Al weer een maand thuis in Schiedam en nog steeds geen tijd (waarschijnlijk eerder niet de rust) gevonden om mijn reisverslag af te ronden. Er ontbreken twee weken. Alle aandacht 
ging uit naar het reisklaar maken van mijn boot. Het installeren van nieuwe navigatie-apparatuur en het onderwaterschip behandelen tegen aangroei, vormden de hoofdmoot. Maar als je daar mee bezig bent, kom je vanzelf tientallen andere zaken tegen die je beter gelijk kan meenemen. Het einde lijkt in zicht. Nu nog wat aardiger weer. En dan weer op pad. Grootse plannen heb ik niet; rustig aan wat tochtjes maken door (meer langs) Nederland en een oversteek naar London. Het echte werk mag niet geschuwd worden. Eigenlijk was het de bedoeling naar Stockholm af te reizen, maar bij
nader inzien zag ik erg op tegen de heen- en terugreis naar de Oostzee. Volgend jaar nieuwe kansen. Waarschijnlijk dan met hulp van oude kennissen die ik bij toeval tegen kwam op de werf waar ik op de kant stond. Zij zeilen al jaren samen en vonden het ook wel leuk om mij op streek te helpen. Maar dan in één keer buitenom, boven Denemarken langs naar zuid Zweden. Dus geen gemier langs de Wadden, de Elbe en het 100-kilometerlange (Kieler kanaal) pad. Waar was ik gebleven op Sicilië?
Na Palermo ‘ontvlucht’ te zijn kwam ik terecht in Solunto, een van de interessantere sites. Niet spectaculair maar heel informatief. De noordkant van Sicilië is overigens op een andere manier veel minder aantrekkelijk geweest om te koloniseren door de Grieken of de Phoeniciers. Op mijn route naar Messina lagen nog maar 3 oude steden. Van de eerste, Himera, is niet veel over. Niet meer dan de grondvesten van een tempel. In het museum/antiquarium lagen wel veel voorwerpen uit graven. Want doden zijn er genoeg gevallen.
Om voor mij onduidelijke reden is tussen Carthagers en Grieken verschillende keren enorm gevochten om deze stad. Met als eindresultaat de totale vernietiging door een gelijknamige voorouder van de latere Hannibal die in de derde eeuw v. Chr. bijna heel Italië veroverde.Vervolgens bezocht ik Halaesa. Hier is eigenlijk ook niet zo veel te bewonderen. Wel voor het eerst een prachtige catalogus. En nog wel in het Engels! Het meest opvallende was een graftombe uit de 2de of derde eeuw na Chr. Een ware voorloper van al die huisjes die heden ten dage op de Italiaanse kerkhoven te vinden zijn. Als je je bedenkt dat de stad gesticht werd zo’n 400 voor Chr. dan moet je constateren dat steden heel wat jaren meegingen. Ongeacht wie er woonden, eerst dus Grieken en later Romeinen, tot in de 11de eeuw de Noormannen.
De
laatste stad die ik aandeed, was Tindaris. Tegenwoordig deels overbouwd door een katholiek heiligdom waar een zwarte madonna wordt vereerd. Toch zijn de hoofdlijnen van de stad, te weten het theater, het aangrenzende binnenstadsplein met winkels en stadskantoor en bewoning goed te zien.Dat was het dan. Vanuit Messina met de pont overgestoken
naar het vaste land. En vier dagen en bijna 2500 km later waren we weer thuis. Alles bij elkaar was het een heel aardige trip. Ontzettend veel mooie dingen gezien. Heel aardige mensen ontmoet. Zoals hier op de foto wat dorpsbewoners die me te hulp schoten toen ik me vast had gereden in het zand.
Gelukkig is me dat maar een keer overkomen. Er moest namelijk een tractor aan te pas komen om me eruit te krijgen. Zo vroeg in het jaar reizen heeft duidelijk voordelen. Je kan gaan en staan waar je wilt. De carabinieri komen wel kijken wat je aan het doen bent, maar zeggen verder niks. Dat schijnt in de zomermaanden wel anders te zijn. Het enige nadeel is het weer, nog flink onbestendig. Alhoewel voor iemand die graag opgravingen bezoekt, ideaal weer. Je zal toch in de bloedhitte daar moeten rondstappen. Ik zit al plannen te maken voor volgend jaar. Waarschijnlijk dezelfde kant uit en vanuit Brindisi oversteken naar zuid Griekenland, de Peloponnesos!