Maandag 15 juni 2015 Tuzla

Mijn huisspin is weer druk aan het werk. Al een paar weken reist ie met me mee. Hij/zij woont ergens onder het luik voor de ramen. Elke avond weeft ie een nieuw web. Bevalt prima zo te zien. Voor de verrassingsaanvallen van de minimuggen biedt het geen soelaas. De fijnmazigheid van het spinnenweb is net zo ontoereikend als dat van mijn horretjes. Gisteravond was het weer eens flink raak. Alle ramen en deuren moeten sluiten. Dan krijg je het wel effe benauwd binnen.
Van de week een mooie mix van strand en cultuur kunnen maken. Desondanks heel veel gezien en ook nog redelijk wat kilometers kunnen maken. Ben vertrokken vanuit Teos (Siğacık). Vervolgens via Izmir naar Candarli, Assos (Behramkale), Gülpinar en geëindigd aan de Tuzla.

Van Teos heeft men grote verwachtingen voor de toekomst. Er wordt gebouwd aan een bezoekerscentrum. Wat er te zien is, is bijzonder aardig. Maar… je moet er wel even moeite voor doen. Alles ligt nogal ver uit elkaar.
Grote steden blijven een probleem om met mijn verhuiswagencombinatie aan te doen. Waar moet je dat ding laten? De enige oplossing is natuurlijk om ergens aan de rand van de stad een plekkie te zoeken. Om van daar uit met het openbaar vervoer de binnenstad in te gaan. Voor dat je dat allemaal een beetje door hebt, ben je een paar dagen verder. Wat te veel van het goeie voor een bezoekje aan het museum en de resten van een agora in Izmir. Op goed geluk gewoon naar het museum gereden op aanwijzing van mijn nieuwe routeplanner. Omdat de laatste wegomleggingen nog niet verwerkt waren, liep ik vast in een doodlopende straat. Net als andere Turken mijn auto gewoon midden op de weg achtergelaten en te voet verder gegaan. Het museum bezocht en bij terugkomst geen wielklem of iets dergelijks. Jammer genoeg niet kunnen zien waar ik voor kwam: de fries van het mausoleum van Belevi (zie verslag 11.05). Net zoals de mozaïeken; allemaal om onduidelijke reden niet toegankelijk. Agora ook maar gelaten voor wat het was. Buiten stond een grote steen met hele kleine lettertjes. Hierop is vastgelegd hoe de burgers van Teos zich vrijkopen van een bezetting door piraten. Een aantal families schieten het bedrag voor en spreken af met de stad had dat bedrag met 10% rente (!) verrekend gaat worden.
In Candarli verwachtte ik Pitana aan te treffen. Niets van dat al. Huidige dorpje ligt bovenop de oude stad. Kyme was ook al zo iets raadselachtigs. Wel een bord bij een afslag. Daarna niets meer. Alleen maar vieze, vuile industrie, olieraffinaderijen, vrachtwagens als colonnes mieren over totaal kapot gereden wegen. Op zo’n moment mis ik mijn oude tablet. In Maps.me (Een App met gedownloade kaarten, waar je dus geen internet of zo voor nodig hebt; aanrader!) stond precies aangegeven waar alles ligt. (Thuis even nagekeken; ben net te vroeg omgekeerd, was er bijna.)
Onderweg naar Assos Antandros aan gedaan. Voor je er erg in hebt, ben je er langs gereden op de snelweg. Bij het bord moet je gelijk de weg af en een openstaand hek door. Je staat dan pardoes midden in een olijfgaard. Daar wordt dan ergens gewerkt aan het uitgraven van een villa. Hele halve kamers worden successievelijk bloot gelegd. De necropool is eeuwen lang in gebruik geweest. Van de 6de tot de 2de eeuw BC. Allemaal Grieks. Daarna is het in de Romeinse tijd overbouwd met huizen. Je ziet een hele geschiedenis van grafcultuur in een oogopslag. Van hele simpele, wat rotsblokjes bij elkaar gelegd. Tot keurige stenen kisten. Maar nog geen pracht en praal die de Romeinen gewoon waren. In Assos is daar fraai staaltje van te zien. Buiten de stadsmuren, langs de toegangswegen naar de stad stond het vol versierde sarcofagen (= vleeseters) en tombes.

Midden in het dorpje Gülpinar ligt het heiligdom gewijd aan Apollo Smintheus. Zijn tempel heeft een facelift gekregen. Kan zo naar Legoland. Jammer dat het een totaal verkeerd beeld geeft van een tempel. Het waren geen steriele gebedsreactoren maar ze waren juist bont gekleurd. Meer als een Hindi-tempel. Heel wat profaner waren de Smintheia Pauleia. Een soort kampioenschappen vrij worstelen. In het badhuis werden de winnaars geëerd met een bronzen beeld. Die stonden op sokkels in de entree. 24 ervan zijn er tot nu toe teruggevonden.
Het ontbrekende marmer van de Apollo-tempel is deels teruggevonden in Tuzla. In een 14de eeuwse moskee. Er is een mooi vloertje van gelegd in het voorportaal. Tuzla was een kuuroord met heet water bronnen. Uren ben ik op zoek geweest naar de resten van een Romeinse brug. Die moesten ergens in de (toenmalige) monding van de gelijknamige rivier liggen. Geen mens die van het bestaan af wist… Toch gevonden door de rivier aan beide kanten langs te rijden. Lag natuurlijk niet meer aan zee en was honderden meters verwijderd van waar de rivier nu loopt. Alle moeite werd dubbel en dwars beloond. Aan zee bleek de rivier dichtgeslibd te zijn met een kilometers lang strand waar helemaal geen kip te bekennen was. Kwam dat even goed uit. Enige verkoeling is de laatste tijd wel heel erg gewenst. ‘s-Morgens om 8 uur is het al bloedje heet. Hoe die veelal vrouwelijke landarbeiders dat de hele dag volhouden, is me een raadsel. In alle vroegte zet een tractor met aanhanger ze in zo’n knollenveld af om 12 uur later pas weer opgehaald te worden.
Het einde van mijn reis begint in zicht te komen. Het laatste plakje Schwarzwalder schinken is op. De koffie wordt ook schaars; zouden 2 pakken genoeg zijn voor komende weken?. Kaas is er nog in overvloed, zeker nog voor 3 maanden. Net als drop e.d.

Plaats een reactie