Vrijdag 29 maart 2013 Pella

Mijn derde dag in Griekenland. Iedereen die tegenkom en spreek, blijkt Nederland ontzettend goed te kennen. Het hoogst scoren nog steeds de tulpenbollen. Maar als goeie tweede geen (inmiddels overjarige) voetballers meer. Deze plaats wordt nu ingenomen door onze prime minister Rutten. Ik was er al bang voor. Gelukkig graven praatjes in een winkel of op een opgraving niet erg diep. Mijn Engels is al niet zo bie, de gemiddelde Griek doet daar niet voor onder. Zeer gewaardeerd wordt in dit soort non-verbale communicatie als ik met mijn hand een snijdende beweging ter hoogte van mijn hals maak. Ik bedoel dan dat ik met ze mee kan voelen. Dat ze wel heel erg het mes op de keel worden gezet. Of dat er ook uit begrepen wordt, betwijfel ik. Ook niet erg, want daarna oefenen we nog wat vormen van goeie dag zeggen op z’n Grieks en gaan we als de beste vrienden uit elkaar.

Griekenland blijkt veel verder weg dan ik had gedacht. Na vier dagen had ik pas Macedonië bereikt. Debet hieraan was dat ik besloot even een kort uitstapje te maken naar Gamzigrad in Servië. Langs de weg stond een mooi bord met de uitnodigende naam Felix Romuliana. En ik had al meer dan 1500 km achter de kiezen. Dus was wel toe aan een verzetje. Bleek de lieve vrouw alleen niet langs de weg te wonen maar bijna 90 km diep het land in. Gelukkig was het een prima weg er naar toe. Iets was je niet van alle wegen in voormalig Joegoslavië kan zeggen. De in Rotterdam evenzeer bekende meneer Strabag had zich hier ook uitgeleefd en met succes. Het resultaat deed er niet voor onder. Een prachtig Romeins fort. Dat was mijn eerste indruk. Maar het bleek heel iets anders te zijn. Een buitenpaleis van een zekere Galerius, een van de tetrarchen die met z’n vieren in de 4de eeuw na Chr. het Romeinse rijk bestierden. Van het paleis was niet veel meer over. Maar de nog overeind staande muren en torens waren imposant te noemen. Ondanks dat ze nog maar half zo hoog waren als destijds. Galerius heeft de paleis nooit af gezien. Hij overleed al jong. Zijn moeder waarnaar het paleis vernoemd was, heeft er nog wel jaren gewoond. Vergeten zullen ze het nooit. Beiden zijn vergoddelijkt en begraven op een heuvel vlakbij. Een heel wonderlijk proces. Hun lichamen werden ondergebracht in twee grote tombes. Met daarnaast twee -zeg maar- dolmen, forse heuveltjes. Dit waren de plaatsen waar boven op een houten stellage (hun gelijkende?) poppen werden verbrand. Na deze ceremonie werd er een muurtje omgezet en vervolgens afgedekt met een meters hoge aardlaag. Zou het iets van een compromis zijn geweest tussen het opkomende christendom en de oude traditie van verbranden…

Het was niet alleen ver. Het was bovendien vreselijk koud onderweg. Alle nachten met de kachel aan geslapen. ‘s-Ochtends hingen de ijspegels aan de caravan en waren de ruiten dichtgevroren. Dus stel je maar voor hoe ik daar rondstapte. Dik ingepakt, capuchon op en handschoenen aan. Echt op vakantie. Er was maar een ongemak. De afvoerleidingen van de gootsteen en de douche die onderlangs naar de vuilwatertank lopen, waren binnen de kortste keren bevroren. Een beetje armoedig wassen in een teiltje.

Maar in Macedonië brak de zon door en ontdooide alles weer. Hier lag mooi op de route een oude stad op me te wachten: Stobi. Romeins van origine en nog vele eeuwen ‘hergebruikt’. Bovenop het theater was in de Byzantijnse tijd een kerk gebouwd. Heel toevallig werd net toen ik er was een mozaïek aan het daglicht bloot gesteld. Meestal ligt dit soort schoons verborgen onder een zeil met een laag zand erover.

Eigenlijk was het mijn bedoeling in alle twee de landen veel meer te bekijken. Jammer dat de kou met zuidwaarts dreef. Hopelijk kom ik er op de terugweg aan toe. Maar wie weet, is het dan veel te lekker weer in Griekenland, om daar op tijd te vertrekken.

De reis door voormalig Joegoslavië vond ik toch een belevenis. Een reis terug in de tijd. Alsof er sinds mijn vorige bezoek 30 jaar geleden niets veranderd is. Dezelfde rommelige en versleten sfeer op het platteland. Van die merkwaardige steden met klassieke gebouwen pal naast abstracte betonnen monsters uit latere tijden. En dan die geur. Zeker in dit seizoen van het jaar. Stank mag je niet noemen, het ruikt er gewoon naar het verbranden van kolen en bruinkool. Legt dat maar eens uit aan een Nederlander, die opgegroeid is met op gas gestookte CV’s.

Op het moment zit ik in Griekenland in Pella, de geboorteplaats van Alexander te Grote. In het nu zelfstandige Macedonië hebben ze hem hoog. De enige doorgaande snelweg heet de Alexander motorway. Het voetbalstadion draagt eveneens zijn naam. En ga zo maar door. Eigenlijk een klein drama dat Pella niet in dat land ligt. Alhoewel, ik heb er rondgelopen en moeten constateren dat er niet veel te beleven valt. Er is niets van over. Nou ja, bijna alles. Zie het badhuisje met ieder een eigen badje. Het moet een indrukwekkende stad zijn geweest. Het binnenstadsplein, de agora, mat maar liefst 200 bij 175 meter. Verder was alles heel strak gepland, rechthoekige percelen, haaks op elkaar staande straten, een uitgebreid rioleringnetwerk, overal stromend water enz. De tijd, een paar aardbevingen en het gebruik van een heel slechte soort kalksteen heeft alles doen vergaan.

Nu vlug naar de Lidl. Van thuis had ik nog wat maaltijden van Tafeltje dekje meegenomen. Deze beginnen op te raken.

Op weg naar Griekenland

Beetje bij beetje beginnen mijn plannen te rijpen voor een nieuwe reis. Ik hoop dat de Grieken nog zitten te wachten op bezoek uit het noorden. Ik kan me voorstellen dat ze daar wat moeite hebben. Vermoedelijk vertrek ik medio maart 2013 om zo een maand of 3 later weer terug te keren. Bovenin de site staat een kopje ‘Waar naar toe in Griekenland’. Na aanklikken verschijnt een interactief kaartje met de plekken die ik denk te gaan aandoen. Een beetje te veel waarschijnlijk… (Om terug te keren op de weblog klik op ‘Home’.)
Bij terugkomst moet ik als een haas mijn boot weer zeilklaar maken om in de zomer te kunnen afreizen naar Bretagne. Wat moeilijker bereikbaar dan de Oostzee vanwege de Atlantische westenwinden, maar met als groot voordeel dat je zo weer thuis bent (medio september). Dezelfde kennissen als vorig jaar hebben beloofd de boot naar Brest te brengen. Dat scheelt al weer een jas (of zo). Ga je toevallig ook die kant uit, kijk dan eens op ‘Bretons handwerk’. Ook al zo’n hunebedden-paradijs, opgevrolijkt met ‘landingsbanen’ aan op een rij gezette rotsblokken… zoals in de buurt van Carnac. (Aangeklikte kaartje kan links onder met ‘View larger map’ groot worden gemaakt; kaart kan rechtsboven worden omgezet in satelliet-afbeelding.)

Donderdag 20 september 2012

Het is iedere keer een opgave om mijn reis netjes af te ronden, tenminste in de vorm van verslaglegging. Dat komt in de eerste plaats omdat er eigenlijk maar heel weinig nog te melden valt. Je bent immers op weg naar huis. Echt iets nieuws bezoeken doe je niet meer. Je belangrijkste opgave is zo snel mogelijk de lange weg terug vanuit de Oostzee te volbrengen. Twee jaar geleden heb ik weken gedaan over het stukje Cuxhaven aan de monding van de Elbe, langs de Wadden en via Delfzijl binnendoor over Groningen, Leeuwarden, het IJsselmeer, Amsterdam, Haarlem, de Kaag, de Brasem, Alpen ad Rijn en Gouda. En zo op Schiedam aan via Hollandse IJssel en de Nieuwe Waterweg. Een tocht met een schier oneindig aantal bruggen, sluizen en tientallen kilometers lange sloten, vaarten en kanalen. Dat wilde ik dit keer zien te voorkomen.

Desiree en Nico


Daarom had ik twee ervaren zeilers gevraagd naar Cuxhaven te komen met het idee als het weer goed is langere afstanden te kunnen overbruggen door o.a. ’s nachts door te varen. Iets wat je op je eentje niet doet.

Nico


Dan hop je telkens een klein stukje verder. Met alle risico’s van dien. Want wat op de ene dag te bezeilen valt, kan de volgende dag totaal onmogelijk zijn. Zeker zo in september, beginnend najaar. Mijn nieuwe aanpak heeft wonderwel succes gehad. Dit keer geen tocht van weken maar slechts vijf dagen! ’s Avonds om 8 uur gooiden we de trossen los in Cuxhaven om 26 uur later in Vlieland aan te komen. In het donker voeren we de Elbe af met de stroom mee, aan de verkeerde kant van de vaargeul net buiten de tonnen. Rechts passeerden continu gigantische zeeschepen. En voor je flikkeren zover je kan kijken overal lichtjes, verlichte boeien. Er zit een soort systeem in. Maar heel vaak vergis je je. Soms is het heel moeilijk te zien welke dichtbij en welke veraf is. In de vaargeul naar Vlieland ging ik daarmee helemaal de mist in. Het is dat Nico goed oplette. Ineens riep ie bakboord en op enkele meters scheerden we langs een reuze, onverlichte ton die ik totaal niet gezien had. Voortaan ’s nachts maar van groene naar rode, verlichte tonnen varen. De overtocht van Cuxhaven naar Vlieland verliep wel erg gladjes. Er was nauwelijks wind zodat we de tocht grotendeels op de motor moesten afleggen. Daar stond tegenover dat we ’s middags heerlijk in de zon hebben kunnen zitten. De boot voer vanzelf op de stuurautomaat. De volgende dag was het nog steeds mooi weer maar het waaide stevig, windkracht 5/6 uit het zuidwesten. Doorvaren naar Den Helder is dan geen optie. Met heel veel moeite wisten we op te kruisen naar Harlingen. Vandaar zijn we langs de kust over een ondiepte, die alleen met vloed te passeren valt, naar Kornwerderzand gegaan. Achter de sluis naar het IJsselmeer brachten we de nacht door. Voor nop aan de wachtsteiger, heel wat goedkoper dan de 37 euro voor één nachtje op Vlieland. De oversteek van het IJsselmeer leverde geen enkel probleem op. ’s Ochtends zat de wind even tegen maar draaide al snel in de goeie richting waardoor we in een ruk naar Amsterdam konden zeilen. Hier moet je kiezen: verder binnen door (zie beschrijving hierboven) of naar IJmuiden en buitenom naar Hoek van Holland. We hebben de gok (in mijn  termen, hè) genomen en het pakte goed uit. Op mijn eentje was ik daar van mijn levensdagen niet aan begonnen. Wat een golven, zeker wanneer je vanuit de haven naar buiten de zee op vaart. Eenmaal op zee stond er nog steeds een stevige deining maar dan liggen de golftoppen veel verder uit elkaar. In nog geen 9 uur vanaf IJmuiden lagen we weer lekker beschut in mijn thuishaven in Schiedam. Heerlijk rustig!

Ystad – Cuxhaven
Gebruikelijk (maar wat is gebruikelijk?) is deze afstand in een paar stappen af te leggen, te weten: Ystad (voor de Wallander-liefhebber, spreek uit Uustad) – Klintholm – Gedser – Heiligenhafen – kop Kieler kanaal – staart Kieler kanaal – Cuxhaven. De eerste schrede – en nog wel de langste – lukte in een keer. Een oversteek van Zweden naar Denemarken in net geen 11 uur. Bijna helemaal op de motor bij gebrek aan wind. De dag daarop waaide het wel maar uit een heel ongelukkige hoek. Al kruisend halverwege Klintholm – Gedser in Hesnaes een tussenstop gemaakt.

Hesnaes


Een leuk klein haventje met een paar huisjes en iets waar ze iets met vis deden. Maar verder helemaal niets en zonder een cent Deens geld op zak om het liggeld te kunnen betalen. Op de vouwfiets het achterland ingereden en kilometers verder bij een uitspanning een ijsje gekocht en wat extra kunnen pinnen. Zo, dat was ook weer opgelost. Zelfs nog even in zee gezwommen. Voor de laatste keer, bleek achteraf. Gedser overslaan en gelijk door naar Heiligenhafen had kunnen lukken… ware het niet dat het steeds harder begonnen te waaien. Dat was nog te overzien geweest. De verrassing bestond eruit dat vlak voor Gedser mijn grootzeil naar beneden kwam zetten. Hoe is me nog een raadsel, hoe kan nou een snapsluiting openspringen? Gevolg was wel dat ergens hoog in de mast de val, waarmee je het grootzeil hijst, hing. De zorg om dat touw weer naar beneden te krijgen, deed me besluiten toch Gedser aan te doen. Achteraf bezien, een onnodig besluit waarschijnlijk. Ik had net zo goed de bazaan (het zeiltje achterop) kunnen zetten en door kunnen varen. Met ruime wind doet het grootzeil niet erg veel. Qua snelheid scheelde het nog geen knoop (6,6 i.p.v. 7,5) met alleen de fok. In de haven iemand van de bruine vloot bereid gevonden om naar boven gehesen te worden. Iets wat ik nog steeds niet aandurf. Schijn je aan te kunnen wennen, na een paar keer… Maar ik zie me daar al rondzweven op 16 meter hoogte! In Heiligenhafen vervolgens 4 dagen – zoals dat heet – verwaaid gelegen. Geen echte ramp. Het stadje is niet zo veel, het put zich uit om toeristisch te worden. Net als bijna alle havenplaatsjes die ik onderweg aandeed. Of dat beklijft op den duur, ik vraag het me af.

Heiligenhafen vogelwacht


Heiligenhafen


Veel meer dan een hoop prullariawinkels met vreettenten rond een havenkommetje wordt niet geboden. Het enige aardige van Heiligenhafen is een landtong met aan de ene kant strand en aan de binnenzijde een natuurgebied.

Heiligenhafen graf


De volgelwacht op het einde is zeker een bezienswaardigheid. Voor hunebedden hoef je er in ieder geval niet naar toe. Ze zijn er wel en met enige moeite te vinden. Want een bleek bijna verzwolgen te zijn door de zee. De ander was een nog fraaier lot beschoren. Men had er een picknickplaats van gemaakt! Op de heenweg hebben we ook in Heiligenhave n overnacht om de voetbalwedstrijd Duitsland-? te kunnen zien. De moed der wanhoop was toen net zo tastbaar. Ver in de tweede helft zag het al heel slecht uit voor het elftal. Toch werd in het café die Mannschaft met likeurtjes uit miniflesjes moed ingeklonken. Het mocht net zo min baten.

Maandag 27 augustus 2012

De meeste gesprekken die je onderweg voert, stellen niet zo veel voor. Of men is 30 jaar geleden een keer in Nederland geweest en de meegenomen tulpenbollen doen het nog steeds prima (ik heb géén tuin!) of het wil dit jaar maar geen zomer worden. Mijn verhuiswagencombinatie is ook altijd een gewillig onderwerp. Bijna iedereen spreekt heel goed Engels, beter dan ik in ieder geval. Maar soms loop je iemand tegen het lijf die het niet bij machte is. Zoals pas geleden. Ik stond aan een meer, als het ware bij iemand in de voortuin. Een tweede huis waarschijnlijk want er was niemand. De volgende ochtend komt een man, iets ouder dan ik, langs geschuifeld. Op weg naar zijn brievenbus aan de doorgaande weg om de krant op te halen. Tenminste hij komt ermee teruggelopen en ziet mij zitten ontbijten. Hé, de gangbare groet bij ontmoeting in Zweden. Hé hé retour en hij komt naar me toe en legt in het Zweeds uit wat is wezen doen. Dat nam ik aan. Al wijzend en house house noemend begrijp ik dat hij wat verderop woont. Ik was er de avond ervoor al langs gelopen, uitkijkend naar een wat handiger overnachtingsplekje. Daarna stokte het gesprek een beetje. Want veel meer Engels was ie niet machtig. Maar de krant bleek de sleutel voor een hele conversatie te zijn. Door simpelweg woorden aan te wijzen die ik dacht te herkennen omdat ze verdacht veel leken op iets in het Nederlands. Ik weet nu dat Zweden een groot verzuringsprobleem heeft. De voorpagina opende ermee, geïllustreerd met een foto van een helikopter die ladingen kalk in een meer aan het gooien is. Nog veel spannender werd het in het museum bij Tanum, dat is niet het drukbezochte bezoekerscentrum en ligt een end uit de route. Ik was de enige bezoeker en kreeg een hele rondleiding. Interessant was dat er allerlei overeenkomsten werden aangegeven tussen culturen op totaal verschillende plaatsen op de wereld. Bv. de voetstappen in de rotstekeningen hier en die van Budha in India (uit de tijd dat ie nog niet gepersonifieerd werd). Het springen over de horens van een stier, wat ook veel afgebeeld is in de Minoïsche tijd op Kreta. Of de afbeelding van mensen die aan touw rondslingeren rond een hoge paal/boom. Iets wat nu nog gebruikelijk is bij Indianen in zuidelijk Amerika. We raakten aan de praat hoe dat toch mogelijk is. Was er één oerbron? Bij de footprints kan je dat nog voorstellen vanuit onze gedeelde Indo-Germaanse roots. Bestond er onderling contact? Zou heel goed kunnen met dat soort spelletjes. Maar rond een boom slingeren kan toch heel moeilijk van elkaar afgekeken zijn, gelet op de twee heel verschillende werelden waar het zich manifesteert. Misschien zit het gewoon in de mens. En laten bepaalde condities het naar buiten komen. Blijkbaar zijn we als soort redelijk beperkt en ontspruiten makkelijk identieke gebruiken en gewoontes. Voor het feit dat onze oer-oer-voorouders een veel grotere kunstzinnigheid aan de dag legden, bv. in de grotten van Lasceaux, konden we niet zo gauw een antwoord bedenken. Waar hier in de steentijd op de rotsen is gekrast, haalt het toch lang niet bij die prachtige, levensechte schilderingen.

Maandag 13 augustus

Een paar dagen op doorreis. ’s Ochtends in Lidköping in de bieb mijn weblog bijgewerkt. Daarna flink doorgereden en vond zomaar een standplaats voor de nacht met een eigen natuurbad. Helemaal niemand te bekennen en alles doet het. De wc, de douches (wel alleen koud) en noem maar op. De volgende ochtend kwam een moeder met kind langs. Het jochie wilde zich even uitleven op zo’n springmatras. De volgende dag het zelfde laken en pak. Een tussenstop in Trollhättan. Hier zijn eeuwenlang verschillende sluizencomplexen aangelegd om een verbinding te kunnen maken met de enorme binnenzee Vänern en de fjord naar Götenborg. Vroeger was men in 11 stappen boven, tegenwoordig in 4. Maar dan wel hele grote…

Woensdag 15 augustus

Bezoek aan Tanum een dagje uitgesteld. Het is veel te mooi weer, net als het plekje aan het Aspen meer.

Donderdag 16 augustus

Op naar Tanum. Een werelderfgoed site vanwege de grote hoeveelheid rotstekeningen die er gevonden zijn. Heerlijk met de elektrische stoomfiets rondgereden, kwam zeer van pas omdat er nogal wat klimmetjes in het parcours zaten en de verschillende locaties kilometers van elkaar liggen. Gelukkig zijn de meeste rotstekeningen wit of rood ingekleurd. Zonder is het een gepuzzel om wat te kunnen onderscheiden. Hoe de mensen dat destijds hebben gedaan, is niet duidelijk. Misschien waren rosten zwart geëtst door het een of ander en zag je wat je deed, als je dat met een hardere steen te lijf ging. Voor een goed begrip: in die tijd stond het waterpeil van zee zo’n 15 tot 25 meter hoger dan tegenwoordig. Wat nu aangetroffen wordt midden in land, lag destijds heel waarschijnlijk pal aan zee. Dat geeft wel een hele sfeervertekening. Ik heb honderden plaatjes geschoten van al die Keith Haring afbeeldingen. Ter illustratie zomaar wat kiekjes van wat details.

Zondag 19 augustus

De terugreis aangevangen, van Tanum (bijna bij de Noorse grens) naar het zuiden. Naar Ystad waar ik ruim anderhalve maand geleden werd afgezet met de boot en nu de caravan omruil, opnieuw voor de boot. Een tocht van ongeveer 500 km. Voornamelijk over de grote 4-baans verkeersweg. Onderwijl her en der nog wat rotstekeningen, grafvelden e.d. aangedaan. Deze route loopt redelijk dicht langs de kust. Een paar keer geprobeerd daar een plekje voor de nacht te vinden. Da’s verre van makkelijk. De eerste (en enige) keer eindigde de weg op een camping die helemaal niet op de kaart stond. Daar maar gebleven anders moest ik weer een heel stuk terug. De kuststrook is zeg maar bijna helemaal geprivatiseerd. Overal zijn kleine of grote optrekjes op een eigen stukje grond neergezet. Zo af en toe zijn er wel publieke stukken maar daar zijn dan ook gelijk allerlei campings. Going wild is er dan niet echt bij. Toch is het me gelukt in Ugglarp. Een waardige afsluiting. De strand was mooi, het weer was prachtig en keurige openbare toiletvoorzieningen op loopafstand. ‘s-Avonds samen met 2 nederlands sprekende Zweden St. Janskruid geoogst. Waarom dat in de schemer moest, werd me niet duidelijk. Dat gold voor meer. Je schijnt er heel rustig van te worden als je het oplost in 30% alcohol…

Vrijdag 24 augustus

Gert en Jantine zijn om 13.30 uur vertrokken met de caravan. De grote volksverhuizing ging ons dit keer heel wat makkelijker af. Ik zit weer op de boot en ben begonnen aan de terugreis naar Nederland. Als maar hopend op niet te veel wind uit het westen of zuidwesten. De eerste dag van Ystad naar Klintholm helemaal op de motor moeten doen, een tocht van bijna 11 uur. Geen wind en wat er stond pal tegen. Dus een goed begin. Nou ja, in Ystad dacht ik dat er iets totaal mis was met de keerkoppeling. Ik peilde geen olie en onder de motor lag een hele plas. Toch geen lekkage…? Volgende morgen is een monteur wezen kijken. Kon niets vinden!!! Hij denkt dat ik gewoon olie heb lopen morsen en de peilstok is inderdaad heel moeilijk af te lezen. Ik had mijn haren uit mijn hoofd kunnen trekken, maar dat kan niet. Ben in Ystad naar een Zweedse kapper geweest.

Maandag 13 augustus 2012

Vanmorgen ging ik nog even naar de zgn droge wc, vlak bij een strandje waar ik een paar dagen heb doorgebracht. Je kon je ogen niet geloven. Geen papiertje te bekennen, terwijl er toch de vorige dag heel wat mensen waren geweest om in de zon te zitten, te zwemmen en niet te vergeten te barbecueën. Geen reinigingsdienst aan te pas gekomen. Zweden zijn echt heel keurig en over alles is nagedacht. Je merkt ook de grote voordelen van dat niet alles is weggeprivatiseerd. Dat geeft voor iemand die rondtrekt, ontzettend veel gemak. Overal zijn bv. openbare wc’s, in de steden maar ook op de meest afgelegen plekken bij de minuscuulste natuurgebiedjes. Geen gehannes met de poepdoos. Douchen is ook geen probleem. Al een paar keer me gewassen in een meer. Of echt gedoucht in alweer iets publieks bij een langlaufpiste, die in de zomer wordt gebruikt als trimbaan. Water is evenmin een probleem. Elk dorp heeft wel een kerkje met een begraafplaats met een kraan om de bloemetjes te kunnen begieten. Als ik ze had, behoort matjes kloppen ook tot de mogelijkheden. Des te verbaasder was ik om een zwerver in een bushokje tegen te komen. Hij was op de fiets gekomen en woonde er al weken.

Maandag 6 augustus

Vorige keer klaagde ik een beetje over de grafvelden. Er zou niets aan te zien zijn. Had ik maar niks gezegd, ga zelf kijken in/bij Nässjö!. Prachtig prachtig. Tussen een paar hoosbuien wat fotootjes kunnen maken. Op het eerste gezicht, uit de verte lijkt het een grote puinzooi. Maar dichterbij gekomen blijkt er een zekere orde in te zijn; ze staan allemaal in cirkels.Typisch ijzertijd… Het is me nu wat duidelijker geworden. De echte hunebedden stammen uit de steentijd. En de hopen grote kiezels zijn bronstijd.
Nässjö had nog een paar verrassingen. Een Lidl. Oh wat vertrouwd. Eindelijk weer lekkere dikke Griekse yoghurt ipv. die zweedse dunne prut. En de omvormer om mijn elektrische fiets op te laden begaf het. De volgende dag kon ik een nieuwe komen ophalen. Ook weer opgelost.

Woendag 8 augustus

Het kan niet op. Dit keer bijna allemaal echte hunebedden. Twee keer droge kleren moeten aantrekken. Maar daar stond ook wat tegenover.
Aan het eind van middag op bezoek gegaan bij John Sla en Bertine van Zutphen In Floby (spreek uit Flobu). Hem ken ik vanuit Schiedam, is lid van dezelfde archeologische club. Hij woont met wat onderbrekingen al 16 jaar hier. Deed me allerhande tips aan de hand van wat ik echt niet mag missen.

Vrijdag 10 augustus

De meest productieve dag tot nu toe. Drie grafvelden, 2 rotstekeningen en 1 kloosterkerk waar enkele oer-koningen liggen begraven. Dit keer een echt bootgraf. Voor hoe lang nog is de vraag. Het grafveld was nauwelijks betreedbaar. Koeien hebben de grond helemaal aan gort getrapt. De eerste rotstekeningen bezocht. Volgende week volgen er veel meer als ik richting Tanum rijd, tegen de noorse grens aan. Of ik zover kom, is onzeker. Het is zomer geworden. In de loop van de vrijdag klaarde het op, stopte de regen en brak eindelijk de zon volop door. En dat duurt nu al tot zondag. Sta al 2 dagen vlak bij het Vänern meer. De auto heb ik losgekoppeld om ‘s- ochtends wat ik in de omgeving te kunnen bekijken, waarna ik ‘s-middags heerlijk in zon zit te lezen en duik neem in het meer. Nou ja een meer, eerder een binnenzee.

Maandag 6 augustus 2012

We zijn uit elkaar… Op mijn verjaardag (hoera, alweer 66!) heb ik de boot vaarwel gezegd en ben met de caravan vertrokken. Over 3 weken zullen we elkaar pas weer terugzien. Afspraak is in Ystad, daar waar het ook begon. Het is wel even wennen. Wat is het klein in de caravan. Zeker op een dag als vandaag, zondag 5 juli. Het regent regelmatig. Zonde want ik sta op een prachtig plekkie. Midden in een woud aan rand van een meer. En dan letterlijk veel binnen moeten zitten, dat is dan niet leuk. Op een wandeling, je weet wel op zoek naar, eindigde het redelijk brede pad daar. Het grafveld heb ik (nog) niet gevonden. De zweedse tak van onze voorouders timmerde niet zo aan de weg. Terwijl er toch materiaal genoeg voor handen is/was. Nergens prachtige hunebedden. Maar slechts hoopjes stenen, als je geluk hebt. Soms moet je het doen met een bordje bij een knollig veldje. Dat is het dan. Waarschijnlijk heel authentiek, maar weinig aan te bewonderen. Ik weet het, het zijn nog maar de eerste indrukken van het binnenland. Nu we toch over oud hebben, in Zweden is het rage om oude spullen op te knappen. Zal wel uit de handvärk- traditie voortkomen.Wat is er niet leuker om in de winter thuis een amerikaanse auto uit de zestiger jaren een nieuw leven te geven. Werkelijk plaatjes van Cadillacs, Oldsmobiles enz zie je rond rijden. Terwijl de benzine toch flink wat duurder is dan bij ons. Gisteren nog met een trotse eigenaar gesproken. Hij was op weg naar een soort zegetocht met 600 of 700 andere van die old timers. Mister Grön, sorry Green (rechts onder als je heel goed kijkt) liet me ook een kijkje onder motorkap nemen.

Zondag 29 juli

Weer teruggevaren naar Öland. Lig nu in Sandvik. Eigenlijk niet meer dan een jachthaven, 101 huizen, waaronder hele moderne, en een wat ze hier noemen een hollandse molen. Ik moet nu echt wat aan die kies laten doen. Het is soms niet harden, met name bij koud en warm eten en ‘s-nachts. Via de mail overleg gehad met mijn tandarts in Rotterdam. Die begreep niet goed waarom de eerste keer trekken aan de orde was geweest. Gewoon een lekkere zenuwbehandeling en weg is de pijn. Met die boodschap ben ik maandag naar de kliniek in Borgholm getogen. Een plaats 30 km verderop, waarmee 2 maal per dag een busverbinding bestaat. Een keer heen om 10 uur en weer terug om 14 uur. Dat gaf gelijk ook de marges aan waarbinnen de behandeling diende te geschieden. En dat is echt gelukt, zonder de lunchpauze van de medewerkers geweld te hoeven aandoen. Op dinsdag om precies 1 uur stonden ze voor me klaar. En 50 minuten later stond ik weer buiten. Ruim op tijd om de bus terug nog te kunnen halen. Bij de afscheid vroegen ze nog nadrukkelijk of ik pijnstillers had. Waarom, dacht ik nog. Ja, dat bleek. Twee dagen lang moesten de opgeboorde wortels en het naakte stompje kies zonder kroon duidelijk wennen aan de gewijzigde omstandigheden. Maar dat is nu achter de rug. Heerlijk! Achteraf moet ik erkennen dat de zeurende kiespijn wel een aardige wissel heeft getrokken op mijn humeur en de lust om wat te ondernemen. Zo bracht ik op Gotland een bezoek aan Visby. Een werkelijk prachtig, oud vestingstadje. Maar tot veel meer dan een bezoek aan het Länsmuseum en een kerk ben ik niet gekomen. Na een uur of drie trof ik mezelf zielig aan op een bankje, wachtend op de bus terug naar Klintehamn. Dat gebeurt me toch niet veel.

Woensdag 1 augustus

Op naar Figeholm op het vasteland. De plaats waar we afgesproken hebben elkaar te zullen ontmoeten en de uitwisseling plaatsvindt. Tot nu toe was ik niet erg onder de indruk van het zweedse landschap. Je denkt aan een scherenkust. Vol met eilandjes en mooie baaitjes. Dat was tot nu toe heel erg tegengevallen. Van Ystand tot aan de kop van Öland is het grotendeels een zgn. klinte-kust, zeg maar lage krijtrotsen en dan in het donker grijs. Laat het mooie nu pas echt beginnen… Jammer, volgende keer gelijk door naar het noorden, dus.
Eind van de middag is een aanvang gemaakt met de grote volksverhuizing. Wat een operatie om 2 huishoudens tegelijk van huis te laten wisselen. Tot de dag erop bezig geweest voordat alles weer een nieuw plekje had gevonden. Nog afgezien van allerhande zaken die ik vergeten ben te verhuizen. Denk aan de kookwekker. Een essentieel onderdeel van het koken uit een pakje.
Voor het eerst meegemaakt wat muggen vermogen in Zweden. Tot nu toe eigenlijk geen last van gehad. Zeewater? Waarschijnlijk. Maar nu, je weet niet wat je overkomt. Bij het vallen van de schemering komen ze uit hun krochten. Bij duizenden, van de hele kleine. En steken dat ze kunnen.

Vrijdag 27 juli 2012

Donderdag 19 juli

Eindelijk een afspraak met een tandarts kunnen maken. In het plaatsje waar ik ben, is een kliniek. Maar niet voor spoedeisende klachten…! Dat is centraal geregeld en 25 km verderop. Eerst met de pont naar de overkant naar Kalmar en dan op de fiets naar nowhere. Tot overmaat van ramp goot het die dag. Dus ik kwam daar helemaal verzopen aan. De diagnose stemde me evenmin vrolijk. Grote plek cariës, net onder een kroon. Eigenlijk had ie eraf gemoeten om er goed bij te kunnen. Maar ja, dat vergt een behandeling van weken, inclusief het plaatsen van een nieuwe kroon. Geen optie voor iemand die op doorreis is. Het liefst had de tandarts de kies gelijk willen trekken. Maar na wat heen en weer gepraat is gekozen voor een tussenoplossing. Zo veel mogelijk van de troep wegschrapen en daarna het gat maar dichten. De kans op succes is 50/50. Ik ben bang dat ik aan de verkeerde 50% zit. Nog steeds zeurt het maar door. Ik kijk het maar aan hoe lang het vol te houden is.
Bij terugkomst in Färjestaden wachtte me een verrassing. D’r lag een stukje verder net zo’n zeilboot als de mijne afgemeerd, de Whisper uit Numansdorp. Met een verschil, het is het type met één mast. Maar voor de rest precies hetzelfde. Bij nadere kennismaking bleek de wereld wel heel klein te zijn. Zonder elkaar overigens te kennen, bleken onze kennissennetwerken in het Rotterdamse zeer overeen te komen.

Vrijdag 20 juli

Een stukje doorgevaren naar Stora Rör. Mooie fietstocht gemaakt en voor het eerst in zee gezwommen. Frisjes. Onderweg van alles tegengekomen, maar net niet gevonden waar ik naar zocht. Wel een mooi bewerkte steen, eenzaam in veldje. Voor de duidelijkheid zijn de inscripties rood geverfd. Het schijnt een gedicht te zijn.

Zondag 22 juli

De mooiste dag tot nu toe. Lekker windje, beetje uit een ongelukkige hoek, 7 uur staan sturen. En heel veel zon en heerlijk warm. ’s Avonds voor anker gegaan in een baaitje bij het eiland Sandö. Het ware Zweedse Zwitserleven gevoel. Wat wil een mens nog meer!? Hoef je je boot niet voor te verkopen.

Dinsdag 24 juli

Met pijn in het hart toch maar weer op pad gegaan. We moeten verder en verder. Helemaal doorgevaren naar de kop van Öland. Ook weer een prachtige tocht. Het weer kan niet meer stuk. De vuurtoren Länge Erik gerond en de nacht doorgebracht in Nabbelund. Vlug nog eventjes een grafveldje opgezocht. Morgen oversteken naar Gotland. Erg veel tijd heb ik niet meer want volgende week komt de wisseling van de wacht. Kennissen komen met mijn caravan over en ruilen we van vervoermiddel. Zij drie weken met boot verder en ik ga dan een tocht langs de grote binnenmeren van Zweden maken.

Woensdag 25 juli

Daar zijn we op Gotland, in Klintehamn. Een aardige oversteek van 7,5 uur. Bijna een heel boek uitgelezen (alweer het elfde). De stuurautomaat kon het best alleen af. Ik begin aardig een kleurtje te krijgen. Een beetje eenzijdig nog, de rechter helft voornamelijk. Dat krijg je zo me steeds verder noordoostelijker voortgaan. Hopelijk komt de andere helft op de terugreis aan z’n trekken. Het begint echt een zeilreis te worden. In tegenstelling tot 2 jaar geleden in Denemarken gebruik ik nauwelijks de motor. Alleen bij vertrek en aankomst. Voor de rest alles onder zeil.

Donderdag 26 juli

Heel de dag op pad geweest. Van 10 tot vijf. Bijna 60 km op het vouwfietsje, met een tussenstop ergens aan een strandje. Een illusie armer. Al die mooie scheepsgraven blijken fake te zijn. Zijn tamelijk recentelijk zo in elkaar gezet. Van deze bv stonden alleen beide uiteinden nog op hun plek. De rest lag in de rondte, was weggehaald om de grond te kunnen ploegen. Al langer vroeg ik me af waarom die bronstijd mensen zo noordelijk zijn gaan wonen. De oplossing is simpel. Zo’n 1500 voor Chr was het er warmer dan heden ten dage. Dus heel goed te doen. Ter compensatie prachtige kerkjes uit de 12de eeuw tegengekomen. Uit de begintijd van de kerstening van Gotland. De runensteen met dat gedicht is daar ook aan onderworpen. Aan de achterkant staat in romeinse letters INOMINI (in naam van de Heer(?)

Dinsdag 17 juli 2012

Zaterdag 14 juli 2012
Verscholen achter een luidruchtige cementfabriek hebben zich 2 Nederlanders te rusten gelegd. Verder geen mens te bekennen in het haventje van Degerhamn. Het is dan ook de goedkoopste jachthaven die maar te vinden is volgens de gids… Ik lig er voor anker want de hele zaak is dichtgeslibd of zoiets. In ieder geval geen 3 meter diep, zoals in het boekje staat. Mijn medelander is aan een stukje kade gaan liggen waar met een groot bord gewaarschuwd wordt voor instortingsgevaar. Duidelijk Friezen.
Vanmorgen vertrokken vanaf een piepklein eilandje midden in zee, Utklippan. Het is een vogelreservaat. Met eigen ogen kunnen aanschouwen dat Niko Tinbergen (de broer van de bekendere Jan, ook een Nobelprijswinnaar!) het bij rechte eind had. Jonge meeuwen pikken inderdaad naar een rode vlek op de snavel van de ouders om deze aan te zetten tot het ophoesten van voedsel. Mooi opgemerkt en leuk dat ie er een hele theorie aan verbonden heeft; een Nobel-prijs waardig! Op Oerol heb ik er een toneelstuk over gezien. Vandaar deze wijsheid.
Bij vertrek gaf de havenmeester – hoe kleiner de wereld hoe woester mensen er uit kunnen zien – me de boodschap mee dat het weer weer niet veel zou worden. Gelukkig kreeg hij niet gelijk; pas een uur voor aankomst begon het te regenen. Verder was het best wel aardig, een zonnetje en een beetje wind in de rug. Wat wil je nog meer. Behalve dan de enorme (na)deining van de storm van de 2 dagen ervoor. Uren moeten slingeren, van links naar rechts. Net of je in zo’n ouwe Miele wasmachine zat.
Ook aardig van hem was, van die havenman dus, dat ie me ook nog vertelde hoe hij me gisteren uren had zien worstelen met het wisselen van de voorzeilen. Er stond een lichtweer genua op en die wilde ik vervangen door een zwaarder type. Met al die wind lukte het me niet die op m’n eentje omhoog getrokken te krijgen. Ook eraf, dan maar de fok, die is wat kleiner. Wonderwel, dat lukte me met enig gevloek (moet mijn oude bemanning nog wat zeggen…). Maar toen had ik vergeten de schoten er aan te doen. Geprobeerd het klapperende zeil in bedwang te krijgen. Mooi niet dus. Telkens dacht ik, ja nu het waait ietsje minder. Maar als ik dan in de buurt van het oog kwam, vloog te zaak weer uit mijn handen. De enige remedie was, het zeil maar weer te laten zakken. Inmiddels was het zo laat geworden, dat vertrekken geen zin meer had. Nog maar een ornithologisch nachtje. Lang wakker gelegen bij de vraag of je nu wel wilde beesten mag voeren of niet.

Zondag 15 juli 2012
Degerhamn zou Degerhamn niet zijn zonder Klinta. Opnieuw zo’n prachtig scheepsgraf als onderdeel van een heel uitgestrekte begraafplaats. De oudste graven stammen uit de late ijstijd; wat te zien is stamt uit de tijd van de Vikingen. Midden op het terrein staat een typisch Öland’s molentje. Honderden staan er over het hele eiland te vergaan.
Al vroeg met het rubberbootje met de fiets erin naar de kant geroeid. En op stap gegaan. Maar eerst een praatje gemaakt met een passerende fietser. Een amerikaan van duitse afkomst, getrouwd met een Ölandse. Vandaar. Hij had goeie herinneringen aan Schiedam, had ie gewerkt. Tenminste zolang hij maar geen duits sprak. Had er nog begrip voor ook!
De verrassing van Degerhamn, een gehuchtje met ongeveer 500 inwoners, was een rijk industrieel verleden. Honderden jaren lang werd hier aluminium geproduceerd. Over een afstand van kilometers zijn met de hand hele rotspartijen weggehakt en vervolgens opgestookt na een ingewikkelde chemische behandeling om het aluminium vrij te maken. Van de ravage, die aangericht is, valt niets meer terug te zien. De bergen afval zijn prachtig begroeid, net als de uitgegraven dalen. Wat rest is een cementfabriek, die meer landinwaarts verder het land afgraast. Schijnt ook heel mooi te worden op den duur; ik heb het zelf niet met eigen ogen gezien maar op plaatjes. De steengroeves laten ze vollopen met water en zo ontstaan fraaie meren.

Maandag 16 juli 2012
Zo dat hebben we ook weer overleefd. Meer dan 40 knopen wind oftewel 9 op de schaal van Richter. Ik was gelukkig voorzichtig begonnen met een rif in het grootzeil en nog steeds de fok ipv de genua. Want bij vertrek waaide het al lekker. Dat betaalde zich onderweg uit. Geen centje pijn. Geen enkele keer hoeven op te loeven, gewoon strak doorgevaren. De een na de andere donkere wolkenpartij trok over. Tussen twee frontjes snel ook nog een trui aangetrokken onder mijn oude vertrouwde, gele zeilpak. Zeker al 50 jaar oud en nog steeds het prettigst om te dragen.
Nu afgemeerd in Färjestaden. De verwachtingen voor morgen zijn wat minder wind. Volgens zeggen is het in geen 20 jaar zo koud en winderig geweest aan de Rivièra van Zweden. Alvorens op stap te kunnen eerst op zoek naar een tandarts. Het begint nu echt pijnlijk te worden. Een week lang zeurde het al. Ik denk een kapotte kroon rechtsonder, maar het kan net zo goed een kies rechtsboven zijn. Hopelijk ben ik er morgen van verlost. Een nieuwe stap richting kunstgebit…?

Vrijdag 7 juli 2012

Al weer 6 dagen op mijn eentje onderweg. Hemelsbreed 40 km afgelegd. Over water maar liefst het driedubbele. Dat schiet lekker op. Lig voor de derde dag in Kivik. Geen mogelijkheid om weg te komen. Mist, mist en nog eens mist. Geen zuchtje wind die de grijze waas kan doen oplossen. De vooruitzichten bieden evenmin soelaas. Dan heeft Kivik, uitgezonderd een prachtig graf uit de bronstijd, heel weinig te bieden. Het is een plaatsje van niets. Zonder Wifi en elektra op de wal om de accu’s te laden. Ben net begonnen aan m’n vijfde boek… Films durf ik niet te kijken; kost te veel stroom. Overweeg zelfs de koelbox uit te zetten. Toch is het wel weer leuk om op pad te zijn. Vorig jaar was ik in Nederland gebleven en nauwelijks aan varen toegekomen vanwege de klotezomer. Alsof het dit jaar beter is en zal worden… Het zeewater is nog hartstikke koud. Zelfs geen Zweed nakende vanuit de sauna de zee in zien rennen. De Oostzee is een aantrekkelijk vaarwater. Weinig stroming en getij waar je rekening mee moet houden. Maar het is zo ver weg, met name de terugweg! Gelukkig zijn er paar kennissen, van die echte zeilers, die niets mooier vinden dan veel wind, hoge golven en nachtenlang doorvaren. Zij hebben de boot buitenom langs de Noordzeekust en de Wadden naar Cuxhaven gevaren. Daar ben ik aan boord gestapt en vervolgens hebben ze me verder gebracht tot aan Ystad, zuid Zweden. Voor de thuisreis kan ik gelukkig ook weer beroep doen op een paar liefhebbers. In Ystad nog op zoek geweest naar inspecteur Wallander. Blijkt een hele industrie te zijn waarvoor aan de rand van de stad een enorme studio is gebouwd. Hier zijn alle Zweedse, Duitse en Engelse varianten opgenomen. Net als voorgaande trektochten, of het nu met de boot of de caravan is, laat ik me leiden door highlights uit de oudheid. Voor Zweden een goeie keus geloof ik. Veel anders dan prachtige kerkjes en Ikea is er niet. De natuur waarschijnlijk, alhoewel die hier in het zuiden nogal tegenvalt. Alles is, net als in Denemarken, keurig aangeharkt en glooiend. Naast handwerken en een galerie runnen, is ook hier een ware volkskunst: gras maaien. Twee fantastische sites heb ik al bezocht (afgezien van verschillende ‘mindere’). Het al eerder genoemde koningsgraf in Kivik. En (waarschijnlijk) eveneens een graf, Ales Stenar genaamd, bestaande uit een groot aantal rotsblokken, neergezet in de vorm van een schip. Allebei schat men zo’n 3500 jaar oud, de bronstijd. Het bijzondere van het koningsgraf is dat onder de berg keien een grafkist is gevonden, die zeker over een periode van 600 jaar hergebruikt is. Het blijft me verbazen hoe ver deze cultuur zich over Europa heeft uitgestrekt. Ter vergelijking dit plaatje van een graf in zuid Portugal.

Zaterdag 11 juni

Al weer een maand thuis in Schiedam en nog steeds geen tijd (waarschijnlijk eerder niet de rust) gevonden om mijn reisverslag af te ronden. Er ontbreken twee weken. Alle aandacht Knippen en scherenKnippen en scheren Wimging uit naar het reisklaar  maken van mijn boot. Het installeren van nieuwe navigatie-apparatuur en het onderwaterschip behandelen tegen aangroei, vormden de hoofdmoot.  Maar als je daar mee bezig bent, kom je vanzelf tientallen andere zaken tegen die je beter gelijk kan meenemen. Het einde lijkt in zicht. Nu nog wat aardiger weer. En dan weer op pad. Grootse plannen heb ik niet; rustig aan wat tochtjes maken door (meer langs) Nederland en een oversteek naar London. Het echte werk mag niet geschuwd worden. Eigenlijk was het de bedoeling naar Stockholm af te reizen, maar bij Terug naar zeenader inzien zag ik erg op tegen de heen- en terugreis naar de Oostzee. Volgend jaar nieuwe kansen. Waarschijnlijk dan met hulp van oude kennissen die ik bij toeval tegen kwam op de werf waar  ik op de kant stond. Zij zeilen al jaren samen en vonden het ook wel leuk om mij op streek te helpen. Maar dan in één keer buitenom, boven Denemarken langs naar zuid Zweden. Dus geen gemier langs de Wadden, de Elbe en het 100-kilometerlange (Kieler kanaal) pad. Waar was ik gebleven op Sicilië? Gelukkig maar tijdelijkNa Palermo ‘ontvlucht’ te zijn kwam ik terecht in Solunto, een van de interessantere sites. Niet spectaculair maar heel informatief. De noordkant van Sicilië is overigens op een andere manier veel minder aantrekkelijk geweest om te koloniseren door de Grieken of de Phoeniciers. Op mijn route naar Messina lagen nog maar 3 oude steden. Van de eerste, Himera,  is niet veel over. Niet meer dan de grondvesten van een tempel. In het museum/antiquarium lagen wel veel voorwerpen uit graven. Want doden zijn er genoeg gevallen. Halaesa colombariumOm voor mij onduidelijke reden is tussen Carthagers en Grieken verschillende keren enorm gevochten om deze stad. Met als eindresultaat de totale vernietiging door een gelijknamige voorouder van de latere Hannibal die in de derde eeuw v. Chr. bijna heel Italië veroverde.Vervolgens bezocht ik Halaesa. Hier is eigenlijk ook niet zo veel te bewonderen. Wel voor het eerst een prachtige catalogus. En nog wel in het Engels! Het meest opvallende was een graftombe uit de 2de of derde eeuw na Chr. Een ware voorloper  van al die huisjes die heden ten dage op de Italiaanse kerkhoven te vinden zijn. Als je je bedenkt dat de stad gesticht werd zo’n 400 voor Chr. dan moet je constateren dat steden heel wat jaren meegingen. Ongeacht wie er woonden, eerst dus Grieken en later Romeinen, tot in de 11de eeuw de Noormannen.Tindaris basilica Tindaris badhuis caldariumDeTindaris badhuis gezien vanaf stookplaats laatste stad die ik aandeed, was Tindaris. Tegenwoordig deels overbouwd door een katholiek heiligdom waar een zwarte madonna wordt vereerd.   Toch zijn de hoofdlijnen van de stad, te weten het theater, het aangrenzende binnenstadsplein met winkels en stadskantoor en bewoning goed te zien.Dat was het dan. Vanuit Messina met de pont overgestoken Messina vertrek naar het vaste land. En vier dagen en bijna 2500 km later waren we weer thuis. Alles bij elkaar was het een heel aardige trip. Ontzettend veel mooie dingen gezien. Heel aardige mensen ontmoet. Zoals hier op de foto wat dorpsbewoners die me te hulp schoten toen ik me vast had gereden in het zand. Mongiove helpers Mongiove strand Gelukkig is me dat maar een keer overkomen. Er moest namelijk een tractor aan te pas komen om me eruit te krijgen. Zo vroeg in het jaar reizen heeft duidelijk voordelen. Je kan gaan en staan waar je wilt. De carabinieri komen wel kijken wat je aan het doen bent, maar zeggen verder niks. Dat schijnt in de zomermaanden wel anders te zijn. Het enige nadeel is het weer, nog flink onbestendig. Alhoewel voor iemand die graag opgravingen bezoekt, ideaal weer. Je zal toch in de bloedhitte daar moeten rondstappen. Ik zit al plannen te maken voor volgend jaar. Waarschijnlijk dezelfde kant uit en vanuit Brindisi oversteken naar zuid Griekenland, de Peloponnesos!