Dinsdag 6 augustus 2013 Lanildut

Het is of de duvel ermee speelt. Het waait of te hard of er is nauwelijks wind. Lag twee dagen in de boeien te Lanildut met windkracht 5/7. Dan zie je mij niet op zee. Fransen ook nauwelijks, alhoewel die toch niet anders gewend zijn. Wil ik vandaag vertrekken, totaal geen wind. Erger nog hij draait morgen naar het noordwesten. Dwz pal tegen! Ook al geen optie, want ik moet een redelijk grote sprong maken naar Roscoff. Het merendeel laveren tegen de wind in duurt veel te lang. Ik zou laat aankomen, in het donker met stroom tegen. Mijn buurman aan de andere kant van de drijvende reuze eieren maakte me daar op attent. Zorg dat je de vloed in de rug hebt, bij eb is het geen doen. Dat wordt dus zeker nog 2 dagen Lanildut.

Een lieflijk dorpje maar haar hoogtijdagen zijn echt voorbij. Een paar eeuwen geleden was de haven een tussenstop tussen Bordeaux en Albion. Kapitein kooplieden voorzagen met hun zeilschepen in de wijnbehoefte van de Engelsen. Hun riante woningen herinneren aan die tijd. Nu prijst men zich aan als haven met de grootste algen (ik zou het zeegras noemen) vissersvloot van Europa. Gisteren had ik eigenlijk moeten weggaan, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen de menhirs en dolmen ongezien achter met de laten. Een beetje dom want het was meer van hetzelfde, wel keurig bewegwijzerd.

De Golf van Morbihan ligt al meer dan 2 weken achter me. Vandaar ben ik naar Lorient gevaren.   Eigenlijk maar om één reden: de U-boot basis uit WO II. Deze ligt er nog grotendeels in takt bij omdat ie na de oorlog door de Fransen zelf jarenlang is gebruikt. Ik vermoed dat de slotscène uit de film Das Boot hier is opgenomen. Op meer plaatsen waren dit soort havens, zoals in La Rochelle en Brest. Globaal zijn 3 onderdelen te onderscheiden. De overdekte insteekhavens waar men van zee uit in kon varen. Een tamelijk hachelijke onderneming naar het schijnt. De aanloop kan niet onder water worden uitgevoerd. En waren op die manier makkelijk vanuit de lucht aan te vallen. Dat gebeurt dan ook in de film. Reparaties werden in soortgelijke hallen op het droge uitgevoerd. Via een dok met lift werden ze op de kant gezet en vandaar verder getransporteerd. Het complex heeft nu totaal andere bestemming. In de meeste hallen worden de meest futuristische race-zeil-machines gebouwd.

Daar heeft Frankrijk een hele traditie in die al teruggaat ver voor de beroemde solotochten van Éric Tabarly. Zijn laatste schip, de Pen Duick VI, ligt er ook. Hij voer nog redelijk traditioneel met een wat heet een monohull. Later kwamen de cata- en trimarans.

Ter overnachting lag ik niet in Lorient zelf. Ik had historisch interessanter plekje aan de overkant gevonden, in Port-Louis. Een vestingstad met een citadel. Een soort Enkhuizen. Met een zelfde funktie ten tijden van de Franse Oost-Indische Companie. Het verbaasde me dat het meeste materiaal in het museum betrekking had op onze VOC. Er moet toch genoeg terug te vinden zijn uit die periode in Vietnam?

Volgende tussenstop was Loctudy. Misschien wel aardig om te vertellen hoe ik er terecht kwam. Was namelijk helemaal niet de bedoeling. Ik wilde naar Ste Evette bij Audierne. Een forse afstand vanaf Lorient maar het leek me te doen in een dag. Halverwege voor Pointe de Penmarch zag ik in de verte donkere wolken zich opstapelen. Als uitwijkmogelijkheid had ik Guilvinec  in gedachten. Een vissershaven waar zeilboten welkom zijn. Alleen niet tussen 16.00 en 18.30 uur. Dan heeft de beroepsvaart prioriteit en mag je als plezierboot er niet of uit. Erg onhandig als je daar zo rond half vijf bent.  Om er nou 2 uur voor de deur te gaan hangen, leek me niks. De zee was bovendien een peu agité. Dus zodoende.

Via Ste Evette (toch aangedaan) terecht gekomen in Douarnenez. Dit keer wel een strategische keuze. Alle voorspellingen kondigden een paar dagen heftig weer aan uit het zuidwesten. Camaret was ook een optie geweest. Maar daar heb ik al eens meer verwaaid gelegen. Op de kaart had ik gezien dat de oude vissershaven een prima beschutting bood. Met mijn bijbootje kon ik zo naar de kant varen en stond dan bijna gelijk midden in de stad. Een leuk stadje, mooi scheepvaartmuseum, fraaie oude kerkjes en ook nog voorouderlijke resten. Tussen de buien door allemaal gezien. Soms zeiknat dan weer effe drogen.

Op weg naar Lanildut Camaret aangedaan. Daar lagen bij de capitainerie keurig mijn rijbewijs (weet je nog, laten liggen bij de fietsenmaker in Arzon) en laptop op me te wachten. De laatste was opgestuurd omdat ik vergeten had de films en e-boeken over te zetten op de computer die ik bij me had. ’s-Avonds met een paar Nederlanders een borreltje gedronken en zo toch nog mijn verjaardag gevierd.

Plaats een reactie