Alghero

Het blijft door mijn hoofd spoken. Het was een zo maar een opmerking van iemand. Naast de gecanoniseerde archeologische sites probeer ik zelf nog niet vastgelegde plekkies te ontdekken. Meestal aan de hand van een minuscuul kaartje waarover wat stippen zijn uitgestrooid. De kans op succes is dan ook minimaal. Alhoewel, na heel wat gedwaal vond ik zomaar in het struweel een uitgehakte graftombe. Klein maar het was er een. Viel helemaal in het niet bij die op de necropool van Anghelu Ruju.

Deze keer was ik ook op zoek naar een paar nuraghes waar nog geen plaatjes van zijn en die als het ware in de achtertuin van mensen liggen. Er zijn er nl. duizenden van; dus maak je borst maar nat… Bij een B&B het erf opgelopen om navraag te doen. Vanwege het geblaf van hun honden komt een mevrouw naar buiten. Blijkt een Nederlandse te zijn, runt samen met een autochtoon iets agrotouristisch. Met stomme verbazing bekijkt ze mijn kaartje. Narughe La PrisgionaZiet dat er meer dan 100 op aangegeven staan. “Je gaat die toch niet allemaal proberen te vinden?” En spreekt te onvergetelijke woorden uit “Joh, als je er een gezien hebt, heb je ze allemaal gezien”. Nou dat komt aan hoor…

Vorige week meldde ik gearriveerd te zijn in Calangianus, ook genaamd Caragnani. Stond er niet zo bij stil maar alle plaatsnamen zijn dubbel. Het heeft ermee te maken dat Sardinië eeuwenlang tot begin 1700 Spaans is geweest. In Alghero/L’Alguer, vlakbij waar ik sta aan de Golfo di Conte, wordt nog Catalaans gesproken. Niet dat ik het gemerkt had. Al dagen zo’n beetje op de vlucht voor de regen en de kou. Eerst naar Porto Torres en nu weer wat zuidelijker. Het maakt inderdaad iets uit. In de verte boven de bergen zie ik nog steeds donkere regenwolken hangen. Maar gelukkig zijn de vooruitzichten aan de beterende hand.

Tussen de buien door toch al van alles kunnen bekijken. De hele begraafcultuur van 1500 jaar voor Christus en ouder passeerde de revue. Van hunebed tot uitgehakt rotsgraf en grafheuvel met in het midden een soort kist. Het meeste indruk maakten de tomba’s di giganti. En dan met name vanwege het licht geboden front met in het midden een enorme plaat natuursteen met onderin een klein poortje. Men neemt aan dat op het voorterrein afscheid werd genomen van de overledene(n). De bijzetting vond niet plaats door de deurtje maar van bovenaf. Alle graven die we zien zijn als het ware naakt. Van origine waren ze bedolven onder dikke lagen aarde of keien.

Het Romeinse verleden kom je mondjesmaat tegen. In Porto Torres staan de resten van een groot badhuis fier overeind. Lang niet als zodanig herkend, gelet op de bijnaam paleis van koning Barbaros. De zuilen uit gebouw vonden een nieuwe bestemming in de Romaanse basiliek uit 1100 die gewijd is aan 3 martelaren. Zij weigerden de ene ware god af te zweren en zich weer over te geven aan de heidense goden. Verder nog wat boerderijen en bruggen die de tand des tijds hebben doorstaan.

Tempietto di MalchittuNiet onvermeld mag blijven een nieuwe uitputtingsslag. Twee keer zo erg als de vorige. Opnieuw overleefd. Met als trofee dit -naar men zegt- tempeltje. Heel wat anders dan de nu toe ene echt lekkere dag bij de golf van Conte. Kon het niet laten pootje te baden. Wilde toch even de temperatuur van het water aan den lijve voelen. Gleed ik pardoes onderuit, bijna kopje onder. Viel nog best mee ook. Scheelde weer een ingewikkeld wasbeurt in mijn doucheje van 60 bij 60 cm wel te verstaan.

Plaats een reactie