Zaterdagwas de grote dag: Troia zien en dan…. Een beetje verlaat kwamen we aan. Bijna was de lunch erbij ingeschoten. Nou, dat wil wat zeggen in Portugal waar men 2 maal daags een warme maaltijd tot zich neemt. In de aanloop naar Troia wilde ik een paar ovens bezichtigen waar amfora en grote voorraadkruiken
werden gemaakt.Uiteindelijk bij toeval een paar gezien, maar niet op de plek die
aangegeven stond. Uren hebben we rondgereden over kilometerslange zandwegen.
Samen met nog een twintigtal geïnteresseerden zijn we bijna 2 uur lang rondgeleid over de grootste fabriek van vissauzen in het Romeinse rijk. De opgraving ligt op het op het puntje vaneen schiereiland in zee. Men vermoedt dat er veel meer onder het zand en de duinen te vinden is. Waarschijnlijk een hele stad. Maar of dat ooit te redden valt, is de vraag. De continue verplaatsing van de duinen en de afkalving door de zee stellen de
archeologen voor een ondoenlijke opgave. En zo heb ik afscheid genomen van de Romeinen alhier.
Van de week een uitstapje gemaakt naar Beja, een traditioneel links bolwerk. Het stadje ziet er, net als alle plaatsen in Alentejo, ontzettend schoon en verzorgd uit. Dan zie je dat politiek toch iets uit kan maken. Regelmatig sprak ik caravanners, die denken dat dit het rijkste deel van het land is. Terwijl het tegendeel het geval is!
Ik kwam aan op de 25 de Abril, de dag van de Anjerrevolutie van alweer 35 jaar (!) geleden. Vol verwachting op naar het terrein waar de festiviteiten plaatsvonden. In een woord teleurstellend. Een bandje van wat oudere mannen die folkloristisch links vertegenwoordigen. Bij het spelen van Grandola wordt her en der voorzichtig meegezongen. Er zijn dus nog mensen die het liedje, waarmee de revolutie werd aangekondigd, kennen. Het publiek bestond vnl. uit wat oudere mensen. De dertigers zaten even verderop lekker binnen aan de bar. Voor jonge kinderen was van alles te doen, veel van dat opblaas klim- en klauterwerk.
Dan was de 1 mei-viering in Lissabon heel andere koek. Tienduizenden mensen op straat, in een urenlange demonstratie dwars door de stad. Waar zie je dat nog in Nederland?
Bij Beja staat een van laatste generatie villa rustica’s, uit de 4de eeuw na Chr. Niets is meer over van wat eens wit gepleisterde villaatjes met rode pannendaken waren. De villa is een regelrechte
burcht geworden. Wat je ziet op de foto is nog maar de begane grond. De eerste etage, waar gewoond werd, is verloren gegaan. Ook hier weer een groot zwembad. De ontwikkeling, van klein naar groot, in 3 eeuwen tijd is helemaal te reconstrueren.
Op de terugweg door Spanje doe ik nog een villa aan. Niet zozeer vanwege de opgraving maar om te zien hoe hier dit stukje geschiedenis voor het nageslacht bewaard wordt. Ik heb foto’s gezien, dat oogt heel spectaculair. En dan is gedaan met de pret. Tenminste voor voorlopig. Want medio juni wil ik weer de draad oppakken in Engeland en Wales. Mijn toegenomen interesse in steen-/brons-/ijzertijd zal daar zeker aan z’n trekken kunnen komen.
Zondag 22 februari vertrok ik uit Nederland. Wat me het meest verbaast, is dat ik sindsdien totaal los gezongen ben van de dagelijkse realiteit. Af en toe dringt een bomaanslag in Bagdad of moeilijke discussies over de aanschaf van een nieuwe straaljager tot me door. Het enige dat ik stelselmatig volg zijn de beurskoersen aan de hand van de benzineprijzen. Mijn wereldontvanger had ik vergeten mee te nemen. Kranten heb ik nauwelijks gekocht; op de meeste plaatsen waren alleen spaans- of portugeestalige
. En in een internetcafé heb je er eigenlijk geen tijd voor. Dan moet je je post afhandelen, weblog bijwerken en meer van dat soort zaken. Waar zou de moderne toerist zijn zonder een eigen werkplek voor onderweg?
De manier van reizen – langs de 3-sterren locaties die ik thuis op internet had voorbereid – heeft goed uitgepakt. Je komt op plaatsen waar je anders van z’n levensdagen niet terecht zou zijn gekomen. Nadeel is dat je wel heel erg van natuur en stilte moet houden. Bijna alle opgravingen liggen wat remote. Op mijn oude dag dreig ik een heuse wandelaar en fietser te worden. Want ik heb wat af moeten zien. Het is maar goed dat het hier weinig regent.
Toen ik vertrok had ik me een voorstelling gemaakt van wat ik in ieder geval mee
moesten nemen. Dat is dus geen ligfiets. Leuk voor op vlakke wegen, maar een berg kom je er niet mee op, laat staan een zandpad. Ook heb je geen opblaasboot met buitenboordmotor nodig. Verder heb je van alles te veel bij je. Leuk wat keuze te hebben aan boeken, maar ik zou nu nog 9 maanden weg kunnen blijven. Snoep idem dito. Over de koffie sprak ik al. Kleren… Laat ik het zo zeggen,je wordt wat makkelijker. Je doucht ook niet meer elke dag. Driekwart ligt nog ongebruikt in de kast.
Koken is een hoofdstuk apart. Na jaren verwend te zijn geweest met Tafeltje-dekje, heb ik een oude gewoonte weer nieuw leven ingeblazen. Koken uit pakjes. Je hebt de luxe variant, de dozen met wereldmaaltijden. Veel te ingewikkeld. Met 2 soorten zakjes kan alles! Te weten de Mix kip-kerry en van hetzelfde merk de Italiaanse en onvolprezen Bolognese pastasauzen. Vier ons kipfilet en (daarna) gehakt braden, groente erbij en dan een halve liter water + inhoud pakje. Klaar is Kees. Het geheel verdelen over 8 bakjes, bewaren in het vriesvak en je hebt voor evenzoveel dagen te eten. Wie doet het me na? Sneller en gezonder kan toch niet! Soms doe ik er zo veel groen bij dat nauwelijks nog te bepalen is welke pakje erbij is gegaan.
Tot slot het reismobiel. De caravan voldoet prima qua bewoonbaarheid. Het lijkt alsof ik er steeds beter in pas; in het begin stootte ik me overal aan. Op warme dagen zie je collega-caravanners met daken, deuren en ramen open zitten. Met mijn dikke isolatie en luiken voor de ramen, geen centje pijn. Omgekeerd is het bij koud weer ook zo warm als je de kachel even aanzet. In Engeland wekten de zonnepanelen te weinig stroom op. Hier geen enkel probleem, zelfs op bewolkte dagen is er licht genoeg. Jammer is dat allerlei kleine dingetjes het niet (goed) doen. Bv. spotjes die je niet mag aanraken of ze vallen uit. En dan het gasalarm dat al weken uit staat omdat het te pas en te onpas afgaat.
De auto is een relevatie. Het is geen luxe auto, het blijft een vrachtwagen. Nooit bang geweest ergens niet meer uit te komen. Een paar keer de sper op de achterwielen gebruikt. Hiermee voorkom je dat de wielen aan één kant gaan slippen en al het vermogen wegnemen op de andere kant. Hellingen zijn geen enkel
probleem meer, ook heel heftige. Maar het mooiste is de verstelbare vering achter. Naar believen kan ik die omhoog en omlaag zetten. En dat is ideaal bij het afkoppelen van de caravan. Poten uitzetten, auto laten zakken en wegrijden. Bij de vorige auto was dat een hele operatie want dan moest je de koppeling over de kogel heen tillen. Nu kom ik ergens aan, koppel de caravan af en heb de auto vrij beschikbaar.
Het enige, echte minpunt is en blijft het geheel. Wat ik destijds in mijn hoofd had, was iets kleins en mobiels. Nou, dat is deze verhuiswagencombinatie niet. Ik heb wat toeren moeten uithalen. Plus je moet continu opletten dat je de bochten ruim genoeg neemt. Aan de andere kant moet ik wel zeggen, ik ben er overal mee gekomen. En dat waren ook onverharde wegen, tot blubbererpartijen toe.