Een zonovergoten, Grieks Pasen toegewenst. Ben helemaal in de stemming geraakt. De lijdensweek op de radio was voelbaar ondanks dat ik er geen woord van verstond. Naast de klassieke zender is er een volksmuziek kanaal. Op beide werden veel, heel veel droevigs gedraaid. Afgewisseld met monotoon kerkgezang. Het Gregoriaans bij ons is daar dansmuziek bij. De popes hier moeten geselecteerd zijn op zangkwaliteit. Eindelijk heb ik daardoor wel miroloi kunnen beluisteren. Dat zijn begrafenisliederen die vroeger in de streek waar ik nu ben, al improviserend door vrouwen werden gezongen. Al een paar keer heb gezocht naar een Cd’tje. Nergens te vinden. Iemand raadde me aan op internet te kijken. Misschien wordt daar wat tweedehands aangeboden. Hij herinnerde zich nog iets uit ’81… Op Goede Vrijdag luiden elk half uur de kerkklokken en de begraafplaatsen worden eens extra in de bloemetjes gezet. De meeste mensen zijn er niet zo mee bezig, heb ik de indruk of ze zijn onderweg met de auto naar hun vakantiehuisje. De herrijzenis van Jezus wordt zaterdag ’s nachts om 24.00 uur gevierd. Op paasdag zelf is het eten en drinken met elkaar. Net vroeg ik de weg naar een internetcafé; kreeg gelijk een paasei mee.
Overigens zomaar een zijsprong. Waar komt toch dat idiote onderscheid vandaan tussen het zogenaamde veel godendom en het monotheïsme? Al die heiligen die die ene god omringen, zijn toch net zo goed op te vatten als goden? Misschien dan van het tweede garnituur, maar dat was in de oudheid ook het geval. Zeus de oppergod had echt wat meer huis als de flierefluiter Pan. Toch net de christelijke God de Vader; ze lijken ook in afbeeldingen sprekend op elkaar. Zou Dionysius niet heel goed door kunnen gaan voor de heilige Dionysos? Of Artemis en de heilige Artemidos? Of Helios, de zonnegod in de persoon van de profeet Elia? Zijn ten hemel opname voltrok zich door een windhoos in een wagen van vuur getrokken door paarden van vuur. Hermes kan niet anders dan de aartsengel Michaël zijn geworden. Een paar details zijn gewijzigd. Zoals geen vleugels aan de voeten maar aan de rugzijde. Zijn staf met slangen werd het vurige zwaard. De helm bleef duidelijk behouden. De Romeinen hadden er helemaal geen moeite mee goden van elders over te nemen. Bekend is dat Hadrianus (dus een paar honderd jaar voordat het christendom als staatsgodsdienst wordt ingesteld!) een tempeltje voor Christus oprichtte. De heilige Augustinus maakt er zelf gewag van dat hij op voet van gelijkheid gezelschap had van Homerus.
Zowat de hele week doorgebracht op het schiereiland Mani(s). Omdat een paar Oostenrijkers me hadden verteld dat er weinig of geen leuke overnachtingsplaatsen zijn, was ik eerst met auto alleen op verkenning gegaan. Hun verhaal klopte. Toch vond ik wat door als maar een zijweg in te slaan, richting water. En zo waar, ineens stuitte ik op een kleine haventje met een beide kanten twee zeg maar eenpersoons-strandjes. Na de caravan te hebben opgehaald, ben ik iedere dag vandaar op stap gegaan.
Het gelijknamige boek van Patrick Fermor had me enthousiast gemaakt voor Mani. In bloemrijke taal verhaalt hij over zijn reis door deze streek eind jaren ’50. Voornamelijk te voet of op een ezeltje en stukken met visserbootjes. Hij viel voor het woeste en ontoegankelijke karakter van het landschap en de trots van mensen als -volgens eigen zeggen- enige nazaten van de Spartanen. De Byzantijnen en later Turken hebben er nooit echt voet aan de grond kunnen krijgen. Waarschijnlijk wilden ze niet echt want er valt totaal niets te halen. Het was en is er dor, kaal en droog. Er is nauwelijks een teellaag, het is een en al stenen en rotsen. Toch moet er in Fermor’s tijd nog landbouw bedreven zijn.
De grillige muurtjes van de piepkleine perceeltjes liggen als nerfvaatjes op de berghellingen. Nu is alles verlaten. Net als talloze dorpjes waar nog een paar mensen wonen en de rest op instorten staat. Al anderhalve eeuw emigreert men en masse. Heel opvallend zijn de honderden torentjes die overal boven de bebouwing uitsteken als “versteende asperges”. Het verhaal gaat dat deze ontstonden uit burenruzies tussen de verschillende clans die de dorpen bevolkten. Men bestookte elkaar van daar uit. Op den duur zelfs met kleine kanonnen. In Vathia bestaat het hele dorp bijna uit gevechtstorens. Een soort man aan man gevecht zeker. Het was er heel bedroevend. Geprobeerd is van het dorp een vakantieparadijs te maken. De meeste torentjes zijn wat jaren geleden verbouwd tot vakantie-optrekjes. Je kan nu overal zo maar binnenlopen. Deuren en ramen zijn verdwenen. Alles staat (weer) leeg en te verrotten. Insiders weten dat ik 20 jaar geleden met zo’n plan bezig ben geweest. Ik ben toen een paar keer naar Frankrijk geweest, op zoek naar een hameau. Dit ziend ben ik blij dat dat nooit van de grond is gekomen. Alhoewel het laat je niet onberoerd. Het had zo mooi kunnen zijn…