Het is iedere keer een opgave om mijn reis netjes af te ronden, tenminste in de vorm van verslaglegging. Dat komt in de eerste plaats omdat er eigenlijk maar heel weinig nog te melden valt. Je bent immers op weg naar huis. Echt iets nieuws bezoeken doe je niet meer. Je belangrijkste opgave is zo snel mogelijk de lange weg terug vanuit de Oostzee te volbrengen. Twee jaar geleden heb ik weken gedaan over het stukje Cuxhaven aan de monding van de Elbe, langs de Wadden en via Delfzijl binnendoor over Groningen, Leeuwarden, het IJsselmeer, Amsterdam, Haarlem, de Kaag, de Brasem, Alpen ad Rijn en Gouda. En zo op Schiedam aan via Hollandse IJssel en de Nieuwe Waterweg. Een tocht met een schier oneindig aantal bruggen, sluizen en tientallen kilometers lange sloten, vaarten en kanalen. Dat wilde ik dit keer zien te voorkomen.
Daarom had ik twee ervaren zeilers gevraagd naar Cuxhaven te komen met het idee als het weer goed is langere afstanden te kunnen overbruggen door o.a. ’s nachts door te varen. Iets wat je op je eentje niet doet.
Dan hop je telkens een klein stukje verder. Met alle risico’s van dien. Want wat op de ene dag te bezeilen valt, kan de volgende dag totaal onmogelijk zijn. Zeker zo in september, beginnend najaar. Mijn nieuwe aanpak heeft wonderwel succes gehad. Dit keer geen tocht van weken maar slechts vijf dagen! ’s Avonds om 8 uur gooiden we de trossen los in Cuxhaven om 26 uur later in Vlieland aan te komen. In het donker voeren we de Elbe af met de stroom mee, aan de verkeerde kant van de vaargeul net buiten de tonnen. Rechts passeerden continu gigantische zeeschepen. En voor je flikkeren zover je kan kijken overal lichtjes, verlichte boeien. Er zit een soort systeem in. Maar heel vaak vergis je je. Soms is het heel moeilijk te zien welke dichtbij en welke veraf is. In de vaargeul naar Vlieland ging ik daarmee helemaal de mist in. Het is dat Nico goed oplette. Ineens riep ie bakboord en op enkele meters scheerden we langs een reuze, onverlichte ton die ik totaal niet gezien had. Voortaan ’s nachts maar van groene naar rode, verlichte tonnen varen. De overtocht van Cuxhaven naar Vlieland verliep wel erg gladjes. Er was nauwelijks wind zodat we de tocht grotendeels op de motor moesten afleggen. Daar stond tegenover dat we ’s middags heerlijk in de zon hebben kunnen zitten. De boot voer vanzelf op de stuurautomaat. De volgende dag was het nog steeds mooi weer maar het waaide stevig, windkracht 5/6 uit het zuidwesten. Doorvaren naar Den Helder is dan geen optie. Met heel veel moeite wisten we op te kruisen naar Harlingen. Vandaar zijn we langs de kust over een ondiepte, die alleen met vloed te passeren valt, naar Kornwerderzand gegaan. Achter de sluis naar het IJsselmeer brachten we de nacht door. Voor nop aan de wachtsteiger, heel wat goedkoper dan de 37 euro voor één nachtje op Vlieland. De oversteek van het IJsselmeer leverde geen enkel probleem op. ’s Ochtends zat de wind even tegen maar draaide al snel in de goeie richting waardoor we in een ruk naar Amsterdam konden zeilen. Hier moet je kiezen: verder binnen door (zie beschrijving hierboven) of naar IJmuiden en buitenom naar Hoek van Holland. We hebben de gok (in mijn termen, hè) genomen en het pakte goed uit. Op mijn eentje was ik daar van mijn levensdagen niet aan begonnen. Wat een golven, zeker wanneer je vanuit de haven naar buiten de zee op vaart. Eenmaal op zee stond er nog steeds een stevige deining maar dan liggen de golftoppen veel verder uit elkaar. In nog geen 9 uur vanaf IJmuiden lagen we weer lekker beschut in mijn thuishaven in Schiedam. Heerlijk rustig!
Ystad – Cuxhaven
Gebruikelijk (maar wat is gebruikelijk?) is deze afstand in een paar stappen af te leggen, te weten: Ystad (voor de Wallander-liefhebber, spreek uit Uustad) – Klintholm – Gedser – Heiligenhafen – kop Kieler kanaal – staart Kieler kanaal – Cuxhaven. De eerste schrede – en nog wel de langste – lukte in een keer. Een oversteek van Zweden naar Denemarken in net geen 11 uur. Bijna helemaal op de motor bij gebrek aan wind. De dag daarop waaide het wel maar uit een heel ongelukkige hoek. Al kruisend halverwege Klintholm – Gedser in Hesnaes een tussenstop gemaakt.
Een leuk klein haventje met een paar huisjes en iets waar ze iets met vis deden. Maar verder helemaal niets en zonder een cent Deens geld op zak om het liggeld te kunnen betalen. Op de vouwfiets het achterland ingereden en kilometers verder bij een uitspanning een ijsje gekocht en wat extra kunnen pinnen. Zo, dat was ook weer opgelost. Zelfs nog even in zee gezwommen. Voor de laatste keer, bleek achteraf. Gedser overslaan en gelijk door naar Heiligenhafen had kunnen lukken… ware het niet dat het steeds harder begonnen te waaien. Dat was nog te overzien geweest. De verrassing bestond eruit dat vlak voor Gedser mijn grootzeil naar beneden kwam zetten. Hoe is me nog een raadsel, hoe kan nou een snapsluiting openspringen? Gevolg was wel dat ergens hoog in de mast de val, waarmee je het grootzeil hijst, hing. De zorg om dat touw weer naar beneden te krijgen, deed me besluiten toch Gedser aan te doen. Achteraf bezien, een onnodig besluit waarschijnlijk. Ik had net zo goed de bazaan (het zeiltje achterop) kunnen zetten en door kunnen varen. Met ruime wind doet het grootzeil niet erg veel. Qua snelheid scheelde het nog geen knoop (6,6 i.p.v. 7,5) met alleen de fok. In de haven iemand van de bruine vloot bereid gevonden om naar boven gehesen te worden. Iets wat ik nog steeds niet aandurf. Schijn je aan te kunnen wennen, na een paar keer… Maar ik zie me daar al rondzweven op 16 meter hoogte! In Heiligenhafen vervolgens 4 dagen – zoals dat heet – verwaaid gelegen. Geen echte ramp. Het stadje is niet zo veel, het put zich uit om toeristisch te worden. Net als bijna alle havenplaatsjes die ik onderweg aandeed. Of dat beklijft op den duur, ik vraag het me af.
Veel meer dan een hoop prullariawinkels met vreettenten rond een havenkommetje wordt niet geboden. Het enige aardige van Heiligenhafen is een landtong met aan de ene kant strand en aan de binnenzijde een natuurgebied.
De volgelwacht op het einde is zeker een bezienswaardigheid. Voor hunebedden hoef je er in ieder geval niet naar toe. Ze zijn er wel en met enige moeite te vinden. Want een bleek bijna verzwolgen te zijn door de zee. De ander was een nog fraaier lot beschoren. Men had er een picknickplaats van gemaakt! Op de heenweg hebben we ook in Heiligenhave n overnacht om de voetbalwedstrijd Duitsland-? te kunnen zien. De moed der wanhoop was toen net zo tastbaar. Ver in de tweede helft zag het al heel slecht uit voor het elftal. Toch werd in het café die Mannschaft met likeurtjes uit miniflesjes moed ingeklonken. Het mocht net zo min baten.




















































