Kon me maar heel moeilijk losmaken van dat heerlijke plekje aan het strand bij Eraklea Minoa. Woensdag toch maar weer op pad gegaan. D’r ligt toch immers een nieuw hoogtepunt op mijn reis te wachten. Enwel: Selinunte. Opnieuw een van oorsprong Griekse stad uit de 7de eeuw v.C. Alhoewel, er was natuurlijk iets daarvoor,
van autochtone, echte Sicilianen. De setting is zo uitgesproken -een rivier monding voor een haven, een goed verdedigbare hoogte pal aan zee en vruchtbaar achter/binnenland dat iedereen zich er wel zou willen vestigen. De acropolis en het tempelterrein zijn opgegraven. Stukje bij beetje wordt de verdere stad in kaart gebracht. Hedendaagse opvattingen in de archeologie laten geen grootschalige activiteiten meer toe. In het verleden is te veel kapot gemaakt of bleek later heel iets anders te zijn dan men aanvankelijk dacht. Een beroemd voorbeeld is het paleis van Minos op Kreta. Een kleine 100 geleden ontdekt, opgegraven en volgens toenmalige inzichten gereconstrueerd. Nog steeds leuk om te zien en doorheen te lopen, maar er klopt niet veel van.

De namen van de tempels zijn nogal prozaïsch, van A t/m G. Een is wonderwel overeind gebleven. Alle andere zijn door aardbevingen in duigen gevallen. De grootste meet 110 bij 50 meter. Ik sta in het heilige der heilige, de cella. De tempel was nog in aanbouw. Op de kapitelen zijn de groeven, die op de zuilen worden doorgezet, voorbereid. De zuil-delen, trommels, zijn nog glad. Net alsof ze net uit de steengroeve zijn
opgehaald. Zo? 15 km verderop in de Cava di Cusa. Al dat natuurstenen geweld viel toentertijd niet te bewonderen. De hele tent werd gestuukt en beschilderd in bonte kleuren. Op een stukje van de verbindingslijst bovenaan de zuilen is dat nog goed te zien.
Vakbij Selinunte in Triscina -weer zo’n totaal uitgestorven dorp waar nu een paar honderd mensen verblijven en straks in de zomer wel 20.000- ben ik op bezoek gegaan bij Jeannine, een studiegenoot van mijn moeder van de kunstacademie in Eeklo/België. Haar kort geleden overleden echtgenoot heeft heel veel gewerkt op Sicilië als kunstenaar.
Jaren is hij bezig geweest in de catacomben van Palermo. Ondanks dat hij zelf weinig op met de katholieke kerk, sprak het roomse leven hem blijkbaar 
wel aan. Zozeer zelfs dat hij in staat was allerlei sleutelscenes uit het leven van onze heer voor een kerk op grote doeken te schilderen. In Salemi hangt een hele serie van zijn werk in het Maffia-museum. Dat vond ik nogal moedig voor een relatieve buite
nstaander. Elk schilderij is gewijd iemand die door Cosa Nostra om zeep is geholpen. Deze persoon staat met ogen gesloten afgebeeld in een typisch Siciliaanse context. Ik vond het
heel indrukwekkend. Jeannine (en aanwezige
familieleden) bedankt voor de gastvrijheid, het lekkere eten en de schone was.