Vrijdag 4 oktober 2013 Schiedam

Ben al weer een maand thuis. Telkens neem ik me voor nog verslag te doen van de laatste twee weken van mijn zeereis. Maar het komt er niet van. Reden: druk druk druk… ComputertechniekBijvoorbeeld met het herinstalleren van 8 computers die ik gebruik op de basisschool om de hoek. Per apparaat kost je dat al gauw een uur of 4. Gelijk maar besloten afscheid te nemen van Windows XP; medio volgend jaar stopt Microsoft met verdere ondersteuning. Nog geen definitieve keuze voor een alternatief gemaakt. Op de ene helft staat nu Linux Mint en op de andere helft Xubuntu. Vorig jaar ben ik begonnen met een kursus computertechniek voor scholieren, in de groepen 5 t/m 8.  Was een redelijk succes en voor herhaling vatbaar in het nieuwe schooljaar. Voor mijn vertrek naar Griekenland alles keurig opgeborgen. Helaas vergeten gebruikersnamen en wachtwoorden op te schrijven. Vandaar! Tijdens de kursus moeten de kinderen o.a. een PC demonteren en weer in elkaar zetten nadat ze op internet hebben opgezocht hoe de verschillende ‘organen’ uit het inwendige heten en wat de functie ervan is. Als nieuwigheidje voor dit jaar heb ik een quadcopter aangeschaft die via de computer met een joystick radiografisch bestuurd kan worden (http://www.bitcraze.se/2013/08/flying-the-crazyflie-with-leapmotion/).

Genoeg over het heden, terug naar het verleden. Ik lag nog in Dieppe gunstige wind af te wachten om naar Boulogne-sur-Mer te kunnen vertrekken. Tijd zat dus om het stadje rond te fietsen. Ook hier heeft de crisis z’n sporen achtergelaten. Het centrum ging wel maar net even daar buiten doodstille straatjes met leegstaande winkeltjes. De kerk uit eind 1300, gewijd aan de apostel Jacobus zit vol met prachtig, fijn beeldhouwwerk dat de tand des tijds maar moeilijk weet te doorstaan. Het lijkt wel of het langzaam aan het oplossen is. Het plaatselijke museum heeft een mooie collectie ivoren voorwerpen. Heel veel crucifixen en tabaksraspen. Dat laatste kennen we hier niet meer zo. Alhoewel in 1964 bij een staatsbezoek de toenmalige koningin Juliana zo’n ding cadeau deed aan het gekroonde hoofd in Noorwegen. Op reis door Zweden was het me al opgevallen dat je overal snuiftabak kon kopen. Blijkbaar lekker in de winter zo’n frisse neus. Ik kwam er ook nog een bekende Hollander tegen: admiraal Michiel de Ruyter. Waarom hij Dieppe destijds heeft aangedaan, heb ik niet kunnen achterhalen.

Zowaar van Dieppe naar Boulogne kunnen zeilen. Windkracht 4/5 uit het NO en met stroom mee somtijds 9 knopen over de grond. Toch nog een redelijk lange dag. Van 8.00 ‘s-morgens tot rond 17.00 uur. De voorspelde drukte in de jachthaven bleek reuze mee te vallen. Kwam te liggen naast een landgenoot, een straatmuzikant die voor het eerst in Frankrijk aan de slag was gegaan. Hij leeft op zijn boot en verdient z’n brood voornamelijk in en rond Amsterdam. ‘s-Zomers speelt ie gitaar en in de winter saxofoon achter het Centraal Station bij de ponten naar Noord. Gedenk hem als je in de buurt bent. Het centrum van Boulogne-sur-Mer bestaat uit de oude vestingstad. Er is zelfs een stukje stadsmuur uit de Romeinse tijd gevonden. Een beroemde egyptoloog is er geboren: Auguste Mariette. Eind 1800 heeft hij heel veel opgegraven in Egypte. Met als hoogtepunt het Serapeum bij Thebe, nu Saqqara. Een enorm ondergronds complex waar allerlei soorten heilige dieren als katten, valken en krokodillen zijn begraven. Er zijn grafkamers met gigantische natuurstenen kisten met daarin gebalsemde stieren die de godheid Apis verbeelden. Het Serapeum is sinds kort weer geopend voor publiek. Toen ik er voor het laatst in ’99 was, was alles gesloten en moest ik het doen met de resten van de werkplaats waar die beesten werden klaargemaakt voor de eeuwigheid. Ook hier een museum met iets heel bijzonders. Maskers van Indianen in Alaska. Een unieke verzameling die nergens anders op de wereld voorkomt en door een andere Fransman met belangstelling voor uitheemse kulturen ongeveer in dezelfde tijd als Mariette is aangelegd.

Waar blijven toch al die westenwinden deze zomer? Ik was zuidwaarts getogen om in september met de wind in de rug huiswaarts te kunnen keren. Op mijn tochten naar de Oostzee had ik er telkens tegen op moeten boksen. En nu lieten ze het totaal afweten. Er was zelfs helemaal geen wind op weg naar Duinkerken, ruim 7 uur aan een stuk op de motor.  Moest op het eind nog benen maken; werd op de hielen gezeten door een bulkcarrier die ook naar binnen wilde. De haven van Duinkerken breidt zich steeds verder in zee uit. Een beetje à la de Europoort maar op kleinere schaal. De eerste aanblik wordt bepaald door dikke rookwolken uitbrakende hoogovens.

Eenmaal in de haven links en rechts braakliggende vlaktes waar eens scheepswerven stonden. Plukjes nieuwbouw geven een indruk wat de toekomst in petto heeft. Als ik aan Duinkerken denk, schieten me maar 2 dingen te binnen. Hollands kapersnest in de Gouden Eeuw. En Operatie Dynamo aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. In 10 dagen tijd werden hier ongeveer 350.000 manschappen (vnl. Engelsen, Fransen en Belgen) van het strand geplukt en naar Engeland overgezet. Ze waren daar vast komen te zitten en dreigden door de oprukkende Duitse legerscharen in zee te worden gedreven. Een tamelijk nietszeggend museumpje probeert de herinnering hieraan levend te houden.

Volgende tussenstation was Zeebrugge. Inmiddels is mijn reisplan drastisch gewijzigd. Ik ga niet meer direkt op huis aan. Een nieuwe bestemming heeft zich aangediend: Antwerpen. Gert, een van degene die mijn boot naar Frankrijk hebben gebracht, ligt daar met zijn zeilboot. Hij is er gestrand met een opgeblazen motor en heeft me gevraagd hem terug te slepen naar Hellevoetsluis. Even een ommetje dus via de Westerschelde. Mooie gelegenheid om weer eens een kijkje te nemen in Terneuzen. Toen ik jong was, logeerden we altijd met kerst bij oma, de moeder van mijn vader. Terneuzen brievenbus AxelsestraatHaar huis staat er nog, schier onveranderd met brievenbus en al. Om een fotootje te kunnen maken, liep ik een stukje de tuin in. Binnen de kortste keren stond de man van de tapijtzaak aan de overkant voor mijn neus. De nieuwe bewoner.  Antwerpen stelt op een of andere manier nooit teleur. Ik moest er een paar dagen verblijven in afwachting van 2 opstappers die zouden helpen bij het terugvaren. Het is een combinatie van een gezellige drukte en fraaie klassieke panden. Het nieuwe Museum aan de Schelde en het Museum voor hedendaagse kunst vielen me jammer genoeg nogal tegen. Had er meer van verwacht. Spectaculaire gebouwen met iets te weinig inhoud. Ook nog tijd gevonden voor een concert in de barokke St Paulus-kerk. Laat middeleeuwse 40 stemmige polyfone muziek met meerdere koren en instrumentale ensembles verspreid over het schip, in telkens wisselende samenstellingen. Soms heel verstild en dan weer verpletterend de hele ruimte vullend. Prachtig prachtig! Het is me wel duidelijk geworden uit welke bron de tegenwoordige seriële muziek put.

In anderhalve dag zijn we teruggevaren via het kanaal door Zuid-Beveland, Oosterschelde, Krammer- en Volkeraksluizen het Haringvliet op. Tevoren hadden we uitgebreid nagedacht over hoe we deze sleeppartij zouden aanpakken. In de praktijk bleek het allemaal net wat anders te gaan. Toch hebben we het zonder brokken te maken geklaard. Gert’s boot ligt weer netjes op z’n plaats. Net als de mijne.

Dinsdag 20 augustus 2013 Dieppe

Bij het teruglezen van mijn verhaaltje van vorige week, merk ik dat je er wel een landkaart bij moet pakken om een beetje te kunnen volgen waar het allemaal over gaat. Deze aflevering heeft onvermijdelijk hetzelfde euvel. Ongeveer iedere dag ben ik ergens anders. Meestal zie ik er niet meer van dan een haveningang. Op het eiland Guernsey ben ik helemaal niet aan land geweest. Ik kwam daar ’s-avonds pas redelijk laat aan vanuit Lézardrieux na zo’n 11 uur varen. Moest toen nog eten en had geen zin meer om wat te ondernemen. Het wordt je ook niet makkelijk gemaakt. Want bij aankomst moet je midden in de havenkom aanleggen aan een paar steigers waaraan al rijen dik jachies liggen afgemeerd. Als je naar de wal wil, heb je je bijbootje nodig. Of je wacht op hoog water, want dan kan je met je schip een van de docks in. Zoals je op de foto ziet, die bij laag water is genomen, wordt in het dock het water vastgehouden door de drempel bij de ingang.

Via Cherbourg ben ik vervolgens naar St Vaast gegaan. Het ligt aan een baai die aan beide uiteinden bewaakt wordt door 2 grote forten. Ze zijn door Vauban – waar heeft hij niet zijn sporen achtergelaten – in opdracht van de zonnekoning Lodewijk XIV ontworpen. Ik heb begrepen uit frustratie want enig nut hebben ze nooit gehad. Tijdens een van de Frans-Engelse oorlogen had een deel van de Franse vloot op de vlucht  zijn heil gezocht in deze baai. Met weinig succes want ze zijn er alsnog door de Engelsen in brand geschoten. Dat zou ze niet nog een keer mogen overkomen. Op een van de twee forten heb ik nog vlug in de avondzon een blik kunnen werpen. Eigenlijk had ik er een dagje extra aan moeten besteden. Maar de vaart zit er nu eenmaal in.

Volgende bestemming was Ouistreham, de haven van Caen. Het noordelijkste punt van de landingsplaatsen van de geallieerden op D-day. Het gedeelte met de codenaam Sword. Er waren nog 4 andere: Utah, Omaha, Gold en Juno. Omaha is het bekendst  vanwege de schier onmogelijke bestorming van een steile krijtrotswand. Zoals in beeld gebracht in de Longest Day en Searching private Ryan. Beach Sword is een gewoon strand waar de materieel en manschappen aan land zijn gezet. Prachtige villa’s herinneren aan een rijk strandleven vóór WO II. Op verschillende plekken zijn ze gespaard gebleven voor al het oorlogsgeweld.

Zo heeft elke plaats die je aandoet, wel iets bijzonders. Neem nou Fécamp. Ik had er totaal geen beeld bij. De enige reden om het aan te doen was de open haven, waar je met eb nog in kunt (met wat geschuur…). Ook nog net bij het ter kimme neigen van de zon doorgewandeld. Vanuit zee had ik midden in het stadje een groot gebouw met allerlei torentjes zien staan. Wilde wel even weten wat dat voorstelde. Het bleek een likeurfabriek te zijn. Van Bénédictine, gemaakt naar een vroegmiddeleeuws recept van de alchemist Dom Bernardo Vincelli. Het wordt er nog steeds geproduceerd.

Op het moment dat ik dit schrijf, lig ik in Dieppe. Zeker tot donderdag. Dit keer niet verwaaid maar omdat er helemaal geen wind staat en wat er is uit totaal verkeerde richting, het noorden. Erg onhandig als je net een heel lang stuk kust moet zien te overbruggen waar geen of nauwelijks te benaderen haventjes zijn. Ik zou naar Boulogne-sur-Mer willen. Extra complicatie is dat Boulogne deze heel week op slot zit. Er is een grote zeilmanifestatie. Morgen ga ik proberen of ik er toch in mag. De capitainerie van Dieppe is bereid met te helpen door een zielig verhaal op te hangen. Man alleen met een veel te grote boot, durft niet in het donker te varen, kan onmogelijk Calais in één dag halen enzovoort. Wie weet lukt het…

Maandag 12 augustus 2013 Lézardrieux

Het had zo’n mooie apotheose moeten zijn… Een hele ochtend aan zitten werken. Voornamelijk allerlei gegevens verzamelen uit pilots, waarin havens beschreven staan. Om daarna d’r een logisch verhaal van te maken waarin tij, te verwachten wind en aanloopmogelijkheden van havens op elkaar aansluiten. Het leek allemaal te kloppen als een bus. Van St Cast le Guildo voorbij St Malo naar Granville. En dan verder noordwaarts richting Cartaret om van daar uit Cap de Hague te ronden en net om het hoekje in de Anse de St Martin te eindigen.  Alles stond op papier, kaarten weer opgevouwen, boeken in de la. Hoe het kwam weet ik niet meer. Met een tevreden gevoel zette ik me aan het doornemen van wat achterstallige Groene’s. Iedere week download ik trouw een nieuwe aflevering in epub formaat; het lezen schiet er wel eens bij in. Anse de BréhecHet baaitje Anse de Bréhec waar ik voor anker lag en waar al deze plannen tot volle wasdom waren gekomen, was prachtig. Het weer wat minder. Maar uren later dacht ik, even nog wat kontroleren. Merkte ik ineens dat 2 havens achter elkaar liggen, Granville en Cartaret, waarbij je bij de een ± 2 uur HW (hoogwater) de deur in en uit kan en de ander nog krapper te boek staat (± 1 uur HW). Op zich geen probleem, ware het niet dat HW net zo rond 12.00 uur is. M.a.w. dat je als je bij de eerste weggaat, je pas bij de tweede om middernacht naar binnen kan. Daar begin ik niet aan, een beetje in het duister rondscharrelen op volstrekt onbekend vaarwater. Door de grote getijverschillen liggen heel veel havens hier bij laag water verscholen achter honderden meters zandstrand. Binnen staat nog wel water omdat de havenkom voorzien is van een drempel waardoor ie niet leeg kan lopen.

Dat was even domper. Voor zover ik kan overzien, is er maar één alternatief. Wachten tot het tijdstip van HW is doorgeschoven, dan ben je zo een week verder. Nee, ik denk dat het het beste is naar Guernsey over te steken. Voor mijn doen een enorme afstand op een dag, maar liefst 90 km. Zeker een uur of 10 varen en dan moeten de wind en stroming ook nog een beetje meezitten. Volgens de havenmeester in Lézardrieux kan dat lukken morgen. Er is een stevig windje, windkracht 4/5 voorspeld. Eerst uit een wat ongelukkige hoek NNW maar in de loop van de middag draait ie meer naar W. Precies wat ik nodig heb.

VRoscoff oogsten zeewierorige week eindigde ik in Lanildut met de aankondiging op te zullen stomen naar Roscoff. Diezelfde middag , van de ochtend waarop ik mijn weblog bijwerkte, was het ineens zo’n fraai weer geworden dat ik nog een stukje ben gaan varen. Naar de Aber Benoit. Een goeie beslissing want de volgende dag bleek Roscoff wel heel ver weg te liggen. Geen zuchtje wind, de hele dag weer eens op de motor. In Camaret had ik al bij een supermarché 100 liter diesel goedkoop ingeslagen door 5 keer op en neer de fietsen met een jerrycan achterop. In Roscoff nog maar eens dezelfde hoeveelheid bijgetankt. Je weet maar nooit. Schiedam is nog ver.  Roscoff is een aardig plaatsje met veel historisch gevoel. Ik zag nu ook met eigen ogen een schip vol zeealg. Glibberige lange slierten.

De volgende stop was Port Blanc.  Meer ressentiment dan echt praktisch. Lang, lang geleden in 1994 op vakantie heb ik er wat gezeild met mijn Finn-jol. Ook al verleden tijd; schijnt tegenwoordig te worden gebruikt als visbootje. Kan het erger… In mijn herinnering was het een door rotsen omsloten baai. Niets minder bleek waar. De hele nacht heb ik liggen rollen op de deining vanuit zee. Maar vlug weer vertrokken de volgende dag. Wat is dat toch met oude beelden.

Vlug verdrongBretagne hunebed 1994en met een van de mooiste zeildagen van de hele reis. Alles klopte, de motor alleen even aangezet om te vertrekken en voor anker te gaan in de Anse de Bréhec. Bedoeld als opstart van de slotronde. Mooi niet dus. Vandaag naar Lézardrieux teruggevaren voor de grote oversteek van morgen. Had ik die vuurtoren niet al eens eerder gezien? Klopt, namelijk ook in 1994! En wat is dat toch met die hunebedden, toen ook al.

Dinsdag 6 augustus 2013 Lanildut

Het is of de duvel ermee speelt. Het waait of te hard of er is nauwelijks wind. Lag twee dagen in de boeien te Lanildut met windkracht 5/7. Dan zie je mij niet op zee. Fransen ook nauwelijks, alhoewel die toch niet anders gewend zijn. Wil ik vandaag vertrekken, totaal geen wind. Erger nog hij draait morgen naar het noordwesten. Dwz pal tegen! Ook al geen optie, want ik moet een redelijk grote sprong maken naar Roscoff. Het merendeel laveren tegen de wind in duurt veel te lang. Ik zou laat aankomen, in het donker met stroom tegen. Mijn buurman aan de andere kant van de drijvende reuze eieren maakte me daar op attent. Zorg dat je de vloed in de rug hebt, bij eb is het geen doen. Dat wordt dus zeker nog 2 dagen Lanildut.

Een lieflijk dorpje maar haar hoogtijdagen zijn echt voorbij. Een paar eeuwen geleden was de haven een tussenstop tussen Bordeaux en Albion. Kapitein kooplieden voorzagen met hun zeilschepen in de wijnbehoefte van de Engelsen. Hun riante woningen herinneren aan die tijd. Nu prijst men zich aan als haven met de grootste algen (ik zou het zeegras noemen) vissersvloot van Europa. Gisteren had ik eigenlijk moeten weggaan, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen de menhirs en dolmen ongezien achter met de laten. Een beetje dom want het was meer van hetzelfde, wel keurig bewegwijzerd.

De Golf van Morbihan ligt al meer dan 2 weken achter me. Vandaar ben ik naar Lorient gevaren.   Eigenlijk maar om één reden: de U-boot basis uit WO II. Deze ligt er nog grotendeels in takt bij omdat ie na de oorlog door de Fransen zelf jarenlang is gebruikt. Ik vermoed dat de slotscène uit de film Das Boot hier is opgenomen. Op meer plaatsen waren dit soort havens, zoals in La Rochelle en Brest. Globaal zijn 3 onderdelen te onderscheiden. De overdekte insteekhavens waar men van zee uit in kon varen. Een tamelijk hachelijke onderneming naar het schijnt. De aanloop kan niet onder water worden uitgevoerd. En waren op die manier makkelijk vanuit de lucht aan te vallen. Dat gebeurt dan ook in de film. Reparaties werden in soortgelijke hallen op het droge uitgevoerd. Via een dok met lift werden ze op de kant gezet en vandaar verder getransporteerd. Het complex heeft nu totaal andere bestemming. In de meeste hallen worden de meest futuristische race-zeil-machines gebouwd.

Daar heeft Frankrijk een hele traditie in die al teruggaat ver voor de beroemde solotochten van Éric Tabarly. Zijn laatste schip, de Pen Duick VI, ligt er ook. Hij voer nog redelijk traditioneel met een wat heet een monohull. Later kwamen de cata- en trimarans.

Ter overnachting lag ik niet in Lorient zelf. Ik had historisch interessanter plekje aan de overkant gevonden, in Port-Louis. Een vestingstad met een citadel. Een soort Enkhuizen. Met een zelfde funktie ten tijden van de Franse Oost-Indische Companie. Het verbaasde me dat het meeste materiaal in het museum betrekking had op onze VOC. Er moet toch genoeg terug te vinden zijn uit die periode in Vietnam?

Volgende tussenstop was Loctudy. Misschien wel aardig om te vertellen hoe ik er terecht kwam. Was namelijk helemaal niet de bedoeling. Ik wilde naar Ste Evette bij Audierne. Een forse afstand vanaf Lorient maar het leek me te doen in een dag. Halverwege voor Pointe de Penmarch zag ik in de verte donkere wolken zich opstapelen. Als uitwijkmogelijkheid had ik Guilvinec  in gedachten. Een vissershaven waar zeilboten welkom zijn. Alleen niet tussen 16.00 en 18.30 uur. Dan heeft de beroepsvaart prioriteit en mag je als plezierboot er niet of uit. Erg onhandig als je daar zo rond half vijf bent.  Om er nou 2 uur voor de deur te gaan hangen, leek me niks. De zee was bovendien een peu agité. Dus zodoende.

Via Ste Evette (toch aangedaan) terecht gekomen in Douarnenez. Dit keer wel een strategische keuze. Alle voorspellingen kondigden een paar dagen heftig weer aan uit het zuidwesten. Camaret was ook een optie geweest. Maar daar heb ik al eens meer verwaaid gelegen. Op de kaart had ik gezien dat de oude vissershaven een prima beschutting bood. Met mijn bijbootje kon ik zo naar de kant varen en stond dan bijna gelijk midden in de stad. Een leuk stadje, mooi scheepvaartmuseum, fraaie oude kerkjes en ook nog voorouderlijke resten. Tussen de buien door allemaal gezien. Soms zeiknat dan weer effe drogen.

Op weg naar Lanildut Camaret aangedaan. Daar lagen bij de capitainerie keurig mijn rijbewijs (weet je nog, laten liggen bij de fietsenmaker in Arzon) en laptop op me te wachten. De laatste was opgestuurd omdat ik vergeten had de films en e-boeken over te zetten op de computer die ik bij me had. ’s-Avonds met een paar Nederlanders een borreltje gedronken en zo toch nog mijn verjaardag gevierd.

Zondag 28 juli 2013 Douarnenez

Dat zijn jullie niet van me gewend. Geen wekelijkse afleveringen meer? Ja, het schiet er een beetje bij in. Een echte reden kan ik er niet voor aangeven. Misschien was te warm. Dan ga je niet binnen zitten achter je computer zitten. Af en toe heb ik ook het gevoel meer van het zelfde op te schrijven. Daar zit ook niemand op te wachten. Daarom nu het droeve verhaal over de verdronken stad Ys. Bretagne heeft zo haar eigen Atlantis. Het moet ergens liggen bij Raz de Sein, net iets noordelijker ervan in de Baie des Trépassés. Of misschien meer in de Baie de Douarnenez (alwaar ik nu op het moment een stormpje aan me voorbij laat gaan). Zeelieden en vissers horen in die contreien nog regelmatig klokgelui van onder water. Ys lag van oorsprong onder de zeespiegel maar werd voor overstroming beschermd door een ommuring.  Ten tijden van koning Gradlon werd de stad een poel des verderfs, mede door het liederlijke gedrag van zijn dochter Dahut.  Onze Lieve Heer zag dat allemaal met lede ogen aan en besloot dat dat niet verder kon. Hij stuurde de duivel erop af in de persoon van een bevallige jongeman die de koningsdochter verleidde. Na van haar de sleutels van de sluisdeuren ontfutseld te hebben, opent hij die en laat de stad verzuipen. De koning weet het vege lijf te redden. Hij vlucht te paard. Eerst nog samen met zijn dochter. Maar als het paard niet snel genoeg vooruit kan met die 2 op zijn rug, moet hij haar opofferen en smijt haar in het water. Op instigatie van ene saint Gwennolé…

Vorige keer eindigde ik met de nationale verbroederingsfeesten in Frankrijk ter gelegenheid van de 14de juli. Vanaf de boot heb ik op verschillende plaatsen vuurwerk zien afsteken. De ene keer pal voor m’n neus en dan weer heel ergens in de verte. Allemaal nog op en rond de Golf van Morbihan. Deze heb ik inmiddels achter me gelaten. Maar daarover straks meer.

Vrij systematisch verkende ik de golf. Toch heb ik hele grote delen niet bezocht. Het is een soort IJsselmeer. Ook zo’n binnenzee. En net zo onbevaarbaar door de ondieptes. Bij vloed kan je overal wel komen. Maar bij eb moet je de diepere stukken weer opzoeken. Het grote verschil is dat de golf bezaaid is met grotere en kleine eilanden met lieflijke baaitjes en ruige natuur.

Voorbije week heb ik met name doorgebracht in en rond Arzon en Locmariaquer. Twee plaatsjes aan beide kanten van de monding van de golf. Arzon is een vakantieparadijs met een megahaven. Die zijn hier wel meer. Met meer dan 1000 ligplaatsen. En dat is nog niet genoeg. Op de kant staan de boten in rekken op elkaar gestapeld. Het stadje bestaat uit een conglomeraat van hameaux (gehuchtjes). Ieder met een eigen karakter. De meest recente zijn in historiserende stijl neergezet. Alsof het gedachtengoed van prins Charles van Groot Brittannië ook hier heeft post gevat. Overal zie je jong en oud geanimeerd worden. Club Med is niet voor niks een franse uitvinding. Laten men zich niet bezig houden dan doen ze dat zelf. Bij eb staat half Frankrijk gebukt aan de vloedlijn mosselen of iets dergelijks te rapen. Voor mij was er ook het nodige te beleven. Natuurlijk Petit-Mont (die de teleurstelling van Gavrinis geheel deed vergeten). Een enorme heuvel van keitjes met daarin 3 graven. En een duitse bunker. Hoe dat allemaal zo gekomen is, laat zich raden. De duitsers hebben respect getoond voor dit brokstuk historie. Runentekens hielden ze ook zo van. In de bunker is een apart deurtje waardoor een van de graven (ook nu) toegankelijk bleef. Arzon zal verder in mijn geheugen gegrift blijven staan vanwege mijn eerste lekke band (in al die jaren). Na een uurtje (terug)lopen kwam ik gelukkig een fietsenmaker tegen. Hij leende me zelfs een fiets zodat ik terwijl de band repareerd werd, wat boodschappen kon doen. Als borg liet ik mijn rijbewijs bij hem achter. Blij dat alles het weer deed, vergat ik het terug te vragen. Als het goed is, heeft hij het inmiddels naar Camaret (waar ik straks weer langs kom) opgestuurd. We zullen zien.

Locmariaquer, pal tegenover Arzon, is eveneens een toeristenplaatsje. Maar totaal anders van karakter. Gewoon nog het dorpje van vroeger in zekere zin. ’s-Morgens had ik mijn rubberbootje ergens aan steiger vastgelegd. Mijn eerste opgave was een benzinepomp te vinden. Bleek er niet te zijn. Degene die ik het vroeg, bood gelijk aan wat uit zijn tank over te gieten. Zomaar gratis, hij wilde er niets voor hebben. Zeker nog in de feestroes; de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap in de praktijk gebracht. Met deze opsteker op pad gegaan. Locmariaquer drooggevallenLocmariaquer heeft samen met het langste graf La table des marchand en Le grand menhir te bieden. Indrukwekkend maar sfeerloos in een keurig aangeharkte omgeving. Waar je zelfs niet op gras mocht lopen. Als tegenwicht in de omgeving heel veel hunebedden in het wild weten op te sporen. Waaronder Pierres Plates met dekstenen van wel 10 m². Bij terugkeer na een hele middag op de fiets te hebben gezeten, lag mijn bootje vast in de modder. Mooie gelegenheid om even rustig aan te doen en na 2 pilsjes was het water weer zover gestegen dat ik terug naar huis kon varen.

Het is een langer verhaal geworden dan ik te voren had ingeschat. Volgende week dan maar het vervolg. Waaronder mijn bezoek aan Lorient.

Zondag 14 juli 2013 Vannes

Op een bezoekje aan île de Gavrinis rust geen zegen. Een week geleden werd ik er weggestuurd omdat ik ergens anders op het  vaste land niet vooraf een kaartje had gekocht. Nu had ik mijn zaakjes wel voor elkaar. Met de boot lag ik op een paar honderd meter afstand voor anker. Lukt  het me niet er te komen. Motortje van het bijbootje startte niet! Even liep ie en toen was het over. Vlug terug geroeid naar mijn boot; geprobeerd snel een oplossing te vinden. Bougie deed het prima. Tenminste dat voel je direkt als je even start, krijg je een schokje. Dan is er nog maar een andere mogelijkheid: brandstof. En ja, hoor. Filter doorgeblazen. Nog geen sjoechem. Wat dan? Om een lang verhaal kort te maken, vermoedelijk werd er ergens in de leiding van het tankje naar de motor vals lucht getrokken door een lekje. Na alle slangklemmetjes te hebben vervangen, doet ie het weer als een tierelier.

Al met al geen kijkje kunnen nemen in de 3-sterren-dolmen (3 van 3). Gelukkig  heb ik er plaatjes van. Wat het zo bijzonder maakt, is dat alle rotsblokken aan de binnenkant van het graf bewerkt zijn met geometrische figuren. Maar ook met afbeeldingen van dieren. Een rotsblok is waarschijnlijk gejat. Want in een ander graf in de buurt is het aansluitende deel gevonden. Spannend allemaal, hè?

Larmor-Baden droogvallenZe zeggen wel: koop een boot, werk je dood. In ieder geval ben je altijd bezig iets te repareren. Ik heb een lijstje waar ik iedere keer wat bij schrijf en doorstreep als het gedaan is. Daar komt geen eind aan. Net zoals aan de hoeveelheid gereedschap en onderdelen, die ik altijd bij me heb. Iedere keer als ik vertrek, denk ik zal dit of dat niet thuis laten. Het is maar goed dat ik dat niet doe. Hoogtepunt van de week in termen van klussen was het doorsmeren van de schroef. In Nederland moet ik dan even de kant op of iemand charteren die kan duiken. Maar hier heb je een alternatief vanwege de grote getijverschillen: laten droogvallen (gecontroleerd!).  Een eerdere poging mislukte. Nu had ik een buitenkansje. In de haven van Larmor-Baden zijn een aantal balken verticaal tegen de kademuur gezet, waarlangs je rustig met de eb naar beneden kan zakken en waar tegen je als de boot op de grond staat, als het ware een beetje naar toe kan omvallen, zodat wind je niet per ongeluk naar de andere kant op een oor legt… Ik geloof dat ik iets te dichtbij landde waardoor ik niet goed genoeg tegen de kade aan hing. Voor de zekerheid is van de top van de mast een lijn uitgezet. Het is allemaal prima verlopen. Een half metertje water bleef er nog staan. In het rubberbootje ben ik achter onder het schip gevaren en met de vetspuit aan de slag gegaan. Bij het wegvaren later was er duidelijk een verschil te merken. Het vooruit en achteruit schakelen maakt ineens veel minder geluid. Al met al een hele dag werk. Om 8 uur ’s-ochtends net na het hoogtepunt van de vloed legde ik vast en 10 uur later kon ik pas vertrekken. Het klusje zelf is zo geklaard. Maar je moet aan boord blijven omdat je regelmatig de landvasten moet bijstellen.

Maandag twee weken geleden vertrok ik aan het eind van de middag uit La Trinité, richting Golfe de Morbihan.  Om daarop/daarin te komen moet je een flessenhals door bij Port Navalo. Bij voorkeur met een beetje tij in de rug. Zo’n moment was die dag in alle vroegte of zo rond zessen.  Mooi tochtje, helemaal bezeilbaar. Een paar dagen vervolgens voor anker gelegen bij Île Longue. Ja, pal tegenover Île Gavrinis waar ik niet welkom was. Het was in afwachting van wat komen ging. De laatste verregende dagen. Ze goed besteed aan wat andere werkjes. Wat aan de scheepsverlichting veranderd. En het log nagekeken. Dat zit aan een plug door de bodem van het schip. Die kan je eruit trekken. Het water spuit dan om je oren als er niet snel een stop op draait. Eigenlijk ook als je dat wel vlot doet. De schoepen van het log zaten helemaal onder de zeepokken.

Bij de eerste mooie dag doorgevaren naar Vannes, helemaal aan de andere kant van de golf. Een mooi oud plaatsje. Toeristisch maar met mate. Ik ging er naar toe vanwege het archeologisch museum. Maar bij het toegangskaartje was inbegrepen een bezoek aan het museum voor hedendaagse kunst. Vol met grote verstilde vlakken in pasteltinten. Maar ook heel fantasierijk werk van ene Jaques Brown. De jachthaven is midden in de stad. Een beetje het idee van het Bolwerk in Rotterdam. Rondom allemaal terrassen en cafés. Heerlijk om weer onder de mensen te zijn en gewoon van boord te kunnen stappen. Na een dag of 4 eenzame opsluiting een weldaad.

Sindsdien kan de reis niet meer stuk. De ene nog mooiere dag na de andere dient zich zomaar aan. Soms is het in de morgen nog wat grijzig. Tegen de middag komt de zon door en dan is net zomer. En wat doe je dan? Werken aan je verslaving, hunebedden zoeken. Ik denk dat ik er weer paar gevonden heb, waar megelitic.co.uk nog geen weet van heeft.

Larmor-Baden frites et moulesOp het moment lig ik voor anker bij Larmor-Baden. Gisteravond was het feest. Moules et frites. Een jaarlijks gebeuren dat afgesloten wordt met een groots vuurwerk. De mosselen waren nog wat klein. De insiders om me heen prezen ze echter om hun smaak. Overigens de frieten mochten er ook zijn. Een regelrechte lekkernij na weken van eten van eigen brouwsels. Eergisteren ging het laatste bakje nog in Nederland voorgekookte spaghettiprut in de koekenpan. Fris uit het vriesvakje, geen koliek ofzo van gekregen. Dus nu sta ik er echt helemaal alleen voor!

Zondag 30 juni 2013 La Trinité-sur-Mer

Een mens is maar kort van memorie. Een paar dagen wat beter weer en je bent alle ellende van de week ervoor gewoon vergeten. Zoals ik al aangaf, hikte ik een beetje tegen de immensheid van de oceaan aan. Gelukkig diende zich ineens een mooie dag aan om de stap te wagen. Niet te veel wind en zonnig, wel fris. Op de  route lag een knelpunt: Pointe du RazPointe de Raz. Alle pilot-boeken beschrijven hoe het hier kan spoken. Het is nauwe doorgang in een kaap waarvan de rotsen grotendeels onder water ver in zee doorlopen. Zelfs zo’n eind dat er om heen varen geen optie is. Wanneer het stevig waait en stroom en wind boksen tegen elkaar op, dan zijn alle ingrediënten voor exotisch maal aanwezig. Aangeraden wordt met doodtij er door heen te gaan. In mijn geval om 7 uur ’s-avonds. Voor mijn gevoel was ik redelijk op tijd vertrokken. Een uur eerder dan mensen die er bekend zijn, aanraadden. Toch schoot ik niet echt lekker op. De stroom was tegen en de route niet rechtstreeks bezeilbaar, ik moest een paar slagen maken. Daarbij kwam nog dat in de loop van de middag de wind afnam. Met gevolg, eerst zeilen met de motor bij en later zelfs helemaal alleen op de motor om op tijd bij Pointe du Raz te kunnen zijn. Het is allemaal goed gegaan. Samen met nog een paar boten zijn we er door heen geglipt. Om 21.00 uur ben ik voor anker gegaan in de baai van Ste. Évette, vlakbij Audierne. Rustig nachtje, lekker geslapen .Ste Evette passant De volgende dag totaal geen wind. Ja, wat moet je dan? Blijven liggen of toch maar gaan en hopen op verbetering onderweg. Ben vertrokken. Acht en half uur aan een stuk op de motor moeten varen tot Port Manec’h. Het gekke is dat je van zo’n dag doodmoe wordt. Je doet eigenlijk helemaal niets; je zet de motor en stuurautomaat aan en dat is het. Maar dat gehang de hele dag. Je leest wat en toch moet je blijven opletten op wat er om je heen gebeurt. Het verschil merkte ik de dag daarop. Echt zeilweer, grotendeels windkracht 3 à 4 en niet pal achter. La Trinité portPas in de Baie de Quiberon trok de wind nog even stevig aan tot 5/6. Dat was wel goed, liet me weer merken dat de boot niet de zwakke schakel is. Daar kan je volledig op vertrouwen! Na 11 uur op het water aangelegd in La Trinité-sur-Mer. Ik had het toen wel gehad, maar totaal anders dan de dag ervoor.  Waarschijnlijk mede omdat ik nu daar ben waar had willen uitkomen. Namelijk bij Carnac!

Nu ik dit verhaaltje zit te schrijven, heb ik er 2 dagen van rondfietsen door de oertijd opzitten. De meeste indruk maakten de honderden meters lange rijen rotsblokken, kleine en grote menhirs. In de loop van eeuwen zijn delen gesloopt voor landbouwgrond. Op meerdere plaatsen doorkruisen wegen het trajekt. Alles bij elkaar strekt het zich uit over 4 kilometer. Het waarom zal eeuwig een raadsel blijven. Alhoewel in de 3de eeuw na Chr vluchtte (de later heilig verklaarde) Cornély voor de Romeinen weg uit Rome. Hij dacht een veilig oord te hebben gevonden in Bretagne.

Niets minder bleek waar, ook daar bleven ze hem achter de vodden zitten. De plaatselijke bevolking vond dat maar niks. Al dat vreemd volk dat brandschattend door het land trok. Net ten tijden van de oogst, dat ook nog. Cornély bleek echter over een geheim wapen te beschikken. Het was in staat de achtervolgende legerschare te doen verstenen. En zo staat hier dat leger Romeinse soldaten nog steeds, keurig in het gelid. Dat sint Cornély in later eeuwen de beschermheilige der runderen is geworden, doet niets aan deze prestatie af. Naast de alignements heeft Bretagne nog een schat aan ander versteend erfgoed. Wie mijn reizen volgt, kent ze inmiddels. De hunebedden. Te kust en te keur. Ik heb er zelfs een paar weten te vinden, waarvan nog geen plaatje staat op de site megalithic.co.uk. Kan ik dus mooi aanvullen; mijn bijdrage aan het nageslacht.

Voor degenen die mijn Odyssee live willen volgen, heb ik een leuke suggestie. Als ik vaar zend ik (in overdrachtelijke zin) continu een signaal uit om aan te geven wie en waar ik ben. Zo kunnen andere schepen mij zien en zie ik hen. Een soort radar dus. Op een voor mij onbegrijpelijke manier worden al deze signalen gebundeld en op internet gepubliceerd. Ga naar de site van Marine Traffic (link naar Marine traffic Cepheus), tik de naam van mijn boot  in, klik op Cepheus pleasure craft en zowaar  daar verschijn ik in beeld. Nogmaals, alleen als ik vaar tot enkele uren daarna. Schrik niet als ik onvindbaar ben. Het systeem is niet perfect, heb ik gemerkt. Of ik lig ergens lekker stil en in de zon. Dat zou toch ook heel goed moeten kunnen.

Zaterdag 22 juni 2013 Camaret

Ik ben echt iets heel belangrijks vergeten. Dat geldt voor nog wat zaken zoals mijn verzamelde films. Maar wat ik ontzettend mis, zijn wintertruien! De ene die ik bij me heb, is nog geen dag uit geweest. Alle typen weer hebben zo onderhand de revue wel gepasseerd. Camaret sM portZon, veel wind, geen wind, regen, mist of combinaties daarvan. Ze hebben één kenmerk gemeenschappelijk, kou, vreselijke kou. Het is echt afzien. Op weerkaartjes staat regelmatig Brest als koudste plek op (Franse) aarde genoteerd. De beste dagen waren nog de 2 direct na aankomst in Camaret-sur-Mer. Daarna is het alleen maar bergafwaarts gegaan en de vooruitzichten…

De wind trotserend op de vouwfiets de omgeving van Camaret verkend. Veel bunkers uit de 2de Wereldoorlog boven op de rotsen. Onderdeel van de Atlantic Wall om een invasie vanuit Groot-Brittannië af te slaan en ter verdediging van de oorlogshaven Brest. Een van de 5 havens van waaruit de U-boten de Atlantische oceaan onveilig maakten. L’Orient was de belangrijkste; daar kom ik nog langs. Ga dan zeker de onderzeeboothaven, die vrijwel intact is na al die jaren, bekijken.

Bij Camaret is een klein museumpje ter herinnering aan de tienduizenden zeelieden die verdronken zijn nadat hun schip was getorpedeerd. Heel de oorlogstijd brachten koopvaardijschepen goederen van Amerika naar Europa. De eerste jaren met enorme verliezen. Pas na de komst van lange afstandsvliegtuigen en het kraken van de code waarmee de U-boten werden geïnstrueerd, kreeg men greep op deze sluipmoordenaars.

D’r is ook nog een heuse steentijd overblijfsel, van het type alignement. In dit geval in een carré met wat daarom nog wat losliggend spul.

L'Auline scheepskerkhofOm wat zeebenen aan te kweken ben ik de Rade van Brest opgegaan. Een klein IJsselmeertje, daar durf ik wel. Ik heb alsmaar het gevoel dat de oceaan een maatje te groot voor me is. Uiteindelijk niet veel van terecht gekomen vanwege het weer. Ben maar wat gaan schuilen op de rivier de L’Auline. Middenin een oorlogschepenkerkhof. Ze laten ze daar gewoon wegrotten. Op de Colbert (de man van het jasje… minister ten tijden van Lodewijk XIV) stonden zelfs nog de raketten.

In jachthavens liggen is een dure hobby. Al vlug 30 euro per nacht en dat wordt per 1 juli tijdens het hoogseizoen (hoe komen ze er op!) nog met een tientje verhoogd. Van tevoren had ik de indruk dat overal wel een plekkie was om in baaitje voor anker te gaan. In een enthousiast Engels boek worden ze allemaal beschreven. Wat ik me niet genoeg gerealiseerd heb, is dat je in zeker de helft alleen met hoogwater terecht kan. Bij eb vallen ze door de grote getijverschillen droog. Dat moet je maar niet doen met mijn boot die 2 meter diep steekt. Dus wegwezen. Van wat resteert heeft opnieuw zeker de helft ook weer zo z’n beperkingen. Ze bieden maar voor heel bepaalde winden beschutting. In Camaret waar ik na week weer ben aangeland, is dat in de haven zelfs goed te merken. Ondanks alle golfbrekers lukt het gewoon niet om de deining van de oceaan buiten de deur te houden. Een paar mensen uit de jachthaven in Schiedam waren ruim een jaar geleden naar het zuiden getrokken met het idee lang weg te blijven. Een belangrijke reden om weer terug te komen, was de onophoudelijke deining. Je schip ligt nooit is even stil. Ik kan me daar nu alles bij voorstellen.

Schiedam vertrek zeebonkenVan de week regelmatig gedacht, wat heb ik hier te zoeken. Ik ga (ook) terug. Zouden deze zeebonken, die de boot zo te zien in betere tijden naar dit onherbergzame oord brachten, hem ook weer terug willen halen…? Gelukkig zijn de weersvooruitzichten aan de beterende hand. Wie weet kom ik nog uit Camaret weg. Eerst nog even 2 dagen een kleine storm uit schommelen. Maar dan heeft het er alle schijn van dat ik in een paar dagen naar Carnac (niet Karnak in Egypte) kan varen. Daar is opnieuw een leuke binnenzee, de Golf van Morbihan. En belangrijker, het is een megalieten paradijs met als hoogtepunt kilometers lange ‘landingsbanen’ van op een rijtje gezette rotsblokken. Waarom? Reden onbekend. Des te fascinerender!