Mijn derde dag in Griekenland. Iedereen die tegenkom en spreek, blijkt Nederland ontzettend goed te kennen. Het hoogst scoren nog steeds de tulpenbollen. Maar als goeie tweede geen (inmiddels overjarige) voetballers meer. Deze plaats wordt nu ingenomen door onze prime minister Rutten. Ik was er al bang voor. Gelukkig graven praatjes in een winkel of op een opgraving niet erg diep. Mijn Engels is al niet zo bie, de gemiddelde Griek doet daar niet voor onder. Zeer gewaardeerd wordt in dit soort non-verbale communicatie als ik met mijn hand een snijdende beweging ter hoogte van mijn hals maak. Ik bedoel dan dat ik met ze mee kan voelen. Dat ze wel heel erg het mes op de keel worden gezet. Of dat er ook uit begrepen wordt, betwijfel ik. Ook niet erg, want daarna oefenen we nog wat vormen van goeie dag zeggen op z’n Grieks en gaan we als de beste vrienden uit elkaar.
Griekenland blijkt veel verder weg dan ik had gedacht. Na vier dagen had ik pas Macedonië bereikt. Debet hieraan was dat ik besloot even een kort uitstapje te maken naar Gamzigrad in Servië. Langs de weg stond een mooi bord met de uitnodigende naam Felix Romuliana. En ik had al meer dan 1500 km achter de kiezen. Dus was wel toe aan een verzetje. Bleek de lieve vrouw alleen niet langs de weg te wonen maar bijna 90 km diep het land in. Gelukkig was het een prima weg er naar toe. Iets was je niet van alle wegen in voormalig Joegoslavië kan zeggen. De in Rotterdam evenzeer bekende meneer Strabag had zich hier ook uitgeleefd en met succes. Het resultaat deed er niet voor onder. Een prachtig Romeins fort. Dat was mijn eerste indruk. Maar het bleek heel iets anders te zijn. Een buitenpaleis van een zekere Galerius, een van de tetrarchen die met z’n vieren in de 4de eeuw na Chr. het Romeinse rijk bestierden. Van het paleis was niet veel meer over. Maar de nog overeind staande muren en torens waren imposant te noemen. Ondanks dat ze nog maar half zo hoog waren als destijds. Galerius heeft de paleis nooit af gezien. Hij overleed al jong. Zijn moeder waarnaar het paleis vernoemd was, heeft er nog wel jaren gewoond. Vergeten zullen ze het nooit. Beiden zijn vergoddelijkt en begraven op een heuvel vlakbij. Een heel wonderlijk proces. Hun lichamen werden ondergebracht in twee grote tombes. Met daarnaast twee -zeg maar- dolmen, forse heuveltjes. Dit waren de plaatsen waar boven op een houten stellage (hun gelijkende?) poppen werden verbrand. Na deze ceremonie werd er een muurtje omgezet en vervolgens afgedekt met een meters hoge aardlaag. Zou het iets van een compromis zijn geweest tussen het opkomende christendom en de oude traditie van verbranden…
Het was niet alleen ver. Het was bovendien vreselijk koud onderweg. Alle nachten met de kachel aan geslapen. ‘s-Ochtends hingen de ijspegels aan de caravan en waren de ruiten dichtgevroren. Dus stel je maar voor hoe ik daar rondstapte. Dik ingepakt, capuchon op en handschoenen aan. Echt op vakantie. Er was maar een ongemak. De afvoerleidingen van de gootsteen en de douche die onderlangs naar de vuilwatertank lopen, waren binnen de kortste keren bevroren. Een beetje armoedig wassen in een teiltje.
Maar in Macedonië brak de zon door en ontdooide alles weer. Hier lag mooi op de route een oude stad op me te wachten: Stobi. Romeins van origine en nog vele eeuwen ‘hergebruikt’. Bovenop het theater was in de Byzantijnse tijd een kerk gebouwd. Heel toevallig werd net toen ik er was een mozaïek aan het daglicht bloot gesteld. Meestal ligt dit soort schoons verborgen onder een zeil met een laag zand erover.
Eigenlijk was het mijn bedoeling in alle twee de landen veel meer te bekijken. Jammer dat de kou met zuidwaarts dreef. Hopelijk kom ik er op de terugweg aan toe. Maar wie weet, is het dan veel te lekker weer in Griekenland, om daar op tijd te vertrekken.
De reis door voormalig Joegoslavië vond ik toch een belevenis. Een reis terug in de tijd. Alsof er sinds mijn vorige bezoek 30 jaar geleden niets veranderd is. Dezelfde rommelige en versleten sfeer op het platteland. Van die merkwaardige steden met klassieke gebouwen pal naast abstracte betonnen monsters uit latere tijden. En dan die geur. Zeker in dit seizoen van het jaar. Stank mag je niet noemen, het ruikt er gewoon naar het verbranden van kolen en bruinkool. Legt dat maar eens uit aan een Nederlander, die opgegroeid is met op gas gestookte CV’s.
Op het moment zit ik in Griekenland in Pella, de geboorteplaats van Alexander te Grote. In het nu zelfstandige Macedonië hebben ze hem hoog. De enige doorgaande snelweg heet de Alexander motorway. Het voetbalstadion draagt eveneens zijn naam. En ga zo maar door. Eigenlijk een klein drama dat Pella niet in dat land ligt. Alhoewel, ik heb er rondgelopen en moeten constateren dat er niet veel te beleven valt. Er is niets van over. Nou ja, bijna alles. Zie het badhuisje met ieder een eigen badje. Het moet een indrukwekkende stad zijn geweest. Het binnenstadsplein, de agora, mat maar liefst 200 bij 175 meter. Verder was alles heel strak gepland, rechthoekige percelen, haaks op elkaar staande straten, een uitgebreid rioleringnetwerk, overal stromend water enz. De tijd, een paar aardbevingen en het gebruik van een heel slechte soort kalksteen heeft alles doen vergaan.
Nu vlug naar de Lidl. Van thuis had ik nog wat maaltijden van Tafeltje dekje meegenomen. Deze beginnen op te raken.