De mensen hier in Schleswig-Holstein nemen hun weerbericht serieus. Zondagmorgen vertrokken ineens alle gasten, die gisteravond nog gezellig met elkaar de hele dag bier hebben zitten drinken en toch wel een beetje stilletjes naar de wedstrijd Duitsland-Uruguay keken. Ze hadden gelijk, een paar uur later begon het wat te regenen. Eindelijk… verkoeling! Maar wie weet hoe ver zij nog moesten over dat schier oneindige
-wat wij noemen- Kieler kanaal (officieel het Nord-Ostsee Kanal, vroeger het Kaiser Wilhelm I Kanal). Sinds een paar dagen lig ik in een
piepklein jachthaventje in een soort zijtak van het kanaal. Eigenlijk is het meer een meertje met een verbinding naar het kanaal. Het is te heet om te varen! De hele dag in de verzengende zon zitten, is een beetje te veel van het goede. Over de kuip heb ik een tent gespannen en om het uur houd ik het dek nat. Anders is het gewoon niet te doen. Het wordt dan binnen een broedstoof en buiten verbrandt je je poten. Het grootste deel -zo’n 70 van de 100 km- heb ik erop zitten. Donderdagochtend was ik al vroeg uit de veren om vanaf Cuxhaven 2 en half uur lang de stroom op de Elbe mee te hebben naar Brunsbüttel, waar het kanaal begint/eindigt. Gelukkig zitten er in het kanaal veel rechte stukken, zodat ik gebruik kan maken van de stuurautomaat. Anders sta je noodgedwongen uren en uren aan het roer. Om een idee te geven: 70 km varen
met een snelheid van 5 knopen (harder kan wel maar is dat wel goed voor het bejaarde motortje?) duurt toch gauw
wel een uur of 7. Samen met de toerit, ben je zomaar 12 uur in touw, inclusief schutten e.d. De dag ervoor was ook al een uitputtingsslag. De hele dag van 10.30 tot 21.30 uur bij gebrek aan wind op de motor langs de Duits wadden gevaren vanuit het eiland Norderney. De dag ervoor waren van hetzelfde laken en pak. Maandag van Leeuwarden naar Dokkum gemotord. Dinsdag vervolgd naar Zoutkamp. Pas woensdag weer een keer kunnen zeilen, naar Norderney dus. Overigens geen erg prettige tocht; met de wind achterop heb ik wat afgeslingerd. Daar kan het piratenschip op de Efteling niet tegenop.
Ik had daarom ook wel een beetje behoefte aan rust. En dat heb ik gevonden nabij Rendsburg. Het enige stadje aan het kanaal, beroemd om haar zweefveer. Maar er is meer te zien. Zoals Nord Art waar 245 artiesten uit niet minder dan 55 landen hun werk tonen.
2010 Denemarken
Maandag 5 juli 2010
Het is allemaal wat anders gelopen dan waarmee ik driekwart jaar geleden mijn reis door zuid Engeland besloot. De caravan heeft een jaartje rust gekregen. In de plaats daarvan is een zeilboot gekomen. Aanvankelijk niet eens met de bedoeling om ermee op stap te gaan. Eerder als een soort alternatief woonhuis. Lekker klein en overzichtelijk. Iets waaraan je snel went als je rondtrekt.De afgelopen winter maakte echter snel een eind aan dit romantische idee. Dan is een echt huis met een lekkere kachel toch wel heel aangenaam.
Uiteindelijk werd de boot een soort werkverschaffingsproject. De hele winter, tot een paar weken geleden, ben ik er bijna dag in dag uit mee bezig geweest. Mensen die kwamen kijken, zijn zich doodgeschrokken. Zou dat nog goed komen. Heel de binnenboel – plafonds, vloeren en kastjes – was losgehaald. Toen ik het vierdehands kocht was het al een prachtig schip. Nu is het voorzien van allerhande snufjes en geschikt om de zeeën mee te bevaren. En de eerste indrukken zijn fantastisch! Na een paar proeftochtjes ben ik sinds een week op weg naar Denemarken en Zweden. Ik weet wel dat deze voorbije week met prachtig weer, niet exemplarisch zal zijn voor de hele tocht. Maar windkracht 5 of
6 is geen enkel probleem. Bij rotweer vaar ik gewoon niet uit. Een dag meer of minder maakt toch niets uit.
Zaterdag 26 juni gooide ik om iets voor twaalven de trossen los. De voorzitter van jachtclub Schiedam met zijn vrouw waren in de ochtend al langs geweest om me een afscheidspresentje te bezorgen.
Een fles champagne om de reis ten doop te houden. Uitgezwaaid door leden van leden van de club draaide ik de Nieuwe Waterweg op, richting zee. Met als eerste bestemming IJmuiden, waar ik ’s avonds om 9 uur aanlegde achter de sluizen. Bijna de hele reis had ik stroom mee (geen toeval hoor…) en het was prachtig weer. Het enige minpunt was de matige wind pal op de kop, zodat ik alsmaar op de motor moest varen. Het nut van de stuurautomaat bewees zich direct al ten volle. Want 9 uur op je eentje aan het roer staan, is natuurlijk niet te doen.
Zondag doorgetuft naar Amsterdam en een bezoekje gebracht aan het Allard Pierson museum. Er zijn op het moment 2 kleine tentoonstellinkjes, resp. over de muur van Hadrianus en scheepvaart in de oudheid onder de noemer Sail Rome. De nacht voor anker doorgebracht in het buiten-IJ(?) tegenover Durgerdam.
De volgende dag blijven liggen. Het was veel te warm om in actie te komen. De romp van de boot gepoetst. Wat rondjes er om heen gezwommen en het rubberbootje opgeblazen. Dinsdag toch maar verder gegaan. Er schijnt geen eind aan het mooie weer te komen. Via Lelystad naar Enkhuizen.
In Lelystad Nederlands centrum voor scheepsarcheologie bezocht. Ik kreeg niet indruk dat het overlopen wordt, terwijl het vlak naast de Batavia-werf ligt. Er wordt druk gewerkt aan de conservering van een Romeins binnenvaartschip dat een paar geleden in Leidsche Rijn is opgegraven. In Amsterdam voer een replica ervan rond. De woensdag besteed aan lange wandelingen door Enkhuizen
om de leverancier van een antenne te vinden. Dat ding had ik aangeschaft om internetaansluitingen op grote afstand te kunnen benaderen, maar kreeg het niet aan de praat. Het probleem bleek simpel oplosbaar. Het werkt nu en al een paar keer ben ik bij iemand ‘binnengeslopen’ die z’n draadloze router niet voorzien heeft van een wachtwoord. Ook de donderdag is opgegaan aan geshop.
De volgende dag in een ruk naar Harlingen gezeild. Vandaar doorgevaren naar Franeker en nu aangekomen in Leeuwarden. De stad waar ik 3 jaar op kostschool heb gezeten.
Alle oude plekjes afgefietst. Bijna niets is meer terug te vinden. Het internaat bestaat niet meer, is omgebouwd tot studentenkamers. Het enige wat het zelfde was gebleven, was koffieshop Sybs. De stad oogt overigens heel wat florissanter dan destijds. In Franeker vanzelfsprekend het oudste, nog werkende planetarium van de wereld bezichtigd. Rond 
1780 bouwde Eise Eisinga dit apparaat in het plafond van zijn woonkamer waar de familie ook sliep en kookte, geloof ik. Hij wilde ermee allerlei wilde verhalen over het einde der tijden door botsingen tussen planeten bestrijden. De wondere kracht van de
rede bleek toen ook al niet aan iedereen besteed.
Verder in Franeker een hele ochtend doorgebracht op de heilige grond van de PC. Een begrip in Friesland. Hier worden wereldkampioenen kaatsen geboren. Vandaag was het de beurt aan de jeugd. Veel talenten in de dop gezien. De regels van het spel zijn me nog steeds niet helemaal duidelijk. De puntentelling lijkt heel erg op die bij het ‘kazen’ rollen in Engeland. En dat spelletje kon ik wel volgen.