Het had zo’n mooie apotheose moeten zijn… Een hele ochtend aan zitten werken. Voornamelijk allerlei gegevens verzamelen uit pilots, waarin havens beschreven staan. Om daarna d’r een logisch verhaal van te maken waarin tij, te verwachten wind en aanloopmogelijkheden van havens op elkaar aansluiten. Het leek allemaal te kloppen als een bus. Van St Cast le Guildo voorbij St Malo naar Granville. En dan verder noordwaarts richting Cartaret om van daar uit Cap de Hague te ronden en net om het hoekje in de Anse de St Martin te eindigen. Alles stond op papier, kaarten weer opgevouwen, boeken in de la. Hoe het kwam weet ik niet meer. Met een tevreden gevoel zette ik me aan het doornemen van wat achterstallige Groene’s. Iedere week download ik trouw een nieuwe aflevering in epub formaat; het lezen schiet er wel eens bij in.
Het baaitje Anse de Bréhec waar ik voor anker lag en waar al deze plannen tot volle wasdom waren gekomen, was prachtig. Het weer wat minder. Maar uren later dacht ik, even nog wat kontroleren. Merkte ik ineens dat 2 havens achter elkaar liggen, Granville en Cartaret, waarbij je bij de een ± 2 uur HW (hoogwater) de deur in en uit kan en de ander nog krapper te boek staat (± 1 uur HW). Op zich geen probleem, ware het niet dat HW net zo rond 12.00 uur is. M.a.w. dat je als je bij de eerste weggaat, je pas bij de tweede om middernacht naar binnen kan. Daar begin ik niet aan, een beetje in het duister rondscharrelen op volstrekt onbekend vaarwater. Door de grote getijverschillen liggen heel veel havens hier bij laag water verscholen achter honderden meters zandstrand. Binnen staat nog wel water omdat de havenkom voorzien is van een drempel waardoor ie niet leeg kan lopen.
Dat was even domper. Voor zover ik kan overzien, is er maar één alternatief. Wachten tot het tijdstip van HW is doorgeschoven, dan ben je zo een week verder. Nee, ik denk dat het het beste is naar Guernsey over te steken. Voor mijn doen een enorme afstand op een dag, maar liefst 90 km. Zeker een uur of 10 varen en dan moeten de wind en stroming ook nog een beetje meezitten. Volgens de havenmeester in Lézardrieux kan dat lukken morgen. Er is een stevig windje, windkracht 4/5 voorspeld. Eerst uit een wat ongelukkige hoek NNW maar in de loop van de middag draait ie meer naar W. Precies wat ik nodig heb.
V
orige week eindigde ik in Lanildut met de aankondiging op te zullen stomen naar Roscoff. Diezelfde middag , van de ochtend waarop ik mijn weblog bijwerkte, was het ineens zo’n fraai weer geworden dat ik nog een stukje ben gaan varen. Naar de Aber Benoit. Een goeie beslissing want de volgende dag bleek Roscoff wel heel ver weg te liggen. Geen zuchtje wind, de hele dag weer eens op de motor. In Camaret had ik al bij een supermarché 100 liter diesel goedkoop ingeslagen door 5 keer op en neer de fietsen met een jerrycan achterop. In Roscoff nog maar eens dezelfde hoeveelheid bijgetankt. Je weet maar nooit. Schiedam is nog ver. Roscoff is een aardig plaatsje met veel historisch gevoel. Ik zag nu ook met eigen ogen een schip vol zeealg. Glibberige lange slierten.
De volgende stop was Port Blanc. Meer ressentiment dan echt praktisch. Lang, lang geleden in 1994 op vakantie heb ik er wat gezeild met mijn Finn-jol. Ook al verleden tijd; schijnt tegenwoordig te worden gebruikt als visbootje. Kan het erger… In mijn herinnering was het een door rotsen omsloten baai. Niets minder bleek waar. De hele nacht heb ik liggen rollen op de deining vanuit zee. Maar vlug weer vertrokken de volgende dag. Wat is dat toch met oude beelden.
Vlug verdrong
en met een van de mooiste zeildagen van de hele reis. Alles klopte, de motor alleen even aangezet om te vertrekken en voor anker te gaan in de Anse de Bréhec. Bedoeld als opstart van de slotronde. Mooi niet dus. Vandaag naar Lézardrieux teruggevaren voor de grote oversteek van morgen. Had ik die vuurtoren niet al eens eerder gezien? Klopt, namelijk ook in 1994! En wat is dat toch met die hunebedden, toen ook al.