Maar toch doorgezet. Na aankomst klaarde het direct weer op, zodat ik nog een paar kilometer verderop naar een kerkje ben gaan kijken. Het eerste rode, na al die witte (reden onbekend…). Ja, de enthousiaste kerstening van de Vikingen heeft zijn sporen nagelaten. Op de terugweg een wandelaar aangesproken. Die hebben altijd van die gedetailleerde kaarten bij zich. Wie weet waren er nog hunebedden, die ik over het hoofd had gezien. Bleek het een hollander, Jan Jaap uit Leeuwarden, te zijn met heel zijn hebben en houen op z’n rug. Hij was op weg naar het haventje om daar in een shelter te overnachten. ‘s-Avonds op de koffie genood nadat ik was gaan kijken wat dat nou was. Een soort open kist, aan de voorkant. Wel met een mooi uitzicht… Het gemak van de boot beviel hem klaarblijkelijk. Om 12 uur moest ik hem de deur uitzetten.
Vrijdag het mooiste weer van de wereld. Totaal geen wind, lekker zonnetje. Met gevolg op de motor naar Ballen op Samö, een eiland dat helemaal energieneutraal werkt. Wind en zonne-energie dekt hun hele behoefte. Of dat ook voor de auto’s geldt, heb ik niet kunnen achterhalen. Nog even in zee gezwommen, zo aangenaam was het er. Dit ondanks de waarschuwingen van een paar dames voor ‘djelliefisken’. Wat dat ook moge wezen. Ze hebben ze me aangewezen. Kleine ronde,bruine visjes met een lange, dunne staart. Ze schijnen je pijnlijk te kunnen steken.
Pas later begreep ik ineens dat het waarschijnlijk om kwallen ging…
Zaterdag leek het hetzelfde laken en pak te worden. Trouw luister ik elke morgen om half negen naar de weerberichten. Maar daar trek ik me zo onderhand niet veel meer van aan. Ze kloppen bijna nooit. Nu was wat aantrekkende wind in de loop van de middag voorspeld, met regenbuien. Blij gemutst dus de trossen los, op naar Fredericia. Een flinke tocht van iets van 40 zeemijlen (75 km). Daar passeer ik de Kleine Belt (Lillebaelt) en kom ik weer in wat beschutter water. Het was allemaal
net, net niet te bezeilen. De wind draaide wat, in mijn nadeel. Trok wat aan en nog een beetje. Moest steeds meer laveren. En intussen zag ik voor mij allerlei monsterlijk wolkenformaties voorbij trekken. De een nog donkerder dan de ander, met er onder stortbuien en van boven woeste uitwaaieringen. De meeste zijn me bespaard gebleven. Eentje heb ik over me heen gekregen. Dan heb je het wel effe benauwd. Vervolgens was het nog hele rit. Uiteindelijk kwam ik om een uur of acht in Fredericia aan, na bijna 9 uur varen over de woelige baren. Vandaag zondag, maar eens een rustdag genomen… en mezelf te goed gedaan.