Fortunam citius reperias, quam retineas
Maandag 6 juni
Zo mijn dagtaak zit er op. Een vroegertje, half 10 vertrokken en al weer om 1 uur thuis. Twee villa’s -ik vind het meer paleizen- 10 km ten zuiden van Pompeii aangedaan die destijds eveneens bedolven zijn en een museum. Was een redelijk stukkie fietsen door de dagelijkse hectiek van mijn Italiaanse medemensen. Land verkeert volgens mij in een continue staat van zelfverwerkelijking. Men haalt in waar het niet kan, parkeert 6 dubbel, je afval gooi je neer waar het effe kan, betalen liefst contant met zoveel mogelijk dubbeltjes en kwartjes. Met de publieke zaak is dan ook bar en boos gesteld. Wegenstelsel totaal versleten; reparateurs doen hier goeie zaken, zijn er ook heel veel van. Het lukt maar niet om het dagelijkse afval op een beetje fatsoenlijke manier te verzamelen. Echt geen uniek verschijnsel rond en in Napels dat hierover regelmatig in het nieuws komt. Je zou zeggen: een land in crisis. Mooi niet. Terrassen zitten vol, zeker net op de terugweg aan het begin van de middag-riposo. Mensen zijn vriendelijk en behulpzaam. Stoppen bij een zebrapad. Nemen en geven in het verkeer. Je wordt gewaarschuwd als m’n fietsenstandaard te veel naar beneden hangt. Dus alles afwegend, goed te doen. Nu nog het weer. Een buitje en een dagje onder de 30º zou ideaal zijn.
Eindigde vorige weekbericht in lichte crisis. Werd nog een tandje bijgezet toen ik af wilde reizen naar de villa van Tiberius aan de kust. Bleek pas donderdag open te gaan. En de volgende bestemming was alleen toegankelijk op zondag. Wat nu? Nog 4 dagen op die betonvloer leek met wat te veel van het goeie. Want meer dan strand was er voor mij niet te beleven. Heb m’n hele reisplan maar omgegooid. Ben in één keer naar mijn virtuele keerpunt, de oude Griekse stad Velia, gereden. En ben nu als het ware al op de terugweg…



Velia Grieks noemen is net zo arbitrair als er een Romeinse stempel op te plakken. Er was natuurlijk al sprake van bewoning vóór de komst van de Grieken. In wezen vluchtelingen uit Klein-Griekenland (Turkije) die op moesten krassen vanwege expansie van het Perzische rijk in de 6de eeuw BC. Deze volksverhuizing nam zulke proporties aan dat de voet van de laars van Italië de naam kreeg van Magna Graetia (groot Griekenland). Van de Griekse tijd is weinig terug te vinden. Het basement van een grote tempel die in de middeleeuwen als fundering is gebruikt voor fortificaties. Een badhuis met de typische, individuele kuipjes. Romeinen doken lieve met elkaar in bad. En je ziet het aan de bouw en ligging van het theater. Nl. uitgehakt uit de natuurlijke omgeving en altijd met een prachtig uitzicht.



Dit allemaal als voorspel op Paestum. Een tweede ‘Griekse’ havenstad, iets noordelijker, ook niet meer direct aan zee grenzend vanwege verlanding. Hier hebben 3 grote, Dorische tempels de tand des tijds weten te doorstaan. Kolossale Gebetsreaktoren, zoals Duitsers dat zo treffend kunnen verwoorden. Hier geen 100 ringen in de grond waaraan de offerdieren geketend stonden in afwachting van hun lot. Overigens veel minder zullen het er niet geweest zijn die op de enorme altaren voor de tempels geslacht werden. Het lezen van de vorm van de lever en de ligging van de andere organen was een vak apart voor deskundigen. Heel de kilometers lange ommuring is er ook nog. Laat de plaatjes voor zich spreken, zeker die gemaakt met de drone. Ineens zie je van bovenaf bij de waterpoort hoe die in elkaar steekt maar ook de geërodeerde kade rechts waaraan schepen met hun boeg werden afgemeerd. Als extraatje de prachtige afbeeldingen op de binnenwanden van een uit elkaar gehaalde grafkist.









Een beetje overhaast uit Paestum naar Pompeii verkast. Naast de area sosta, heerlijk gelegen op nog geen 100 meter van het strand met helder zeewater, was iets louncherigs. Gewoon een open lucht disco waar men van 10 uurs ‘s-avonds tot in kleine uurtjes helemaal los ging. Van slapen kwam maar weinig. Hoe al die Italianen dat deden, is me een raadsel gebleven, zij gingen er niet van door. Even was ik bang hier in een gelijkluidende omgeving te zijn terecht gekomen. Maar het is meegevallen en het lange, vrije weekend zit er op. Raar eigenlijk dat in zo’n katholiek land Hemelvaartsdag helemaal niet gevierd wordt, evenmin 2de Pinksterdag. Donderdag werd hier de oprichting van de republiek in 1948 herdacht.








Gisteren zondag naar Herculaneum gegaan. Klein maar fijn. Bedolven onder maar liefst 20 meter as en puimsteen en wat er verder uitgestoten wordt bij een uitbarsting van de Vesuvius. Voor de vergelijking: Pompeii slechts bedekt met een laag van 5 meter. Vanuit m’n caravan zie ik het totaal onvoorspelbare monster liggen. In de uitgegraven stukken stad zijn gelukkig maar weinig slachtoffers aangetroffen. De voorboden van de eruptie, een serie aardschokken, deed zowat iedereen vertrekken. De meeste doden zijn gevallen bij Herculaneum, pal aan de kust. Men denkt dat deze mensen vast zijn komen te zitten doordat er onvoldoende schepen waren om ze naar veiliger oorden te brengen. Door de straten lopen van zo’n spookstad en binnen kijken in de huizen heeft wel wat. Net als een paar jaar geleden op Sicilië in Gibellina dat vrij recent nog in 1968 werd verwoest door een aardbeving. Het schijnt rond Vesuvius nog steeds onrustig te zijn. In een apart museumpje waar een gevonden boot staat tentoongesteld, zijn wel heel bijzondere maatregelen getroffen om uit elkaar geschud te worden, te voorkomen.


Tot slot op veler verzoek een selfie van uw trouwe correspondent zwetend aan dit epistel in zijn mancave.
Vertaling latijnse spreuk Publius Syrus: Men vindt het geluk eerder dan men het behoudt