Maandag 10 juli 2015 Schiedam

Weer thuis. Ruim twee en halve maand op pad geweest. De tijd is omgevlogen. Turkije is een prima land om door te trekken. Van de kust had ik wat meer verwacht. De mooiste stukken zijn vercommercialiseerd met monsterachtige hotels annex pretparken en grote dorpen van eenvormige vakantiehuizen. De mensen maakten veel goed. Overal is men even gastvrij. Soms komen ze wel heel erg dichtbij. De keren dat ik ergens aan het strand stond, spreidde men zonder gêne pal achter mijn caravan in de schaduw zijn plaid uit, stak de barbecue aan en zat daar lekker de hele middag. Ik zat dan ook goed; kreeg te eten en te drinken. Jammer dat Turkije zo ver weg ligt. Zeker 5 dagen rijden. De grensovergangen vormen ook een aardige hobbel. Nieuw beleid is om caravans net als vrachtwagens te X-rayen. Zowel bij het uitreizen van Turkije en Servië is me dat overkomen. Overigens met een heel groot verschil in aanpak. In Servië kwam gelijk een douanier naar me toe die Engels sprak en uitlegde wat de bedoeling was. Liet me me meekijken in de controlekamer. Heel relaxed. Eigenlijk nauwelijks enige vertraging, een minuut of 15. Daar kunnen de Turken nog wat van leren. Weer niemand die Engels of Duits machtig was. Botte commando’s en onhandige en ingewikkelde procedures die uren duurden. Aan het eind moest ik zelfs een verklaring in het Turks ondertekenen. Dat weigerde ik. Reden voor een van die hufters om mijn papieren in beslag te willen nemen. Gelukkig kwamen zijn collegae tussen beiden, anders was het nog op een vechtpartij uitgedraaid. Toen ik eindelijk weg kon rijden, ging die sukkel in de deur staan en stak zijn middenvinger op. Over professionaliteit gesproken. Ben bezig een brief hierover (en de wederwaardigheden bij binnenkomen) te schrijven aan de Turkse ambassade. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.
De meest vreemde figuur die ik ontmoet heb, was een ouwe Duitser, ver in de 70. Een week lang maakten we iedere dag een praatje als hij met zijn (Turkse) vrouw een wandelingetje ging maken. Ik heb er nog een wijnfles gevuld met olijfolie aan over gehouden. Die bracht ze op keer mee, uit eigen olijfgaard. Dacht eerst dat we iets te vieren hadden. Deze Andreas Puhl bleek natuurkundige te zijn geweest. Hypersonic specialist naar eigen zeggen. In de jaren 60 in Californië zich onledig gehouden met modellen om de Spaceshuttles veilig door de dampkring te loodsen. Later gewerkt als beleidsmedewerker bij de NAVO. Heeft ‘onze’ secretaris-generaal Luns nog goed gekend. Al in ons 2de gesprek bekende hij zich als volbloed racist: ‘Moet je toch eens kijken naar de Turken; dat kan toch nooit wat worden…’. Eerst dacht ik dat het soort grapje was. Hij was toch immers getrouwd met een Turkse. Maar nee, er ging niks boven het blanke, arische ras. Daar kon geen volk in de wereld aan tippen. Toch vreemd om dit soort tekst uit de mond van een Duitser (eigenlijk gewoon nog een Mof) te horen komen. Voelde me wel gesterkt in mijn vooroordeel dat onze verdedigingsorganisatie vol met dit soort enge gasten zit. Dr. Strangelove (briljant vertolkt door Peter Sellers) is geen karikatuur. Reden te meer om op de terugweg een ommetje te maken naar oude kennissen in Oost-Duitsland. Na de Wende ben ik er een paar keer op bezoek geweest. Het zijn mensen die ik in de goeie ouwe tijd heb leren kennen. Ver voor de val van de Muur. Hun carrières zijn allemaal gekakt. Gelukkig heelt de tijd. Zeven jaar geleden kwam ik er helemaal depressief vandaan.
Moet nog verslag doen van week 25. De laatste dagen in Turkije. Te weten: Koçali, Alexandria Troas bij Dalyan en Gallipoli.

Rond Koçali liggen verschillende steengroeven. Enkele zijn nog volop in gebruik. In een verlaten groeve zijn 7 enorme granieten zuilen te vinden, anderhalve meter doorsnee en 12 meter lang. Ze liggen d’r zo maar, op de plek waar ze uit de rotsen zijn gehakt. Een paar verderop, vermoedelijk al weggesleept om afgevoerd te worden. Ik denk naar de haven van Alexandreia Troas, 10 km er vandaan aan de kust. Want daar kwam ik nog zo’n joekel tegen naast heel veel kleinere, die om onduidelijke reden in zee zijn gedumpt. Heel leuk om tussen de zwemmen. Speciaal voor de gelegenheid een duikbril en zwemvliezen aangeschaft. Helemaal niet simpel om het luchtpijpje boven water te houden. In Alexandreia Troas leefden op haar hoogtepunt meer dan 100.000 inwoners. De stadsmuren waren 10 km lang. Een van de badhuizen was zo groot als 2 voetbalvelden. Ik dacht eerst tegen de stadsmuren aan gelopen te zijn. Verder is er niet zo veel te zien. Dat verbaast me iedere keer hoe weinig van zulke enorme steden is overgebleven.

 

Het slotstuk van mijn reis vormde Gallipoli. Op dit schiereiland aan de Europese kant van de Dardanellen is precies 100 jaar geleden enorm gevochten tussen het langzaam instortende Ottomaanse rijk en een stelletje kapers (UK, Frankrijk en Rusland),  die hun kans schoon zagen om deze entree naar de Zwarte zee te bemachtigen. Ze zijn met een koude kermis thuis gekomen. Eerst werd hun vloot tot zinken gebracht. Deze zou wel even opstomen naar Istanboel (onder aanvoering van de toenmalige First Lord of the Admiralty: Winston Churchill!). Vervolgens hebben ze op verschillende plaatsen geprobeerd aan land te komen. Even hopeloos. De latere stichter van de staat Turkije, Ataturk, heeft als officier in deze oorlog zijn naam weten te vestigen. Alle partijen herdenken hier hun slachtoffers. De Turken natuurlijk het uitbundigst. Vaak met monumenten die niets aan de verbeelding overlaten. Een soort openlucht panorama’s in brons gegoten.