Een mens is maar kort van memorie. Een paar dagen wat beter weer en je bent alle ellende van de week ervoor gewoon vergeten. Zoals ik al aangaf, hikte ik een beetje tegen de immensheid van de oceaan aan. Gelukkig diende zich ineens een mooie dag aan om de stap te wagen. Niet te veel wind en zonnig, wel fris. Op de route lag een knelpunt: Pointe du Raz
. Alle pilot-boeken beschrijven hoe het hier kan spoken. Het is nauwe doorgang in een kaap waarvan de rotsen grotendeels onder water ver in zee doorlopen. Zelfs zo’n eind dat er om heen varen geen optie is. Wanneer het stevig waait en stroom en wind boksen tegen elkaar op, dan zijn alle ingrediënten voor exotisch maal aanwezig. Aangeraden wordt met doodtij er door heen te gaan. In mijn geval om 7 uur ’s-avonds. Voor mijn gevoel was ik redelijk op tijd vertrokken. Een uur eerder dan mensen die er bekend zijn, aanraadden. Toch schoot ik niet echt lekker op. De stroom was tegen en de route niet rechtstreeks bezeilbaar, ik moest een paar slagen maken. Daarbij kwam nog dat in de loop van de middag de wind afnam. Met gevolg, eerst zeilen met de motor bij en later zelfs helemaal alleen op de motor om op tijd bij Pointe du Raz te kunnen zijn. Het is allemaal goed gegaan. Samen met nog een paar boten zijn we er door heen geglipt. Om 21.00 uur ben ik voor anker gegaan in de baai van Ste. Évette, vlakbij Audierne. Rustig nachtje, lekker geslapen .
De volgende dag totaal geen wind. Ja, wat moet je dan? Blijven liggen of toch maar gaan en hopen op verbetering onderweg. Ben vertrokken. Acht en half uur aan een stuk op de motor moeten varen tot Port Manec’h. Het gekke is dat je van zo’n dag doodmoe wordt. Je doet eigenlijk helemaal niets; je zet de motor en stuurautomaat aan en dat is het. Maar dat gehang de hele dag. Je leest wat en toch moet je blijven opletten op wat er om je heen gebeurt. Het verschil merkte ik de dag daarop. Echt zeilweer, grotendeels windkracht 3 à 4 en niet pal achter.
Pas in de Baie de Quiberon trok de wind nog even stevig aan tot 5/6. Dat was wel goed, liet me weer merken dat de boot niet de zwakke schakel is. Daar kan je volledig op vertrouwen! Na 11 uur op het water aangelegd in La Trinité-sur-Mer. Ik had het toen wel gehad, maar totaal anders dan de dag ervoor. Waarschijnlijk mede omdat ik nu daar ben waar had willen uitkomen. Namelijk bij Carnac!
Nu ik dit verhaaltje zit te schrijven, heb ik er 2 dagen van rondfietsen door de oertijd opzitten. De meeste indruk maakten de honderden meters lange rijen rotsblokken, kleine en grote menhirs. In de loop van eeuwen zijn delen gesloopt voor landbouwgrond. Op meerdere plaatsen doorkruisen wegen het trajekt. Alles bij elkaar strekt het zich uit over 4 kilometer. Het waarom zal eeuwig een raadsel blijven. Alhoewel in de 3de eeuw na Chr vluchtte (de later heilig verklaarde) Cornély voor de Romeinen weg uit Rome. Hij dacht een veilig oord te hebben gevonden in Bretagne.
Niets minder bleek waar, ook daar bleven ze hem achter de vodden zitten. De plaatselijke bevolking vond dat maar niks. Al dat vreemd volk dat brandschattend door het land trok. Net ten tijden van de oogst, dat ook nog. Cornély bleek echter over een geheim wapen te beschikken. Het was in staat de achtervolgende legerschare te doen verstenen. En zo staat hier dat leger Romeinse soldaten nog steeds, keurig in het gelid. Dat sint Cornély in later eeuwen de beschermheilige der runderen is geworden, doet niets aan deze prestatie af. Naast de alignements heeft Bretagne nog een schat aan ander versteend erfgoed. Wie mijn reizen volgt, kent ze inmiddels. De hunebedden. Te kust en te keur. Ik heb er zelfs een paar weten te vinden, waarvan nog geen plaatje staat op de site megalithic.co.uk. Kan ik dus mooi aanvullen; mijn bijdrage aan het nageslacht.
Voor degenen die mijn Odyssee live willen volgen, heb ik een leuke suggestie. Als ik vaar zend ik (in overdrachtelijke zin) continu een signaal uit om aan te geven wie en waar ik ben. Zo kunnen andere schepen mij zien en zie ik hen. Een soort radar dus. Op een voor mij onbegrijpelijke manier worden al deze signalen gebundeld en op internet gepubliceerd. Ga naar de site van Marine Traffic (link naar Marine traffic Cepheus), tik de naam van mijn boot in, klik op Cepheus pleasure craft en zowaar daar verschijn ik in beeld. Nogmaals, alleen als ik vaar tot enkele uren daarna. Schrik niet als ik onvindbaar ben. Het systeem is niet perfect, heb ik gemerkt. Of ik lig ergens lekker stil en in de zon. Dat zou toch ook heel goed moeten kunnen.