Bijna had de draak me verslonden. Halverwege z’n bek vond ik het wel welletjes. Wat een gesleur om het schiereiland Tekir/Datça op te komen. Dan weer kilometers heuvelop om vervolgens weer helemaal te moeten afdalen tot zeeniveau. En niet zo’n flauwe hellinkjes. Alleen maar bordjes met 10%. Gelukkig werden al deze inspanningen beloond! Op aanwijzing van een paar Turkse vakantiegangers sta ik nu aan een prachtige baai, eiland voor de deur en heerlijk helder zeewater. Tamelijk uniek, want al dit soort plekken zijn ingepikt door resorts, sitesi’s (ommuurde enclaves met vakantiehuisjes; ik kan het woord niet meer zien), pretparken en noem maar op. Voor de vrije jongen is er bijna nergens meer plaats…
Ik heb nog steeds geen besluit genomen over wat ik ga doen. Door het schiereiland op te rijden kan ik de beslissing even voor me uit schuiven. Het was niet eens een bewuste keuze. Ik wilde in Akyaka gaan kijken of kitesurfen iets voor mij was. Na een uurtje had ik het wel bekeken. Niets voor mij. Afgezien van een paar cracks, zag ik alleen maar mensen koppie onder gaan. Voorover, achterover. Plank kwijt. Vlieger in het water. De meesten lukten het niet eens op het plankje te klimmen en tegelijk de vlieger in de lucht te houden.
Omdat het er ook nog ontzettend waaide, dacht ik, ik rij even een stukje door. Toen was er geen weg meer terug. Achter elke te nemen hobbel verwacht/hoop je het beloofde land aan te treffen. Daar ben ik dan ook. Jammer dat ik dezelfde weg weer terug moet.
Van de week Pinara, Tlos, Fethiye (Telmessos) en van de weeromstuit Knidos bezocht.
De meeste indruk heeft Pinara op me gemaakt. Een stad midden in de bergen. De bewoning startte op het hoogste punt, welke later de acropolis werd van een stad die zich verder ontwikkelde op lager gelegen hellingen. Als je de foto inzoomt, zie je dat de rotswand vol met gaten zit. Een ware duiventil aan graven. Waarschijnlijk stammend uit Homerische tijden. Hij noemt de stad ook als onderdeel van de alliantie tegen Troje. De acropolis heb ik niet beklommen; begin ook een dagje ouder te worden. De benedenstad bekijken vergde al genoeg geklauter. Zeker om bij allerlei andere rostgraven uit later perioden te kunnen komen.
In Tlos heb ik enorme toeren uitgehaald om in een graf een afbeelding van het vliegende paard Pegasus te vinden. Helaas pindakaas. Ben als een aap een steile wand afgedaald. Kwam geen eind aan. Allemaal voor niks. Had halverwege een afslag naar omhoog gemist. Moet het dus stellen met wat mooie plaatjes die ik bij zonsondergang heb kunnen schieten.
Onder Fethiye ligt het antieke Telmessos verborgen. Op de spaarzame resten van een theater wordt een hele nieuwe versie gebouwd. Ging er naar toe vanwege het museum. Maar dat was niet veel. Twee zaaltjes, vol met scholieren die er tekenles kregen. Toch een paar nachten gebleven; ik was door mijn voorraad warme happen heen. Stond geparkeerd vlakbij een boom waar mensen vruchtjes uit plukten. Ik weet niet waarom, maar de associatie met een de weinige dichtregels die ik kan reproduceren, bleef maar door mijn hoofd spelen. Het zijn een paar beginregels van een gedicht van Nicolaas Beets: ‘De moerbeitoppen ruischten, God ging voorbij, nee niet voorbij, Hij toefde’. Op internet heb ik het nagezocht. Het was dus echt een moerbeiboom. Met kleine, wittige besjes. Best lekker, een beetje zoetig.
Helemaal op uiterste puntje van dat vermaledijde schiereiland ligt Knidos. Heb de caravan achtergelaten aan het baaitje en ben er met de auto naar toe gereden. Dat scheelde een hoop geëtter. De oude havens van weleer liggen er nog bijna helemaal intakt bij. Hier vernam ik het trieste nieuws, dat de oudste zoon van mijn zus ernstig ziek is. Was even wat drinken in het café op de site en keek bij toeval op mijn telefoon omdat er wifi aanwezig was. Van de week wordt hij helemaal door de molen gehaald. Ik hoop dat het allemaal mee zal vallen.