Zaterdag 14 juli 2012
Verscholen achter een luidruchtige cementfabriek hebben zich 2 Nederlanders te rusten gelegd. Verder geen mens te bekennen in het haventje van Degerhamn. Het is dan ook de goedkoopste jachthaven die maar te vinden is volgens de gids… Ik lig er voor anker want de hele zaak is dichtgeslibd of zoiets. In ieder geval geen 3 meter diep, zoals in het boekje staat. Mijn medelander is aan een stukje kade gaan liggen waar met een groot bord gewaarschuwd wordt voor instortingsgevaar. Duidelijk Friezen.
Vanmorgen vertrokken vanaf een piepklein eilandje midden in zee, Utklippan. Het is een vogelreservaat. Met eigen ogen kunnen aanschouwen dat Niko Tinbergen (de broer van de bekendere Jan, ook een Nobelprijswinnaar!) het bij rechte eind had.
Jonge meeuwen pikken inderdaad naar een rode vlek op de snavel van de ouders om deze aan te zetten tot het ophoesten van voedsel. Mooi opgemerkt en leuk dat ie er een hele theorie aan verbonden heeft; een Nobel-prijs waardig! Op Oerol heb ik er een toneelstuk over gezien. Vandaar deze wijsheid.
Bij vertrek gaf de havenmeester – hoe kleiner de wereld hoe woester mensen er uit kunnen zien – me de boodschap mee dat het weer weer niet veel zou worden. Gelukkig kreeg hij niet gelijk; pas een uur voor aankomst begon het te regenen. Verder was het best wel aardig, een zonnetje en een beetje wind in de rug. Wat wil je nog meer. Behalve dan de enorme (na)deining van de storm van de 2 dagen ervoor. Uren moeten slingeren, van links naar rechts. Net of je in zo’n ouwe Miele wasmachine zat.
Ook aardig van hem was, van die havenman dus, dat ie me ook nog vertelde hoe hij me gisteren uren had zien worstelen met het wisselen van de voorzeilen. Er stond een lichtweer genua op en die wilde ik vervangen door een zwaarder type. Met al die wind lukte het me niet die op m’n eentje omhoog getrokken te krijgen. Ook eraf, dan maar de fok, die is wat kleiner. Wonderwel, dat lukte me met enig gevloek (moet mijn oude bemanning nog wat zeggen…). Maar toen had ik vergeten de schoten er aan te doen. Geprobeerd het klapperende zeil in bedwang te krijgen. Mooi niet dus. Telkens dacht ik, ja nu het waait ietsje minder. Maar als ik dan in de buurt van het oog kwam, vloog te zaak weer uit mijn handen. De enige remedie was, het zeil maar weer te laten zakken. Inmiddels was het zo laat geworden, dat vertrekken geen zin meer had. Nog maar een ornithologisch nachtje. Lang wakker gelegen bij de vraag of je nu wel wilde beesten mag voeren of niet.
Zondag 15 juli 2012
Degerhamn zou Degerhamn niet zijn zonder Klinta. Opnieuw zo’n prachtig scheepsgraf
als onderdeel van een heel uitgestrekte begraafplaats. De oudste graven stammen uit de late ijstijd; wat te zien is stamt uit de tijd van de Vikingen. Midden op het terrein staat een typisch Öland’s molentje. Honderden staan er over het hele eiland te vergaan.
Al vroeg met het rubberbootje met de fiets erin naar de kant geroeid. En op stap gegaan. Maar eerst een praatje gemaakt met een passerende fietser. Een amerikaan van duitse afkomst, getrouwd met een Ölandse. Vandaar. Hij had goeie herinneringen aan Schiedam, had ie gewerkt. Tenminste zolang hij maar geen duits sprak. Had er nog begrip voor ook!
De verrassing van Degerhamn, een gehuchtje met ongeveer 500 inwoners, was een rijk industrieel verleden. Honderden jaren lang werd hier aluminium geproduceerd. Over een afstand van kilometers zijn met de hand hele rotspartijen weggehakt en vervolgens opgestookt na een ingewikkelde chemische behandeling om het aluminium vrij te maken. Van de ravage, die aangericht is, valt niets meer terug te zien. De bergen afval zijn p
rachtig begroeid, net als de uitgegraven dalen. Wat rest is een cementfabriek, die meer landinwaarts verder het land afgraast. Schijnt ook heel mooi te worden op den duur; ik heb het zelf niet met eigen ogen gezien maar op plaatjes. De steengroeves laten ze vollopen met water en zo ontstaan fraaie meren.
Maandag 16 juli 2012
Zo dat hebben we ook weer overleefd. Meer dan 40 knopen wind oftewel 9 op de schaal van Richter. Ik was gelukkig voorzichtig begonnen met een rif in het grootzeil en nog steeds de fok ipv de genua. Want bij vertrek waaide het al lekker. Dat betaalde zich onderweg uit. Geen centje pijn. Geen enkele keer hoeven op te loeven, gewoon strak doorgevaren. De een na de andere donkere wolkenpartij trok over. Tussen twee frontjes snel ook nog een trui aangetrokken onder mijn oude vertrouwde, gele zeilpak. Zeker al 50 jaar oud en nog steeds het prettigst om te dragen.
Nu afgemeerd in Färjestaden. De verwachtingen voor morgen zijn wat minder wind. Volgens zeggen is het in geen 20 jaar zo koud en winderig geweest aan de Rivièra van Zweden. Alvorens op stap te kunnen eerst op zoek naar een tandarts. Het begint nu echt pijnlijk te worden. Een week lang zeurde het al. Ik denk een kapotte kroon rechtsonder, maar het kan net zo goed een kies rechtsboven zijn. Hopelijk ben ik er morgen van verlost. Een nieuwe stap richting kunstgebit…?