2019 Italië
Olbia
De cirkel is rond, ben weer terug in Olbia. Eigenlijk op de vlucht voor slecht weer. Dat leek me in de stad beter te overleven dan ergens verloren aan het strand. Kon er met veel moeite en zonder hulp van een tractor of iets dergelijks vandaan komen. Het laatste stuk van zandpad ging redelijk steil omhoog en daar verloor ik de grip, bijna. Hopelijk zijn de opgeworpen stofwolken inmiddels neergedaald. Ben er maar vlug van door gegaan. Van de voorspellingen is niet alles uitgekomen. Pal aan de kust is het eigenlijk best goed te doen. Je moet niet achter je kijken. Daar waar de bergen beginnen. Net even doorheen moeten rijden. De toegangswegen naar Olbia stad zijn aan beide kanten afgesloten vanwege werkzaamheden. Hoe bedenk je het… Daar in de bergen hangen nog donkere wolken en regent het volop. De reis heeft net een weekje te lang geduurd.
Op kleur ben ik na 2 dagen in de zon bij Orosei. En na Nuoro was het gedaan met de pret. Niks meer op mijn lijstje om te bezichtigen. Wat me resteert is nog meer zon en zee. Geen echte ramp maar… Volgende week maandag 3 juni keer ik weer terug op het vasteland in Livorno na 8 uur varen over de baren. Vandaar snel naar huis. Want Oerol staat te gebeuren. Met mijn boot en een paar kennissen gaan we daar een week bivakkeren en natuurlijk genieten van puur cultuur. Weer wat anders dan verzuipen in een doornat tentje, zoals een paar jaar geleden. Afgelopen dagen heel veel internetverkeer gehad om de gewenste kaartjes te bemachtigen. Het is allemaal gelukt. Hulde aan Betty die het allemaal rond heeft gekregen. Van hieruit was het me waarschijnlijk nooit gelukt. Het internet is hier naadje. Ik denk dat dat aan Tele2 ligt die de Europese afspraken op z’n smalst uitvoert. Ga ik thuis zeker achter aan.
Vanuit Nuoro heb ik redelijk grote uitstappen gemaakt. De stad zelf heeft niet veel. Natuurlijk wel een nuraghe die ‘s-avonds mooie uitgelicht is. Verder veel saaie flatgebouwen. Maar dan ineens iets wat opvalt en laat zien wat de Italiaanse architectuur vermag. Rond Nuoro ben ik voornamelijk op zoek geweest naar heilige plaatsen van ruwweg 1000 BC. Ze draaien allemaal om water dat uit de rotsen opwelt.
Aan de bron in Romanzesu is een heel bad-gedeelte verbonden. Waarschijnlijk alleen in gebruik in het voorjaar als er voldoende water was. Men denkt aan een plaats om je figuurlijk te kunnen verschonen. Dus geen badhuis. In de bron zelf zijn -in alle 3 overigens- votief geschenken gevonden. Het plaatje laat stukjes pijl-en-boog zien van brons. Men riep dus ook de steun in van water(goden). Of als dank bij een geslaagde operatie te velde. Dat denk ik dan hè.
Om het af te leren tot slot nog een monster-nuraghe. Niet allemaal verschillende torentjes maar een grote klont.
Nuoro
De mens weet toch rare verhalen te bedenken. Zelfs als de betekenis iedereen ontgaat, blijft men eraan vasthouden. In Mamoiada doen ze daar niet moeilijk over. Ieder jaar met carnaval verkleden mannen zich en trekken lomp dansend door de straten van het dorp.
De een hult zich in een schapenvacht met op de rug een bundel koebellen. Hij is zwart gemaskerd. De ander ziet er meer uit als herder. Heeft een witte mombakkes en begeleidt de schapen naar…? Onderwijl vangt hij met een lasso jonge meiden langs de weg. Over het hoe en het waarom zijn de geleerden het niet eens. Naar ik begrepen heb, is de meest gangbare theorie dat het z’n oorsprong heeft in Griekenland. Het is ook geen typisch Sardijns fenomeen. Het komt in allerlei varianten rond de Middellandse zee voor. Maar liefst 3500 jaar geleden zou het ritueel, want zo mag je het wel noemen, verspreid zijn vanuit Mycene. Het grijpt terug op de cultus rond Dionysus. Wij kennen hem het beste als zatlap, altijd aan de wijn en in de lorren. Maar eigenlijk staat hij voor de dood (in de winter) en de wedergeboorte met de lente. Bij de feestelijkheden ging het toentertijd naar het schijnt niet zachtzinnig toe. Er moest veel bloed vloeien; maakte niet uit van beesten of mensen.
Op deze manier heeft elke dorp wel een an unique selling point. Vlak bij Mamoiada ligt Orgosolo. Bevindt zich midden in de bergen maar weet toch van heinde en ver toeristen te trekken. Met busladingen tegelijk worden ze onder aanvoering van een gids die tekst en uitleg geeft, dwars door het dorp geleid. Het viel nu gelukkig nogal mee met de drukte.
Wat Orgosolo in de aanbieding heeft zijn muurschilderingen. Niet de beruchte formaggio marcio, kaas met daarin nog levende maden… Eerlijkheidshalve, ik heb er ook niet naar gezocht. In alle dorpen en steden zie je wel eens een muurschildering, maar hier is het echt ongelooflijk. De meeste zijn heel politiek geladen en stellen een maatschappelijk onrecht aan de kaak. Of het nu vluchtelingen zijn, Palestijnen, een vermoorde Chileense president of de aanwezigheid van Amerikaanse bases op het eiland. Alles komt voorbij. De bewoners van de Via Antonio Gramsci had geen moeite een eigen onderwerp te kiezen. Leuk dat ook Frida Kahlo en Pablo Neruda een eigen plekje hebben gekregen.
In al dit geweld dreigden de nuraghes, tombae di giganti en heilige bronnen op de achtergrond te verdwijnen. Toch nog een paar weten te scoren. Zelfs voor het eerst de binnentrap in het torentje van een nuraghe kunnen beklimmen. Een gesloten hek gaf evenmin problemen. Keurig overheen te komen, met aan beide kanten een paar opstapjes.
PS Foto waar ik titel ‘kapitalisme’ aan verbond, is fout. Het handelt hier om meer autonomie voor Sardinië. Waarvan acte!
Sardara
Zo me even ontdoen van de torren en andersoortig ongedierte. Was vanmorgen op weg naar zo’n intussen welbekende nuraghe. Deze droeg de prozaïsche naam Genna Maria. Helaas op maandag gesloten. Morgen in de herkansing. Dan toch nog maar een tomba di gigante?
Was ik eigenlijk niet meer van plan, genoeg geweest. Ben op terugreis en heb het wel gezien. Bij die van Nixia stond een verwijzing naar S’Ocru. En zo ben je ineens weer 30 km van huis. Gelukkig zonder aanhang. Prachtige rit, geen echt hoge bergen maar zachtglooiend.
Afgelopen week een paar dagen op een prachtig plekje gestaan, pal aan de kust met uitzicht op Sant’Antioco.
De landtong verbond in vroeger tijden middels een houten brug het vasteland met het eiland. Op het oog lijkt het een hele zee-engte maar het is er heel ondiep. Je kan bijna naar de overkant lopen. Voor kitesurfers ideaal. Een wonderbaarlijk natuurverschijnsel mogen aanschouwen, een halo rond de zon.
Was er speciaal naar toe gegaan om wat meer te zien van de Punische invloed op Sardinië. Viel nogal tegen. Drie eeuwen BC vochten Carthago, in nu Tunesië, en Rome om de hegemonie in het Middellandse zeegebied. Het werd uiteindelijk de Mare Nostrum. Verbazingwekkend eigenlijk omdat Hannibal in de zgn. 2de Punische oorlog met uitzondering van de stad Rome bijna heel Italië v
anuit het noorden (beroemde tocht met olifanten over de Alpen) had veroverd. Ook in die tijd waren fakenieuws en trollen aan de orde van de dag. Een van de verdachtmakingen was dat de Carthagers hun kinderen offerden aan hun bizarre,van oorsprong Oosterse goden. Pas sinds heel kort is dit verhaal door wetenschappers verwezen naar het land der fabelen. Op de tofets, kinderbegraafplaatsen, is er geen spoor van te vinden. Heeft toch mooi 2 en half duizend opgeld mogen doen. Het heeft ook vele broertjes en zusjes. Blikte de Sovjet Unie ten tijde van de Koude Oorlog geen mensenvlees in…?
Zo af en toe maak ik wel eens uitstapje naar de moderne tijd. Of beter gezegd, recentere geschiedenis. Dit keer was dat de stad Carbonia. De naam zegt het al, een mijnstad. Tot in de 60er jaren zijn er kolen gedolven. Het is een helemaal ontworpen stad. Gesticht in de jaren 30 onder Mussolini. De gebouwen ogen ontzettend modern, Dat geldt totaal niet voor wat spullen uit die tijd. Blijkbaar was er hier in de oorlog ook geen rubber meer voor fietsbanden.
Via Antas ben ik terecht gekomen in Sardara. Antas mocht ik niet missen. De enige Romeinse tempel op Sardinië die als zodanig herkenbaar is. Ligt op een onwaarschijnlijke plaats midden in de bergen. Was lang voordien een mythische plaats. De bewoners van de nuraghes (900 BC) begroeven hun mensen daar al en hadden er een heiligdom. Net als de Carthagers die het linker deel bouwden.. Romeins is het voorportaal met de ronde zuilen en de trappen rechts met het altaar. De tempel is gebouwd met materiaal uit de directe omgeving. Een kleine km verderop is de steengroeve, Niet van al te beste kwaliteit zo te zien. Deed er niet zo toe, alles was toch gestuukt en bont beschilderd.
Sardara is gebouwd bovenop een nuraghe-dorp. Zowel bij een kerkje als 200 m verder bij het museum zijn resten aangetroffen. Waaronder een viertal heilige putten met daarin allerhande, aardewerken kannetjes.
Villaperuccio
Het wordt zo langzamerhand een gevecht van man tegen de techniek en de natuur. Of omgekeerd. Ik begrijp dat het in NL afzien is maar hier is het ook niet alles. Begon de week prachtig met een dagje strand. Dat was het dan ook. Verder koud en veel regen en wind. Op zich allemaal te behappen. Ware het niet dat de caravan in de overleefmodus staat. Dwz. koelkast zo laag mogelijk en verder geen onnodig stroomgebruik. Dus ‘s-avonds geen filmpje kijken, een extra trui met borstrok (heb ik er te weinig van bij me) aan, want de kachel vreet stroom en niets met de computer doen. Allemaal het gevolg van het gebrek aan zon waardoor de panelen geen elektriciteit opwekken en een kapotte verbinding tussen caravan en auto zodat onder het rijden de accu’s niet bijgeladen worden. Aan het weer kan ik vanzelfsprekend weinig doen. Ondanks alle heiligen feesten die nu overal gevierd worden. De techniek dacht ik de baas te kunnen. Maar mooi niet. Nieuwe stekkers, nieuwe kabels getrokken; het heeft niet mogen baten. Ik meet spanning maar het levert geen laadstroom op. Rara…!
De stad Oristano blijkt een draaischijf te zijn tussen noord en zuid Sardinië. Door een groot rotsmassief wordt je er als het ware langs gemanoeuvreerd. Voor de 2de keer kwam ik er terecht. Geen drama overigens. D’r is een Lidl en een prima loospunt voor de poepdoos èn er is strand vlakbij. Zo’n strand waar je nog met de auto op kan. Ideaal. Je moet niet achterom, landinwaarts kijken want dan waan je je op Maasvlakte 2. Het is er waanzinnig rustig. Het strand is kilometers lang. Her en der een nog verlaten strandtent. Alleen wat vissermannen verscholen in kleine tentjes en 5 6 hengels in de gaten houdend. Of ze wat vangen ben ik maar niet gaan vragen. Staat zo onaardig. Heb wel meelij met de koukleumende vrouw/vriendin die dit stukje mannenparadijs moet delen. Die ene dag van de week dat ik er was, was het er toevallig zalig. Het kriebelt dagen later nog op verschillende plaatsen. Net iets te lang in de zon gelegen.
Vanuit Oristano in een ruk naar Cagliari in het zuiden gereden. Een rit van zeker anderhalf uur. En dat is hier veel. Een uitnodigende stad maar niet met een verhuiswagencombinatie. Evenmin geschikt om te befietsen. Uren mee aan de hand rondgelopen, bergop. Of zo steil moeten afdalen met dichtgeknepen handremmen en billen. Het archeologisch museum bevond zich vanzelfsprekend boven op het topje. Ja, wat moet je anders met van die oude kastelen. Ergens was er wel een lift om een stuk te overbruggen maar die deed het niet (zoals heel veel hier). Het is hèt museum van Sardinië voor ouwe spulletjes.
Nog meer beelden van de Monte Prama. Gelijk een foto genomen van een afbeelding van de reeds eerder genoemde putgraven (zie aflevering Cabras). Twee aandoenlijke ‘Venus’-beeldjes. Veel en veel ouder (geschat op max. 6000 BC ondanks gelijkenis met dit soort beeldjes uit nog verder vervlogen tijden) dan de Griekse en nog in het bezit van armen en benen. Het gestileerde, witte vrouwenfiguurtje is 4000 jaar jonger en typisch Cycladisch (denk aan Santorini). Zou Sardinië echt iets te maken hebben gehad met die merkwaardige Zeevolken die de kusten van het faraonische Egypte onveilig maakten?
Volgende bestemming was de Romeinse (met Phoenicische voorouders) stad Nora. Dit keer geen regen, zelfs wat zon. Even prachtig gelegen als Tharros op een landengte. Totaal oninteressant gemaakt voor bezoek. Je mag er in onder begeleiding van een bewaker die geen boe of bah zegt. Had je maar een toer met gids moeten nemen. Verder ontbraken alle toelichtende bordjes. En net die stukken die deze opgraving interessant zouden maken (tov. andere) waren niet toegankelijk voor publiek. Tel uit je winst. Zonde van de 5 euro. Het aardigste waren de meeuwen die zich in de puinresten genesteld hadden. Die rode stip op het puntje van hun snavel heeft NL nog een Nobelprijs opgeleverd. Uitgereikt aan Nico Tinbergen, broer van de andere Tinbergen. Jan, ook een Nobelprijs-winnaar, economie. Twee uit een familie, niet te geloven.
Gisteren tot uitputtends toe de graftombes van Montessu bekeken. Liggen in kluitjes bij elkaar hoog in de bergen. Product uit de late steentijd (zal volgende keer een overzichtje erbij doen van de verschillende tijdzones waar ik me door begeef), toch ook vlug 3000 jaar BC. De necropool ligt tussen 2 nuraghes.
Zo, nogal uit mijn slof geschoten wat betreft tekstlengte. Dat krijg je als het zonnetje eventjes wel schijnt.
Fordongianus
Een drukte van je welste zo rond om me heen op mijn heuveltje waar ik de nacht doorbreng. Gisterochtend een hele verkeersopstopping.
Kwam er vanuit het dorp beneden, Fordongianus, een ploegje luid biddende gelovigen aan. In processie op weg naar een verderop gelegen 12de eeuws romaans kerkje. Met zich mee torsend de martelaar San Luxorius. Gelet op z’n kleding, ook al een romeinse soldaat die het licht had gezien en daar niet vanaf te brengen was. Hij werd terug gebracht naar zijn crypte onder de kerk. Gebouwd in de funderingsresten van een romeinse wachttoren. In de kerk herinneren een paar ex voto aan wonderbaarlijke genezingen. Vanmorgen kreeg ik bezoek van de carabinieri. Twee man sterk kwamen de drenkplaats achter me inspecteren. Bleken er 2 karpers in te zitten, een oranje en een zwarte. Niks van gemerkt de keren dat ik er al een bad in heb genomen…
Het stormachtige weer van vorige weekend heeft nog dagen aangehouden. Niet veel meer kunnen doen dan afwachten en veel opgesloten zitten binnen. Uit ongedurigheid net op het moment dat het ook nog begon te regenen toch de stad Tharros bezocht. Heen van voren zeiknat, terug van achteren.
Tharros ligt er prachtig bij op een landtong. Alle tijd gehad om vooraf het boekje over de site te lezen. Hierin worden allerlei zaken gememoreerd die ter plekke onbereikbaar cq niet toegankelijk zijn. Wonderlijke toestand. Vandaar zomaar een paar plaatjes. De maquette, met alleen het deel dat opgegraven is, laat duidelijk zien wat voor centrale rol een waterkasteel speelde. Hier werd nl. het water dat via kilometers lange aquaducten werd aangevoerd, verdeeld over de stad.
Sindsdien is het weer er alleen maar op vooruit gegaan. Het is veelal zonnig maar niet echt warm. Dus prima weer om er op uit te trekken. Het bezoek aan Tharros en Cabras was even een zijsprong. Zaterdag weer teruggegaan naar Ghilarza. Immers daar vond een concert plaats ter gelegenheid van de 82ste sterfdag van Gramsci. Daniele di Bonaventura op bandoneon met zijn band Band’union trok nog redelijk wat publiek. Tenminste voor zo’n dorp met 4000 inwoners. Zo op het oog gestaalde kaders uit vervlogen tijden met hun kleinkinderen. Ik vond het een bijzonder aardig concert. Niet de geijkte strijdliederen maar mooi hergecomponeerd en toch nog herkenbaar. Voor de liefhebber, te beluisteren op Youtube (naam bandleider + nuovo CD Garofani Rossi).
In de omgeving van Ghilarza nog wat rondgestruind. Illegaal een heiligdom uit de 6de eeuw BC betreden. Niet voor het eerst voor gesloten deuren gestaan. Maar d’r is altijd wel ergens een gaatje te vinden. Dit keer ging voor de verandering een luid alarm af, bleef minutenlang krijsen maar stopte gelukkig vanzelf. Vervolgens afgedaald in een slenk op zoek naar rotsgraven. Liefst 2 maal. De eerste keer niet ver genoeg. Kon ik niet over mijn kant laten gaan. Dus nog een keer terug.
Fordongianus is een voormalige Romeinse stad (een verbastering van Forum Trajanus). Met heel veel moeite vond ik diep in de binnenlanden een meter aquaduct tussen de struiken. Beter bereikbaar waren het thermale badhuis en de funderingsrestjes van een amfitheater. Nu nog kan je er baden in voor mijn doen veel te warm, zwavel houdend water. De foto van het badhuis is nogal bedrieglijk. Je denkt snel aan een soort open bad. Maar dat was niet zo. Als je de gebogen muurresten boven de portalen doortrekt, kan je je een voorstelling maken van het enorme gewelf dat er geweest moet zijn.
Vanzelfsprekend ook nog op zoek geweest naar nuraghes. Meestal totaal overwoekerd. Maar dan ineens eentje die oogt en waar je nog in kan.
Cabras
Het is vandaag Pasen. Al eerder geprobeerd in de juiste stemming te geraken. Op Goede vrijdag naarstig gezocht naar een of andere processie. Niets te beleven. Vandaag wel raak. Mijn aandacht werd getrokken door het geknal van vuurwerk. Er op afgegaan. Was het begin van een processie door het dorp.
Liepen heel wat mensen mee. Waarvan overigens maar weinigen aan het eind de kerk binnen gingen. Sta in Cabras pal aan een soort meer, lagune die in verbinding staat met zee. De sirocco waait stevig en voert heerlijk warme lucht aan uit de Sahara. De caravan wordt nog steeds flink door elkaar geschud terwijl ik dit zit te schrijven. Gisteren geprobeerd de resten van de stad Tharros te bezichtigen. Niet te doen vanwege de enorme stofwolken. Geadviseerd werd over een paar dagen terug te komen.
Sardinië is bezaaid met torenachtige bouwsels, de nuraghes. Het staat me bij dat ik ergens gelezen heb dat er meer dan 6000, verspreid over hele eiland in kaart zijn gebracht. Verbazingwekkend eigenlijk dat zo veel ervan de tand des tijds hebben doorstaan. De eerste exemplaren -één simpel torentje met wat hutjes erom heen- stammen uit zo’n 1700 jaar voor Christus (BC). Hier de vroege bronstijd. Meestal is in de buurt een soort begraafplaats met van die tomba di giganti. Je krijgt het beeld van redelijk dicht bij elkaar wonende families of clans, die generatieslang werken aan hun vesting. Gemeenschappelijk hebben ze dezelfde cultuur en hun heiligdommen. Toch moet het een ruige tijd geweest zijn. Want wat zou anders de noodzaak zijn geweest om je zo te fortificeren? Vanaf 900 BC begint deze specifieke beschaving uit te doven door binnendringende kolonisten. Eerst Phoeniciërs uit Syrië, later Cartago en Romeinen.
De op het kaartje (bovenin bij header blog) met spelden aangegeven lokaties zijn dus maar een fraktie van wat er nog meer te zien is. Bij de voorbereiding baseerde ik me op verschillende internet-bronnen met beeldmateriaal. Gelukkig kon ik van de week gratis en voor niets redelijk gedetailleerde landkaarten bemachtigen. Dat opende ineens een veel grotere wereld aan ‘meer van hetzelfde’.
Rond Torralba kon ik zodoende op ontdekkingsreis. Een voorbeeld hiervan is de nuraghe Oes die ik anders mooi ‘gemist’ had. Vond al rondrijdende een nieuwe overnachtingsplek met om me heen alleen het zacht geklingel van honderden schapenbelletjes en bij wakker worden de ochtendmist.
Voor de afwisseling even tijd genomen voor mijn eigen politieke geschiedenis. In Ghilarza bracht ik een bezoek aan het huis waar de theoreticus-politicus uit het interbellum, Antonio Gramsci zijn jeugd doorbracht. Hij is weer in de mode; wonderlijk genoeg niet zozeer bij links maar in ultra-rechtse kringen. Dat kan je allemaal overkomen als opposant tegen Mussolini.
Jarenlang heeft hij onder dat bewind in de bak gezeten. Hij is niet oud geworden. Kampte met grote gezondheidsklachten vanwege TBC.
Een heel nieuw hoofdstuk in de grafcultuur van de oude Sardijnen was te zien in het museum van Cabras. Een dorp van 3 maal niks maar toch redelijk bekend vanwege een berg vlakbij, de Monte Prama. Daar werden in de jaren 70 van de vorige eeuw resten aangetroffen van graven in de grond. Een boer ploegde een nieuw stuk terrein om en haalde allerhande puin boven. Na een verkennende opgraving kon men van al die lossen stukken een paar beelden beelden reconstrueren. Iets unieks. Ondanks dat ze de hele wereld zijn over gegaan, verdween de opgravingslokatie uit te boeken. Tot een paar jaar geleden. Er blijkt een veel groter grafveld te liggen dan men aanvankelijk aannam. Het einde ervan is nog niet in zicht.
Wat de beelden voorstellen is inmiddels wel duidelijk, nl. krijgers. Ze zijn aangetroffen bij een hele rij putgraven (rond gat in de grond waarin de overledene zittend met opgevouwen knieën zat en was afgedekt, eerste met losse stenen en later platen rots). Degenen die er begraven zijn, zijn allemaal man en jong gestorven. Een relatie ertussen ligt voor de hand. Maar hoe precies zal nog veel meer graafwerk vergen. De beelden zijn gedateerd rond 900 BC. Ze zijn duidelijk beïnvloed door het Midden-Oosten (denk aan Syrië en Mesopotamië).
De sirocco is al schrijvende aangetrokken tot een regelrechte storm. Mijn voornemen om een leuk plekje aan strand te zoeken, houd ik nog maar even aan.
Alghero
Het blijft door mijn hoofd spoken. Het was een zo maar een opmerking van iemand. Naast de gecanoniseerde archeologische sites probeer ik zelf nog niet vastgelegde plekkies te ontdekken. Meestal aan de hand van een minuscuul kaartje waarover wat stippen zijn uitgestrooid. De kans op succes is dan ook minimaal. Alhoewel, na heel wat gedwaal vond ik zomaar in het struweel een uitgehakte graftombe. Klein maar het was er een. Viel helemaal in het niet bij die op de necropool van Anghelu Ruju.
Deze keer was ik ook op zoek naar een paar nuraghes waar nog geen plaatjes van zijn en die als het ware in de achtertuin van mensen liggen. Er zijn er nl. duizenden van; dus maak je borst maar nat… Bij een B&B het erf opgelopen om navraag te doen. Vanwege het geblaf van hun honden komt een mevrouw naar buiten. Blijkt een Nederlandse te zijn, runt samen met een autochtoon iets agrotouristisch. Met stomme verbazing bekijkt ze mijn kaartje.
Ziet dat er meer dan 100 op aangegeven staan. “Je gaat die toch niet allemaal proberen te vinden?” En spreekt te onvergetelijke woorden uit “Joh, als je er een gezien hebt, heb je ze allemaal gezien”. Nou dat komt aan hoor…
Vorige week meldde ik gearriveerd te zijn in Calangianus, ook genaamd Caragnani. Stond er niet zo bij stil maar alle plaatsnamen zijn dubbel. Het heeft ermee te maken dat Sardinië eeuwenlang tot begin 1700 Spaans is geweest. In Alghero/L’Alguer, vlakbij waar ik sta aan de Golfo di Conte, wordt nog Catalaans gesproken. Niet dat ik het gemerkt had. Al dagen zo’n beetje op de vlucht voor de regen en de kou. Eerst naar Porto Torres en nu weer wat zuidelijker. Het maakt inderdaad iets uit. In de verte boven de bergen zie ik nog steeds donkere regenwolken hangen. Maar gelukkig zijn de vooruitzichten aan de beterende hand.
Tussen de buien door toch al van alles kunnen bekijken. De hele begraafcultuur van 1500 jaar voor Christus en ouder passeerde de revue. Van hunebed tot uitgehakt rotsgraf en grafheuvel met in het midden een soort kist. Het meeste indruk maakten de tomba’s di giganti. En dan met name vanwege het licht geboden front met in het midden een enorme plaat natuursteen met onderin een klein poortje. Men neemt aan dat op het voorterrein afscheid werd genomen van de overledene(n). De bijzetting vond niet plaats door de deurtje maar van bovenaf. Alle graven die we zien zijn als het ware naakt. Van origine waren ze bedolven onder dikke lagen aarde of keien.
Het Romeinse verleden kom je mondjesmaat tegen. In Porto Torres staan de resten van een groot badhuis fier overeind. Lang niet als zodanig herkend, gelet op de bijnaam paleis van koning Barbaros. De zuilen uit gebouw vonden een nieuwe bestemming in de Romaanse basiliek uit 1100 die gewijd is aan 3 martelaren. Zij weigerden de ene ware god af te zweren en zich weer over te geven aan de heidense goden. Verder nog wat boerderijen en bruggen die de tand des tijds hebben doorstaan.
Niet onvermeld mag blijven een nieuwe uitputtingsslag. Twee keer zo erg als de vorige. Opnieuw overleefd. Met als trofee dit -naar men zegt- tempeltje. Heel wat anders dan de nu toe ene echt lekkere dag bij de golf van Conte. Kon het niet laten pootje te baden. Wilde toch even de temperatuur van het water aan den lijve voelen. Gleed ik pardoes onderuit, bijna kopje onder. Viel nog best mee ook. Scheelde weer een ingewikkeld wasbeurt in mijn doucheje van 60 bij 60 cm wel te verstaan.
Calangianus
Sta geloof ik bij een heilige bron in een klein plantsoentje. De een na de andere auto stopt om een kofferbak vol met jerrycans te vullen. Op de achtergrond waakt Padre Pio, dat zal het wezen. Het is koud in Calangianus en het regent. Onderweg er naar toe continu hagelbuien. Mag overigens niet klagen het is de eerste mindere dag. Een beetje regen doet de natuur goed. Het eiland is groen en ontluikt. Over 2 3 maanden verdort alles weer. Op de heenreis voor eerst mijn leven in Zwitserland geweest. Een kostte paar centen aan toll maar je krijgt er ook wat voor. Heel af en toe mag je een blik werpen op een rotsmassief. Meestentijds verplaats je je als een mol door een kilometers lang gangenstelsel dwars door dit Alpenland. Voorzichtigheidshalve had ik de heenreis ruim gepland, in dagen. Ik word oud, de auto zeker. Die gaf echter geen krimp. Tijd te over dus om wat plekjes te bezoeken.
Bv. Veleia. Een Romeins plattelandsdorpje. De opgraving stelt niet veel voor. Wel aardig om te zien hoe een aanvankelijk ronde structuur in de loop van de eeuwen ovaal wordt. En zo beter aansluit bij gewijzigde opvattingen. Wat het nu echt is zal eeuwig een raadsel blijven. Er is een tamelijk unieke vondst gedaan. Een enorme bronzen plaat met tekst. Hij was al in stukken gehakt om te verkopen. Gelukkig had iemand door dat het iets bijzonders was. Voor zover ik de toelichting begrepen heb, handelt het om een plaatselijke verordening, ter uitvoering van landelijk beleid. Beschreven staat wat boeren ontvangen aan inkomensondersteuning. Klinkt allemaal heel modern, bijna Europees.
In Pontremoli het Museo Statue Stele bezocht, vol met fascinerende beelden uit de bronstijd. Of het het stadje die boost gaat geven om uit het dal te geraken, betwijfel ik. Misschien iets voor onze jonge prins Bernard. De hele oud binnenstad staat in de etalage. Lege etalages wel te verstaan.
Meer en meer begint bij mij het idee post te vatten dat de meeste opgravingen na onderzoek weer dichtgegooid moeten worden. Je ziet altijd hetzelfde, nl. niets. De contouren van een forum met aan de ene kant een capitool met 3 tempels, meestal de triade Juno (in het grieks Hera), Jupiter (Zeus) en Minerva (ja die…, equivalent van Pallas Athena). En aan de andere kant nog onduidelijkere fundamenten van de bestuursgebouwen. Alleen de vondsten zouden aan den volke getoond mogen worden. Van de Romeinse tempels in Luni (Ortonovo) zijn dat zeker de aardewerken daklijsten. Het was een puzzel ze weer aan elkaar gelijmd te krijgen.
Tijd om het vasteland te verlaten en over te steken met de veerboot van Livorno naar Olbia Om 6 uur ‘s-ochtends waren we genood klaar te staan ter inscheping. Gelukkig met weinigen. Want pas om 9 uur mochten we het haventerrein op. In de tussentijd moesten we ons heil maar zoeken langs de weg, zonder enige parkeervoorziening. Verder een plezierige overtocht, een uurtje langer dan de geplande 8 uur vanwege een forse tegenwind en navenante golven.
De eerste dag in Olbia gelijk al alles van Sardinië gezien waar ik voor gekomen ben. Had alleen op een reuzengraf (tomba dei giganti) gerekend op basis van mijn voorverkenningen. Maar er was een archeologisch museum. Spiksplinter nieuw, nog een beetje erg leeg. Vorige behuizing zeker wat kleiner van omvang. Ze wezen daar op de Romeinse roots van de stad. Niet veel van te zien, de huidige stad is er overheen gebouwd. Wel nog een piepklein stukje aquaduct en een boerderijtje met olijfpers. Verder een paar toevallige bordjes die ik tijdens het boodschappen doen, tegen kwam. Dat is wel handig Italië, een bruin bordje verwijst altijd naar iets ouds. Alzo kwam ik terecht bij een pozzo sacro (heilige bron van ver voor de jaartelling) en een uit dezelfde tijd stammende nuraghe (klein fort). Van beide ga ik er nog heel veel zien. Hopelijk met wat minder inspanningen. Of zou het aan mijn conditie liggen? Voor de nuraghe moest ik een berg op. Zeker een kilometer alsmaar stijgen en een klauterpartij tot slot. Mijn hart leek uit m’n borstkas te willen springen.
Schiedam 27 januari 2019
Weer wat veranderd. Nog steeds bestemming Italië maar… een veel kleiner deel. Het eiland Sardinië. Jaren geleden al eens mee bezig geweest om te inventariseren wat daar te zien is. Toen vielen me al wonderlijke bouwsel uit verre, donkere(?) tijden op: de Nuraghi’s. Honderden ervan overleefden millennia. Nu bij verdere inventarisatie kwam ik ook nog graven van reuzen en tal van necropoli uitgehouwen uit de rotsen tegen. Een rijk gedekte tafel licht gelardeerd met Phoenicische en Romeinse bijspijzen en omgeven aan de randen met de prachtigste kusten en stranden ! Niet te versmaden dus. Hierbij een kleine impressie waar ik voor ga.
En niet te vergeten het geboortehuis van Gramsci, politicus ten tijden van het interbellum en jaren lang vastgezet door Mussolini.
Zijn gedachtegoed mag de laatste tijd zowel bij links als rechts een soort revival meemaken.
Foto’s zijn in het groot te bekijken door er even op te klikken. Terug via het kruisje rechtsboven in zwarte veld van de foto (niet helemaal in de hoek).