Maandag 10 juli 2015 Schiedam

Weer thuis. Ruim twee en halve maand op pad geweest. De tijd is omgevlogen. Turkije is een prima land om door te trekken. Van de kust had ik wat meer verwacht. De mooiste stukken zijn vercommercialiseerd met monsterachtige hotels annex pretparken en grote dorpen van eenvormige vakantiehuizen. De mensen maakten veel goed. Overal is men even gastvrij. Soms komen ze wel heel erg dichtbij. De keren dat ik ergens aan het strand stond, spreidde men zonder gêne pal achter mijn caravan in de schaduw zijn plaid uit, stak de barbecue aan en zat daar lekker de hele middag. Ik zat dan ook goed; kreeg te eten en te drinken. Jammer dat Turkije zo ver weg ligt. Zeker 5 dagen rijden. De grensovergangen vormen ook een aardige hobbel. Nieuw beleid is om caravans net als vrachtwagens te X-rayen. Zowel bij het uitreizen van Turkije en Servië is me dat overkomen. Overigens met een heel groot verschil in aanpak. In Servië kwam gelijk een douanier naar me toe die Engels sprak en uitlegde wat de bedoeling was. Liet me me meekijken in de controlekamer. Heel relaxed. Eigenlijk nauwelijks enige vertraging, een minuut of 15. Daar kunnen de Turken nog wat van leren. Weer niemand die Engels of Duits machtig was. Botte commando’s en onhandige en ingewikkelde procedures die uren duurden. Aan het eind moest ik zelfs een verklaring in het Turks ondertekenen. Dat weigerde ik. Reden voor een van die hufters om mijn papieren in beslag te willen nemen. Gelukkig kwamen zijn collegae tussen beiden, anders was het nog op een vechtpartij uitgedraaid. Toen ik eindelijk weg kon rijden, ging die sukkel in de deur staan en stak zijn middenvinger op. Over professionaliteit gesproken. Ben bezig een brief hierover (en de wederwaardigheden bij binnenkomen) te schrijven aan de Turkse ambassade. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.
De meest vreemde figuur die ik ontmoet heb, was een ouwe Duitser, ver in de 70. Een week lang maakten we iedere dag een praatje als hij met zijn (Turkse) vrouw een wandelingetje ging maken. Ik heb er nog een wijnfles gevuld met olijfolie aan over gehouden. Die bracht ze op keer mee, uit eigen olijfgaard. Dacht eerst dat we iets te vieren hadden. Deze Andreas Puhl bleek natuurkundige te zijn geweest. Hypersonic specialist naar eigen zeggen. In de jaren 60 in Californië zich onledig gehouden met modellen om de Spaceshuttles veilig door de dampkring te loodsen. Later gewerkt als beleidsmedewerker bij de NAVO. Heeft ‘onze’ secretaris-generaal Luns nog goed gekend. Al in ons 2de gesprek bekende hij zich als volbloed racist: ‘Moet je toch eens kijken naar de Turken; dat kan toch nooit wat worden…’. Eerst dacht ik dat het soort grapje was. Hij was toch immers getrouwd met een Turkse. Maar nee, er ging niks boven het blanke, arische ras. Daar kon geen volk in de wereld aan tippen. Toch vreemd om dit soort tekst uit de mond van een Duitser (eigenlijk gewoon nog een Mof) te horen komen. Voelde me wel gesterkt in mijn vooroordeel dat onze verdedigingsorganisatie vol met dit soort enge gasten zit. Dr. Strangelove (briljant vertolkt door Peter Sellers) is geen karikatuur. Reden te meer om op de terugweg een ommetje te maken naar oude kennissen in Oost-Duitsland. Na de Wende ben ik er een paar keer op bezoek geweest. Het zijn mensen die ik in de goeie ouwe tijd heb leren kennen. Ver voor de val van de Muur. Hun carrières zijn allemaal gekakt. Gelukkig heelt de tijd. Zeven jaar geleden kwam ik er helemaal depressief vandaan.
Moet nog verslag doen van week 25. De laatste dagen in Turkije. Te weten: Koçali, Alexandria Troas bij Dalyan en Gallipoli.

Rond Koçali liggen verschillende steengroeven. Enkele zijn nog volop in gebruik. In een verlaten groeve zijn 7 enorme granieten zuilen te vinden, anderhalve meter doorsnee en 12 meter lang. Ze liggen d’r zo maar, op de plek waar ze uit de rotsen zijn gehakt. Een paar verderop, vermoedelijk al weggesleept om afgevoerd te worden. Ik denk naar de haven van Alexandreia Troas, 10 km er vandaan aan de kust. Want daar kwam ik nog zo’n joekel tegen naast heel veel kleinere, die om onduidelijke reden in zee zijn gedumpt. Heel leuk om tussen de zwemmen. Speciaal voor de gelegenheid een duikbril en zwemvliezen aangeschaft. Helemaal niet simpel om het luchtpijpje boven water te houden. In Alexandreia Troas leefden op haar hoogtepunt meer dan 100.000 inwoners. De stadsmuren waren 10 km lang. Een van de badhuizen was zo groot als 2 voetbalvelden. Ik dacht eerst tegen de stadsmuren aan gelopen te zijn. Verder is er niet zo veel te zien. Dat verbaast me iedere keer hoe weinig van zulke enorme steden is overgebleven.

 

Het slotstuk van mijn reis vormde Gallipoli. Op dit schiereiland aan de Europese kant van de Dardanellen is precies 100 jaar geleden enorm gevochten tussen het langzaam instortende Ottomaanse rijk en een stelletje kapers (UK, Frankrijk en Rusland),  die hun kans schoon zagen om deze entree naar de Zwarte zee te bemachtigen. Ze zijn met een koude kermis thuis gekomen. Eerst werd hun vloot tot zinken gebracht. Deze zou wel even opstomen naar Istanboel (onder aanvoering van de toenmalige First Lord of the Admiralty: Winston Churchill!). Vervolgens hebben ze op verschillende plaatsen geprobeerd aan land te komen. Even hopeloos. De latere stichter van de staat Turkije, Ataturk, heeft als officier in deze oorlog zijn naam weten te vestigen. Alle partijen herdenken hier hun slachtoffers. De Turken natuurlijk het uitbundigst. Vaak met monumenten die niets aan de verbeelding overlaten. Een soort openlucht panorama’s in brons gegoten.

Maandag 15 juni 2015 Tuzla

Mijn huisspin is weer druk aan het werk. Al een paar weken reist ie met me mee. Hij/zij woont ergens onder het luik voor de ramen. Elke avond weeft ie een nieuw web. Bevalt prima zo te zien. Voor de verrassingsaanvallen van de minimuggen biedt het geen soelaas. De fijnmazigheid van het spinnenweb is net zo ontoereikend als dat van mijn horretjes. Gisteravond was het weer eens flink raak. Alle ramen en deuren moeten sluiten. Dan krijg je het wel effe benauwd binnen.
Van de week een mooie mix van strand en cultuur kunnen maken. Desondanks heel veel gezien en ook nog redelijk wat kilometers kunnen maken. Ben vertrokken vanuit Teos (Siğacık). Vervolgens via Izmir naar Candarli, Assos (Behramkale), Gülpinar en geëindigd aan de Tuzla.

Van Teos heeft men grote verwachtingen voor de toekomst. Er wordt gebouwd aan een bezoekerscentrum. Wat er te zien is, is bijzonder aardig. Maar… je moet er wel even moeite voor doen. Alles ligt nogal ver uit elkaar.
Grote steden blijven een probleem om met mijn verhuiswagencombinatie aan te doen. Waar moet je dat ding laten? De enige oplossing is natuurlijk om ergens aan de rand van de stad een plekkie te zoeken. Om van daar uit met het openbaar vervoer de binnenstad in te gaan. Voor dat je dat allemaal een beetje door hebt, ben je een paar dagen verder. Wat te veel van het goeie voor een bezoekje aan het museum en de resten van een agora in Izmir. Op goed geluk gewoon naar het museum gereden op aanwijzing van mijn nieuwe routeplanner. Omdat de laatste wegomleggingen nog niet verwerkt waren, liep ik vast in een doodlopende straat. Net als andere Turken mijn auto gewoon midden op de weg achtergelaten en te voet verder gegaan. Het museum bezocht en bij terugkomst geen wielklem of iets dergelijks. Jammer genoeg niet kunnen zien waar ik voor kwam: de fries van het mausoleum van Belevi (zie verslag 11.05). Net zoals de mozaïeken; allemaal om onduidelijke reden niet toegankelijk. Agora ook maar gelaten voor wat het was. Buiten stond een grote steen met hele kleine lettertjes. Hierop is vastgelegd hoe de burgers van Teos zich vrijkopen van een bezetting door piraten. Een aantal families schieten het bedrag voor en spreken af met de stad had dat bedrag met 10% rente (!) verrekend gaat worden.
In Candarli verwachtte ik Pitana aan te treffen. Niets van dat al. Huidige dorpje ligt bovenop de oude stad. Kyme was ook al zo iets raadselachtigs. Wel een bord bij een afslag. Daarna niets meer. Alleen maar vieze, vuile industrie, olieraffinaderijen, vrachtwagens als colonnes mieren over totaal kapot gereden wegen. Op zo’n moment mis ik mijn oude tablet. In Maps.me (Een App met gedownloade kaarten, waar je dus geen internet of zo voor nodig hebt; aanrader!) stond precies aangegeven waar alles ligt. (Thuis even nagekeken; ben net te vroeg omgekeerd, was er bijna.)
Onderweg naar Assos Antandros aan gedaan. Voor je er erg in hebt, ben je er langs gereden op de snelweg. Bij het bord moet je gelijk de weg af en een openstaand hek door. Je staat dan pardoes midden in een olijfgaard. Daar wordt dan ergens gewerkt aan het uitgraven van een villa. Hele halve kamers worden successievelijk bloot gelegd. De necropool is eeuwen lang in gebruik geweest. Van de 6de tot de 2de eeuw BC. Allemaal Grieks. Daarna is het in de Romeinse tijd overbouwd met huizen. Je ziet een hele geschiedenis van grafcultuur in een oogopslag. Van hele simpele, wat rotsblokjes bij elkaar gelegd. Tot keurige stenen kisten. Maar nog geen pracht en praal die de Romeinen gewoon waren. In Assos is daar fraai staaltje van te zien. Buiten de stadsmuren, langs de toegangswegen naar de stad stond het vol versierde sarcofagen (= vleeseters) en tombes.

Midden in het dorpje Gülpinar ligt het heiligdom gewijd aan Apollo Smintheus. Zijn tempel heeft een facelift gekregen. Kan zo naar Legoland. Jammer dat het een totaal verkeerd beeld geeft van een tempel. Het waren geen steriele gebedsreactoren maar ze waren juist bont gekleurd. Meer als een Hindi-tempel. Heel wat profaner waren de Smintheia Pauleia. Een soort kampioenschappen vrij worstelen. In het badhuis werden de winnaars geëerd met een bronzen beeld. Die stonden op sokkels in de entree. 24 ervan zijn er tot nu toe teruggevonden.
Het ontbrekende marmer van de Apollo-tempel is deels teruggevonden in Tuzla. In een 14de eeuwse moskee. Er is een mooi vloertje van gelegd in het voorportaal. Tuzla was een kuuroord met heet water bronnen. Uren ben ik op zoek geweest naar de resten van een Romeinse brug. Die moesten ergens in de (toenmalige) monding van de gelijknamige rivier liggen. Geen mens die van het bestaan af wist… Toch gevonden door de rivier aan beide kanten langs te rijden. Lag natuurlijk niet meer aan zee en was honderden meters verwijderd van waar de rivier nu loopt. Alle moeite werd dubbel en dwars beloond. Aan zee bleek de rivier dichtgeslibd te zijn met een kilometers lang strand waar helemaal geen kip te bekennen was. Kwam dat even goed uit. Enige verkoeling is de laatste tijd wel heel erg gewenst. ‘s-Morgens om 8 uur is het al bloedje heet. Hoe die veelal vrouwelijke landarbeiders dat de hele dag volhouden, is me een raadsel. In alle vroegte zet een tractor met aanhanger ze in zo’n knollenveld af om 12 uur later pas weer opgehaald te worden.
Het einde van mijn reis begint in zicht te komen. Het laatste plakje Schwarzwalder schinken is op. De koffie wordt ook schaars; zouden 2 pakken genoeg zijn voor komende weken?. Kaas is er nog in overvloed, zeker nog voor 3 maanden. Net als drop e.d.

Maandag 8 juni 2015 Ōzdere

Aydin: een stad van geven en nemen! Welke stad zou zich niet zo willen afficheren? In een paar wijken is het een goed gebruik om zo maar aan willekeurige mensen wat uit te delen. Niet iets groots, maar een kleinigheidje, een paar koekjes bijvoorbeeld. Dat verbetert je conduitestaat voor later in het hiernamaals. Toen ik uren moest doorbrengen bij een politiekantoor, kreeg ik 2 keer van een passant wat. De reden dat ik daar zat, is de donkere kant van Aydin. Tijdens mijn bezoek aan het archeologisch museum hebben ze mijn auto – niet de caravan – leeggehaald. Heel professioneel; echt alles van enige waarde is meegenomen. In nog geen drie kwartier tijd. Langer heeft dat bezoekje niet geduurd. Het museum is een immens groot en nieuw gebouw waarvan nog maar een heel klein is ingericht. Wel met heel fraaie items.

Wat ik het meeste zal missen, is mijn telefoon, mijn Fairphone eerste editie. Paranoia als ik ben, natuurlijk nergens in the cloud een kopie ervan gemaakt; dus alles kwijt. Een nieuwe tablet en routeplanner was snel weer aangeschaft. Vlak tegenover het museum was een Mediamarkt. Vervolgens ben ik aangifte gaan doen. Een ware belevenis, van half 4 ‘s-middags tot ‘s-avonds 9 uur. Als eerste vervoegde ik me bij een bureau in de binnenstad. Geen mens die Engels sprak. Ja, uiteindelijk wel iemand uit het hogere echelon. Die dirigeerde me in een politieauto, bemand door een Turkse versie van Starsky & Hutch. Dit dynamisch duo stoof met grote snelheid naar de plaats des delicts. Blijkbaar wisten ze naar wie ze moesten zoeken. Ik had begrepen dat het een notorious-e plaats was. Heel de buurt rondgereden, navraag gedaan, geen resultaat. Niemand had wat gezien en waar betrokkene(n) was/waren, wist men evenmin. Misschien gaat CCTV wat opleveren. Er hingen overal camera’s maar ik mocht er niet op vertrouwen dat die ook echt werkten. Vervolgens werd ik doorgestuurd (onder begeleiding) naar een bureau in een buitenwijk. Gelijk een heel andere sfeer. Iedereen zat lekker in de tuin onder een (jasmijn?)boom. Ook eentje met een soort besjes/bloesem. Tijdens het lange wachten daar, heb ik ze in grote hoeveelheden geplukt voor een oud dametje die er thee van zou trekken. Er werden ook nog konijnen gehouden. Het was me volstrekt onduidelijk waarom ik daar naar toe moest. Niemand kon me iets uitleggen. Maar ineens stopte er een wagentje met 2 man, het forensisch team. Raam en deur van auto werd bepoeierd om vingerafdrukken te kunnen maken. Mijn beide handen werd in de zwarte verf gezet met hetzelfde oogmerk. Overal foto’s van gemaakt. En weg waren ze. Ik weer terug naar mijn bankje onder de bloesemboom. Kreeg ik ineens in telefoon in handen gedrukt. Een Engels sprekend iemand aan de lijn. Een leraar Engels, kennis van een van de bureau-agenten. Hij zou proberen zo snel mogelijk te komen om me bij te staan. Rond achten was ie er. Verklaring opgenomen, uitgetypt, geprint en in drievoud door alle partijen ondertekend. Om iets voor negenen stonden we buiten. Onderwijl wat met mijn tolk zitten kletsen. Bij het afscheid bood ie ineens aan, kom mee naar mijn huis. Ik heb nog wat restjes kebab van het weekend en je kan prima voor mijn huis de nacht doorbrengen, een stille straat helemaal aan het randje van de stad. Stom genoeg ben ik z’n naam vergeten. Ik heb alleen zijn nickname omdat hij zich als volger van weblog heeft aangemeld. Vond ie leuk, dan zou ie proberen Nederlands te leren…

In de vorige aflevering heb ik vergeten melding te maken van mijn ochtendbad in Alabanda. Vlakbij waar ik de nacht doorbracht, was een drenkplaats van een schaapskudde. Het water stroomde zomaar uit het niets in een grote stenen bak. Een oude sarcofaag. Je kan je toch geen fraaier bad voorstellen!
Ondanks alle commotie toch nog het een en ander bezocht. Nysa, Notion en Claros.
Het hart van de stad Nysa bestaat uit een kloof tussen twee bergen. Ze hebben dit gegeven op een fantastische manier ingevuld met een theater dat uitkijkt op een lagergelegen stadion. Het theater is in z’n geheel overeind gebleven. Van het stadion is in de loop van de eeuwen voor de helft weggespoeld. Op de foto zie je rechtsonder nog de rijen banken van het stadion, dat zich verder de vallei in uitstrekte. Achter de plek vanwaar de foto is genomen, staat dus het theater. In Turkije doet men veel aan reconstructie. Voor de vaak argeloze toeschouwer een zegen. Wat moet ie met al die omgevallen en in het rond liggende brokken steen. In de wereld van de archeologie is het een hachelijk onderwerp. Vaak blijkt uit later onderzoek dat de werkelijkheid nogal wat geweld is aangedaan. Op grond van alsdan achterhaalde inzichten. Hier werd gewerkt aan de herbouw van de agora.

Claros was een van de vele orakels van Apollo (denk aan Dydima). Het was met een Heilige weg verbonden met de havenstad Notion. De site was nauwelijks begaanbaar, stond bijna helemaal onder water. Het voorjaar is heel veel regen gevallen, vernam ik. Niets kunnen zien van de hecatomben. Hier is namelijk een van de weinig overgebleven ‘honderdstenen’ gevonden. Die lagen tussen de tempel en de offerplaats. Op hoogtijdagen stonden eraan de 100 offerdieren vastgebonden in afwachting van hun naderend lot. Een paar delen van enorme beelden waren overeind gezet. Stond geen toelichting bij (personeel kon ik niet duidelijk maken waar ik het over had…); ik denk dat het de kariatiden van een portaal aan een verdwenen/nog bloot te leggen Artemis tempel zijn geweest. Zoals ook op de Acropolis in Athene, maar dan 2 keer zo groot.

Met wat goeie wil zijn in Notion de hoofdbestanddelen van de stad (theater, agora, bouleuterion, tempels) te ontdekken. Midden in dit niets kwamen 3 Amerikanen uit een gat, dat toegang gaf tot een cistern, een ondergrondse watervoorraadtank. Archeologen die de site aan het inmeten waren. Vergeten dit vast te leggen.

Maandag 1 juni 2015 Çine

Sta in een buitenwijk van Alabanda, vlakbij Çine. Nog net binnen de stadsmuren. Daarachter strekt zich de noordelijke begraafplaats uit. Dit om even de situatie te schetsen als ik er op bezoek zou zijn geweest 2000 jaar geleden. Alabanda schijnt te betekenen: stad met stallen. Die naam deed het vanmorgen, toen ik door het centrum liep, alle eer aan. Ik liep er rond in een wolk van vliegen. Over en in de oude resten is een boeren dorpje gebouwd waar koeien, schapen en noem maar op vrijelijk rond stappen. Over vooruitgang gesproken. Moet je je voorstellen dat onder deze met stront overgoten modderstraten een keurig geplaveide stad ligt? Afgelopen jaren is het theater met ruim 6000 zitplaatsen grotendeels ontdaan van allerhande bebouwing. Dat toornt nu boven alles uit; een vlag op een…

Vanuit Alabanda gelijk maar doorgereden naar Alinda, 20 km verderop. Een ware verrassingstocht. Vanaf de grote weg wordt het grotelijks aangekondigd. Maar hoe dichter je in de buurt komt, des te moeilijker wordt het nog een enige richtingaanwijzing te vinden. Uiteindelijk zijn de straatjes zo smal dat ik de auto maar ergens neer zet en verder te voet ga. De site zelf is net ze wonderlijk. Er staan enorme resten van gebouwen, zonder enige toelichting. Met wat moeite valt een pad te ontdekken. Via de agora klim je hoger en hoger de heuvel op. Om uiteindelijk helemaal boven op de acropolis te geraken (dit keer dus wel!). Intussen kom je een theater tegen. Nog een soort agora. Loop je langs stadsmuren met wachttorens. Die je op gegeven moment ook weer achter je laat en een ware dodenstad doorkruist. Heel veel natuurstenen doodskisten en – wat ik maar noem – grafrotsen, De dag kan helemaal niet meer stuk als er ook nog een fraai stukje aquaduct staat.

Tot zover het meer verheven deel van de week. De rest heb ik aan het strand doorgebracht. Enerzijds omdat ik op zag tegen de terugrit om van het schiereiland af te komen. Maar de echte reden was dat de baai waar ik vlak bij het strand kon staan, ontzettend fraai was En het water zo helder als glas. Bijna dagelijks stak ik over naar een eilandje, zo’n 100 meter uit de kust, via een doorwaadbare verbinding. Het enige minpuntje was het weer. Wolken, regen, storm en dan weer prachtige blauwe luchten wisselden elkaar in hoog tempo af. Dan was het op mıjn eilandje af en toe wel eens even frisjes. Want veel meer dan een plastic doos met daarin de e-reader, bril en wat snoep kon je niet droog over krijgen.

Maandag 25 mei 2015 Datça

Bijna had de draak me verslonden. Halverwege z’n bek vond ik het wel welletjes. Wat een gesleur om het schiereiland Tekir/Datça op te komen. Dan weer kilometers heuvelop om vervolgens weer helemaal te moeten afdalen tot zeeniveau. En niet zo’n flauwe hellinkjes. Alleen maar bordjes met 10%. Gelukkig werden al deze inspanningen beloond! Op aanwijzing van een paar Turkse vakantiegangers sta ik nu aan een prachtige baai, eiland voor de deur en heerlijk helder zeewater. Tamelijk uniek, want al dit soort plekken zijn ingepikt door resorts, sitesi’s (ommuurde enclaves met vakantiehuisjes; ik kan het woord niet meer zien), pretparken en noem maar op. Voor de vrije jongen is er bijna nergens meer plaats…
Ik heb nog steeds geen besluit genomen over wat ik ga doen. Door het schiereiland op te rijden kan ik de beslissing even voor me uit schuiven. Het was niet eens een bewuste keuze. Ik wilde in Akyaka gaan kijken of kitesurfen iets voor mij was. Na een uurtje had ik het wel bekeken. Niets voor mij. Afgezien van een paar cracks, zag ik alleen maar mensen koppie onder gaan. Voorover, achterover. Plank kwijt. Vlieger in het water. De meesten lukten het niet eens op het plankje te klimmen en tegelijk de vlieger in de lucht te houden.
Omdat het er ook nog ontzettend waaide, dacht ik, ik rij even een stukje door. Toen was er geen weg meer terug. Achter elke te nemen hobbel verwacht/hoop je het beloofde land aan te treffen. Daar ben ik dan ook. Jammer dat ik dezelfde weg weer terug moet.
Van de week Pinara, Tlos, Fethiye (Telmessos) en van de weeromstuit Knidos bezocht.

De meeste indruk heeft Pinara op me gemaakt. Een stad midden in de bergen. De bewoning startte op het hoogste punt, welke later de acropolis werd van een stad die zich verder ontwikkelde op lager gelegen hellingen. Als je de foto inzoomt, zie je dat de rotswand vol met gaten zit. Een ware duiventil aan graven. Waarschijnlijk stammend uit Homerische tijden. Hij noemt de stad ook als onderdeel van de alliantie tegen Troje. De acropolis heb ik niet beklommen; begin ook een dagje ouder te worden. De benedenstad bekijken vergde al genoeg geklauter.  Zeker om bij allerlei andere rostgraven uit later perioden te kunnen komen.

In Tlos heb ik enorme toeren uitgehaald om in een graf een afbeelding van het vliegende paard Pegasus te vinden. Helaas pindakaas. Ben als een aap een steile wand afgedaald. Kwam geen eind aan. Allemaal voor niks. Had halverwege een afslag naar omhoog gemist. Moet het dus stellen met wat mooie plaatjes die ik bij zonsondergang heb kunnen schieten.
Onder Fethiye ligt het antieke Telmessos verborgen. Op de spaarzame resten van een theater wordt een hele nieuwe versie gebouwd. Ging er naar toe vanwege het museum. Maar dat was niet veel. Twee zaaltjes, vol met scholieren die er tekenles kregen. Toch een paar nachten gebleven; ik was door mijn voorraad warme happen heen. Stond geparkeerd vlakbij een boom waar mensen vruchtjes uit plukten. Ik weet niet waarom, maar de associatie met een de weinige dichtregels die ik kan reproduceren, bleef maar door mijn hoofd spelen. Het zijn een paar beginregels van een gedicht van Nicolaas Beets: ‘De moerbeitoppen ruischten, God ging voorbij, nee niet voorbij, Hij toefde’. Op internet heb ik het nagezocht. Het was dus echt een moerbeiboom. Met kleine, wittige besjes. Best lekker, een beetje zoetig.

Helemaal op uiterste puntje van dat vermaledijde schiereiland ligt Knidos. Heb de caravan achtergelaten aan het baaitje en ben er met de auto naar toe gereden. Dat scheelde een hoop geëtter. De oude havens van weleer liggen er nog bijna helemaal intakt bij. Hier vernam ik het trieste nieuws, dat de oudste zoon van mijn zus ernstig ziek is. Was even wat drinken in het café op de site en keek bij toeval op mijn telefoon omdat er wifi aanwezig was. Van de week wordt hij helemaal door de molen gehaald. Ik hoop dat het allemaal mee zal vallen.

Maandag 18 mei 2015 Kinik

Sinterklaas schiet er bij in dit keer. Het is me net effe te ver om helemaal door te rijden naar Myra (vlakbij Demre). Ik houd het maar bij Patara, zijn geboorteplaats. Dat betekent dat ik op de terugweg ben. Maar nog lang niet thuis. Ik zit nog te dubben over de manier waarop. Blijf ik de kust volgen of maak een uitstapje naar het binnenland, naar Pammukale? Op een dag als vandaag denk ik: in de buurt van het water blijven. In de zon is het nu al 40º. Patara strandpaviljoenHet is dan ook weldaad om lekker in de schaduw, in de caravan dit verhaaltje te mogen schrijven. Een doorsnee dag volgens Turken; dit is nog maar het begin.
Bijna de hele week vlakbij het mooiste (volgens de Lonely planet) strand van Turkije gebivakkeerd. Een 18 km lang zandstrand, waarin in het midden de rivier de Xanthos uitmondt. Aan beide kanten heb mijn geluk beproefd. Kwam zo uit omdat ik de ene keer in Patara moest zijn en de volgende keer Latoon en Pydnai wilde bekijken. Hemelsbreed nog geen 500 van elkaar, maar een wereld van verschil. Aan de Patara kant kon je ‘s-avonds met ramen open zitten. Bij Latoon kon je dat maar beter laten. Zelfs met de horren dicht werd je opgegeten door piepkleine muggetjes. Dat was me al een keer eerder overkomen. Toen werd ik er letterlijk door overvallen. Dat was in de lagune bij Milete. Ben toen 3 kwartier bezig geweest al die rotbeesten uit te moorden. Met de ramen dicht, in de bloedhitte. Om nog even terug te komen op dat strand: het is misschien wel het mooiste met heuse duinen maar niet het schoonste. Geen azuur blauw water, eerder een modderbad net als bij ons aan zee. Voor Turken niet echt een probleem. Die vertonen zich niet aan de waterkant, die blijven lekker in de duinen in de bosjes zitten, op hun vlondertje.

Mijn weekprogramma bestond uit Kaunos, Patara, Xanthos, Pydnai en Letoon.
Van Dalyan/Kaunos had ik hoge verwachtingen. Die werden niet echt waar gemaakt. Een paar graven hoog in een bergwand. In de buurt ervan kon (mocht?) je niet komen. Wat al die toeristen doen op al die honderden paviljoenbootjes? Het is me ontgaan. Op de nabij gelegen antieke stad waren ze in ieder geval niet te vinden. Om er te kunnen komen, heb ik me laten overzetten in een roeibootje. Kaunos was een havenstad. Een meertje herinnert er aan. De zee ligt door aanslibbing kilometers verderop. Ik neem aan dat de waterhuishouding in vroeger dagen beter op orde was. Nu stond de agora blank.
Herodotus heeft alle plaatsen die ik aandoe, bezocht voor zijn onderzoek  naar de oorsprong van de 10 jaar lange oorlogen tussen de Grieken en de Perzen. Deze speelden zich af rond zijn geboorte in 485 BC. Hij hanteert een heel aparte verhaalstijl. Hij wekt de indruk geen eigen mening te verkondigen. Hij heeft het altijd van horen zeggen.

Over Patara weet ie te melden dat er een 8 verdiepingen hoge tempel heeft gestaan. Met een trap buitenom en bovenin een kamer met een bed en gouden tafel. Hier mochten alleen de aller maagdelijkste maagden van de stad de nacht doorbrengen. Om bezocht te kunnen worden door de goden… De volgende dag mochten ze dan de toekomst voorspellen op grond van hun belevenissen cq. dromen. Zijn enige toevoeging is dat ie dergelijke verhalen ook elders heeft mogen optekenen, bv. in Egypte en Sumerië. Een cultuurrelativist avant la lettre.
Patara is nu een klein dorpje, één groot hotel-pension-restaurant. Om aan dat lange strand te kunnen komen, moet je dwars door de opgegraven stad. Vandaar waarschijnlijk de voor Turkse begrippen lage entreeprijs, anderhalve euro. Voor langverblijvers is er een strippenkaart te koop. Als rechtgeaarde Nederlander ben ik natuurlijk niet langs die weg op het strand beland. Ik koos voor een wat verderaf gelegen, soort van een kiezelweg. Heel huids en zonder echt vast te komen zitten. Maar het was af en toe kantje boord. Patara was een van 23 stadstaten die met elkaar een federatie vormden en waaraan naar draagkracht werd bijgedragen. Ze speelde daarbinnen een administratieve rol, een soort Brussel van Europa. Ter herinnering hieraan heeft het Turkse parlement kosten nog moeite gespaard de oude vergaderzaal, het bouleuterion, te doen herrijzen. Om compleet beeld te krijgen, dien je je voor te stellen dat de theaterzaal een besloten ruimte was en overdekt met een pannendak. Het heeft niet mogen baten; ik geloof dat de zee van Marmora alleen maar breder wordt.
Naast het bouleuterion staat een groot openlucht theater. In de Romeinse tijd kwam in de plaats van de Griekse tragedie een ietwat ander vermaak in zwang. Dit vereiste enige bescherming van het publiek. Vandaar de extra lagen stenen boven op de eerste rij banken. De afbeelding op de steen uiterst links maakt duidelijk waarom.

Meerdere aquaducten brachten uit de omliggende bergen water naar de stad. Een is nog goed te volgen. Het maakt onderdeel uit van een lange afstands pad; kilometers lang loop je door de aangelegde, deels uitgehakte goot. Gebruikelijk is dat een aquaduct een heel geleidelijk afschot heeft. Dit voorkoming dat het water een te hoge snelheid kreeg en onhanteerbaar werd. Hier heeft men dat toch aangedurfd en op steile stukken een persleiding aangelegd. Om de haveningang te kunnen vinden, stond op het hoofd een vuurtoren. Voor mij was het ook even zoeken, maar de moeite waard.
Vernoemd naar de rivier of andersom ligt wat meer in het binnenland Xanthos. Veel van hetzelfde laken en pak. Een theater, een agora en een heilige weg. Mooi, maar echt interessant was een grote necropool, begraafplaats, net buiten de stadsmuren.

Merendeels rotsgraven. De pilaartombes met een sarcofaag boven op een al dan niet lage of hoge sokkel waren weer wat nieuws.
Letoon is vernoemd naar Leto, een oer-moerder-godin. Een van de vele bijslapen van Zeus. Hera had het er maar moeilijk mee. Hier zag je heel goed hoe de Grieken optimaal gebruik wisten te maken van natuurlijke omstandigheden. Bijna het hele theater is één bewerkte rotsmassa. Alleen de zijvleugels bestaan uit losse, op elkaar gestapelde steenblokken.

Pydnai was geen stad maar puur een fort ter bescherming van Letoon en Xanthos vanuit zee.
Ik blijk niet alleen op de wereld te zijn; kwam nog een roze zusje van me tegen…

Maandag 11 mei 2015 Dalyan

Zondag een aardige ruk gemaakt. Van Dydima naar Dalyan, een kleine 250 km. Klinkt als weinig maar kostte toch een uur of 5. Nogal wat steden met ritsen stoplichten en enorme lange klimmen van 8 en 10%. Probeer een beetje op te schieten, richting keerpunt bij Demre (Kale). Werk nu eerst een aantal highlights af waarvan ik verwacht, dat deze in het echte seizoen overstroomd worden met toeristen. Straks op de terugweg pak ik dan het kleinere spul.
Het was echt een lekkere reisdag, bewolkt en niet te warm. Af en toe regende het zelfs. Op een gegeven moment tijdens een bergenpassage brak eventjes de hel los. Het werd pikdonker, enorme donderklappen en de hemel brak open. Stortbuien met grote hagelstenen joegen de Turken de bermen in.
Van de week in volgorde Belevi, Ephese, Priëne, Milete en Dydima aangedaan.

 

Belevi was een aanloopje naar Ephese. Er staat een reusachtig mausoleum. Wat resteert is het onderstel van 30 x 30 en 10 meter hoog. Een uitgehakte en met hetzelfde soort gesteente uit de direkte omgeving beklede rots. Daar bovenop stond een soort tempeltje. Met een beetje moeite zou het helemaal herbouwd kunnen worden. Alle onderdelen liggen er rond om heen. Degene die vond dat hij zo’n praalgraf verdiende, is niet bij naam bekend. Wel trof men de grafkist en een beeld van (waarschijnlijk) een geliefde bediende aan.

 

Ephese telde op haar hoogtepunt iets van 250.000 inwoners (op grond van een archeologische vuistregel: aantal zitplaatsen theater x 10). Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Asia Minor (Klein Azië). De geschiedenis van de stad gaat veel verder terug, zeker tot 7000 BC. Deze ligt verscholen onder het blinkende marmer dat we nu zien. De hobbelige straten waar dagelijks hordes bezoekers elkaar verdringen, waren eens strak geplaveid en spiegelglad. Wat aardbevingen allemaal niet hebben aangericht. De prachtige facade van de bibliotheek – overigens ook een soort mausoleum, want de stichter ligt eronder begraven – staat weer fier overeind. Van voren gezien net echt, de achterzijde is beton.  Voor een blok woningen pakte het natuurgeweld juist goed uit. De bovenetages zijn daardoor in de begane grond gevallen, die met veel liefde en gepuzzel te voorschijn zijn getoverd. Onder het puin kwam ook de hele huisraad te voorschijn.

 

In Ephese werd de godin Artemis op een unieke manier vereerd. Die van de vruchtbaarheid in plaats van de jacht. Ze nam zo de plaats in van Cybele met een veel oudere maar regionale staat van dienst. Er zijn nog beelden van. Vreemd verstard. Zouden dat allemaal borsten zijn? De dierenriem als ketting om haar nek suggereert een bijna onbegrensde kracht. Van haar tempel is niets meer over en het was een van de grootste ter wereld met 106 zuilen, meer dan 20 meter hoog. Een van de zeven wereldwonderen.

 

Wat een overgang naar Priëne. Een veel kleinere stad, minder belangrijk en bleef gespaard voor de Romeinse opsmuk. De Griekse oorsprong is zodoende nog goed herkenbaar. Zie het theater en bouleuterion,  de gemeenteraadszaal. Allemaal uitgevoerd in sober grijs. De stad heeft eeuwen lang door gefunktioneerd. Getuige de resten van een kerk, met in het midden een preekstoel.

 

Van verre zie je Milete liggen, een grote steenklomp en een verder vlakke omgeving. Door aanslibbing verzandde de haven en kwam het schiereiland steeds verder van zee weg te liggen. Het heeft zich kunnen meten met Ephese. Beide theaters zijn bijna even groot. Het verschil is dat van Milete verder weinig over is en wat er nog te bekijken valt, staat goeddeels onder water.

 

Bijna had ik Didyma overgeslagen. Alleen maar een tempel, dacht ik. Dat klopt. Maar wat voor tempel. Hij was gewijd aan Apollo (Delphinios). Bijna net zo gigantisch van omvang als die van Artemis in Ephese. Zes zuilen minder. Een plattegrond van 100 bij 60 meter. Het is bekend dat per zuil 40.000 drachmae werd begroot. Omgerekend naar het dagloon van een steenhouwer betekende dat 20.000 dagen werk! De bouw voltrok zich dan ook niet in een achternamiddag. Eeuwen is er aan gewerkt. Het predikaat wereldwonder is het misgelopen omdat ie nooit helemaal af is gemaakt. De tempel fungeerde als orakel. Hier geen cryptische uitspraken als in Delphi. Vragen werden slechts met een ja of  nee beantwoord. Tussen Milete en Didyma liep een 16 km lange verbindingsweg, de Heilige Weg. Jaarlijks werd in de lente dagenlang feest gevierd en trok men vanuit Milete naar het heiligdom om offers te brengen.

PS. Smaak bulkfood verdient een pluim, zeg ik zelf. M.n. de gele curry pasta van de Wereldwinkel kan ik aanbevelen.
PPS. Alle reparaties hebben stand gehouden. Geen stroomzorgen meer en op-/afzetten caravan blijft een fluitje van een cent.

Maandag 4 mei 2015 Torbali

Kijken of ie het vandaag volhoudt, spannend. Gisteren weer een reparatie uitgevoerd. De opbrengst van de zonnepanelen was al van meet af aan onvoldoende om mijn dagelijks verbruik (m.n. koelkast) bij te benen. Moest als maar ‘bijtanken’ onder het rijden. Eerst natuurlijk verweten aan de slechte accu’s. Maar het probleem bleef. Daarom verder gekeken. Deed een van de 3 panelen het niet meer; draden afgebroken, net boven de glasplaat. Nou heb ik, dacht ik, alles wel bij me maar natuurlijk net geen soldeerbout. Probeer daar eens aan te komen in je beste Turks… Uren staan pielen om een gaatje te maken door het glas. Daar soldeer in gesmolten en een draadje aan gemaakt. De meter sloeg gelijk fors hoger uit en ‘s-avonds waren de accu’s voor het eerst helemaal volgeladen. Hopelijk blijft het allemaal vast zitten. Want schokvrij rondrijden is er hier niet bij.

Mooi weekje achter de rug. Eerst Troje, vervolgens Pergamon, Aigai en Metropolis.
Troje is een grote steenklomp. Maar wel een erg bijzondere vanwege Homerus, die verhaalt over de epische strijd tussen deze stad en de rest van Griekenland. Zo’n 1300 jaar BC. De reden is bekend: de zoon van de koning van Troje rooft de dochter van de koning van Sparta, Toen – en nu ook nog – een geaccepteerd gebruik maar blijkbaar niet in adellijke kringen. De strijd heeft 10 jaar geduurd en kwam met een list pas ten einde. Een van de eerste archeologen, Schliemann, heeft de stad in de 19de eeuw herontdekt. De graafmethodes waren toen nog niet zo verfijnd als tegenwoordig. Hij liet doodleuk dwars door de stad een grote sleuf graven. Een beroemde schat aan gouden sieraden (hij wilde geloven de juwelen van de gekaapte Helena) is jaren zoek geweest. Blijkt toch te zijn meegenomen door de Sovjets bij de verovering van Berlijn. Is sinds enige tijd te bezichtigen in het Pushkin museum in Moskou.

Pergamon heeft alles wat je hartje begeert. Een leuke, Ottomaanse binnenstad en heel, heel veel ander ouds. Waaronder een Asklepion, een heiligdom annex behandelcentrum. Therapeutische mogelijkheden waren beperkt, veel kruiderij, gezond eten, ontspannen en zonnebaden maar ook al chirurgie. Een belangrijke plaats had droomduiding. Freud had hier goed mee gekund. Daarvoor was een groot rond gebouw (zie op plaatje onder) ingericht. Men kwam er via een onderaardse gang (onder de weg recht naar boven). Begeleid door de klanken van stromend water uit een van de heilige bronnen. Geïnstitutionaliseerde magie was er overigens genoeg in die tijden. Zo ook in het Serapeum. Een langgerekt basilica met daarnaast 2 ronde tempels. Hier werden van oorsprong Egyptische goden vereerd. Waaronder Isis, Sechmet (kattengodin) en Osiris. Sterk gericht op de dood en wedergeboorte. Serapis – een samentrekking van Osiris en de stier Apis – had van de Romeinen een menselijk gezicht gekregen; hadden wat moeite met die beestenboel.
Boven alles uit steekt letterlijk de acropolis. Ben met een stoeltjeslift om hoog gegaan en te voet weer afgedaald. Na ruim 4 uur was ik beneden; zo veel is er te zien. Bv. het Trajanum. Het lijkt me aardig hierbij uit een brief van Hadrianus te citeren. Hij begint als volgt: Imperator Caesar Hadrianus Augustus, zoon van de goddelijk Trajanus, kleinzoon van Nerva, pontifex maximus, 22 keer gekozen als tribunicia potestas (man van het volk), voor de 2de keer keizer, 3 keer consul, vader des vaderlands, laat aan Pergamon weten. … Ik kan het ten zeerste waarderen dat jullie een tempel voor me willen oprichten. Maar er staan er al een paar hele mooie. Ik zou het heel vervelend vinden jullie op grote kosten te jagen. Daarom stel ik voor een beeld van mij te plaatsen in de tempel gewijd aan mijn vader (einde vrij vertaald citaat).

Heel zielig steekt hierbij het Altaar van Zeus af. Alleen nog wat funderingen. Het immense gebouw zelf staat immers in het archeologisch museum van Berlijn. Na dit en het grote theater aanschouwd te hebben haakt iedereen wel zo’n beetje af. Ik ben verder niemand meer tegen gekomen. Jammer voor ze. Geen blik kunnen werpen in een zwaar gerestaureerde patriciërswoning of heroon (gedenkruimte) met daarnaast een mini theatertje. De onvermijdelijke Paulus, de man met een tong als een aan 2 zijden snijdend zwaard, heeft in Pergamon zijn trouwe makker Antipas verloren, ter dood gebracht.
Een totaal andere belevenis was het bezoek aan Aigai. Een stad midden in de bergen, met prachtige vergezichten. Heel veel ligt er in gruzelementen of is totaal overgroeid. En dan ineens staat het er tiental meters hoge zijgevel met winkeltjes en ervoor op het plein een ronde vis-/vleesmarkt.

Over Metropolis valt weinig te vertellen. Leverde wel een mooie foto van hoe latere bewoners een grote muur dwars door, dwars over het bouleuterion (vergaderzaal gemeenteraad) bouwden.
Om al dit schoons te kunnen verwerken één dag vrij genomen om te koken. Kan ik zeker weer 14 dagen vooruit. Als, als de stroomvoorziening van de koelkast het volhoudt…

Maandag 27 april 2015 Çanakkale

Het leek een weekje te worden waarover weinig te vertellen valt. Maar het venijn zat ‘m in de staart. Maandag wilde ik uit Kavala vertrekken. Had voor het weekend 2 nieuwe accu’s gekocht. Bedacht op de valreep bij de dezelfde autozaak nog een drukschakelaar te kopen. Het apparaat waarmee de poten van de caravan omhoog en omlaag worden gedraaid, was kortelings onder de achterwielen van de auto terecht gekomen. Dat had het geen goed gedaan… Misschien zou ik het met wat aanpassingen weer aan de praat kunnen krijgen. Nog 2 maanden handbediening was niet zo’n prettig vooruitzicht. Ik heb het inderdaad kunnen repareren; kijken hoe lang dat stand houdt. Dit terzijde overigens, Toen ik m’n gezicht weer in die winkel liet zien, werd ik gelijk aangesproken door iemand van het personeel. Had ie het goed begrepen dat de accu’s niet gebruikt zouden worden voor het starten van de motor? Want dan hadden ze me een totaal verkeerd type geleverd. Hij bood gelijk aan ze om te ruilen en op zoek te gaan naar wel geschikte (deep cycle, voor de insiders). Die waren niet op voorraad. Na een uur telefoneren vond ie ze ergens. Ze zouden morgen dinsdag met de bode uit Thessaloniki gebracht kunnen worden. Aldus geschiedde en kon zodoende pas woensdag op weg naar Abdera in de buurt van het huidige Skala. Eens een redelijk grote havenstad. Hier werd aardig inzichtelijk gemaakt hoe de doorsnee inwoner gehuisvest was. Al heel planmatig, ruim voor BC. Op de foto zie je de resten van het huis dat op het bord linksonder staat aangeduid.

Volgende dag doorgereden naar Maroneia. Van hetzelfde laken en pak als de vorige stad, maar veel minder van blootgelegd. Onder de uitgestrekte olijfgaarden schuilt nog heel wat. Alle inzet wordt nu gedaan op een theatertje. In the middle of nowhere, slechts te bereiken langs een kilometers lang zandpad. De bereikbaarheid speelde me die dag op nog een andere manier parten. Onderweg ernaar toe bleek een brug helemaal weggeslagen door het water. Moest meer dan 20 km om rijden. Hier twee dagen gestaan aan de kade van de haven. Volop in gebruik als vissershaven met redelijk grote schepen. Niet van die pittoreske roeibootjes.

Bijna op dezelfde plaats waar heel vroeger de zeilschepen afmeerden. In christelijke tijden kreeg het een eigen schutspatroon, de heilige Haralambos. Niet er fijn aan z’n eind gekomen, zo te zien.
En dan nu de meest enerverende dag van de week. De zaterdag. Eigenlijk alleen bedoeld om na wat boodschappen te doen in Alexandroupoli. Maar daar kwam helemaal niets van terecht. Midden in het centrum blokkeerden de remmen van de aanhanger. Auto ergens aan de kant gezet. Een garage bereid gevonden snel te komen kijken. Maar die kon ter plekke weinig konstateren. Alles draaide weer normaal…Toch nog even in de garage geweest voor de zekerheid. Wat er nou precies gebeurd is, zal hopelijk altijd een raadsel blijven. Gedacht werd aan oververhitting door veelvuldig remmen bij afdalen in de bergen. Het zou kunnen. Was inmiddels ergens buiten de stad terecht gekomen. Ben toen maar gelijk richting Turkije gegaan. Ach, daar zullen toch ook wel supermarkten zijn met Turkse yoghurt.
Inmiddels heb ik de nodige ervaring opgedaan met grenspassages. In Servië en Macedonië weten ze daar wel raad mee. Iedere keer diskussie over waar ik me met mijn verhuiswagenkombinatie moet opstellen. Bij de gewone personenauto’s of de vrachtwagens. Op de overgang Macedonië/Griekenland ben ik gewoon maar doorgereden toen ik op een onverwacht moment m’n papieren weer te pakken kreeg. De juffrouw keek me verbijsterd na maar zette niet de achtervolging in.
Aan de Turkse grens is het helemaal uit de hand gelopen. De eerste kontrole kwam ik goed door. Bij de volgende bleek ik geen visum te hebben. Met de grensbeambten was geen enkel gesprek mogelijk. Verstonden geen Engels, geen Duits, gingen alleen maar harder Turks tegen me staan schreeuwen. Een passant vertaalde wat ik moest doen. Terug naar Griekenland en in Thessaloniki een visum halen. Dat zal toch niet waar zijn. Moest uit de rij. En zowaar kreeg ik van een andere douanier een papiertje. Bleek er aan de uitgaande kant van de grens, van Turkije naar Griekenland dus, een kioskje te staan waar het benodigde kleinood verkregen kon worden. In de herkansing. Stond er op de verzekeringspapieren niet de aanhanger als zodanig vermeld. Weer uit de rij. Aan dezelfde verkeerde kant een aanvullende verzekering afgesloten. Met al die bescheiden me opnieuw gemeld. Ah, daar is die Hollander weer. Nu alles oké, Op naar het derde en laatste station voor het beloofde land te mogen betreden. Was het nog niet in orde. Werd teruggestuurd naar Griekenland. De grenspost daar begreep er niets van en begon te bellen. Voor zover ik kan bevroeden is er iets administratiefs mis gegaan in stadium 2. Een aparte corridor werd er voor me open gesteld, langs alle wachtenden. Een half uur later was alles recht gebreën en wist ik inquisiteur 3 glansrijk te passeren.
Turkije eerste nachtlegerEn nu nog het slotakkoord. Na al deze konsternatie besloot ik voor het eerst een camping te nemen. Een heel ontvangstkomitee verwelkomde me. Maar de prijs stond me niet aan,15 euro voor een plekje op een drassig grasveld. Dat kan voor niks beter en dat klopt, zie maar. Bij het omkeren echter zakte m’n hele hebben en houwen weg in de smurrie. Was geen beweging meer in krijgen. Hoe hard het hele gezelschap ook stond te duwen en trekken. Moest een tractor aan te pas komen om me er uit te bevrijden. Ben vertrokken, handjes geschud, iedereen vriendelijk zwaaiend, geen onvertogen woord gevallen.

Maandag 20 april 2015 Kavala

Zondagavond 19 april. Buiten is het koud, het regent en het waait stevig. Binnen zit ik lekker warm en probeer wat te schrijven aan een nieuwe aflevering voor mijn weblog. Het is de eerste wat mieze dag sinds mijn vertrek vorige week donderdag. Ik heb me zelfs al een keer even in zee gewaagd. Ik sta vlak in de buurt van Kavala, aan een klein baaitje. Kijkje in de keukenMijn enige aanspraak zijn 4 zwerfhonden en wat vissers. Alhoewel gisteren ineens een paar zigeunerfamilies neerstreken. Even onverhoeds waren ze weer vertrokken na de was te hebben gedaan. Zoals bijna op alle stranden in Griekenland is zo ook hier wel ergens een kraantje te vinden. Op een vorige plek was het helemaal lux. Bij een verlaten strandtent was het water niet afgesloten, deed de wc het nog en kon er koud gedoucht worden.
Vanmorgen nog droog Philippi kunnen bezoeken. Jammer voor al die Amerikaanse Paulusgangers die met bussen tegelijk aankwamen net toen de eerste druppels begonnen te vallen. Je moet maar denken: ach Paulus heeft het hier ook niet makkelijk gehad. Hij schijnt er een tijdje te hebben vastgezeten vanwege opruiend taalgebruik. Wat hem in ieder geval volgelingen opleverde. Want later als hij weer vertrokken is, vermaant hij ze in zijn Brief aan de Philippenzers – tenminste als ik het goed onthouden heb uit mijn katholieke jeugd – dat ze er een potje van maken.

Philippi is vernoemd naar Philippus II, de vader van Alexander de Grote. Hij heeft de stad tot bloei gebracht, een paar honderd jaar BC. Buiten de stadsmuren heeft zich eind oktober 42 BC de finale veldslag afgespeeld tussen de legerscharen van Anthonius en Octavianus aan de ene kant en anderzijds Brutus en Cassius. Ja inderdaad, de moordenaars van de zich steeds keizerlijker gedragende Julius Caesar. De republikeinen dolven het onderspit. Octavianus werd de eerste keizer van Rome onder de naam Augustus. Op de stijl van een poort van het theater wordt de overwinning herdacht met 2 kleine van afbeeldingen van links Ares (oorlogsgod) en rechts Nike (overwinningsgodin) in de hoedanigheid van Victoria Augusta.

Philippi is de tweede grote stad uit de oudheid die ik aandoe. Hiervoor bracht ik een bezoek aan Amphipolis. Een nog wat onontgonnen terrein. Er zijn maar een paar dingen bloot gelegd en die waren nog merendeels niet toegankelijk. Alhoewel dat meestal beletsel is om dan maar over het hek te klimmen. Amphipolis houten brugNiet onvermeld mag blijven de resten in casu de funderingspaaltjes van een van de eerste houten bruggen uit de geschiedenis. Waarvan akte. Heb me uiteindelijk goed vermaakt met zoeken naar een paar graven in de omgeving. Was niet zo simpel omdat nieuwe autowegen de geografische herkenbaarheid over hoop hadden gehaald. Wat eerst ver weg leek te liggen, bleek nu vlakbij te zijn. Heel wat zandpaden bergop voor niets beklommen. Verbrandde ook nog mijn harsens daarbij, omdat ik geen pet bij me had.
Bij toeval terecht gekomen in Kerdylia.  Een van de bijna 100 door de Nazi’s in de WO II met de grond gelijk gemaakte dorpen in Griekenland. De hele mannelijke bevolking is daarbij omgebracht. Een wat bombastisch monument herinnert aan dit massacre. Even verderop is intiem begraafplaatsje met een ossuarium. Van het dorp zelf is alleen het kerkje herbouwd. Toch nog even kort wat over de heenreis naar Griekenland.

Bijna 2500 kilometer in nog geen 5 dagen. Echt een opgave is het niet. Bijna de hele route door Duitsland, stukje Oostenrijk, Hongarije, Servië en Macedonië is vierbaans. En zelfs van redelijke kwaliteit. Er ontbreekt alleen nog een stukje van 15 à 20 km tussen Servië en Macedonië. Daar wordt hard aan gewerkt. Met steun van de EU… Zeker om Griekenland er bij te houden? Voor de hoeveelheid verkeer hoeven ze het niet te doen. Er rijdt geen kip. Je waant je op de grote weg in een soort parallelle wereld. Prinsheerlijk zoef je langs dorpjes met onverharde wegen, waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan.