Donderdag 19 juli
Eindelijk een afspraak met een tandarts kunnen maken. In het plaatsje waar ik ben, is een kliniek. Maar niet voor spoedeisende klachten…! Dat is centraal geregeld en 25 km verderop. Eerst met de pont naar de overkant naar Kalmar en dan op de fiets naar nowhere. Tot overmaat van ramp goot het die dag. Dus ik kwam daar helemaal verzopen aan. De diagnose stemde me evenmin vrolijk. Grote plek cariës, net onder een kroon.
Eigenlijk had ie eraf gemoeten om er goed bij te kunnen. Maar ja, dat vergt een behandeling van weken, inclusief het plaatsen van een nieuwe kroon. Geen optie voor iemand die op doorreis is. Het liefst had de tandarts de kies gelijk willen trekken. Maar na wat heen en weer gepraat is gekozen voor een tussenoplossing. Zo veel mogelijk van de troep wegschrapen en daarna het gat maar dichten. De kans op succes is 50/50. Ik ben bang dat ik aan de verkeerde 50% zit. Nog steeds zeurt het maar door. Ik kijk het maar aan hoe lang het vol te houden is.
Bij terugkomst in Färjestaden wachtte me een verrassing. D’r lag een stukje verder net zo’n zeilboot als de mijne afgemeerd, de Whisper uit Numansdorp. Met een verschil, het is het type met één mast. Maar voor de rest precies hetzelfde. Bij nadere kennismaking bleek de wereld wel heel klein te zijn. Zonder elkaar overigens te kennen, bleken onze kennissennetwerken in het Rotterdamse zeer overeen te komen.
Vrijdag 20 juli
Een stukje doorgevaren naar Stora Rör. Mooie fietstocht gemaakt en voor het eerst in zee gezwommen. Frisjes. Onderweg van alles tegengekomen, maar net niet gevonden waar ik naar zocht. Wel een mooi bewerkte steen, eenzaam in veldje. Voor de duidelijkheid zijn de inscripties rood geverfd.
Het schijnt een gedicht te zijn.
Zondag 22 juli
De mooiste dag tot nu toe. Lekker windje, beetje uit een ongelukkige hoek, 7 uur staan sturen. En heel veel zon en heerlijk warm. ’s Avonds voor anker gegaan in een baaitje bij het eiland Sandö. Het ware Zweedse Zwitserleven gevoel. Wat wil een mens nog meer!? Hoef je je boot niet voor te verkopen.
Dinsdag 24 juli
Met pijn in het hart toch maar weer op pad gegaan. We moeten verder en verder. Helemaal doorgevaren naar de kop van Öland. Ook weer een prachtige tocht. Het weer kan niet meer stuk. De vuurtoren Länge Erik gerond en de nacht doorgebracht in Nabbelund. Vlug nog eventjes een grafveldje opgezocht. Morgen oversteken naar Gotland. Erg veel tijd heb ik niet meer want volgende week komt de wisseling van de wacht. Kennissen komen met mijn caravan over en ruilen we van vervoermiddel. Zij drie weken met boot verder en ik ga dan een tocht langs de grote binnenmeren van Zweden maken.
Woensdag 25 juli
Daar zijn we op Gotland, in Klintehamn. Een aardige oversteek van 7,5 uur. Bijna een heel boek uitgelezen (alweer het elfde). De stuurautomaat kon het best alleen af. Ik begin aardig een kleurtje te krijgen. Een beetje eenzijdig nog, de rechter helft voornamelijk. Dat krijg je zo me steeds verder noordoostelijker voortgaan. Hopelijk komt de andere helft op de terugreis aan z’n trekken. Het begint echt een zeilreis te worden. In tegenstelling tot 2 jaar geleden in Denemarken gebruik ik nauwelijks de motor. Alleen bij vertrek en aankomst. Voor de rest alles onder zeil.
Donderdag 26 juli
Heel de dag op pad geweest. Van 10 tot vijf. Bijna 60 km op het vouwfietsje, met een tussenstop ergens aan een strandje. Een illusie armer. Al die mooie scheepsgraven blijken fake te zijn. Zijn tamelijk recentelijk zo in elkaar gezet. Van deze bv stonden alleen beide uiteinden nog op hun plek. De rest lag in de rondte, was weggehaald om de grond te kunnen ploegen. Al langer vroeg ik me af waarom die bronstijd mensen zo noordelijk zijn gaan wonen. De oplossing is simpel. Zo’n 1500 voor Chr was het er warmer dan heden ten dage. Dus heel goed te doen.
Ter compensatie prachtige kerkjes uit de 12de eeuw tegengekomen. Uit de
begintijd van de kerstening van Gotland. De runensteen met dat gedicht is daar ook aan onderworpen. Aan de achterkant staat in romeinse letters INOMINI (in naam van de Heer(?)