Al weer 6 dagen op mijn eentje onderweg. Hemelsbreed 40 km afgelegd. Over water maar liefst het driedubbele. Dat schiet lekker op. Lig voor de derde dag in Kivik. Geen mogelijkheid om weg te komen. Mist, mist en nog eens mist. Geen zuchtje wind die de grijze waas kan doen oplossen. De vooruitzichten bieden evenmin soelaas. Dan heeft Kivik, uitgezonderd een prachtig graf uit de bronstijd, heel weinig te bieden.
Het is een plaatsje van niets. Zonder Wifi en elektra op de wal om de accu’s te laden. Ben net begonnen aan m’n vijfde boek… Films durf ik niet te kijken; kost te veel stroom. Overweeg zelfs de koelbox uit te zetten. Toch is het wel weer leuk om op pad te zijn. Vorig jaar was ik in Nederland gebleven en nauwelijks aan varen toegekomen vanwege de klotezomer. Alsof het dit jaar beter is en zal worden… Het zeewater is nog hartstikke koud. Zelfs geen Zweed nakende vanuit de sauna de zee in zien rennen. De Oostzee is een aantrekkelijk vaarwater. Weinig stroming en getij waar je rekening mee moet houden. Maar het is zo ver weg, met name de terugweg! Gelukkig zijn er paar kennissen, van die echte zeilers, die niets mooier vinden dan veel wind, hoge golven en nachtenlang doorvaren.
Zij hebben de boot buitenom langs de Noordzeekust en de Wadden naar Cuxhaven gevaren. Daar ben ik aan boord gestapt en vervolgens hebben ze me verder gebracht tot aan Ystad, zuid Zweden. Voor de thuisreis kan ik gelukkig ook weer beroep doen op een paar liefhebbers. In Ystad nog op zoek geweest naar inspecteur Wallander. Blijkt een hele industrie te zijn waarvoor aan de rand van de stad een enorme studio is gebouwd. Hier zijn alle Zweedse, Duitse en Engelse varianten opgenomen. Net als voorgaande trektochten, of het nu met de boot of de caravan is, laat ik me leiden door highlights uit de oudheid.
Voor Zweden een goeie keus geloof ik. Veel anders dan prachtige kerkjes en Ikea is er niet. De natuur waarschijnlijk, alhoewel die hier in het zuiden nogal tegenvalt. Alles is, net als in Denemarken, keurig aangeharkt en glooiend. Naast handwerken en een galerie runnen, is ook hier een ware volkskunst: gras maaien. Twee fantastische sites heb ik al bezocht (afgezien van verschillende ‘mindere’).
Het al eerder genoemde koningsgraf in Kivik.
En (waarschijnlijk) eveneens een graf, Ales Stenar genaamd, bestaande uit een groot aantal rotsblokken, neergezet in de vorm van een schip. Allebei schat men zo’n 3500 jaar oud, de bronstijd. Het bijzondere van het koningsgraf is dat onder de berg keien een grafkist is gevonden, die zeker over een periode van 600 jaar hergebruikt is. Het blijft me verbazen hoe ver deze cultuur zich over Europa heeft uitgestrekt.
Ter vergelijking dit plaatje van een graf in zuid Portugal.
Auteur: Armand van Puijvelde
Zaterdag 11 juni
Al weer een maand thuis in Schiedam en nog steeds geen tijd (waarschijnlijk eerder niet de rust) gevonden om mijn reisverslag af te ronden. Er ontbreken twee weken. Alle aandacht 
ging uit naar het reisklaar maken van mijn boot. Het installeren van nieuwe navigatie-apparatuur en het onderwaterschip behandelen tegen aangroei, vormden de hoofdmoot. Maar als je daar mee bezig bent, kom je vanzelf tientallen andere zaken tegen die je beter gelijk kan meenemen. Het einde lijkt in zicht. Nu nog wat aardiger weer. En dan weer op pad. Grootse plannen heb ik niet; rustig aan wat tochtjes maken door (meer langs) Nederland en een oversteek naar London. Het echte werk mag niet geschuwd worden. Eigenlijk was het de bedoeling naar Stockholm af te reizen, maar bij
nader inzien zag ik erg op tegen de heen- en terugreis naar de Oostzee. Volgend jaar nieuwe kansen. Waarschijnlijk dan met hulp van oude kennissen die ik bij toeval tegen kwam op de werf waar ik op de kant stond. Zij zeilen al jaren samen en vonden het ook wel leuk om mij op streek te helpen. Maar dan in één keer buitenom, boven Denemarken langs naar zuid Zweden. Dus geen gemier langs de Wadden, de Elbe en het 100-kilometerlange (Kieler kanaal) pad. Waar was ik gebleven op Sicilië?
Na Palermo ‘ontvlucht’ te zijn kwam ik terecht in Solunto, een van de interessantere sites. Niet spectaculair maar heel informatief. De noordkant van Sicilië is overigens op een andere manier veel minder aantrekkelijk geweest om te koloniseren door de Grieken of de Phoeniciers. Op mijn route naar Messina lagen nog maar 3 oude steden. Van de eerste, Himera, is niet veel over. Niet meer dan de grondvesten van een tempel. In het museum/antiquarium lagen wel veel voorwerpen uit graven. Want doden zijn er genoeg gevallen.
Om voor mij onduidelijke reden is tussen Carthagers en Grieken verschillende keren enorm gevochten om deze stad. Met als eindresultaat de totale vernietiging door een gelijknamige voorouder van de latere Hannibal die in de derde eeuw v. Chr. bijna heel Italië veroverde.Vervolgens bezocht ik Halaesa. Hier is eigenlijk ook niet zo veel te bewonderen. Wel voor het eerst een prachtige catalogus. En nog wel in het Engels! Het meest opvallende was een graftombe uit de 2de of derde eeuw na Chr. Een ware voorloper van al die huisjes die heden ten dage op de Italiaanse kerkhoven te vinden zijn. Als je je bedenkt dat de stad gesticht werd zo’n 400 voor Chr. dan moet je constateren dat steden heel wat jaren meegingen. Ongeacht wie er woonden, eerst dus Grieken en later Romeinen, tot in de 11de eeuw de Noormannen.
De
laatste stad die ik aandeed, was Tindaris. Tegenwoordig deels overbouwd door een katholiek heiligdom waar een zwarte madonna wordt vereerd. Toch zijn de hoofdlijnen van de stad, te weten het theater, het aangrenzende binnenstadsplein met winkels en stadskantoor en bewoning goed te zien.Dat was het dan. Vanuit Messina met de pont overgestoken
naar het vaste land. En vier dagen en bijna 2500 km later waren we weer thuis. Alles bij elkaar was het een heel aardige trip. Ontzettend veel mooie dingen gezien. Heel aardige mensen ontmoet. Zoals hier op de foto wat dorpsbewoners die me te hulp schoten toen ik me vast had gereden in het zand.
Gelukkig is me dat maar een keer overkomen. Er moest namelijk een tractor aan te pas komen om me eruit te krijgen. Zo vroeg in het jaar reizen heeft duidelijk voordelen. Je kan gaan en staan waar je wilt. De carabinieri komen wel kijken wat je aan het doen bent, maar zeggen verder niks. Dat schijnt in de zomermaanden wel anders te zijn. Het enige nadeel is het weer, nog flink onbestendig. Alhoewel voor iemand die graag opgravingen bezoekt, ideaal weer. Je zal toch in de bloedhitte daar moeten rondstappen. Ik zit al plannen te maken voor volgend jaar. Waarschijnlijk dezelfde kant uit en vanuit Brindisi oversteken naar zuid Griekenland, de Peloponnesos!
Woensdag 4 mei 2011
Twee jaar liep ik nog met Ronald mee in de 1 mei demonstratie in Lissabon. Dat zat er dit keer niet in. Toch heb ik er wel even bij stil gestaan. ‘s-Avonds zitten kijken naar het 2de deel van de film Novecento. Net weten te scoren bij de Coop. Al een tijdje had ik deel 1, maar nergens het vervolg. Aardig initiatief van de Coop-supermarkten om 150 jaar Italiaanse eenheid te gedenken met 10 films die elk staan voor een periode in die geschiedenis. Ondanks dat ik er niets van versta en er geen ondertiteling op de DVD zit, is het verhaal ontzettend goed te volgen. Zo zie je eigenlijk veel beter wat een fantastisch filmer Bernardo Bertolucci is. Hij heeft gewoon geen woorden nodig; hij laat het beeld spreken. Het is wel echt een film uit de jaren 70. Strijdbare vrouwen, in en in goede landarbeiders, vuil en gemeen kijkende herenboeren en een ode aan de PCI. Kom daar nog maar eens om in deze tijd. Met heel veel genoegen naar gekeken, waarschijnlijk net zoals al weer 35 jaar geleden. Om weemoedig van te worden… Begin van de week, onderweg naar Palermo, langs de kust gereden met het idee ergens een paar dagen aan zee te blijven. Tenminste als het mooi weer zou worden. De klad zit er beetje in. De temperatuur is wel goed maar of het regent of het stormt. Niet echt aangenaam. Zeker voor een dagje strand. Zo kwam ik terecht in Terrasini. St
ond op mijn lijstje vermeld met een museumpje en verder niets. Dat was het ook. Alhoewel? Naast de obligate scherven was er een hele afdeling met Siciliaanse karren. Heel apart. Ze zijn van onderen tot boven gebeeldhouwd en beschilderd. En dan Palermo. Wat moet ik er over vertellen. Wat een herrie, wat een vuiligheid, wat een drukte. Op een kerkhof zag ik dat ze toch nog redelijk oud worden. Onbegrijpelijk dat een mens daar tegen bestand is. Jaren geleden, na de val van de muur, kwamen kennissen uit Oost Duitsland in Schiedam op bezoek. Die durfden de hele week niet in hun eigen auto door de stad te rijden. Al dat verkeer, al die mensen, al die hectiek. Ik weet nu hoe ze zich gevoeld moeten hebben. De binnenstad van Palermo is op zich best aardig. Een mooie dom, nog uit de Noormannen tijd. Veel gebouwen die herinneren aan de Spaanse tijd.
De onvermijdelijke catacomben van de Capucijnen. En nog wat exotica. Zoals het jachtslot Palazinno Cinese uit begin vorige eeuw. Ik ben er in geweest, bij uitzondering. Het archeologisch museum is op zich al een bezienswaardigheid qua oudheid van binnen en van buiten. Bij een ander museum met middeleeuwse kunst heb ik mijn geld teruggevraagd (en gekregen). Ik was er heen gegaan op advies van iemand. Er zou een heel bijzonder drieluik van een Vlaamse meester te zien zijn. Nou mooi niet, meer de helft van de zalen was gesloten. Verklaring: geen personeel om toezicht te houden. Naar mijn idee geklets; beneden zat het tjokvol met mensen. Gelukkig spreekt 
niemand Engels, dus daar heb ik verder maar geen woorden aan vuil gemaakt. De stad uiteindelijk ontvlucht. Eerst met een uitstapje naar Montreale. Daar staat ook weer zo’n reliek van de Noormannen. Een kerk, ruwe bolster maar met een blanke pit. Het fraaie, barokke portaal is uit latere tijden. Moet je dus even wegdenken. Binnen is het een grote gouden mozaïek-wereld. Ravenna is er niks bij. Guglielmo (Willem) II liet de kerk bouwen, eigenlijk als grafmonument. Hij ligt er ook in een fraaie kist. Midden tussen al dat plaatjesgeweld zag ik hem ineens in levende lijve staan. Niet de plaatsvervanger van God op aarde kroont hem tot koning. Nee dat is hem te min. De Heer zelf moet er even voor afdalen. Hij had ook niet zoveel op met de paus. De stijl van de mozaïeken laat zien dat hij zich veel meer thuis voelde bij de orthodoxe tak. Na Montreale doorgereden naar Solunto.
Eigenlijk de mooiste opgraving waar ik geweest ben. Geen indrukwekkende tempels maar een stad, waarvan meer staat dan wat funderingen. Het stratenplan is goed zichtbaar. Met behulp van de toelichtende borden werd een goed beeld gegeven van hoe arm en rijk er gewoond hebben. De stad is net als overal gebouwd op een goed verdedigbare hoogte. De rots is een gatenkaas. Overal zijn citernes uitgehouwen om water op te vangen. Niets nieuws onder de zon. Nu zie je hier overal grote plastic tanks op dak staan. Blijkbaar is water nog steeds een schaars goed. Ook heel aardig was een mozaïek een afbeelding van het firmament met in het centrum de aarde.
Maandag 25 april 2011
Door al dat schoons wat ik mag aanschouwen, schieten er in mijn wekelijkse rapportages allerlei dagelijkse zaken bij in. Wat te denken van deze heerlijke cannoli Siciliani. Of de waarneming dat Engelse spaghetti -ondanks meer dan een jaar oud- net zo lekker smaakt als de duurste, vers uit het pak Italiaanse. En niet te vergeten hoe goed de kookronde van gisteren uitpakte. Nog nooit zoiets lekkers gebrouwen. Een scheutje wijn en wat yoghurt, het doet wonderen qua smaak.
In het dagelijks leven van de Sicilaan strijden -naast de maagd Maria natuurlijk, als waardige plaatsvervangster voor de veel oudere Egyptisch godin Isis- 2 personen om the haerts and minds. Je raadt het nooit: Garibaldi en Padre Pio. Wat de laatste nou precies voorstelt, laat zich niet makkelijk duiden. Een heel leven van zelfverminking? Hij was de gelukkige bezitter van de stigmata, de wonden aan de handen voeten, gelijk de gisteren herrezen Heer. Had hij die eigenlijk nog steeds na zijn verrijzenis?
Een deel van de Heilige week bracht ik door in Trapani. Ik weet nu van waaruit de bombardementen op Libië worden uitgevoerd. Vanaf het vliegveld bij die stad. Het staat er vol met AWAC’s, Mirages, F16’s en meer van dat tuig. Er is overigens geen peil op te trekken. Ineens vergaat een uur lang horen en zien. Maar dan is het weer een hele dag bijna stil. Een paar Amerikanen hadden het er overigens maar moeilijk mee. In zo’n praatje pot over waar je vandaan komt, zeiden ze dat de US helaas weinig meer te beiden heeft dan overal oorlog te brengen.
Jeannine had me erop attent gemaakt dat Trapani de stad bij uitstek is, waar ze met Pasen helemaal los gaan. Het is en hopelijk blijft het een prachtig schouwspel. Bijna een dag en een nacht lang trekken 20 groepen met aanhang in een lange rij rond door de stad. Voorheen allemaal vertegenwoordigers van diverse beroepsgroepen. Nu veel padvinders, vermoed ik vanwege de veelal jonge leeftijd van de meesten. En een paar ware gelovigen die de baar met een van de staties die de weg naar en het lijden van de Heer verbeelden, willen torsen. Het drama van een jaar geleden in Toledo Spanje ontbrak jammer genoeg. Geen verklede paters op blote voeten. Geen puntmutsen. Niet tientallen zwoegende mannen onder het tableau. Nee, net wat geciviliseerder. Misschien omdat ze het 3 eeuwen geleden afgekeken hebben van die Spanjaarden…
Begin van de week bezocht ik 2 dorpen die in 1968 zwaar te lijden hebben gehad van een aardbeving. Van het een, Gibellina, een kunstwerk gemaakt. Doet het niet heel erg denken aan het emaille landschap van DuBuffet in het Kröller Müller op de Veluwe? Het andere, Preboreale, staat er nog zoals het toentertijd verlaten is. Her en der wordt zelfs wat gerestaureerd om verder verval tegen tegaan.

Poggioreale

Poggioreale
Onder weg naar Trapani kwam ik langs het eilandje Mozia. Naar het schijnt het mooiste voorbeeld van Carthaagse kolonisatie op Sicilixeb. Ongeveer tegelijkertijd met de Grieken, 500 600 v.Ch. Het eiland was een groot fort. Helemaal ommuurd met een kunstmatig aangelegde verbindingsweg naar de kust. Deze staat nu een meter onder water. Ik heb een stuk belopen. Meestal verzand maar soms kwam je het stenen plaveisel nog tegen.
D’r is een heel wellustig beeld gevonden, Giovane di Mozia. Daar kunnen al die blote Venussen toch niet tegen op…Ook hier weer, net als in Carthago zelf aan de overkant in Tunesixeb, de discussie over de Tofet. Heel rommelig ogende terreintjes, stik vol met altaartjes. Zijn het nou wel of niet een soort kinderbegraafplaatsen. Te weten: eerstgeborenen die geofferd zijn. Zoals Romeinse (!) historische bronnen beweren. Ze zitten er inderdaad tussen maar de meeste graven bevatten resten van dieren.
Inmiddels al weer vertrokken uit Trapani en een middag rondgewandeld in Segesta. Grieks van origine, maar van de Turkse kant. Dat maakt verschil. Er staat een indrukwekkende tempel. Zijn/haar kracht wordt versterkt doordat de
Segesta theater omgeving niet verstoord is. Hij/zij ligt prachtig, eenzaam in het landschap. De tempel is nooit afgebouwd en in gebruik geweest. Aan de stenen zie je nog de hijsnokken uitsteken. En de zuilen zijn ook nog helemaal glad. Dat zou op zich goed te verklaren zijn. De stad heeft eigenlijk nooit goed gefloreerd en wisselde nogal eens van overheersing. Het probleem is dat om een Dorische tempel gaat en dat was het patent van Athene en niet van Troje en omgeving. Men vermoedt dat hier sprake is geweest van een hele vroeg vorm van PR bedrijven. Net zoals tegenwoordig Saoedi-Arabixeb en Iran overal buitenshuis moskeexebn financieren.
Maandag 18 april 2011
Kon me maar heel moeilijk losmaken van dat heerlijke plekje aan het strand bij Eraklea Minoa. Woensdag toch maar weer op pad gegaan. D’r ligt toch immers een nieuw hoogtepunt op mijn reis te wachten. Enwel: Selinunte. Opnieuw een van oorsprong Griekse stad uit de 7de eeuw v.C. Alhoewel, er was natuurlijk iets daarvoor,
van autochtone, echte Sicilianen. De setting is zo uitgesproken -een rivier monding voor een haven, een goed verdedigbare hoogte pal aan zee en vruchtbaar achter/binnenland dat iedereen zich er wel zou willen vestigen. De acropolis en het tempelterrein zijn opgegraven. Stukje bij beetje wordt de verdere stad in kaart gebracht. Hedendaagse opvattingen in de archeologie laten geen grootschalige activiteiten meer toe. In het verleden is te veel kapot gemaakt of bleek later heel iets anders te zijn dan men aanvankelijk dacht. Een beroemd voorbeeld is het paleis van Minos op Kreta. Een kleine 100 geleden ontdekt, opgegraven en volgens toenmalige inzichten gereconstrueerd. Nog steeds leuk om te zien en doorheen te lopen, maar er klopt niet veel van.

De namen van de tempels zijn nogal prozaïsch, van A t/m G. Een is wonderwel overeind gebleven. Alle andere zijn door aardbevingen in duigen gevallen. De grootste meet 110 bij 50 meter. Ik sta in het heilige der heilige, de cella. De tempel was nog in aanbouw. Op de kapitelen zijn de groeven, die op de zuilen worden doorgezet, voorbereid. De zuil-delen, trommels, zijn nog glad. Net alsof ze net uit de steengroeve zijn
opgehaald. Zo? 15 km verderop in de Cava di Cusa. Al dat natuurstenen geweld viel toentertijd niet te bewonderen. De hele tent werd gestuukt en beschilderd in bonte kleuren. Op een stukje van de verbindingslijst bovenaan de zuilen is dat nog goed te zien.
Vakbij Selinunte in Triscina -weer zo’n totaal uitgestorven dorp waar nu een paar honderd mensen verblijven en straks in de zomer wel 20.000- ben ik op bezoek gegaan bij Jeannine, een studiegenoot van mijn moeder van de kunstacademie in Eeklo/België. Haar kort geleden overleden echtgenoot heeft heel veel gewerkt op Sicilië als kunstenaar.
Jaren is hij bezig geweest in de catacomben van Palermo. Ondanks dat hij zelf weinig op met de katholieke kerk, sprak het roomse leven hem blijkbaar 
wel aan. Zozeer zelfs dat hij in staat was allerlei sleutelscenes uit het leven van onze heer voor een kerk op grote doeken te schilderen. In Salemi hangt een hele serie van zijn werk in het Maffia-museum. Dat vond ik nogal moedig voor een relatieve buite
nstaander. Elk schilderij is gewijd iemand die door Cosa Nostra om zeep is geholpen. Deze persoon staat met ogen gesloten afgebeeld in een typisch Siciliaanse context. Ik vond het
heel indrukwekkend. Jeannine (en aanwezige
familieleden) bedankt voor de gastvrijheid, het lekkere eten en de schone was.
Zondag 10 april 2011
Al dat gehannes met het zoeken van een intercafé, het is verleden tijd. Eerst nog geprobeerd een Italiaans abonnement op internet aan te schaffen. Maar dat lukte niet; onze persoonsnummers corresponderen niet met die van hier. Even terzijde: de bureaucratie in Italië is niet misselijk.
Bij het minste of geringste moet je je kunnen legitimeren. Of zoals bij de garage. Voor een bedrag van 30 euro was iemand een kwartier bezig het een na het anders computerscherm te openen om deze transactie vast te leggen. En dan nog zonder resultaat: geen BTW-nummer! Daarom toch maar besloten mijn eigen telefoon te gaan gebruiken.
Ik zie wel wat allemaal gaat kosten. Het eerste proefje lukte boven verwachting. Binnen de kortste keren kwam al mijn mail via de telefoon op de computer binnen lopen. Voortaan houd ik mijn weblog qua tekst maar op deze manier bij en voeg de plaatjes er later wel een keer aan toe. Die vergen nogal wat dataverkeer. Na mijn uitstapje naar Piazza Armerina ben ik teruggegaan naar Gela. Het heeft duidelijk voordelen als je ergens wat langer blijft. Je leert de weg kennen en ontdekt al rondfietsend altijd wel een leukere en betere overnachtingsplek. Ook dit keer, aan de rand van een mooi aangelegde 60-er jaren wijk, pal aan het strand. Kwam goed uit, want er moest weer wat gerepareerd worden. Opnieuw (in Denemarken deed zich hetzelfde probleem al een keer voor) begaven de scharnieren van het
computerscherm het. Geen beweging meer in te krijgen. In een reparatiebedrijfje wisten ze er wel raad mee. Wat ze precies gedaan hebben, terwijl ik lekker in de zon op het strand lag, weet ik niet. De schoonheidsprijs verdient het zeker niet; aan de bovenkant steken nu 6 moertjes naar buiten.
Maar de zaak gaat weer soepeltjes open en dicht. Als ik ook nog een wasserette zou vinden, dan is het helemaal ideaal. Bij vertrek even getwijfeld over de hoeveelheid kleren die ik mee zou nemen. Alles 25 maal is toch niet zo’n slechte keuze geweest. Wasmachines a gettone zijn er gewoon niet. Inmiddels aangeland bij een van de hoogtepunten van mijn rondreis: Agrigento. Gesticht vanuit Gela, maar overvleugelde haar als snel in ontwikkeling. Plato, ja hij, zegt van de inwoners van de stad: die mensen bouwen alsof ze onsterfelijk zijn en ze vreten alsof het einde der tijden elk moment kan komen.
Op haar hoogtepunt, 3 eeuwen v.C. , woonden er meer dan 200.000 . De huidige stad (60.000 inwoners!) is boven op de oude gebouwd. Alleen het deel waar bijna alle heiligdommen staan, is min of meer gespaard gebleven. De grootste tempel van de Olympische Zeus,
zo’n 100 bij 50 meter is totaal verwoest. Alleen een paar telamonen, een soort steunberen van meer dan 6 meter hoog, zijn er over. Hoe ze deze uit de enorme stapel stenen hebben weten te vissen, is me een raadsel. Er is een zgn. ekklesiasterion teruggevonden waar volksraadplegingen plaatsvonden. Zo waren er nog meer van de aardige plekken waar eigenlijk niemand komt. Vaak ook niet officieel toegankelijk. Al heel wat keren moet ik gesignaleerd zijn op bewakingscamera’s die ook op dat soort plekken staan. Zou d’r wel eens iemand naar kijken, vraag ik me af. Op weg naar Eraclea Minoa kwam ineens hetbordje casa natale Pirandello tegen.
Even langs gegaan; was niet veel te zien. Kostte ook niets. Steeds vaker geef ik me namelijk uit voor een 65-jarige. Je ziet ze denken maar tot nu toe vroeg ik pas één keer iemand om dat aan te tonen. Ik had een boek van hem meegenomen voor onderweg. Een beetje vermoeiende schrijver is het; hij blijft maar lollig doen. Had nog meer boeken met als thema Italië ingepakt. Zoals Winter aan de Middellandse Zee van Robert Kaplan. Een heel interessant verhaal waarin hij zijn reisindrukken van 25 jaar geleden nog eens ‘over doet’ in het heden. Man heeft ook wat te vertellen; iets wat ik heel erg mis bij onze Cees Nooteboom. 
Nog een leuk boek was De Dante Club. Heel wat anders, een detective. De aanbeveling van Dan Brown, die van de Da Vinci Code, maakte me wat huiverig. Ten onrechte. Het is vandaag een fantastische dag. De wind is gaan liggen. Gisteren werd je gezandstraald. Zelfs de Sicilianen zijn uit hun schulp gekropen. Overal om heen aan een prachtige baai bij Eraclea Minoa wordt gebarbecued. Van de oude stad is niet veel over. Het theater hebben ze maar overkapt. Anders is het over paar jaar helemaal weggesmolten.
Zondag 3 april 2011
Voordat ik wat verder vertel over afgelopen week, moet ik eerst iets recht zetten. Want Italianen rijden niet als gekken. Het was even wennen. Maar het is een ondoorgrondelijk spel van voorrang geven en nemen. Je weet nooit precies wat je te doen staat. Voor de rest zet je gewoon je auto waar het jou het beste uitkomt. Geen mens die er een punt van maakt. Toch moet ergens iets wringen. Je hebt
namelijk 2 soorten autorijders, zij die niet harder van 30 gaan en alle andere die er aan alle kanten omheen rijden. Toeteren om de slak te manen, wordt door beide partijen als onbehoorlijk ervaren. Het zal wel komen omdat de Siciliaan in de dagelijkse omgang heel vriendelijk en aardig is. Het is alleen jammer dat er zo weinig Engels wordt gesproken. Aan de oostkust ging het nog wel maar nu is het bar en boos. Zelfs niet hier in het flitsende internetcafxe9, met de veelzeggende naam HiTech in Gela.
Langzaam maar zeker beginnen oude routines weer terug te komen. Het was in het begin weer even zoeken. Van hoe deed ik dat vorige keren nou? Plus het is in Italië allemaal weer net wat anders georganiseerd. In the blind een stad inrijden leer je vanzelf af. Dat schiet niet op; binnen de kortste keren rijd je er zo weer aan de andere kant uit of bent verstrikt geraakt in een verkeerskluwe. Mooie hipermarkten met grote parkeerterreinen zijn er niet veel. Dus het is altijd een gezoek naar een parkeerplaats om van daaruit op de fiets op verkenning te gaan. Het beste lukt tot nu een villawijkje op te zoeken; daar is altijd plek op plaatsen waar nieuw gebouwd wordt. Ook wel zo rustig omdat er nauwelijks verkeer langs komt. In die zin maak je soms hele stomme keuzes. Zeker als je tussen xe9xe9n en vier uur ergens gaat staan. Dan kan de straat die eerst zo lekker stil leek, ineens veranderen in een doorgaande weg.
Voor onze begrippen is het hier nu echt zomer geworden. Overdag zo’n 20 of meer met veel zon en ‘s-avonds hoeft de kachel niet meer aan. Vandaag ook voor het eerst in zee gezwommen. Als enige natuurlijk want de doorsnee Siciliaan loopt nog rond met een parka aan. Het is ook niemand opgevallen. Er waren in de verte een paar wandelaars op het strand en zeilsurfers. Dat was alles.
Van de week betrekkelijk weinig gereden maar wel heel veel gedaan. Vanuit Ragusa naar de kust gegaan. In de buurt van Scoglitti ligt de oude Griekse stad, Camarina. Mooi gelegen op een heuvel die de zee in steekt. In Engeland zouden ze het een cliffort noemen, uit de steen- of bronstijd. En dat is het ook; de Grieken waren niet de eerste bewoners. Weinig van kunnen zien, te kwetsbaar!? Wie schetst mijn verbazing dat even later een hele bus basisschoolkinderen erop wordt losgelaten. Vanaf de plek waar eens een tempel stond, heb ik net als Mozes naar het beloofde land mogen kijken. Links op de foto zie je nog stukje muur ervan dat nu onderdeel uitmaakt van een veel later opgetrokken bouwwerk,
waar wijn geperst werd. Scoglitti is driekwart van het jaar een soort spookstadje. Allemaal lege vakantiewoningen. Volgende stop was in Gela. Een verrassing, er was veel meer te bekijken dat ik had verwacht. Naast het museum een prachtig stuk stadsmuur (ook weer Grieks, zo’n 2,5 eeuw v.C.). Zoals je op het detail het beste kan zien, bestaat de muur uit een onderlaag van kalksteen blokken met daar bovenop lagen adobetegels. Gewoon gedroogde modder, dus erg kwetsbaar. Vandaar die futuristische overkapping. Hopelijk een afdoende oplossing. De vorige, een soort kas, had de teloorgang alleen maar versneld. Het roept wel de vraag op hoe ver je nou moet gaan met dit soort dingen. Is het niet beter bv. een paar meter muur in een museum te zetten? En de rest of weer te bedelven of maar te laten vergaan. Wat zal dit allemaal niet gekost hebben? Dat gevoel bekruipt me
steeds meer. Al die musea vol met scherven. Ik kijk er al niet eens meer naar. En wat zeggen ze iemand die voor het eerst komt kijken. Waarom niet alle aandacht voor de paar highlights en wat videofilms (in meerdere talen) waar het grotere, overkoepelende verhaal wordt verteld met behulp van reconstructies.
Op het terrein van het plaatselijke ziekenhuis een eveneens Grieks badhuis. Daar deden ze het net iets anders Romeinen later. Zij zaten lekker allemaal apart in hun eigen zitbadje. In een vorige aflevering liet ik van die badkuipjes zien. 
Die hadden gewoon bij mensen in huis gestaan.
Even overwogen Piazza Armerina te laten schieten. Goed dat ik dat niet gedaan heb. Ongelooflijk wat ik daar te zien kreeg. Een enorme Romeinse herenboerderij waar bijna alle mozaxefekvloeren nog aanwezig zijn. Niet met van die leuke golfjes en andere geometrische figuren. Nee, een corridor van 60 bij 3 meter met een groot jachttafereel. Zaal na zaal fantastische voorstellingen.
Ik heb maar een klein stukje van het immense complex kunnen bekijken. Het merendeel was gesloten vanwege een hele nieuwe aanpak
van de wijze waarop het publiek voortaan al dat schoons te zien gaat krijgen. Voorheen werd iedereen over of langs die vloeren geleid. Dat is natuurlijk niet vol te houden. Als alternatief worden gaanderijen aangelegd bovenop de resten van de muren. Daar heb ik al moeten lopen, voorzover het klaar was. Eigenlijk heel slim want je hebt nu ook een veel beter overzicht. Ik realiseer me dat mijn fotootjes heel weinig zeggen. Daarom raad ik iedereen op internet te kijken. De 2 trefwoorden Villa Casale moeten voldoende zijn.

Tien kilometer verderop ligt de stad Morgantina. Bijna nog helemaal onder de zooien, dus voor de echte liefhebber. Toch weer wat nieuws geleerd.
Altijd een bepaald soort aardewerken pijpen voor onderdelen waterleiding versleten. Fout dus, werden gebruikt als skelet voor koepels en tongewelven. In het museum lagen een paar heel bijzondere vondsten. Zoals dit zilveren servies.
Zondag 27 maart 2011
Sicilië heeft een roerige geschiedenis achter de rug. Op 16 maart jl. werd 150 jaar ver(her)enigd Italië
gevierd. Weinig van gemerkt overigens; wel overal vlaggetjes e.d. maar verder geen festiviteiten kunnen opmerken. Daarvoor was Sicilië na de ineenstorting van het west-Romeinse rijk 1500 jaar lang in allerlei verschillende handen geweest. Van 700 tot 1100 was het eiland bv. onderdeel van het opkomende Arabische rijk. Vervolgens werd het 2 eeuwen Normandisch. Om daarna onder Spaanse invloedssfeer te komen tot 1861, het jaar waarop Garibaldi zijn unificatie afrondde. Maar al vóór de Romeine
n bleek het een aantrekkelijk eiland te zijn voor allerlei mogendheden. De belangrijkste hiervan waren de Grieken. Zij koloniseerden ook grote delen van zuid-Italië. De schoen van de laars kreeg zelfs de naam Groot Griekenland. Hun aanwezigheid is nog overal zichtbaar. Veel van de steden stammen uit die tijd. Toch woonden er al eerder mensen. Door de druk van buitenaf hebben die zich in de binnenlanden, in canyons teruggetrokken.
Afgelopen week ben ik voornamelijk restanten van de Grieken en de ‘oorspronkelijke’ bewoners tegengekomen. Syracuse was een Griekse stad tot 200 v.C. Bij de verovering door de Romeinen heeft de beroemdste inwoner Archimedes zich nog danig geweerd. Er wordt een graf aan hem toegeschreven, maar helaas het is van 200 jaar na zijn dood…
Al van verre wordt het stadsbeeld geweld aangedaan door iets betonachtigs, wat Duitser zo treffend een Gebetsreaktor noemen. Maar gelukkig is het daarbij gebleven. Er valt nog veel oud schoons te bewonderen; daarom zomaar
een greep. Het enorme theater, waar net een podium werd opgebouwd voor komende voorstellingen. Het altaar van Hieron II. Op hoogtijdagen offerden
ze hier 450 runderen tegelijk, die ze als dank van de goden lekker zelf mochten oppeuzelen. De tempel gewijd aan Athena is nu de
Duomo van de stad. En niet te vergeten het prachtige museum Paolo Orsi. Vernoemd naar de man die geloof ik heel Italië heeft opgegraven. Daar was zoveel te bekijken, dat ik toen ik buiten kwam samen met een andere 
bezoeker even bij moest komen.
Had ik een paar dagen op de fiets mijn leven gewaagd in het stadsverkeer. Italianen rijden echt als gekken. Bleek dat nog niets vergelijken bij wat ik heb moeten afzien bij het op en neer klimmen van de canyons in Pantalica. Hier vonden de mensen uit de late steen- en bronstijd hun heenkomen, 13de tot 8ste
eeuw v.C. Een Amerikaans echtpaar onderschreef mijn opmerking dat het net leek op de Mesa Verde. Zelfde enorme grotten beneden in de canyon waar men woonde. Met hoog daar boven een hoogvlakte waar landbouw werd be
dreven. Wat de Indianen met hun doden deden, weet ik niet meer. Deze bewoners hakten in de steile wanden duizenden graven. Overal zie je kleine nissen. Nu zijn ze open, maar oorspronkelijk waren ze afgesloten met een soort stenen deur. Hun aardewerk is net zo bijzonder.
Volgende stop was in Palazzolo Acrëide. Daar liggen de resten van de stad Akrai. Vanuit een klei
n theatertje moet men toen al een mooi uitzicht op de Etna hebben gehad. Een keer in de week doen ze
bijzonder heiligdommetje open voor het publiek. Nu net niet natuurlijk; dus maar 3 hekken over geklommen. En wat zie je dan. Een aantal kleine kastjes met daarin totaal vergane vrouwenbeelden. Waarschijnlijk o.a. Proserpina, die door Hades naar onderwereld werd meegesleept en als gunst tijdens de lente en zomer weer bovengronds mag.
Op het moment ben ik in Ragusa. Een wonderlijke stad. Diep in een dal ligt de oorspronkelijk kern Ibla (Hyblea). Een paar eeuwen geleden helemaal herbouwd na een aardbeving. Omdat er beneden geen ruimte is, ontstonden nieuwe wijken bergopwaarts. Daar sta ik nu ergens in een onaf nieuwbouwwijkje. Moest ik toch net voor een heel bijzonder ijsje helemaal beneden zijn.
Dinsdag 22 maart 2011
Hè hè, eindelijk een adres gevonden waar ik het internet op kan. Heel Italië af moeten rijden om op Sicilië in Syracuse in galerie Fish House (www.fishhouseart.it) terecht te komen… Dat geeft te denken. Blijkbaar zijn de internetcafé’s hetzelfde lot beschoren als de de telefooncellen in Nederland. In andere landen kon ik altijd bij McDonald terecht, maar die levert hier die service jammer genoeg niet.
Twee weken zitten er inmiddels al weer op. De eerste 4 dagen ben ik in een ruk doorgereden naar het zuiden. Een dag geprobeerd tolwegen te ontwijken. Dat bleek een illusie. Dan mag je blij zijn als je 300 km op een dag aflegt. Vanaf Canne della Battaglia ben ik het wat rustiger aan gaan doen. Bij Cann(a)e
vernietigde Hannibal in 216 v.C. het 40.000 man sterke, Romeinse leger. Hij was toen al -vertrokken vanuit Spanje de Alpen overgestoken met dat beroemde bataljon olifanten- heel Italixeb doorgetrokken. Het is een raadsel waarom hij vervolgens zonder Rome in te nemen terug naar huis is gegaan. Het is Cartago duur komen te staan. 70 jaar later werd het in de 3de Punische totaal met de aardbodem gelijk gemaakt.
Ik ben er een keer geweest. De ronde haven is nog herkenbaar. Het enige wat er staat, is vlakbij het verblijf van de net verdreven president een enorme vakantie-uitspanning. Niet van nu maar van 2000 jaar geleden! En nog steeds met dezelfde opzet: hotel gecombineerd met winkels, (zwem)baden en noem maar op.
Ik kan het niet laten… ook hier hunebedden. Als het goed is, zie ik er op Sicilië nog enkele.
Bij Fasano over de opgraving van een echte stad aan de kust gewandeld. Geen Pompeii met nog overeind staande huizen.
Maar met een beetje fantasie is er toch wel wat van te maken. Het stratenplan en een doorgaande hoofdweg (zijtak van de Via Appia naar Brindisi) waren bv. heel goed herkenbaar. Maar het interessantst waren een zgn criptoporticus, een nog helemaal intact, ondergronds gangenstelsel en een necropool (begraafplaats) (zie ook:http://xoomer.virgilio.it/egnazia/index_file/Page609.htm)Dit was overigens slechts het voorspel. Want vervolgens ben ik op bezoek gegaan bij een nicht en haar man. Ze hebben jaren in Frankrijk gewoond en besloten helemaal
opnieuw te beginnen vlak bij Brindisi. Kochten een boerderij die al 150 jaar leeg stond. Het gerucht gaat dat er geesten huizen. Wat in Italië wel genoeg zegt. Drie dagen heb ik mogen genieten van haar kookkunst. Afgelopen weekend heeft ze in Nederland haar nieuwste (vegetarisch) kookboek ten doop gehouden. Moet te vinden zijn; Jolande Burg staat garant voor de recepten en Erik Spaans laat zien wat je mist als je ze niet klaar maakt.
Bij hen heb ik de gelegenheid te baat genomen om een paar ongemakken weg te werken. De kist achterop de auto was losgeraakt en zat nog met paar touwtjes vast. In de wc/douche was een bron ontstaan. Oorzaak nog steeds niet gevonden maar de waterstroom is gestopt.
Het vervelendst was een kapotte dieselpomp voor de kachel. Zonder verwarming is het hier ‘s-avonds echt nog niet te doen. Laat ik nu bij een groothandel iemand tegenkomen die zo’n ding nog ergens had liggen. Dat heb ik thuis nou ook. Nooit iets weggooien; d’r is altijd wel iemand die je er blij mee kunt maken. Alhoewel, het begint inmiddels wel aardig vol te raken…
Bij deze aanloopproblemen is niet gebleven. Een ochtend heb ik doorgebracht in een garage
omdat de luchtvering achter het niet meer deed. Bleek gelukkig niets ernstigs; een los contactje. En heel stom, bij het wegrijden vergeten een van de raamluiken in te klappen. Dat hoeft nu ook niet meer; die is er afgerukt in een smal straatje. Bleef ergens achter haken. Desalniettemin trek ik maar verder. Van de ene opgraving naar de andere. Het is overigens wel overal armoe troef. Ik vraag me af of dat iets te maken heeft met het seizoen. Dat de mensen in de musea met hun winterjas aanzitten, zeker wel. Maar dat er nauwelijks een collectie staat, dat is toch wel veelzeggend. Hèt grote museum in Taranto staat voor driekwart leeg. Wat er wel te zien, is overigens echt fenominaal. Om de rest goed uit te stallen, schijnt geen geld (meer) te zijn. Hetzelfde geldt voor veel opgravingen. Prachtige weiden met voorjaarsbloemen die alle resten overwoekeren. Het is ook wel eens pure pech. In Metaponto heeft de hele streek blank gestaan.

Eigenlijk zijn de kleinigheden die je her en der tegenkomt, het leukst.
Wat vind je van deze badkuipen? Of dit mandje offergiften? Of deze grafgiften? Mooi zijn was geen lichte opgave, als je je realiseert dat de sieraden allemaal van brons zijn.
Woensdag 6 oktober 2010
Dat einde van de week is niet helemaal uitgekomen… Pas afgelopen donderdagavond 30 september meerde ik af in Schiedam. Wat een (terug)tocht! Om de haverklap brak de zo mooi gesponnen draad van Ariadne. Het voert te ver om alle hindernissen te beschrijven. De belangrijkste was wel Cuxhaven. Samen met nog enkele Nederlanders hebben we daar 8 dagen liggen wachten op een gunstige wind om het waddeneiland Norderney in een dag te kunnen bereiken. Mijn opstapper had inmiddels de pijp aan Maarten gegeven en was met de trein teruggereisd naar huis. Jammer want het was heel gezellig geweest. Cuxhaven is een aardig stadje, maar veel te beleven viel er niet. In de zomer is het een soort badplaats met als belangrijkste uitje een boottrip naar Helgoland. Het seizoen was duidelijk voorbij. Zelfs het pinguïn-museum had de deuren gesloten.
Het is uiteindelijk gelukt naar Norderney te varen. Vanwege het tij moesten we om half 3 ‘s-morgens vertrekken. Tegen de stroom in gaan heeft op de Elbe geen enkel zin. Vanaf Norderney ben ik met een paar Friezen als gids het wad over gevaren naar Delfzijl. Zelf zou ik dat nooit aangedurfd hebben. Je moet namelijk op een
paar plaatsen van de ene geul naar de andere oversteken over zandplaten die bij laag water zo goed als droog komen te staan. Het scheelt wel een flink stuk omvaren. Op deze manier lag ik ‘s-avonds al in Groningen bij een vriendin -van heel, heel lang geleden, nog uit mijn kostschool-tijd in Leeuwarden!- voor de deur.
Door binne
ndoor te varen, ben je wel veroordeeld om dagenlang op de motor door allerlei stroompjes en kanaaltjes te tuffen. Het aantal bruggen dat voor je open moet, is werkelijk ongelooflijk. De meeste zijn nog als zodanig herkenbaar. Maar soms weet je niet wat ziet. Ik passeerde ook dat beroemde bruggetje bij Bartlehiem. We kennen het alleen van TV als er een Elfstedentocht wordt gehouden. Hoe het precies zit, weet ik niet. Maar volgens mij komen de schaatsers uit dat slootje het bruggetje onderdoor en moeten dan de laatste 10 of 20 kilometer naar Leeuwarden afleggen.
Mijn omzwerving door Nederland zag er als
volgt uit:
Delfzijl > Groningen > Zoutkamp > Leeuwarden > Harlingen > buitenom, weer over het wad bij vloed, naar Kornwerderzand > Enkhuizen > Amsterdam > Haarlem > Oude Wetering > Gouda > Rotterdam > Schiedam. Zo kwam er een eind aan drie maanden rondzwerven. Bij mijn vertrek had ik het plan naar Stockholm te gaan via het beroemde Göta kanaal door zuid Zweden. Dat is te doen maar dan moet je iedere dag verder en verder en nergens even een paar dagen stil staan. Ach ja, nu heb ik voor de komende jaren nog genoeg te doen in en rond de Oostzee.








