Zondagavond 19 april. Buiten is het koud, het regent en het waait stevig. Binnen zit ik lekker warm en probeer wat te schrijven aan een nieuwe aflevering voor mijn weblog. Het is de eerste wat mieze dag sinds mijn vertrek vorige week donderdag. Ik heb me zelfs al een keer even in zee gewaagd. Ik sta vlak in de buurt van Kavala, aan een klein baaitje.
Mijn enige aanspraak zijn 4 zwerfhonden en wat vissers. Alhoewel gisteren ineens een paar zigeunerfamilies neerstreken. Even onverhoeds waren ze weer vertrokken na de was te hebben gedaan. Zoals bijna op alle stranden in Griekenland is zo ook hier wel ergens een kraantje te vinden. Op een vorige plek was het helemaal lux. Bij een verlaten strandtent was het water niet afgesloten, deed de wc het nog en kon er koud gedoucht worden.
Vanmorgen nog droog Philippi kunnen bezoeken. Jammer voor al die Amerikaanse Paulusgangers die met bussen tegelijk aankwamen net toen de eerste druppels begonnen te vallen. Je moet maar denken: ach Paulus heeft het hier ook niet makkelijk gehad. Hij schijnt er een tijdje te hebben vastgezeten vanwege opruiend taalgebruik. Wat hem in ieder geval volgelingen opleverde. Want later als hij weer vertrokken is, vermaant hij ze in zijn Brief aan de Philippenzers – tenminste als ik het goed onthouden heb uit mijn katholieke jeugd – dat ze er een potje van maken.
Philippi is vernoemd naar Philippus II, de vader van Alexander de Grote. Hij heeft de stad tot bloei gebracht, een paar honderd jaar BC. Buiten de stadsmuren heeft zich eind oktober 42 BC de finale veldslag afgespeeld tussen de legerscharen van Anthonius en Octavianus aan de ene kant en anderzijds Brutus en Cassius. Ja inderdaad, de moordenaars van de zich steeds keizerlijker gedragende Julius Caesar. De republikeinen dolven het onderspit. Octavianus werd de eerste keizer van Rome onder de naam Augustus. Op de stijl van een poort van het theater wordt de overwinning herdacht met 2 kleine van afbeeldingen van links Ares (oorlogsgod) en rechts Nike (overwinningsgodin) in de hoedanigheid van Victoria Augusta.
Philippi is de tweede grote stad uit de oudheid die ik aandoe. Hiervoor bracht ik een bezoek aan Amphipolis. Een nog wat onontgonnen terrein. Er zijn maar een paar dingen bloot gelegd en die waren nog merendeels niet toegankelijk. Alhoewel dat meestal beletsel is om dan maar over het hek te klimmen.
Niet onvermeld mag blijven de resten in casu de funderingspaaltjes van een van de eerste houten bruggen uit de geschiedenis. Waarvan akte. Heb me uiteindelijk goed vermaakt met zoeken naar een paar graven in de omgeving. Was niet zo simpel omdat nieuwe autowegen de geografische herkenbaarheid over hoop hadden gehaald. Wat eerst ver weg leek te liggen, bleek nu vlakbij te zijn. Heel wat zandpaden bergop voor niets beklommen. Verbrandde ook nog mijn harsens daarbij, omdat ik geen pet bij me had.
Bij toeval terecht gekomen in Kerdylia. Een van de bijna 100 door de Nazi’s in de WO II met de grond gelijk gemaakte dorpen in Griekenland. De hele mannelijke bevolking is daarbij omgebracht. Een wat bombastisch monument herinnert aan dit massacre. Even verderop is intiem begraafplaatsje met een ossuarium. Van het dorp zelf is alleen het kerkje herbouwd. Toch nog even kort wat over de heenreis naar Griekenland.
Bijna 2500 kilometer in nog geen 5 dagen. Echt een opgave is het niet. Bijna de hele route door Duitsland, stukje Oostenrijk, Hongarije, Servië en Macedonië is vierbaans. En zelfs van redelijke kwaliteit. Er ontbreekt alleen nog een stukje van 15 à 20 km tussen Servië en Macedonië. Daar wordt hard aan gewerkt. Met steun van de EU… Zeker om Griekenland er bij te houden? Voor de hoeveelheid verkeer hoeven ze het niet te doen. Er rijdt geen kip. Je waant je op de grote weg in een soort parallelle wereld. Prinsheerlijk zoef je langs dorpjes met onverharde wegen, waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan.