Maandag 11 mei 2009

Weer thuis. Het rondje Spanje/Portugal zit er op. Twee en een halve maand op stap geweest. Alles bij elkaar 9587 km afgelegd. Vijf daarvan zijn in de heen- en terugreis gaan zitten.

In 2 vorige afleveringen van mijn weblog is de reis al geëvalueerd. Achteraf gezien heb ik er te weinig tijd voor uitgetrokken. Een heleboel dingen moest ik onderweg maar laten zitten. Dat kan natuurlijk niet! Dus  volgend voorjaar terug? Het is een optie, niet in de laatste plaats vanwege het weer.

Kasteel_xv_eeuwOp de terugreis zou ik nog een castro en een villa aandoen. Het casGrotwoningen_2Poort_palenzuelatro bij Palenzuela heb ik niet kunnen vinden. Overal werd er melding van gemaakt maar niemand, die ik het vroeg, wist waar. Het kunnen heel goed een paar torenhoge muurresten zijn geweest. Het dorp zelf was overigens interessant genoeg. Je waande je er werkelijk in de middeleeuwen. Er woonden zelfs nog heel oude mensen in grotwoningen. (Thuis internet geraadpleegd. Het dorp heeft een heuse eigen website. Er wonen maar liefst 246 mensen. De muurresten zijn – voorzover ik hetSpaans begrijp – midden 15de eeuw. Dus geen castro. Het gekke is dat er ook met geen woord over wordt gerept.)

Villa_la_olmeda_2De villa Overzichtwas er gelukkig wel. Dat kan ook niet missen, die zit opgesloten in een enorme (alweer geroeste) ijzeren kooi. Ook van binnen zag het er bijna futuristisch uit. Nog nooit zo’n keurig opgeruimde en aangeveegde opgraving gezien. Alle muurtjes zijn netjes opgemetseld. Als Kamerpubliek zweef je als het ware boven de opgraving. Her en der worden muren gesuggereerd door middel van vitrages. Een stukje van het atrium is zelfs herbouwd. Er liggen een paar prachtige mozaïeken. In het badhuis was heel goed te zien hoe de gematigd warme ruimte werd verwarmd. Dat gaat weer heel anders dan de hete ruimte. Daar staat de vloer op pootjes opdat de verwarmWarme_ruimte_badhuis_2delucht/rook zo maximaal mogelijk de vloer en wanden kan opwarmen. In de warme ruimte lopen maar een paar luchtkanalen onder de grond door, die vervolgens uitkomen op dunne schoorsteentjes in de hoeken, voor de trek.

Voor mij was het een beetje te, te kil. Ik vraag me ook af of deze aanpakvoor dagjesmensen informatiever is. Zou het dan niet beter zijn alles te herbouwen (natuurlijk niet op dezelfde plaats maar bv ernaast)?

Komendeweken stop ik even met de weblog. Het dient als een soort reisverslag, heel wat anders dan wat zich thuis afspeelt. De bedoeling is eind juni de draad weer op te pakken, als ik in Wales ben aangeland.

Maandag 4 mei 2009

Zaterdagwas de grote dag: Troia zien en dan…. Een beetje verlaat kwamen we aan. Bijna was de lunch erbij ingeschoten. Nou, dat wil wat zeggen in Portugal waar men 2 maal daags een warme maaltijd tot zich neemt. In de aanloop naar Troia wilde ik een paar ovens bezichtigen waar amfora en grote voorraadkruikenKruiken werden gemaakt.Uiteindelijk bij toeval een paar gezien, maar niet op de plek die Ovensaangegeven stond. Uren hebben we rondgereden over kilometerslange zandwegen.

Samen met nog een twintigtal geïnteresseerden zijn we bijna 2 uur lang rondgeleid over de grootste fabriek van vissauzen in het Romeinse rijk. De opgraving ligt op het op het puntje vaneen schiereiland in zee. Men vermoedt dat er veel meer onder het zand en de duinen te vinden is. Waarschijnlijk een hele stad. Maar of dat ooit te redden valt, is de vraag. De continue verplaatsing van de duinen en de afkalving door de zee stellen de Fabriek_vissausarcheologen voor een ondoenlijke opgave. En zo heb ik afscheid genomen van de Romeinen alhier.

Van de week een uitstapje gemaakt naar Beja, een traditioneel links bolwerk. Het stadje ziet er, net als alle plaatsen in Alentejo, ontzettend schoon en verzorgd uit. Dan zie je dat politiek toch iets uit kan maken. Regelmatig sprak ik caravanners, die denken dat dit het rijkste deel van het land is. Terwijl het tegendeel het geval is!

Ik kwam aan op de 25 de Abril, de dag van de Anjerrevolutie van alweer 35 jaar (!) geleden. Vol verwachting op naar het terrein waar de festiviteiten plaatsvonden. In een woord teleurstellend. Een bandje van wat oudere mannen die folkloristisch links vertegenwoordigen. Bij het spelen van Grandola wordt her en der voorzichtig meegezongen. Er zijn dus nog mensen die het liedje, waarmee de revolutie werd aangekondigd, kennen. Het publiek bestond vnl. uit wat oudere mensen. De dertigers zaten even verderop lekker binnen aan de bar. Voor jonge kinderen was van alles te doen, veel van dat opblaas klim- en klauterwerk.1_mei

Dan was de 1 mei-viering in Lissabon heel andere koek. Tienduizenden mensen op straat, in een urenlange demonstratie dwars door de stad. Waar zie je dat nog in Nederland?

Bij Beja staat een van laatste generatie villa rustica’s, uit de 4de eeuw na Chr. Niets is meer over van wat eens wit gepleisterde villaatjes met rode pannendaken waren. De villa is een regelrechte Villa_ruivaburcht geworden. Wat je ziet op de foto is nog maar de begane grond. De eerste etage, waar gewoond werd, is verloren gegaan. Ook hier weer een groot zwembad. De ontwikkeling, van klein naar groot, in 3 eeuwen tijd is helemaal te reconstrueren.

Op de terugweg door Spanje doe ik nog een villa aan. Niet zozeer vanwege de opgraving maar om te zien hoe hier dit stukje geschiedenis voor het nageslacht bewaard wordt. Ik heb foto’s gezien, dat oogt heel spectaculair. En dan is gedaan met de pret. Tenminste voor voorlopig. Want medio juni wil ik weer de draad oppakken in Engeland en Wales. Mijn toegenomen interesse in steen-/brons-/ijzertijd zal daar zeker aan z’n trekken kunnen komen.

Zondag 22 februari vertrok ik uit Nederland. Wat me het meest verbaast, is dat ik sindsdien totaal los gezongen ben van de dagelijkse realiteit. Af en toe dringt een bomaanslag in Bagdad of moeilijke discussies over de aanschaf van een nieuwe straaljager tot me door. Het enige dat ik stelselmatig volg zijn de beurskoersen aan de hand van de benzineprijzen. Mijn wereldontvanger had ik vergeten mee te nemen. Kranten heb ik nauwelijks gekocht; op de meeste plaatsen waren alleen spaans- of portugeestaligeThuiswerk. En in een internetcafé heb je er eigenlijk geen tijd voor. Dan moet je je post afhandelen, weblog bijwerken en meer van dat soort zaken. Waar zou de moderne toerist zijn zonder een eigen werkplek voor onderweg?

De manier van reizen – langs de 3-sterren locaties die ik thuis op internet had voorbereid – heeft goed uitgepakt. Je komt op plaatsen waar je anders van z’n levensdagen niet terecht zou zijn gekomen. Nadeel is dat je wel heel erg van natuur en stilte moet houden. Bijna alle opgravingen liggen wat remote. Op mijn oude dag dreig ik een heuse wandelaar en fietser te worden. Want ik heb wat af moeten zien. Het is maar goed dat het hier weinig regent.

Toen ik vertrok had ik me een voorstelling gemaakt van wat ik in ieder geval mee Fietsenmoesten nemen. Dat is dus geen ligfiets. Leuk voor op vlakke wegen, maar een berg kom je er niet mee op, laat staan een zandpad. Ook heb je geen opblaasboot met buitenboordmotor nodig. Verder heb je van alles te veel bij je. Leuk wat keuze te hebben aan boeken, maar ik zou nu nog 9 maanden weg kunnen blijven. Snoep idem dito. Over de koffie sprak ik al. Kleren… Laat ik het zo zeggen,je wordt wat makkelijker. Je doucht ook niet meer elke dag. Driekwart ligt nog ongebruikt in de kast.

Koken is een hoofdstuk apart. Na jaren verwend te zijn geweest met Tafeltje-dekje, heb ik een oude gewoonte weer nieuw leven ingeblazen. Koken uit pakjes. Je hebt de luxe variant, de dozen met wereldmaaltijden. Veel te ingewikkeld. Met 2 soorten zakjes kan alles! Te weten de Mix kip-kerry en van hetzelfde merk de Italiaanse en onvolprezen Bolognese pastasauzen. Vier ons kipfilet en (daarna) gehakt braden, groente erbij en dan een halve liter water + inhoud pakje. Klaar is Kees. Het geheel verdelen over 8 bakjes, bewaren in het vriesvak en je hebt voor evenzoveel dagen te eten. Wie doet het me na? Sneller en gezonder kan toch niet! Soms doe ik er zo veel groen bij dat nauwelijks nog te bepalen is welke pakje erbij is gegaan.

Tot slot het reismobiel. De caravan voldoet prima qua bewoonbaarheid. Het lijkt alsof ik er steeds beter in pas; in het begin stootte ik me overal aan. Op warme dagen zie je collega-caravanners met daken, deuren en ramen open zitten. Met mijn dikke isolatie en luiken voor de ramen, geen centje pijn. Omgekeerd is het bij koud weer ook zo warm als je de kachel even aanzet. In Engeland wekten de zonnepanelen te weinig stroom op. Hier geen enkel probleem, zelfs op bewolkte dagen is er licht genoeg. Jammer is dat allerlei kleine dingetjes het niet (goed) doen. Bv. spotjes die je niet mag aanraken of ze vallen uit. En dan het gasalarm dat al weken uit staat omdat het te pas en te onpas afgaat.

De auto is een relevatie. Het is geen luxe auto, het blijft een vrachtwagen. Nooit bang geweest ergens niet meer uit te komen. Een paar keer de sper op de achterwielen gebruikt. Hiermee voorkom je dat de wielen aan één kant gaan slippen en al het vermogen wegnemen op de andere kant. Hellingen zijn geen enkelVering_auto probleem meer, ook heel heftige. Maar het mooiste is de verstelbare vering achter. Naar believen kan ik die omhoog en omlaag zetten. En dat is ideaal bij het afkoppelen van de caravan. Poten uitzetten, auto laten zakken en wegrijden. Bij de vorige auto was dat een hele operatie want dan moest je de koppeling over de kogel heen tillen. Nu kom ik ergens aan, koppel de caravan af en heb de auto vrij beschikbaar.

Het enige, echte minpunt is en blijft het geheel. Wat ik destijds in mijn hoofd had, was iets kleins en mobiels. Nou, dat is deze verhuiswagencombinatie niet. Ik heb wat toeren moeten uithalen. Plus je moet continu opletten dat je de bochten ruim genoeg neemt. Aan de andere kant moet ik wel zeggen, ik ben er overal mee gekomen. En dat waren ook onverharde wegen, tot blubbererpartijen toe.

Maandag 27 april 2009

Afgelopen week eigenlijk niet zo erg veel vermeldenswaardigs ondernomen. Nog wat dolmen en een villa rustica bekeken. En tussendoor ook nog een dagje strand gedaan. Dat was het dan ook.

Van villa’s kijken, krijg je nooit geVilla_rustica_pises_2noeg. Iedere keer is er wel iets bijzonders, wat andere net niet hebben. De opzet is overal in grote lijnen identiek. Een privé badhuis (hier links boven). Het huis is georganiseerd rond een atrium (het gat in het dak). Daarom heen is een galerij waarop de belangrijkste (slaap)kamers uitkomen. Afhankelijk van de grootte van een villa waren er meerder atria. Aan deze -zeg maar binnenring- grensden de keuken (in dit geval rechts, zie kleine rondje, de waterput), opslagruimtes enzovoort. Dan kwamen pas de echte bedrijfsruimten, stallen, werkplaatsen, viszouterij, wijn- en olijvenpers en verblijven personeel (zijn niet te zien omdat ze nog moeten worden uitgegraven). Zwembad_2

Het aardige hier is de grote bak op de voorgrond: een veertig meter lang zwembad! Geeft gelijk een idee van de grootte van zo’n villa. Verder was er vlakbij een heus stuwmeer voor de watervoorziening. De helft (honderd meter) van de dam staat er nog.

Ik ben nu in Beja, zo’n beetje midden Portugal. Beja heette in de oudheid aanvankelijk Pax Julia. Dit naar aanleiding van een hier door Julius Caesar gesloten vrede met de autochtone Lusitaniërs. Vreemde vrede overigens die naar een van de partijen wordt vernoemd… Nog gekker is dat de naam van de stad door diverse historici in de loop van de tijd iedere keer anders wordt genoemd. Opeenvolgens: Pax Julia door Ptolomeus, Pax Augusta door Strabo en Colonia Pacensis door Plinius. Ook toen gold al heel duidelijk: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

Over 2 weken ben ik weer terug in Nederland. De laatste week heb ik bijna helemaal nodig om terug te rijden. De ene week die me nog rest, gaat op aan een paar dingen die ik persé wil zien. Waaronder Troia, aan de overkant van de baai bij Setúbal. Zeven jaar geleden heb ik daar voor het hek gestaan: gesloten. Nu was dat weer het geval. Deze site is maar één keer per maand open. Waarom mag Joost weten, maar alleen op de de eerste zaterdag van de maand om 15.00 uur wordt er een rondleiding georganiseerd. Dat is al een verbetering want zeven jaar geleden was ie altijd dicht. Met andere woorden: deze buitenkans mag ik niet laten lopen.

Het begint dus tijd te worden voor een soort terugblik. Ik ging voor de lente en kreeg een zomer naar Hollandse begrippen. Het alleen reizen is me goed bevallen. Af en toe werd ik werd wel gek van mezelf. Ik bleef maar bezig. Dan weer hier naartoe en dan weer daar naartoe. Ik kon niks overslaan, want wanneer ben ik in de gelegenheid hier nog eens terug te komen…? Dat geldt met name als je in de binnenlanden bent. Dat wil zeggen niet aan de kust bent. Want dan ontstaat er een heel ander, veel rustigere beeld. Dan doe je ’s ochtends wat en ’s middags ga je naar het strand. Dat geldt tenminste voor mij. Komt dat even goed uit dat de antieke wereld grosso modo zich rond de Middellandse zee beweegt.

Het reizigers leven speelt zich in hoofdzaak overdag af. Tegen de avond moet je een slaapplek vinden, eten, dagboek bijwerken, foto’s opslaan. En niet te vergeten: plannen maken voor de volgende dag. Nou dan is het zo 23.00 uur. Tijd om nog een boekie te lezen in bed. Geen moment behoefte gehad aan TV kijken. Wat ik wel heb gemist is een wereldontvanger voor het nieuws; had ik klaar gelegd maar vergeten mee te nemen.

Er is nog een reden om er ’s avonds niet op uit te gaan. Dat is gewoon de taal. Na een kwartiertje handen en voetenwerk heb je echt alles met elkaar gewisseld wat er te communiceren valt. Veel culturele zaken blijven daardoor buiten beeld. Nog afgezien dat je daarvoor wat langer op één plek moet blijven; a. om je te kunnen oriënteren en b. maar zelden speelt iets net die avond dat je ergens bent.Stadion_cardoba_2

De hele reis heb ik tot nu toe wild ‘gekampeerd’.  Eén keer heb ik op een camping gestaan, om de was te (laten) doen. Regelmatig was dat echt wild, want dan eindigde ik de dag bij iets in nowhere voor bezichtiging de volgende dag. En nowhere is dan kilometers van de bewoonde wereld aan het eind van een hobbelige, onverharde weg. Nou ja weg, zandpad. Dat waren de mooiste plekjes. Maar meestal sta ik op een stoffig parkeerterrein bij een voetbalstadion annex sportcomplex. Die zijn makkelijk te vinden en zijn er tot in de kleinste plaatsjes. Kolonies medecampers heb ik niet bewust gemeden. De keren dat ik er tussen terecht kwam, is op een hand te tellen. Waarom mensen bij elkaar gaan staan en elkaar ook weten te vinden, is me een raadsel. Onderweg kom je ze regelmatig tegen, hutje aan mutje, in hun blote gat op een stoeltje voor hun woonwagens. Dat dit verschijnsel niet overal even goed (be)valt, merk je aan het toenemend aantal parkeerplaatsen met een toegangsportaal van twee meter vijftig hoog. Eigenlijk is men nergens berekend op deze vlooienplaag van oudjes die van hun vrijheid willen genieten. Formeel mag het ook eigenlijk niet, kamperen buiten een camping. Ik herinner me een plaatsje in de Algarve, op de grens met Spanje, dat een parkeerplaats had aangewezen voor ons soort jongens en meisjes. Daar beheerde een mevrouw tegen betaling een paar douches en er was water en een stortplaats voor het ledigen der poepdozen. Want dat is wel een crime. Het is fantastisch om aan boord naar de wc te kunnen, maar je creëert wel een probleem. Hoe raak die ingeblikte troep weer kwijt.

Dans_rond_de_stort_2 Afgezien van de techniek en het overwinnen van de géne om zo’n koffertje ergens leeg te laten lopen, kan het eigenlijk nergens. Ja, op een camping natuurlijk maar daar komen we uit principe niet. Dus dan maar even snel in een publiek toilet. Echt niet leuk als daar alsmaar mannen in en uit lopen. Kijk, hier zou nou eens iets aan moeten worden gedaan.

Volgende keer wat meer over wat ik allemaal (soms totaal overbodig) met me mee sleur en hoe de auto zich gehouden heeft. Ik had bv. wat 3de wereld koffie meegenomen, nou daar kan ik nog 6 maanden mee toe.

Maandag 20 april 2009

Eerst even terug naar de log van 6 april; ik vroeg toen wat No traslado betekende. Gelijk reageerden een paar mensen, maar ik ben vergeten de vertaling door te geven. De tekst stond overal rond de opgraving in Ita1lica. En komt erop neer dat de omwonenden van Itallica niet verdreven willen worden uit hun huizen. Blijkbaar zijn er plannen om het al immense terrein nog verder uit te breiden; er zit zeker wat bijzonders onder de huizen.Altaar
Volgens de historicus Strabo was ik vorige week aangekomen in het land van de Vertonen. Op zijn reis door het Romeinse rijk onderscheidt hij meerdere volkeren op het Iberisch schiereiland, waar ze net de macht van Carthago hebben gebroken. Vervolgens gaan ze aan de slag met het onderwerpen van de inheemse bevolking. Deze operatie eindigt zo rond het jaar 0 onder keizer Augustus. Bijna alle castro’s zijn hierbij dusdanig vernietigd dat ze daarna nooit meer bewoond zijn geraakt.
Steengroeve
Behalve natuurlijk als ze op een plek lagen die ook voor de Romeinen van strategisch belang was. Wat zelden het geval was omdat de castro’s vanuit een totaal ander perspectief – anders dan het beheren en beheersen vaneen uitgestrekt rijk – tot stand waren gekomen. In Solosancho (probeer dat maar eens op te zoeken op de kaart) het Castro de Ulaca bezichtigd.
Onderaan de berg de auto moeten parkeren en daarna een klimmetje van 500 meter, omhoog! Halverwege kwam ik de sitebeheerder tegen die met andere mensen op de terugweg was. Zonder problemen nam hij mij naar boven op sleeptouw. Honderduit pratend en ik met handen en voeten antwoordend. Hij weet nu dat BadhuisNederland geen bergen heeft met castro’s en 16 miljoen inwoners telt.
Ulaca heeft een nog grotere oppervlakte dan Miranda, maar liefst het dubbele, 70 hectaren ommuurd terrein. Naar schatting hebben er 2500 mensen tegelijk gewoond. Op de keper beschouwd is er niet zo ontzettend veel te zien. Maar toch weer een paar uitzonderlijke dingen: een (rituele) sauna, een uitgehakte offerplaats (ter aanbidding van de berg erachter?) en midden op het castro een groeve, ligt er bij alsof die net verlaten is.
Varkentje
In het museum van Avila – weer zo’n nog geheel ommuurd vestingstad waar de heilige Teresa wordt vereerd – werd alles dat ik de afgelopen dagen heb bekeken, nog eens op een rijtje gezet en toegelicht. In de Stadsmuur_avilastadsmuren (grotendeels Moors) zitten volop hergebruikte stenen uit Cogotas. Van die leuke stiertjes (nooit koeien) zijn er nog veel meer gevonden. De 4 van vorige keer zijn wel de belangrijkste. Ook wilde zwijnen zijn veelvuldig afgebeeld. Is er in de loop van eeuwen eigenlijk wel wat veranderd? Denk aan Us mem in Leeuwarden.
AbtDe hele middag aan een stuk doorgereden naar Alcantara. Om uur of 5 aangekomen,net op tijd om om 6 uur een rondleiding mee te lopen in Convento San Benito. Het was de bedoeling in de 15de eeuw hier een enorme kathedraal te bouwen, midden in ook toen al een heel klein plaatsje. Het is er alleen nooit van gekomen. Het schip van de kerk ontbreekt. Maar aan de hoogte van de abscis valt af te lezen wat men van voornemens was. Als je de schilderijen van de abten ziet, begrijp je ineens het waarom. Ik ben er niet achter kunnen komen met wat voor plannen deze mannen heden ten dagen rondlopen. Dat moet toch niet mis zijn, want waarom laat je je dan zo afbeelden… Het klooster was tot voor kort een ruïne. Na aankoop door de elektriciteitsmaatschappij die de stuwdam naast het stadje runt, is een groot deel opgeknapt. Het wordt gebruikt voor representatie en seminars. Brug_alcantara_2
Omdat de zon begon te schijnen gelijk doorgelopen naar de Romeinse brug. Een fenomenaal stukje werk. Bijna 200 meter lang en maar liefst 70 meter hoog overbrugt ie het dal van de Taag. Nut en functie is onduidelijk; hij maakt geen onderdeel uit van de Ruta del Plata, de belangrijke verbindingsweg van Gijòn (over Oviedo) naar Mérida. Het is jammer dat zo dicht op de brug een torenhoge stuwdam is gebouwd. Zou het een iets met het ander van doenDolmen_1 hebben? De brug wordt nog steeds als brug gebruikt, zelfs door vrachtwagens zag ik. In de 19de eeuw is een van de bogen vernieuwd na een aardbeving.
Al eerder op reis ben ik een paar dolmen tegengekomen. Deze zijn veel ouder dan de castro’s, zo’n 3 of 4000 voor Chr. Nu ik er meer op zoek naar ben, kom ik ze steeds meer tegen. Ik heb 3 routes geselecteerd, daar waar Brug_ajunda_2
er meerdere bij elkaar in de buurt liggen. De eerste was in Spanje
Dolmen_2 in de buurt van Valencia de Alcantara. De tweede in Portugal bij Elvas. Helaas was deze route nog niet open gesteld.. Toch kon mijn dag niet stuk bij het aanschouwen van opnieuw een Romeinse brug over de huidige grensrivier Rio Guadiana, onderdeel van de weg van Mérida naar Olisipo, zoals Lissabon toen heette.

Maandag 13 april 2009

Fietsen in Cordoba is een ramp. Er zijn een paar fietspaden vagelijk getrokken over stoepen, maar dat zijn hoofdroutes door de stad. Daartussen is het één groot eenrichtingsverkeer doolhof, helemaal afgestemd op de auto. Ontheffingen voor fietsers om tegendraads te kunnen rijden, kennen ze niet. Gevolg een hardhandige confrontatie met een automobilist, die met het fenomeen fiets naar het scheen totaal onbekend was. Hij gelukkig de krassen en ik niks. We verstonden elkaar toch niet, dus maar verder gereden.
In de bibliotheek mijn weblog bijgewerkt. Op een andere manier kon er ik er mijn mail niet ophalen. Romeinse_brugTe rade gemoeten bij een van de spaarzame internetcafé’s. Is Cordoba wel een toeristenstad? Hoe moet dat 2016, als ze culturele hoofdstad van Europa is? Wanneer gaan al die mensen eens op Engelse les? Men wist alleen van het bestaan af van Ubuntu maar verkocht wel mini’s met linux… In de buurt van Almodóvar del Campo staan op de kaart ruïnes van Romeinse mijnen, Minas de San Quintin.
DoopvontIk denk dat ik ze gevonden heb, maar er stond geen enkele verwijzing. Het waren merkwaardige rotspartijtjes, zomaar verloren in een verder groen en glooiend landschap. Wat er gewonnen werd, ook redelijk recent nog zo te zien, is me een raadsel. Iets wits, zout of zwavel?
Volgende halte is Granàluta de Calatrava. Hier moet een oppidum zijn uit de bronstijd. Maar er  blijkt meer te zijn. Een opgraving van paleo-, neolithisch, ibericoromano en ga maar door. En een aanduiding van een Romeinse brug. Een eind verderop gevonden, verstopt in het struweel.
Oppidum_granalutaBegeleidend bord in verre staat van ontbinding, nog even en de brug is ook verdwenen.
Somtijds voel ik me een ware ontdekkingsreiziger. Tegen beter weten in door blijven lopen en fietsen en dan beloond worden. Maar ook
Oppidum_granaluta_2 van stommigheden. Weer een keer de bocht te kort genomen. Nu met gevolg linker band van de caravan lek en velg zwaar beschadigd is. Een laag muurtje niet gezien. Daartegenover staat dat achteruit steken steeds beter gaat. Nu dus nog vooruit… De opgraving blijkt inderdaad een allegaartje van alle tijden door en over elkaar. Meeste indruk maken de graven en een doopvont waarin mensen moesten staan, uit de tijd van de Visigoten.
Aan de andere kant, de noordkant van Granàluta is het oppidum uit de bronstijd. Niet aangedurfd de zandweg op te rijden, maar ben gaan lopen. Heuvel op heuvel af. Zag in
elke heuveltop al een potentiële kandidaat. Stug volgehouden en na een half uur sta je dan ineens voor een echt fort. Er is niemand bij, maar er zijn paden aangelegd. Vaak overwoekerd, erg veel publiek trekt het dus niet. Er wordt duidelijk nog verder gewerkt aan reconstructie. Altijd een moeilijke discussie. Als je het niet doet, blijft het voor de meeste mensen een hoop stenen. Doe je het wel, dan kan je flink de fout in gaan. Historische voorbeelden hiervan te over, zoals Evans op Kreta Cervantesen Schliemann in Troje.
In een foldertje over de Ruta de Don Quijote een parque archeologia aangetroffen. Ergens in de buurt van. Er langs gereden en teruggereden, geen bordje te bekennen. Al op weg naar de volgende bestemming staat er ineens een pijl. Weer zo’n zandweg. Fiets gepakt en gaan rijden, Calatrava_la_vieja kom ik na kilometers uit waar ik eerder had gezocht. Staat er wel een bordje maar nauwelijks zichtbaar. Teruggefietst, auto opgehaald, caravan afgekoppeld en met alleen de auto verder gegaan. Intussen ook nog de band verwisseld! Na 8 km rurale, onverharde weg blijkt het parque een van de belangrijkste Moorse forten (alcazar met medina) te zijn die bij de verovering van Spanje de route Cordoba – Toledo moest controleren. Genaamd Qal’at Rabah, verspaansd in Calatrava (la Vieja). Al met al beide keren een heel gezoek maar het resultaat mag er zijn. Dacht dat dat me ook een derde keer zou lukken. Mooi niet. De suppoost van het museum in Daimiel weet mee te vertellen dat het oppidum aldaar  gesloten is na opgravingswerkzaamheden. In het museum Comarcal staat een model. Er blijkt ook aanvullWindmolentjes_2ende info over het oppidum bij Granulata en het alcazar Calatrava la Vieja te zien. Om de dag compleet te maken doorgereden naar Consuegra, te laatste halte voor Toledo, waar de Romeinen een 650 meter lange muur als een soort stuwdam hebben neergezet. Sta voor de nacht naast de arena met hoog boven me de molentjes van Don Quijote. Als je bij Toledo aankomt, valt het zicht op de stad ontzettend tegen. De mooie, El Greco kant ligt net aan de andere kant van de stad. Maar als daar dan ook staat, vergeet je snel de eerste indruk. In Toledo ben ik te gast bij iemand die al tientallen jaren daar woont. Met haar bezoek ik  de stad en een paar van de vele processies die gehouden worden in de paasweek. Processie_2Processie_1Iedere dag is er van alles en nog wat aan lijden te beleven. De een in stilte, de ander met veel kabaal en fanfare-muziek. In het museum Santa Cruz is de archeologische afdeling weer eens voor de verandering gesloten.  Maar er is gelukkig meer te zien. Zoals ergens onder de bestaande bebouwing een stukje romeins badhuis met een Toledoondergronds aquaduct of een hoofdleiding voor de stad net na een waterkasteel. En niet te vergeten een museumpje over de Visigoten in een moskee die na de reconquista kerk werd. Net als in het Mezquita van Cordaba waren de Moorse bogen beschilderd met heiligen (w.o. Christoffel die sinds kort op mijn dashboard prijkt), evangelisten en heel groot het laatste oordeel. Halletje_2Boven Toledo ligt Carranque. Hier is een villa rustica ontdekt waarvan bijna mozaïekvloeren nog intact zijn. Sinds donderdag is het guur en koud. Op mijn rit naar Avila moet ik  door tamelijk hoog gebergte, langs de weg lag zelfs sneeuw. Onderweg een stop  gemaakt bij Toros de Guisando (een voorbij San Martin de Valdeiglesias).Oceanus Ik had geen enkel idee wat dat zou zijn. Des te verrassender is het dan plotsklaps oog in oog te staan met 4 levensgrote, granieten stieren op een rij, maar liefst uit de 4de eeuw. Een praatje gemaakt met een Spaans, ook gepensioneerd lerarenechtpaar dat onderweg was van Valencia naar Santiago vanwege de Santa Semana. Ze konden me vertellen wat een despoblado is: een verlaten dorp. Want daar ga ik er meerdere van bekijken… Nou ja dan, kan leuk zijn. Bij Cardenosa lag het eerste: Despoblado de las Cogotas (gelijknamig aan het aangrenzende stuwmeer of andersom?). Misschien is het wel een dorp dat verzwolgen is? Niets daarvan, het is weer een oppidum, nu uit de ijzertijd. Dat ziet er dus goed voor de komende dagen. Dit keer ben ik met caravan en al de zandweg opgereden. TorosEen gokje dat gelukkig goed uitpakte. De stikdonkere nacht doorgebracht op de hoogvlakte, vlakbij het castro. Zondag en vanmorgen wakker geworden in de vrieskou, niet binnen maar buiten. De ramen van auto waren stijf bevroren. Op naar een ander oppidum, Castro de ‘La mesa de Miranda’ bij Chamartin. Qua oppervlakte veel groter dan het vorige en met een necropool met tumuli. Vandaag nog een in deze streek. Dan ga ik me langzaam naar het  zuidwesten bewegen, richting Portugal.

Maandag 6 april 2009

Portugal ligt achter me; ik zit de hele week al in Spanje. De entree was gelijk goed. Op de kaart staan wel eens dingen, die ik bij mijn voorbereidingen gemist heb. Een dolmen bijvoorbeeld. Op weg er naar toe kwam ik terecht in Niebla. Een stadje binnen de muren van een oorspronkelijk Moors fort met 5 hoofdpoorten en Stadsmuur_niebla iets van 50 vestingtorens. Gek dat het in geen enkele reisgids voorkomt. Omdat hLeeg_italicaet museum annex VVV pas om 15.00 uur open ging, zelf op zoek gemoeten naar de dolmen del Zacarron de Soto. Opnieuw dreigde ik het niet te vinden. Maar dan aan de andere kant van de grote weg, aan de andere kant dan op de kaart staat, een bordje. Open van maan- tot vrijdag van 10 tot 14.00 uur. Als een speer een weggetje van 2 km afgehobbeld om nog op tijd te zijn. Gesloten buiten het zomerseizoen. Dat is zonde, want hier was het mogelijk geweest de dolmen in te gaan. M’n uitschuifbare ladder nog gepakt en het hek over geklommen; alles verlaten en goed op slot.
Italica de stad, waar de latere keizers Traianus en Hadrianus zijn geboren, is gigantisch (leeg). De hele stad is gebruikt als steengroeve voor het verderop gelegen Sevilla. Wat resteert zijn de imposante, betonnen karkassen van een amfi- en een echt theater. Zeker Amfitheater als je je realiseert dat beide gebouwen nog 2 keer zo hoog waren; de bovenste, kwetsbaarste delen – de onderkant is uitgehakt uit de rotsen – zijn door o.a. aardbevingen ingestort. Wel zijn er fraaie mozaïeken gevonden waarvan er een paar nog liggen. Zoals dat van de 7 planeten (we weten nu dat de zon daar niet bij hoort), de 7 dagen van de week. De badhuizen hebben een omvang die in verhouding staat tot de grootte van de stad. Daarom is het moeilijk er een beeld van te krijgen hoe ze in elkaar zaten.
Oordeel_parisVoeten_mercuriusRond de opgraving wordt duidelijk door omwonenden actie gevoerd onder de leuze: No traslado … Ik ben er niet achter kunnen komen wat het betekent; het is echt opvallend hoe weinig – eigenlijk geen enkele – Spanjaarden Engels spreken.  Sevilla heeft een mooi archeologisch museum. De toerist buiten het seizoen treft het dan niet. MannentorsNet als elders is een groot deel gesloten vanwege renovatie en wisseling tentoonstelling. Zo maar een greep uit de collectie: de beelden van Venus en Mercurius en een mozaïek afbeeldend het oordeel van Paris. Interessant waren 2 zaaltjes, een met ex voto’s met voetafdrukken waarmee mensen hun heil zochten bij een of andere godheid en een ander met in brons gegoten wetten en verordeningen. Zoals het reglement aangaande de handel in gladiatoren. Alhoewel Rik Zaal in zijn reisgids het mooiste van het Monasterio de la Cartuja de 5 porseleinovens vindt – anderhalve eeuw geleden werd het klooster omgedoopt in een aardewerkfabriek – was ik toch benieuwd naar dit centrum voor hedendaagse kunst in Sevilla. Het wordt aangeprezen als een dialoog tussen de nieuwe, hedendaagse stijl en de rijke stem van het verleden. In hoeverre beide iets met elkaar van doen hebben, laat ik in het midden. De leegheid van de nieuwe tijd, de wijze van exposeren lijkt me veelzeggender. The_morning_line De enorme foto’s waren op zich best aardig maar konden voor mijn gevoel niet op tegen de verstilde slapers in de grafkapel. In Bilbao meldde ik al dat ArcelorMetall P1020852 nadrukkelijk aanwezig is, hier doet de staalreus Thyssen- Bornemisza een duit in het zakje met een uit de kluiten gewassen stuk lasersnijwerk.
Het voormalige klooster staat midden op het terrein van de Wereldtentoonstelling 1992. Wat een rotzooi geeft dat, bijna 20 jaar na dato. Al die extravagante gebouwen van destijds daar moest wat mee. Een bierbrouwer zag er wel een leuk recreatiepark in, de ander faculteitsgebouwen en ondernemers van allerlei soorten en maten leuke bedrijfspanden. Nog steeds is niet alles in hergebruik. Ik denk dat overheid iets culturelers in gedachten had; naast het kunstcentrum liet ze een nieuwe schouwburg verrijzen.Brug_calatrava
Over ‘onze’ Zwaan is al veel ter berde gebracht. Hier staat de oermoeder van dit soort éénpylons bruggen, ontworpen door Calatrava. En ja, het is waar, dit is echt andere koek. Je hebt geen idee hoe hoog de pijler is; ik heb gelezen 140 meter. De gewaagdheid van de totaal vrij achteroverhellende pijler is ongelooflijk; uit die kracht wordt het vermogen ontwikkeld om met betrekkelijk weinig tuien de brug te dragen.
30 km verderop wacht Carmona, het centrum van de Tartusen. Van hen is heel weinig bekend, dan dat ze door Cathagers en Romeinen vernoemd zijn. Het is tot en met de middeleeuwen een vestingstad geweest, waaruit de hele geschiedenis van Spanje valt af te lezen. Van de steentijd tot de 500 jaar Moorse overheersing en de herovering door de Christen koningen.
Van de Graf_servilliaRomeinen is een amfitheater, eenderde van dat in Italica, teruggevonden, stukken stadsmuur en -poorten. Wat het bijzonder maakt, is de aanwezigheid van een necropool, een dodenstad, een begraafplaats. In de rotsen zijn honderden graven uitgehakt, van klein tot een paar hele grote. De grootste is gewijd aan ene mevrouw Servillia. Haar beeltenis, zonder gezicht is teruggevonden. Bovenop de grafkelders hebben bouwsels/huisjes gestaan; die zijn allemaal verdwenen. Begraven was ook toen een hele rite. De dode werd voor de verbranding mooi aangekleed en kreeg een munt in de mond mee om bij de onderwereld de bootsman, die de doden overvaart naar het hiernamaals, te kunnen betalen. De resten werden vervolgens in urnen gedaan. Deze werden gewoon in de grond begraven of bijgezet in een (familie)graf of bovenin een altaar geplaatst. Servillia staat op zo’n altaar. In de urn werden  dingen gelegd waaraan de gestorvene bij leven gehecht was. De urn kon een aardewerken, glazen (zie blog 25082008) of metalen pot zijn, maar net zo goed de vorm hebben van een kistje. Er zijn zelfs bronzen koppen gevonden.
ReconstructieDe een zegt dat ie het uit liefde deed, de ander heeft een minder prozaïsche verklaring. OvercompensatiePuzzelen van frustraties over een verloren oorlog. Het paleis Madinat (eigenlijk dubbelop) Al-Zahra staat een km of 10 buiten Cordoba. Na anderhalve generatie bewoning door Abd al-Rahman III en zijn zoon is het rond het jaar 1000 verlaten. In feite is er niet zo veel over van het paleis. Het meeste is hergebruikt in Cordoba. Maar wat achter is gebleven, is de wandbekleding die aan de binnen- en buitenkant van de gebouwen was aangebracht. Een heel sierlijk en luchtig snijwerk in steen. Het ligt er in honderdduizenden kleine stukjes. Je gelooft of niet, maar men probeert deze puzzel weer in elkaar te zetten en zo de gebouwen te reconstrueren.
En dan als klap op de vuurpijl: het Mezquita, een kerk die moskee werd en weer kerk. Nog even imposant als de eerste keer dat ik haar/hem (?) zag.
MezquitaDe Santa Semana is begonnen. De eerste processie zit er op. 18 zwoegende mannen verstopt onder een laken. Een kinderlijke Maria. En verder voornamelijk vrouwen in het gevolg. Volgens mij is een uitje geworden; mensen komen even kijken en haken na een half uurtje weer af. Maar misschien is dat altijd wel geweest. Volgens goed gebruik wordt Christus op Palmpasen door juichend volk met palmtakken ingehaald. Hier worden deze ook echt uitgereikt. Wij volstonden in onze jeugd met een lauriertakje of zo; dat paste ook beter achter het wijwaterbakje.

Zondag 29 maart 2009

Waar waren we gebleven? Vorige week was er eigenlijk weinig wetenswaardigs te melden. Inmiddels van de westkust van Portugal de hele zuidkant, de Algarve, aangedaan. Morgen betreed ik Spanje, met als eerst bestemming Sevilla. Deze week bestond het hoofdmenu uit een drietal villa’s rustica. Te weten Abicada bij Figueira, Cerro da Vila in Vilamoura en Milreu in Estói. Van villa Abicada was niet veel meer te zien; het hele terrein is weer overgroeid. Ik heb het ook niet zelf kunnen vinden. Op de vouwfiets -de ligfiets blijkt hier niet echt handig op zandwegen en berg op berg af- weer eens de binnenlanden ingetrokken, maar welk pad ik ook nam niets te vinden. Totdat ik zomaar out of the blue een ploegje Noren en Zweden tegenkwam. Dezen bleken te voet op weg naar waar ik op zoek naar was. Elke dinsdagGrafkapel ontmoetten ze elkaar als echte overwinteraars en maken dan een lange wandeling. Cerro de Villa is een prachtige site, waar een paar zaken opvallen. Op het terrein zijn 2 badhuizen, een direct gekoppeld aan het woongedeelte van de eigenaar en een vrijstaande voor alle werknemers op de herenboerderij. Voor het eerst dat ik een een familiegraf zie. De grafkapel is verdwenen maar in de fundering ervan zijn de nissen gevonden waarin de urnen van de overledenen werden bijgezet. De Romeinen verbrandden van oorsprong hun doden. Pas in de 3e eeuw na Chr. gaan ze ook begraven.Mozaiek_milreu Villa Milreu heeft wat andere weer niet of veel minder hebben: mozaïeken. Bij een villa dacht ik vooralsnog aan een herenboerderij, nu tendeer ik meer naar een soort landadel. Men voelde zich nauw verbonden met de elite in Rome, gelet op de vele bustes van vooraanstaanden die men in huis had. Men hield hof op grote schaal. Niet voor bezoekers uit de buurt, want die waren er maar weinig van hetzelfde formaat. Dus voor magistraten die het zich konden veroorloven te reizen en er belang bij hadden banden te onderhouden. De schaalgrootte van dit soort landbouwbedrijven was er ook naar. Om er een voorstelling van te maken, kan je eerder denken aan eenTempel soort kolchoz met honderden werknemers, maar dan ten behoeven van de voedselvoorziening van het Romeinse rijk. Voorts wie anders bouwt er een heuse kerk naast zijn huis?
Hier is ook weer een columbarium gevonden. Zelfs 2, blijkbaar heeft zich in de loop van de eeuwen een wisseling van de wacht voorgedaan. In het oog springen altijd weer details. Nu het met mozaïek beklede bad, de resten van met marmer beklede Bad wanden (geen lullig beschilderd stucwerk) en de bak waarin druiven met voeten werden getreden.
Ook beter dan elders is de ontwikkeling in de tijd te zien. In 3 eeuwen werd het nodige aan het pand versleuteld. Zo ligt de eetzaal (triclinium) in de 4de eeuw aan de westzijde van het peristylium (centrale op hof met tuin/waterpartij), terwijl die zich aanvankelijk juist aan de oostzijde bevond (in kleiner formaat, waarschijnlijk te klein om fatsoenlijk gasten te kunnen ontvangen).
De villa was veel groter van omvang dan wat meestal is blootgelegd, het pars urbana, woongedeelte van de eigenaar. Er omheen stonden stallen voor dieren en opslag/bewerking van de oogst. En natuurlijk de huisvesting van de landarbeiders, al dan niet slaaf, horige of gastarbeider. Naar deze laatsten en de werkplekken gaat tegenwoordig meer en meer de aandacht uit. Hoe de rijken leefden is wel duidelijk, maar dat geldt niet voor de gewone man. De waterbehoefte van dit soort villa ’s moet gigantisch zijn geweest.Tumulos_de_alcalar
Met name voor bevloeiing van het land. Het grootste probleem was nog niet het water van de bron naar de villa te krijgen en voldoende druk op te bouwen om fonteinen te laten werken, Belangrijker was er het hele jaar over te kunnen beschikken. Voor villa Cerro was in het achterland een stuwmeer met stuwdam aangelegd. Bij Mérida in Spanje functioneert die tot op heden ten dagen. Tussendoor nog van alles en nog wat bekeken. De meeste musea vielen wat tegen. Dat gold ook voor Tumulos de Alcalar. Zo te zien een redelijk recent bezoekerscentrum bij een gerestaureerde graftombe uit de bronstijd. Graf_steentijdEr wordt gewerkt aan nog een 2de. Ze maken onderdeel uit van een veel groter grafveld dat zich in de omgeving uitstrekt; die percelen zijn omheind maar er wordt niets gedaan. Ik denk dat het heel interessant is geweest om de grafheuvel te reconstrueren, maar nu die klaar is, is het toch niet veel meer dan een heuveltje waar je via een gangetje in kan kijken.
Ter aanvulling op de steentijdgraven van vorige week hier nog een fotootje van hoe men opgevouwen en op de zij in zo’n graf werd neergelegd.
De weldaad van deze week: de waterzak. Ik had dat ding al tijden bij me maar nooit gebruikt. Waterzak Onlangs maakte me m’n jongste zus erop attent. En inderdaad een super handig ding. ‘s-Morgens vul je de zak met water en legt hem achter de voorruit op het dashboard in de zon om op te warmen. En ‘s-avonds heb je dan heerlijk warm, nee zelfs heet water om te douchen na een partijtje zwemmen in zee.


(Gemaakt onder het schijnsel van een straatlantaarn, met dank aan de gemeente Altura, zij stelt hier de hotspot gratis en voor niets beschikbaar.)

Maandag 23 maart 2009

Ronald ligt nog steeds in het ziekenhuis; het gaat iets beter maar het postoperatieve abces blijkt maar moeilijk adequaat aan te pakken. Hij is er nog wel even zoet mee, naar ik inschat. Dan is mijn leventje van de week wel van heel andere orde geweest. Na Mirobriga ben ik naar de kust gereden, naar Porto Covo. Een klein dorpje, dat zich mag verheugen op de warme belangstelling van de linkse intelligentsia in Portugal. Er is zelfs een lied over gemaakt door een bekende zanger. Niet dat ik er iets van gemerkt heb, maar je bekijkt die schattige nieuwbouw villaatjes ineens met wat andere ogen.Smart_op_pad_3De eerste nacht bracht ik door op een stoffig parkeerterrein, samen met tientallen collega-renteniers. Ik dacht dat ik met iets omvangrijks op pad was, maar dat valt vies tegen. De nieuwste, uit de VS overgewaaide, trend is achter je ‘stadsbus’ ook nog een klein autootje met te sleuren. Daar steekt mijn ligfietsje maar schril bij af (maar trekt wel meer belangstelling; al een paar keer een showtje gegeven).Ilha_do_pesseigueiro Was het parkeerterrein niet veel soeps, de omgeving slaat echt alles.. Prachtige stranden in door hoge rotsen omzoomde baaien. De volgende dag er op uitgetrokken om in de buurt te komen van een eiland, Ilha de Pesseigueiro (van de perziken), waarop de resten van een Romeinse boerderij zijn te vinden. Waar ik toen terecht kwam, sloeg echt alles. En het bleek ook nog mogelijk daar te blijven staan met de caravan. De hele week ben ik niet ik niet veel verder gekomen. Wat wil je, een strand voor jezelf, een enorme zee voor deur en Op_de_klippen weergaloos weer. Ik had jullie graag vergast op enkele fotootjes van mij. Helaas. Niemand in de buurt om een foto te maken. Maar goed ook, want wie kan je dat met goed fatsoen vragen. Bloot is toch weer wat anders dan obligaat voor een kerk met je kleren aan. Wie moet je kiezen: Graven_bronstijd_2de kerel die z’n vriendin staat te fotograferen of net andersom, het oudere echtpaar die beiden met opgerolde lange broek het strandleven beleven, de moeder met kinderen, een van de 3 vriend(inn)en die samen uit zijn of nou net die ene man of vrouw, die ook alleen ligt te zijn. Dat is één, want in welke pose moet het allemaal gebeuren: gezellig in je zwembroek op je badlaken, al lezend of lekker spetterend in zee?. Ik ben er nog niet uit; misschien heeft een van de trouwe lezers een suggestie.
Het eiland bleek onbereikbaar. Met m’n rubberbootje heb ik nog een poging gewaagd ernaartoe te roeien, maar het was ondoenlijk om aan te landen. Het eiland was omgeven door scherpe vulkanische rotsen. Het enige ouds van de week Broodroosterwas een nederzetting met een begraafplaats uit ongeveer 1200 voor Chr.
Dan maar tot slot een voorbeeld van een klein, dagelijks genoegen: het broodrooster. Een halfje bruin kennen ze hier niet. Als je brood koopt krijg je aantal kloek gesneden boterhammen. Op je eentje doe je daar makkelijk een week mee. Dus na een paar dagen wordt het ontbijt een gevecht. De oplossing: het uitvouwbare broodrooster van Primus. Even het vuur hoog en wat eens taai en onverteerbaar leek, wordt  heerlijk zacht van binnen en krokant van buiten. Ook weer opgelost.
Ik weet dat iemand zit te wachten op hoe het me met mijn poep-en-pies-doos vergaat. Koot (van Bie) heeft daar eens uitgebreid aandacht aan besteed op de Bescheurkalender. Ik verklap nog niets, maar het kan nog veel en veel erger…

Maandag 16 maart 2009

Begin van de week een paar dagen op bezoek geweest bij oude vrienden in Lissabon. Het plan was dat Ronald een stukje mee zou reizen. Een onverwachte oproep voor een galblaasoperatie gooide roet in het eten. Maandagmiddag laat ging hij onder het mes en dinsdagavond zat ie al weer mee aan tafel in een restaurant te eten. Pijnlijk maar het ging. Blijkbaar heeft hij toch te veel van zichzelf gevergd, want net krijg ik bericht dat hij weer opgenomen is met forse infectie.
Had ik mijn reis nog wel zo degelijk, virtueel voorbereid. Blijken er onderweg nog veel meer vindplaatsen van allerhande oudste zijn. Zo groeit mijn belangstelling voor de Keltiberiërs (vorige keer noemde ik ze Lusitaniërs, maar het gaat nog steeds over dezelfde mensen). Mede omdat er hier erg veel van te vinden is. Niet altijd even makkelijk en soms helemaal niet. Zoals eergisteren toen er nadrukkelijk iets werd aangekondigd. Weg af, na een paar kilometer gaat de asfaltweg over in een zandpad, fiets gepakt, weer kilometers gereden maar niets te vinden. Schijn ik volgens plaatselijke ingewijden toch net te vroeg de moed te hebben opgegeven. BrugPortugal is een waar camperland. Je kan/mag overal staan, tot pal aan het strand. Al 2 keer ben ik een soort Bestrating_3kolonie terechtgekomen. Hoe zuidelijker ik kom, des te meer staat me dat wachten naar ik heb vernomen. Gelukkig zijn de meesten nogal bangelijk en durven niet ergens op hun eentje te overnighten. Van de week het waarlijk wonderschone Mirobriga bij Santiago do Cacem bezocht. Dat moet in de toekomst nog veel en veel interessanter worden als er meer wordt blootgelegd. Dan komt er echt een stadje uit de grond te voorschijn. Alhoewel je nu ook al een goed beeld kan vormen van straten met daaraan grenzende winkels, het forum met tempels en administratieve gebouwen. Op het laagste punt -om verzekerd te zijn van water-weer badhuizen.
Badhuis_2Na zoveel badhuizen begin je er wat oog voor te krijgen, maar deze zijn  werkelijk prachtig. Met name omdat de functionele opbouw goed zichtbaar is. Probeer je in te leven aan de hand van de foto’s. Op de overzichtsfoto kom je opzij achter de ronde kamer (vestiaire?) op de voorgrond binnen in de kleedruimte met banken aan zijkant. Daar weer achter, onder het golfplaten dak een koud bad. Naar rechts en weer naar voren resp. warme en hete ruimten met opnieuw baden. Op een andere foto zie je door het gat in de vloer dat er onder de vloeren door warme lucht cq. rook van houtvuren kon stromen. En als je goed kijkt, zie je midden boven de voorzetmuur waarachter de warme lucht ook weer omhoog trok. Op het eerste gezicht lijkt dit principe heel eenvoudig, maar het was in de praktijk een heel gedokter om de circulatie zo te krijgen dat alles egaal verwarmd werd. Een kleine kilometer van het stadje vandaan ligt een van de weinige hipodromen (renbaan voor paardenraces), die op het Iberisch schiereiland teruggevonden zijn. Eigenlijk is daar niets meer van de zien, dan alleen met wat goede wil de buitenranden en het middenperk waaromheen rond werd gereden met meerspannen. Gelukkig stond er een bord.Lapidarium
Nog drie andere dingen die ik bezocht, zijn het vermelden waard. Allereerst een streekmuseum in Odrinhas, waar grafmonumenten zijn verzameld. Eigenlijk was het museum voor herstel gesloten maar toch werd het licht overal aangedaan en kreeg ik een persoonlijke rondleiding in het Engels. Ik hoopte dit keer bij Setubal Troia te kunnen bezoeken. Zeven jaar geleden had ik er al eens voor een dichte deur gestaan. Nu dus weer; er is echter ’n sprankje hoop. Elke eerste zaterdag van de maand zijn ze wel even open. Misschien ga ik er voor (terug). In de buurt Viszouterijin Creiro overigens een veel kleinere viszouterij gevonden (stond niet op mijn lijstje, 2 sterren).
Het is opvallend hoeveel prachtige, nieuwe musea er zijn gekomen. Dan zie je dat Europees geld toch een goede bestemming krijgt. In Alcazer do Sal staat er zo een. Onder een klooster, nu pousade (luxe hotel),zijn over elkaar heen gebouwde
heiligdommen van resp. die Lusitaniërs en Romeinen, Visigoten en Moren blootgelegd.Vervloeking In een heilige bron uit de Romeinse tijd is een loden plaatje met inscriptie gevonden, waarmee een vervloeking werd uitgesproken. In dit geval blijkt iemand bestolen te zijn en roept ie goddelijke hulp in om z’n spullen weer terug te krijgen en de dader(s) te straffen.

Maandag 9 maart 2009

In Portugal aangekomen! Het land van de fado. Liederen vol van droefenis vanwege de pijn en de liefde(s) die geweest zijn, die nog komen moeten en die nooit zullen komen. Of zoals Rentes de Carvalho in zijn reisgids weer aanhaalt uit een Engelse: ‘Afghani humming along to a Billy Holliday record’.Strand_marinhas_2Sta pal aan het strand. Zomaar ergens een klein zijweggetje ingeslagen. Kijken hoe de mensen hier zijn. In Galicië vond ik er niet veel aan. Wat de deur dicht deed, was mijn behandeling op een parkeerplaats in Santiago de Compostela. Er waren na veel gezoek 2 opties. Of een kelder in, maar die was niet hoog genoeg. Daarover zo direct meer. Of een slagboompje door en aanschuiven op een plek voor autobussen. Ik was niet binnen of er stoof iemand naar buiten, duidelijk gebaren makend dat ik daar niets te zoeken had. Toen ik teruggebaarde dat dat toch een beetje gek was omdat geen van de zeker 50 plaatsen geen een bezet was, ging ie even te raden bij zijn baas. Tenminste dat denk ik. Nee, geen pardon, kaartje inleveren en fort. Een alternatief kon ie me niet vertellen. Nog wat rondgereden maar Santiago stond prop en prop vol met auto’s. Dus ongezien achter me gelaten. Voor een reiziger die van zover is gekomen, is dat wel heel erg… Over te lage parkeergarages gesproken… Later op de dag dacht ik eventjes goedkoop te tanken bij een hypermarkt. Dat is op zich al een opgave. Deze liggen in Spanje net als in Frankrijk langs de grote weg. Maar er te komen is iedere keer weer een heel gezoek. Dat doen de Fransen wel beter. Stond ik eindelijk bij de ingang, garage te laag. Verderop zag ik gewone parkeerplaatsen. Daar naar toe. Er stond wel bordje max. 2 meter hoog. Maar ik dacht da’s voor het garagegedeelte. Nee, dus. Je kon er wel parkeren maar niet meer van het terrein af. Uitgezonderd de eenbaans inrit waren alle ander uitgangen inderdaad niet hoger dan 2 meter. Dat vinden Spanjaarden dus niet leuk als je tegen de draad in rijdt. Bijna had ik het gehaald maar op de laatste 10 meter dook ineens een tegenligger op. Hij is me met niet aangevlogen, hij was zo kwaad dat ie eventjes achteruit moest dat meerdere keren zijn motor afsloeg van nijd. Getankt heb ik uiteindelijk ook niet; moest je voor door de garage… Tot zover het hoofdstuk klein dagelijks leed. Ossewagen_guimaraesNog steeds weinig Romeinen. Maar dat wordt meer dan genoeg goed gemaakt door zgn. Lusitaniërs, zeg maar de bewoners van vóór de Impressie_bewoning_sanfinsRomeinse verovering van het hele peninsula. Vorige keer in Spanje trof ik ze vnl. aan op in zee uitstekende rotspartijen. In Portugal woonden ze meer in het binnenland op heuveltoppen. Bijna 30 jaar geleden bezocht ik al een keer eerder een van de vele plekken die teruggevonden zijn. Ze zijn nog steeds heel indrukwekkend om te bezoeken.Vaak zijn het hele dorpen, waar een paar duizend mensen hebben gewoond. Ze stammen uit ongeveer 1000 voor christus (late steentijd, vroege brons) en verkeren in hele goede staat, omdat ze wat afgelegen liggen. Een beroemde is  Citania de Briteiros. Hiervan is heel aardige site beschikbaar: http://citania.csarmento.uminho.pt/ Door op een mannetje rechtsonder te klikken wordt een camera gestart die rondom een beeld geeft, als je met de cursor op de grote, liggende foto gaat staan. De kleine fotootjes linksonder kan je apart nog aanklikken. Van een van de bijzonderste onderdelen wordt net geen goed beeld gegeven. Dat zijn nl. de (rituele?) badhuisjes (de kiva’s van de indianen in Amerika?). Museum_monteros De tussenwanden zijn bewerkt en bestaan uit een grote plaat steen. De bewoningsvorm deed me heel sterk denken aan het platteland in Zimbabwe. En ik bedoel dan heden ten dagen. De overeenkomst met Greater Zimbabwe is zelfs heel treffend. Dat blijft iets wonderlijks die parallellen die je overal ter wereld ziet tussen al dit soort woonvormen. Het is of de duvel ermee speelt, maar ook hier liep ik bij tijd en wijle in de stromende regen rondBadhuis_sanfins1020261. Samen met nog 2 vrouwen van mijn leeftijd uit Australië; zij straften mijn chauvinisme direct af toen ik zei dat Europa wel heel veel te bieden heeft aan cultuur. Ach ja, typische Europese cultuur. De volgende dag nog een andere citania in Sanfins bezocht. Qua oppervlakte veel groter dan Briteiros en veel strakker georganiseerd. Met mooie brede haaks op elkaar staande straten en rechthoekige percelen. De hele site was ’s morgens vroeg nog gehuld in laaghangende nevelen. Ik waande me in de tijd van toen .