Eigenlijk niet zo veel te melden over afgelopen week. Het is een beetje afgezaagd verhaal. Telkens hetzelfde liedje. Maandag ben ik met aardig weer uit Roskilde vertrokken. De nacht weer eens een keer voor anker doorgebracht. Zonder problemen; ik denk dat ik vorige keren te weinig ketting heb gegeven, waardoor het anker zich niet kon ingraven. Vuistregel is 2 keer de bootlengte + diepte water. In de praktijk doe je zo zuinig mogelijk want alles wat je geeft, moet je later bij vertrek weer binnenhalen. Vroeg vertrokken met idee de fjord
helemaal uit te varen en links af te slaan, het Kattegat op richting Odden Havn. Maar aan het einde van de fjord, ter hoogte van Hundested begon het te betrekken. Voorzichtigheidshalve daar de haven binnengelopen. En terecht. Een paar uur later begon het me te stormen. Dat heeft twee en een halve dag, dag en nacht, aangehouden! Windkracht 7 was wel het minste; op de meter meer dan 9 waargenomen.
Zelfs in de haven was hetgeen pretje. Echt afzien. Met name vanwege de herrie, het gegier van de wind en het schip dat overal piept, kraakt, bonkt enzo meer. Dat maakt je zo onrustig dat je zelfs geen boekje kan lezen. Uit verveling eerst de was gedaan, vervolgens boodschappen en nog keer boodschappen, extra avondeten vooruit gekookt. Ergens naar toe fietsen was geen optie. Buiten waaide het zo hard dat het leek dat je tegen een muur aan liep. Zie daar maar eens tegen in te trappen. In het stadje zelf was helemaal niets te beleven. Dan duren dagen heel lang. Gecombineerd met slecht slapen word je er niet echt vrolijk van.
Net zo onverwacht als het gekomen was,verdween het noodweer donderdagmorgen vroeg. Om nog even ‘s-middags in wat afgezwakte vorm de kop op te steken. Net natuurlijk toen ik onderweg was, opnieuw naar Odden Havn. In twee tellen zit je dan midden tussen torenhoge golven. Tenminste voor mijn doen, ik denk vaneen meter of 2. Die overigens net zo snel weer weg zijn, als de wind gaat liggen. Uren liggen opboksen tegen de wind. Even overwogen terug te gaan. Maar toch doorgezet. Na aankomst klaarde het direct weer op, zodat ik nog een paar kilometer verderop naar een kerkje ben gaan kijken. Het eerste rode, na al die witte (reden onbekend…). Ja, de enthousiaste kerstening van de Vikingen heeft zijn sporen nagelaten. Op de terugweg een wandelaar aangesproken. Die hebben altijd van die gedetailleerde kaarten bij zich. Wie weet waren er nog hunebedden, die ik over het hoofd had gezien. Bleek het een hollander, Jan Jaap uit Leeuwarden, te zijn met heel zijn hebben en houen op z’n rug. Hij was op weg naar het haventje om daar in een shelter te overnachten. ‘s-Avonds op de koffie genood nadat ik was gaan kijken wat dat nou was. Een soort open kist, aan de voorkant. Wel met een mooi uitzicht… Het gemak van de boot beviel hem klaarblijkelijk. Om 12 uur moest ik hem de deur uitzetten.
Vrijdag het mooiste weer van de wereld. Totaal geen wind, lekker zonnetje. Met gevolg op de motor naar Ballen op Samö, een eiland dat helemaal energieneutraal werkt. Wind en zonne-energie dekt hun hele behoefte. Of dat ook voor de auto’s geldt, heb ik niet kunnen achterhalen. Nog even in zee gezwommen, zo aangenaam was het er. Dit ondanks de waarschuwingen van een paar dames voor ‘djelliefisken’. Wat dat ook moge wezen. Ze hebben ze me aangewezen. Kleine ronde,bruine visjes met een lange, dunne staart. Ze schijnen je pijnlijk te kunnen steken.
Pas later begreep ik ineens dat het waarschijnlijk om kwallen ging…
Zaterdag leek het hetzelfde laken en pak te worden. Trouw luister ik elke morgen om half negen naar de weerberichten. Maar daar trek ik me zo onderhand niet veel meer van aan. Ze kloppen bijna nooit. Nu was wat aantrekkende wind in de loop van de middag voorspeld, met regenbuien. Blij gemutst dus de trossen los, op naar Fredericia. Een flinke tocht van iets van 40 zeemijlen (75 km). Daar passeer ik de Kleine Belt (Lillebaelt) en kom ik weer in wat beschutter water. Het was allemaal
net, net niet te bezeilen. De wind draaide wat, in mijn nadeel. Trok wat aan en nog een beetje. Moest steeds meer laveren. En intussen zag ik voor mij allerlei monsterlijk wolkenformaties voorbij trekken. De een nog donkerder dan de ander, met er onder stortbuien en van boven woeste uitwaaieringen. De meeste zijn me bespaard gebleven. Eentje heb ik over me heen gekregen. Dan heb je het wel effe benauwd. Vervolgens was het nog hele rit. Uiteindelijk kwam ik om een uur of acht in Fredericia aan, na bijna 9 uur varen over de woelige baren. Vandaag zondag, maar eens een rustdag genomen… en mezelf te goed gedaan.
Auteur: Armand van Puijvelde
Maandag 23 augustus 2010
Ergens moet je aan de terugreis beginnen. Voor mijn gevoel is dat nu in Roskilde. Veel verder naar het noorden doorvaren zie ik niet zo zitten. Dat maakt de weg terug alleen maar langer. Bijna 2 maanden heb ik er over gedaan om tot hier te komen. Een maand om weer thuis te geraken, is dan niet zo gek.
Roskild
e is niet de minste plaats in Denemarken. Pas midden 13de eeuw kwam Kopenhagen in beeld als het nieuwe machtscentrum. In en rond Roskilde is het een waar archeologisch paradijs. Het stikt er van de overblijfselen uit alle periodes, van steentijd tot middeleeuwen. In de stromende regen ben ik er op zoek naar gegaan. Het resultaat viel me wat tegen. Zeker in verhouding tot wat ik voor over moes
t hebben. Ontzettend veel kleine(graf)heuveltjes gezien waar weinig aan te beleven viel. Totdat je er een met een steen er bovenop ontwaart. Jammer dat ie niet van de weg af bereikbaar is. Een weitje omgeven door schrikdraad belemmert de doorgang. Dan er maar om heen. Ook niet echt makkelijk blijkt. Want dat brengt me in het bos achter het heuveltje. Maar ach je bent toch al zeiknat. Dus dat mag ook geen belemmering vormen. Uiteindelijk lukt het er te komen. En dan blijkt de steen, die je
uit de verte had gezien, de deksteen van een heus hunebed te zijn.
Verder kwam ik voor het eerst rotstekeningen uit de bronstijd en Viking-graven tegen. Deze laatste lijken heel erg op wat hun verre voorouders in elkaar
knutselden. De opstaande stenen staan nu niet meer in een rondje of rechthoek maar in de vorm van een schip. Er schijnen veel mooiere exemplaren van te zijn…
In Roskilde is een heel museum gewijd aan de vondst van 5 echte Vikingschepen. Ze zijn allemaal nagebouwd.Met de grootste is een paar jaar geleden een
heroïsche tocht op en neer naar Ierland gemaakt. Een ongelooflijke reis van 30 of 40 mensen in zo’n open boot door weer en wind. In het museum is een aangrijpend filmverslag te zien.
Zelf had ik begin van de week ook een soort vuurdoop, op het Kattegat. Met redelijk weer het kasteel Kronenborg in Helsingxf8rachter me gelaten. Niets aan de hand dus. Maar in de loop van de
middag stapelden de wolken zich hoger en hoger op en begon de lucht steeds donkerder te worden. Voor me zag ik de een na de andere wolkbreuk. Omdat ik redelijk dicht onder de kust vaarde, van waar de wind blies, viel het met de golven wel mee. Nog geen meter denk ik.Even overwogen een haventje binnen te lopen. Maar na de genua wat ingenomen te hebben, bleek zeilen met windkracht 7 en uitschieters naar meer heel goed te doen. Uiteindelijk natuurlijk ook forse bu
ien te verwerken gekregen. En een flinke zeegang toen ik bij de monding van de fjord naar Roskilde aankwam. Dan is het wel wat eenzaam zo op je bootje. Maar het geeft ook wel een kik. Zou er dan toch een soort zeiler, diep verborgen in me aanwezig zijn…?
Tot besluit nog een mooi kasteel: Frederiksborg. Vorige week kwam die oude kennis van Hillerod mij opzoeken in Dragor. Dit keer ging ik bij hem langs. Hillerod zelf is een aardig plaatsje. Maar dit paleis/kasteel geeft het een extra boost.
Maandag 16 augustus 2010
Uit de veelal vluchtige gesprekken met collega-zeilers is het me duidelijk geworden dat er in wezen maar 2 soorten zijn: de zeilers en degenen die ergens op weg naar toe zijn.Het lijkt een vrij theoretisch onderscheid maar het is wezenlijk. De zeilers gaat het om het zeilen, koersen uitzetten e.d.. Waar ze uitkomen en wat er te zien is, is van een tweede orde. Mijn categorie, die het schip voornamelijk als een aangenaam vervoermiddel zien, heeft precies de omgekeerde prioriteitstelling. Ze zijn ver in de
minderheid. Bij de eerste groep tref je meestal een vrouw aan die het allemaal ondergaat. Een keer luchtte een Waalse mevrouw haar hart bij me toen haar man even weg was. Al 3 weken stond ze doodsangsten uit. Mensen en een boot aanleggen; het is een studie waard. Een grote communicatiestoring, waarbij krachttermen niet van de lucht zijn. Dit probleem doet zich overigens vrij algemeen voor; mij overkomt het net zo goed als er mensen aan boord zijn. Van tevoren probeer je een inschatting van de situatie te maken maar in de praktijk is het altijd net wat anders. En dan is het van achter het roer heel moeilijk uitleggen aan degene die voorop staat en de kade gevaarlijk dichtbij ziet komen, wat je nu weer voor ‘kunststukje’ gaat uithalen. Vorige keer liet ik al zien dat ik Hollands driekleur met het zetten van de aap hoog houd. Varen op zichzelf is geen kunst. Als je alle touwen uit de knoop hebt en de zeilen gehesen zijn, begint het schip gewoon te var
en. Staan de
zeilen verkeerd, dan maak je weinig vooruitgang (net zoals bij weinig wind). Met wat meer kijk op de zaak, lukt het (steeds) beter. Toch moet je geen ongedurig tiep zijn, want de keren dat de wind zo blaast dat je hem lekker mee hebt, komt maar heel weinig voor. Het leven aan boord is comfortabel. Op nog geen 20 vierkante meter heb je alles in poppenhuis formaat voor handen. Van een logeer- tot werkkamer. In de punt bevindt zich het gastenverblijf. Afsluitbaar met een deurtje, als je niet al te claustrofobisch bent, en gezellig met de voeten bij elkaar. De woonkamer bestaat in hoofdzaak uit vaste banken en een grote uitklapbare tafel. Ideaal -zoals je kan zien- om de kaart te bekijken. Deze zijn van een super onhandig formaat; dit is nog maarde helft. In een apart hoekje zit de werkkamer. Het
werkblad heet de kaartentafel. Een eufemisme want er past geen zeekaart op. De keuken- nog
betegeld volgens 70-jarigen normen- is lekker groot. Tenminste in vergelijking wat ik op andere schepen heb gezien. De aandachtige lezer heeft natuurlijk die 4 bakjes achterin al opgemerkt. Ik heb net voor 5 dagen gekookt. Een vijfde deel daarvan heb ik net genuttigd, de 4 andere delen staan nu af te koelen om te worden opgeborgen in de koelkast (eigenlijk -kist, de deksel is een luikje in het aanrechtblad). De keuken zit onder het gangboord. Dus je moet een stapje naar beneden en op tijd je hoofd intrekken. Na anderhalve maand heb ik dat aardig onder de knie. Op mijn hoofd zitten geen korsten meer van hardhandige aanvaringen met het bovenrandje van het plafond of de net te lage deuren. Tegenover de keuken bevindt zich de douche/WC-combinatie. Daartussen zit de motor. Helemaal achterin is de
eigenaarshut met 2 bedden aan de zijkanten. Boven een zitten allerlei meters, die ook op dek staan. Zou je al slapend kunnen varen… nog niet uitgeprobeerd. Bijzondere aandacht verdient dit kastje. Het is de stuurautomaat die me op koers houdt op lange stukken, zodat ik niet uren aan het roer hoef te staan en rustig een boekje kan lezen.
Al varende langs de krijtrotsen van Denemarken ben ik aangekomen in Kopenhagen. 
Om precies te zijn in Dragor, iets ten zuiden. Een vissersdorpje waar de sfeer van vroeger bijzonder aardig is bewaard. Een paar eeuwen geleden zijn er door de Deense koning Hollandse boeren naar toe gehaald om de landbouw op een hoger/intensiever pijl te brengen. Ik weet niet of dat gelukt is; de Deense boeren zullen er wel blij mee zijn geweest!? Af en toe verwijst een straatnaam naar die tijd van toen. Er staat een klein monumentje ter nagedachtenis van de massale vlucht van Joden in
de Tweede Wereldoorlog naar het neutrale Zweden. De tijd heeft deze heldendaad fors gerelativeerd.
De vissers voeren ze verre van belangeloos over; er moest stevig voor worden betaald.
Kopenhagen is echt een stad. Brede allees, imposante paleizen, stevige woonblokken.
En niet te vergeten opmerkelijke torens. Een beetje Berlijn met dezelfde vriendelijke sfeer. Nederlandse steden steken hierbij armetierig af. Al die energievretende, overbodige, zotte hoogbouw daar hoeven ze zich hier niet aan te bezondigen. Een oude kennis heeft geprobeerd me de stad te laten zien. De regen was helaas weer eens spelbreker. Het wereldrecord catwalk-lopen is desondanks gebroken, waarvan acte.
Een plaatj
e van een paar schoenen uit de oertijd (in het National Museet) wil ik niemand onthouden. Net iets dichterbij dan van die steenhopen, toch?
Maandag 9 augustus 2010
Met mijn gasten is ook het lekkere weer vertrokken. Een week lang zeil- en motorden we tussen Mon en het
zuidelijkste puntje van Salland wat rond. We lieten Stubbekobing achter ons met het idee om voor anker te gaan bij Sandvig (de ‘mindere’). Na 3 pogingen hadden we het wel gezien en brachten de nacht door in het haventje van Nyord. Ik weet niet wat het is. Al eerder krabde het anker en waarschuwden buren me dat de boot ervandoor ging. Of het anker is te licht (maar waarom gaat het dan andere keren goed?) Of het pak wier op bodem is zo dik dat het anker de bodem niet bereikt. Het zijn zo de zorgen op het water.
Maar in het
haventje is natuurlijk altijd save. Tenminste als je de stank van rottend wier, dat zich juist daar verzamelt, voor lief neemt. Allemachtig wat kan dat meuren. Maar na een half uurtje merk je niet eens meer van; dan is dat ook weer normaal. In musea heb je wel eens van die kastjes die je open kan doen en de middeleeuwen ruikt. Bedrog dus want geen middeleeuwer heeft er ooit iets van gemerkt.
Even het kleine dorpje rondgewandeld. Komen we 3 campers met Italianen die net 2 dagen daarvoor van huis waren vertrokken. Hoe ze in Nyord terecht waren gekomen, was hen zelf ook een raadsel, geloof ik. En hoe ze verder moeten, is me evenmin duidelijk. Ze spraken alleen maar Italiaans. De volgende bestemming was Presto. Hemelsbreed 10, 15 km van Nyord. Met de boot doe je er wat langer over; je moet een enorme omweg door de Fakse Bocht maken vanwege ondieptes. Dat iets wat me ontzettend tegenvalt. Het lijkt hier net wel het IJsselmeer. Diepe geulen worden afgewisseld met uitgestrekte zandplaten. Als je even een tonnetje mist of denkt een stukje af te snijden, zit je aan de grond. Dat is me al meerdere keren -tot grote schrik van mijn reisgezelschap- overkomen. De hele dag gedaan over dat piepstukje. De wind zat ook nog tegen.
Het ankerplekje bij Sandvig was zorgvuldig uitgekozen als de ideale visstek. Mooi niet dus. Dan maar Presto. Op jacht naar palingen. De zorgvuldig gewelde zeepieren aangeregen en te water. Na uren nog steeds niets. Een keer heeft het topje van de hengel even zacht getrild. Het is maar goed dat er veel meer op het water te bekijken valt. Omdat we op de kop van de steiger lagen,konden we genieten van de verrichtingen van zeilschoolleerlingen. Gevorderden zeilen hier met spectaculaire bootjes die veel behendigheid vergen. Altijd met een van de 2 in de trapeze en even een verkeerde inschatting en daar kapseist de hele handel. Van iedere avond vis is niet veel terecht gekomen. Alhoewel, de gerookte makreel van de Aldi op een toastje is niet te versmaden.
Vanuit Presto ben ik nog een dagje op pad geweest. Weer iets heel anders ‘ontdekt’. Namelijk stukjes weg uit de oertijd.
Via Stege hebben we de terugreis aanvaard. Aardig plaatsje, kerk met heel primitieve fresco’s en een geinig museumpje met een bonte collectie van allerhande voorwerpen. Zoals de prijzenkast van een lokale cineast, een kamertje kinderspeelgoed en natuurlijk visgerei. Overigens de bovenverdieping met de archeologische collectie was uitmuntend. Mooie voorwerpen, goed toegelicht en 2-talig.
Hoe grillig het weer hier is, bleek die avond. Zo om een uur of 6 begint het in het zuiden te betrekken. Heel snel ontstaat een roetzwarte lucht en nog geen uur later
barst het los. Windstoten en regenbuien,zo heftig dat je de andere kant van de haven in soort mist nog net kan zien. Het is even snel voorbij als het gekomen is.
Zaterdagmorgen ben ik weer op mijn eentje. Het is heel gezellig geweest. Tijd om me verlaten te voelen, is er niet. Want zomaar uit de blue komt een Nederlandse vrouw op de fiets langs. Ze is even oud als ik en trekt ook op haar eentje rond. Bij een kopje koffie en resten taartjes van het net vertrokken bezoek, vertelt ze me uitgebreid over hoe vrij ze zich nu voelt na alle jaren van werk een man in huis, kinderen. ‘s-Middags steek ik over naar Harbolle. Vlakbij is net zo’n prachtig beschilderd kerk aan de Fane fjord. Iets andere stijl dan
in Stege, vermoedelijk
aangebracht tussen 13- en 1450. En zo mooi bewaard gebleven
omdat al snel na de reformatie de witkwast er overheen ging. Pas 90 jaar geleden werd de beschildering herontdekt. Samen met een Frans echtpaar -je moet een Christelijke achtergrond hebben- gaan we na welke scenes uit het Oude en Nieuwe Testament zijn afgebeeld. Ze blijken in dezelfde haven te liggen en nodigen met later uit op de borrel. Dus zo is het wel te doen.
Dinsdag 3 augustus 2010
Het is hier hollen of stilstaan. Na de winderige dagen van vorige week was het 2 dagen heerlijk weer. Dat heeft niet lang mogen duren want nu stormt het opnieuw. Erg veel last heb ik er dit keer niet van. Ik lig totaal van de buitenwereld afgesloten, op m’n eentje voor anker in een baaitje bij Blans, 3 huizen en een kroeg denk ik. Voor de zekerheid lig ik aan 2 ankers. Mooi de tijd om de visite van mijn jongste zus en zwager voor te bereiden. Waar ik ook aan toe gekomen ben, is Perzisch vuur van Tom Holland. Het verhaal over de eerste supermacht en haar strijd met het Westen, de Grieken m.n. Wat een verteller is die man! Zijn andere boek Rubicon over (het einde van) de Romeinse republiek en de opkomst van de vergoddelijkte keizers was al net zo meeslepend. Hij weet opeen aansprekende manier de geschiedenis van de hoofdrolspelers, Perzie, Athene en Sparta, te duiden in heel menselijke termen. De zeden en gewoonten waren dan wel anders dan heden ten dage. De herenliefde was bv. wijd en zijd verbreid en dan nog wel -in onze termen- van pedofiele aard. De machtsspelletjes, de na-ijver, de jaloezie, het verdeel en heers. Noem maar op, niets is en was ons mensen vreemd. Hij doet dat overtuigend. Het verwijt hiermee het verleden door een 21ste eeuwse bril te duiden, vind ik onterecht. Het lijkt me ook nu in deze tijd de enige manier om verschillen tussen landen, eigenlijk regio’s, en hun opvattingen te kunnen begrijpen, Enwel zodanig dat je er wat mee aan kunt en niet afglijdt in ongerijmde angsten voor het onbekende. Dat onze democratie een uitvinding is van zeden verwilderde Grieken, zou toch te denken moeten geven. Het is jammer dat het boek als een nachtkaars uitgaat. De minutieuze beschrijving van alle veld- en zeeslagen is een beetje te veel van het goede.
Na een dag lezen wil je er toch wel even uit. Vanaf Blans een stukje terug gevaren naar Kragenxe6s. Een plaatsje van 3 maal niks maar het heeft een -naar bleek- een heel prettige jachthaven. Van daaruit waren enkele mooie graven aan te fietsen. Voor het eerst een lekke band gekregen. Gelukkig op de terugweg. Ik blijk dus echt alles bij me te hebben. Dus ook zo’n rood wit doosje met bandenplakspullen. Ik denk dat het tweede keer van mijn leven was. Maar het lukte. In de buitenband zat
een stukje glas. Eigenlijk niet verwonderlijk. De Denen zijn echt heel keurig. Met maar een ding hebben ze moeite zich in het gareel te houden. Dat is bier drinken. Overal vind je
lege flesjes en blikjes in het verder zo aangeharkte land. Weer een paar prachtige hunebedden mogen aanschouwen. Al rond fietsend komt er natuurlijk van alles en nog wat op je pad. Wat denk je van een heuse klokkestoel. Keurig computergestuurd aangedreven. Op de hele uren slaat ie en dan gaan boven de deurtjes, net als bij een koekoeksklok , even open. Dan ietswat een middeleeuws kasteel geweest schijnt te zijn. Of deze imker, een gepensioneerd EU-ambtenaar. Hij had net een nieuwe koningin voor een van zijn kasten gekocht. Ze deed haar werk prima, overal waren volgens zijn zeggen larven te zien. Hij heeft de hele kast voor mij uitgeruimd. Maar ze was onvindbaar tussen al haar eveneens vrouwelijke werkbijen.
Onderweg naar Stubbekobing een aantal imposante bruggen die de Deense eilanden met elkaar
verbinden, tegengek
omen. In de haven lag een replica van een Kogge-schip uit Kiel. In de middeleeuwen was dit het vrachtschip dat op de Noord- en Oostzee rondvoer tussen bv.
de Hansesteden. Zondag eind van de middag is mijn familie aangekomen. Komende paar dagen gaan we tochtje maken in een beetje beschut water tussen Mon en Sjelland en veel vissen naar ik begrepen heb. Dus dat wordt smullen geblazen, iedere dag vis op het menu!
Maandag 26 juli 2010
Zou een storm op den duur moe worden…? Ik hoop het. Vrijdag legde ik aan in een klein haventje bij Ristinge om van daaruit wat graven te gaan bekijken. Mooi tochtje gemaakt op de fiets (even terzijde: Denemarken is wel overal hetzelfde, zacht glooiend, veel graan en lievige huisjes) en besloten er de nacht door te brengen. Had ik dat maar nooit gedaan. Het is die nacht gaan stormen en dat doet het nog steeds.
Op zich zou dat niet zo erg zijn. Ware het niet dat ik op de kop van een soort pier lig waarop de wind en de golven vrij spel hebben. Het verblijf aan boord moet
je een beetje voorstellen als een ritje op zo’n namaak rodeo-stier op de kermis. Maar dan niet even maar nu al dagenlang. De eerste nacht kon ik van het geschud en gebots tegen de kade bijna niet slapen. De tweede nacht ging het gelukkig wat beter. Je moet je er maar aan over geven en hopen dat alles het houdt. Gezegdes als aan lager wal terecht komen en de wind van voren (beter gezegd van opzij) krijgen, laten zich hier aan den lijve voelen. In bed luister je naar de wind. Klinkt als een straaljager: windkracht 6. Een brommend geluid: 7 of meer.
Een paar avonden eerder in Bagenkop (allebei gelegen op het eiland Langeland) was me iets soortgelijks overkomen. Met een tiental andere schepen lagen we in een stukje van de haven, waar net de zee naar binnen kon lopen. Mijn buurman waaraan ik vastlag, maakte me wakker om wat extra lijnen naar de wal uit te zetten. Ziende wat er om me heen nog meer gebeurde, besloot ik weg te varen naar een wat beschutter plekje. Later volgde iedereen want het was gewoon niet te doen. Nu zou
ik ook wel willen opkrassen. Maar dat gaat gewoon niet. Er staat te veel wind en er is geen enkele bewegingsruimte. Het afgebakende vaarwater is net zo breed als de boot lang is. Kom ik er even buiten, dan loop ik aan de grond. Dat bleek al bij aankomst. En daar schuilt ook de bron van de ellende.
Toen was ik al blij dat ik aan de kant kon komen. Helaas met de achterkant richting vaargeul. Had ik maar de moeite genomen toch even te keren. Maar dat is op zo’n moment moeilijk, omdat Jan en alleman je aan het helpen is en hun eigen ideeën hebben over wat het beste is. Het is dus gewoon afwachten tot de wind gaat liggen. Een geluk bij een ongeluk is de aanwezigheid van uitgestrekte ondieptes rondom. Stel dat niet zo was, dan had ik echt een probleem gehad omdat dan de golven veel hoger waren geweest. Maar ja, dan had ik waarschijnlijk ook makkelijker weg gekund.
Ondanks al dit getob, heb ik toch al weer een aardige collectie hunebedden (hier getooid met namen als jettestue
n = ronde dolmen of langdyssen = langgerekte dolmen) (dolmen = ‘hunebed’ bedolven onder een berg aard, vaak rondom afgezet met opstaande stenen) verzameld. Enkele foto’s ga ik opsturen naar de site http://www.megalithic.co.uk; staan daar alleen vermeld maar zonder afbeelding. Het leven aan boord kan overigens ook heel zonovergoten zijn.
P.S. Bericht kunnen plaatsen omdat in de loop van maandagmorgen de wind wat is gaan liggen. Ik ben nu in Rudkøbing.
Maandag 19 juli 2010
Aangekomen in Denemarken! Het ging wat langzamer dan ik had gedacht. Allerlei waarschuwingen voor slecht weer weerhielden me om op pad te gaan. Echt verwaaid heb ik niet gelegen want de aangekondigde
stormen hielden elders huis. Zo kon ik pas dinsdag het laatste stukje Kieler kanaal afmaken. Via de sluis bij Holtenau terecht gekomen in Laboe. Een soort Katwijk, maar dan met betaald strandbezoek. Twee euro per dag voor een stukje strand en pootje baaien. Even buiten het dorpje staat een opmerkelijke gedenknaald van meer dan 70 meter hoog. Je kan er van alles in zien, schijnt. Van zeilschip tot een Jacobs-ladder naar de hemel. De bedoeling ervan wa
s de slachtoffers van de toen nog keizerlijke marine uit de eerste wereldoorlog te (ver)eren. Uiteindelijk ging Hitler ermee aan de haal. Het monument heeft de tweede wereldoorlog overleefd en staat nu voor alle zeelieden van alle landen ter wereld. Een nogal geforceerde move want het is zo oer-Duits van binnen. De keuze om
er een van weinige intact overgebleven U-boot voor te leggen, is evenmin de meest gelukkige. Een beetje overmoedig ben ik via de trap naar boven geklommen. Voor iemand met hoogtevrees geen aanrader. Naar mate ik hoger kwam, keek ik in een steeds dieper wordend gapend gat naast me. In een woord: afschuwelijk. Vanuit Laboe naar Maasholm aan de Schlei gezeild. De Oostzee heeft wat verradelijks. Je vaart ’s ochtends met een lekker briesje uit en naar mate de dag vordert, begint het steeds harder te waaien. Pas later -na achten- in de avond blakt het weer uit. De wind loopt dan op tot 5 xe0 6 Beaufort, met uitschieters naar 7.
Het wordt dan wel echt zeilen. En volgens mij vindt het schip het ook wel leuk. Rond de Schlei had ik wat hunebedden getraceerd. Vandaar de tussenstop. Omdat ik voor anker lag met m’n rubberbootje naar de kant gevaren. Fiets opgevouwen voorin. Bij een steigertje aangelegd en op zoek gegaan. Urenlang rondgefietst. Uiteindelijk de plek gevonden maar er niet bij kunnen komen. Een beetje vervelende mensen; ze deden net of ik gek was, d’r zou helemaal niks zijn en gaven me geen toestemming over hun land te lopen.
Na 3 weken begint het leven aan boord een zekere routine te krijgen. Zocht ik me eerst blind naar waar ik spullen had opgeborgen, inmiddels heb ik wat meer overzicht. D’r zijn zoveel laatjes en kastjes. Nog afgezien wat onder banken en onder de vloer opgeslagen ligt. Een andere goed gebruik is bij het opstaan en tegen de avond een duik in het zilte nat te nemen. Verder zijn er iedere dag wel klusjes te doen. Het scharnier van een luik vastzetten of een stekker repareren. Even leek de stuurautomaat het te begeven. Onderweg deed ie ineens niet meer. De stroomvoorziening nagekeken, nieuwe zekeringen gekocht, de hydraulische olie bijgevuld (was achteraf niet nodig, maar goed ook want anders was er iets mis geweest met de hele besturing…). Stond op het punt de regelkast uit te bouwen, probeer toch nog even of ie doet. En zowaar, alles is weer in orde.
Al met al blijft er genoeg tijd over om een boekje te lezen. Een paar keer heb ik een film op DVD bekeken. Overal waar ik kom, probeer ik mijn wonderantenne uit. Normaal heb je met je computer een draadloos bereik van enkele tientallen meters. Met dit ding lukt het me kontakt te leggen met internet op honderden meters afstand. Zo gaat nu ook dit bericht de wereld in terwijl ik gewoon voor anker lig in een baai, met in de verte Horuphav (vlak bij Sonderborg, beide met een schuin streepje door de eerste o).
Maandag 12 juli 2010
De mensen hier in Schleswig-Holstein nemen hun weerbericht serieus. Zondagmorgen vertrokken ineens alle gasten, die gisteravond nog gezellig met elkaar de hele dag bier hebben zitten drinken en toch wel een beetje stilletjes naar de wedstrijd Duitsland-Uruguay keken. Ze hadden gelijk, een paar uur later begon het wat te regenen. Eindelijk… verkoeling! Maar wie weet hoe ver zij nog moesten over dat schier oneindige
-wat wij noemen- Kieler kanaal (officieel het Nord-Ostsee Kanal, vroeger het Kaiser Wilhelm I Kanal). Sinds een paar dagen lig ik in een
piepklein jachthaventje in een soort zijtak van het kanaal. Eigenlijk is het meer een meertje met een verbinding naar het kanaal. Het is te heet om te varen! De hele dag in de verzengende zon zitten, is een beetje te veel van het goede. Over de kuip heb ik een tent gespannen en om het uur houd ik het dek nat. Anders is het gewoon niet te doen. Het wordt dan binnen een broedstoof en buiten verbrandt je je poten. Het grootste deel -zo’n 70 van de 100 km- heb ik erop zitten. Donderdagochtend was ik al vroeg uit de veren om vanaf Cuxhaven 2 en half uur lang de stroom op de Elbe mee te hebben naar Brunsbüttel, waar het kanaal begint/eindigt. Gelukkig zitten er in het kanaal veel rechte stukken, zodat ik gebruik kan maken van de stuurautomaat. Anders sta je noodgedwongen uren en uren aan het roer. Om een idee te geven: 70 km varen
met een snelheid van 5 knopen (harder kan wel maar is dat wel goed voor het bejaarde motortje?) duurt toch gauw
wel een uur of 7. Samen met de toerit, ben je zomaar 12 uur in touw, inclusief schutten e.d. De dag ervoor was ook al een uitputtingsslag. De hele dag van 10.30 tot 21.30 uur bij gebrek aan wind op de motor langs de Duits wadden gevaren vanuit het eiland Norderney. De dag ervoor waren van hetzelfde laken en pak. Maandag van Leeuwarden naar Dokkum gemotord. Dinsdag vervolgd naar Zoutkamp. Pas woensdag weer een keer kunnen zeilen, naar Norderney dus. Overigens geen erg prettige tocht; met de wind achterop heb ik wat afgeslingerd. Daar kan het piratenschip op de Efteling niet tegenop.
Ik had daarom ook wel een beetje behoefte aan rust. En dat heb ik gevonden nabij Rendsburg. Het enige stadje aan het kanaal, beroemd om haar zweefveer. Maar er is meer te zien. Zoals Nord Art waar 245 artiesten uit niet minder dan 55 landen hun werk tonen.
Maandag 5 juli 2010
Het is allemaal wat anders gelopen dan waarmee ik driekwart jaar geleden mijn reis door zuid Engeland besloot. De caravan heeft een jaartje rust gekregen. In de plaats daarvan is een zeilboot gekomen. Aanvankelijk niet eens met de bedoeling om ermee op stap te gaan. Eerder als een soort alternatief woonhuis. Lekker klein en overzichtelijk. Iets waaraan je snel went als je rondtrekt.De afgelopen winter maakte echter snel een eind aan dit romantische idee. Dan is een echt huis met een lekkere kachel toch wel heel aangenaam.
Uiteindelijk werd de boot een soort werkverschaffingsproject. De hele winter, tot een paar weken geleden, ben ik er bijna dag in dag uit mee bezig geweest. Mensen die kwamen kijken, zijn zich doodgeschrokken. Zou dat nog goed komen. Heel de binnenboel – plafonds, vloeren en kastjes – was losgehaald. Toen ik het vierdehands kocht was het al een prachtig schip. Nu is het voorzien van allerhande snufjes en geschikt om de zeeën mee te bevaren. En de eerste indrukken zijn fantastisch! Na een paar proeftochtjes ben ik sinds een week op weg naar Denemarken en Zweden. Ik weet wel dat deze voorbije week met prachtig weer, niet exemplarisch zal zijn voor de hele tocht. Maar windkracht 5 of
6 is geen enkel probleem. Bij rotweer vaar ik gewoon niet uit. Een dag meer of minder maakt toch niets uit.
Zaterdag 26 juni gooide ik om iets voor twaalven de trossen los. De voorzitter van jachtclub Schiedam met zijn vrouw waren in de ochtend al langs geweest om me een afscheidspresentje te bezorgen.
Een fles champagne om de reis ten doop te houden. Uitgezwaaid door leden van leden van de club draaide ik de Nieuwe Waterweg op, richting zee. Met als eerste bestemming IJmuiden, waar ik ’s avonds om 9 uur aanlegde achter de sluizen. Bijna de hele reis had ik stroom mee (geen toeval hoor…) en het was prachtig weer. Het enige minpunt was de matige wind pal op de kop, zodat ik alsmaar op de motor moest varen. Het nut van de stuurautomaat bewees zich direct al ten volle. Want 9 uur op je eentje aan het roer staan, is natuurlijk niet te doen.
Zondag doorgetuft naar Amsterdam en een bezoekje gebracht aan het Allard Pierson museum. Er zijn op het moment 2 kleine tentoonstellinkjes, resp. over de muur van Hadrianus en scheepvaart in de oudheid onder de noemer Sail Rome. De nacht voor anker doorgebracht in het buiten-IJ(?) tegenover Durgerdam.
De volgende dag blijven liggen. Het was veel te warm om in actie te komen. De romp van de boot gepoetst. Wat rondjes er om heen gezwommen en het rubberbootje opgeblazen. Dinsdag toch maar verder gegaan. Er schijnt geen eind aan het mooie weer te komen. Via Lelystad naar Enkhuizen.
In Lelystad Nederlands centrum voor scheepsarcheologie bezocht. Ik kreeg niet indruk dat het overlopen wordt, terwijl het vlak naast de Batavia-werf ligt. Er wordt druk gewerkt aan de conservering van een Romeins binnenvaartschip dat een paar geleden in Leidsche Rijn is opgegraven. In Amsterdam voer een replica ervan rond. De woensdag besteed aan lange wandelingen door Enkhuizen
om de leverancier van een antenne te vinden. Dat ding had ik aangeschaft om internetaansluitingen op grote afstand te kunnen benaderen, maar kreeg het niet aan de praat. Het probleem bleek simpel oplosbaar. Het werkt nu en al een paar keer ben ik bij iemand ‘binnengeslopen’ die z’n draadloze router niet voorzien heeft van een wachtwoord. Ook de donderdag is opgegaan aan geshop.
De volgende dag in een ruk naar Harlingen gezeild. Vandaar doorgevaren naar Franeker en nu aangekomen in Leeuwarden. De stad waar ik 3 jaar op kostschool heb gezeten.
Alle oude plekjes afgefietst. Bijna niets is meer terug te vinden. Het internaat bestaat niet meer, is omgebouwd tot studentenkamers. Het enige wat het zelfde was gebleven, was koffieshop Sybs. De stad oogt overigens heel wat florissanter dan destijds. In Franeker vanzelfsprekend het oudste, nog werkende planetarium van de wereld bezichtigd. Rond 
1780 bouwde Eise Eisinga dit apparaat in het plafond van zijn woonkamer waar de familie ook sliep en kookte, geloof ik. Hij wilde ermee allerlei wilde verhalen over het einde der tijden door botsingen tussen planeten bestrijden. De wondere kracht van de
rede bleek toen ook al niet aan iedereen besteed.
Verder in Franeker een hele ochtend doorgebracht op de heilige grond van de PC. Een begrip in Friesland. Hier worden wereldkampioenen kaatsen geboren. Vandaag was het de beurt aan de jeugd. Veel talenten in de dop gezien. De regels van het spel zijn me nog steeds niet helemaal duidelijk. De puntentelling lijkt heel erg op die bij het ‘kazen’ rollen in Engeland. En dat spelletje kon ik wel volgen.
Zondag 6 september 2009
Hè hè, eindelijk even tijd om mijn rondje Engeland/Wales af te ronden. Al vorige week thuis gekomen. Toen even snel mijn huis op orde gebracht. Om vervolgens weer af te reizen naar Zeeland voor het nazomerfestival. Dat zit er nu ook op. Een paar leuke voorstellingen gezien. Met als grote uitschieter de voordracht van de poëtische vertelling Onder het Melkwoud (oorspronkelijk een hoorspel van Dylan Thomas) door Jan Decleir en Koen de Sutter. Het was meer dan 2 uur kou lijden in de storm aan de oever van de Oosterschelde maar het was meer dan de moeite/ontbering waard! (Zie ook http://www.klara.be/cm/klara/2.1242/1.83138-jan-decleir-keert-terug-naar-eerste-liefde) Het verhaal gaat over hoe zo’n 60 personen uit een klein dorpje in Wales zo maar een lentedag beleven. Als iemand de vertaling door Hugo Claus uit 1957 (!) heeft, dan houd ik me aanbevolen. Binnenkort (van 26 januari tot 28 februari 2010) staat het stuk ook op de speellijst van Bonheur in Rotterdam.
Mijn vertrek uit Engeland verliep nogal hals over kop. Omdat ik via internet een verkeerd kaartje had
gekocht, was ik ‘s-morgens vroeg naar Dover gereden om een en ander recht te zetten opdat ik ‘s-middags de boot niet zou missen. Dat bleek geen enkel probleem. Beter nog, ik kon met de eerstvolgende boot al mee. Gelijk gedaan,met een beetje pijn in het hart. Want voor de derde keer liet ik de kans voo
rbij gaan om de Romeinse vuurtoren in Dover te bezoeken. Maar ik had het een beetje gehad met Engeland. Dat merkte ik helemaal toen ik weer voet aan wal zette op het continent. Wat een ruimte, wat een uitzicht (geen metershoge heggen pas langs de weg!), wat een mooie, brede wegen en bovenal geen woud van bordjes met vermaningen. Als je denkt dat we hier overgereguleerd zijn, dan raad ik aan het Verenigd Koninkrijk te bezoeken. Tot op de WC word je daar achtervolgd met aanwijzingen.
<!– @page { margin: 2cm } P { margin-bottom: 0.21cm } –>

Delaatste week in Engeland toch nog redelijk wat gedaan. Maar liefst 3 Romeinse villa’s in resp. Rockbourne, Fishbourne en Bignor. De laatste 2
met prachtige mozaïekvloeren. In Portchester en Pevenseystaan van oorsprong Romeinse forten die door de loop van de eeuwen in gebruik zijn gebleven. Aan de hoofdstructuur is eigenlijk niks
veranderd. Tussen dit Romeins geweld door nog
uitstapjes gemaakt naar de steen- en ijzertijd. Te weten naar een hillfort bij Salisbury (Old Sarum) èn Stonehenge. Daar ben ik nu al een meerdere keren geweest, maar het blijft iets bijzonders. Dit keer meer oog gehadvoor de omgeving. Net als elders is zo’n heiligdom geen geïsoleerdfenomeen. Als je wat beter rondkijkt, zie je dat het onderdeel uitmaakt van een heel complex aan dolmen, geheimzinnige kilomet
erslange dijken, stonerows en stonecircle’s. Opmerkelijk is dat een deel van de enorme stenen 2/3000 jaar vóór Chr. helemaal uit Wales zijn weggesleept, honderden kilometers noordwestelijker. Vlakbij Sto
nehenge staat ook nog een woodhenge. Een ronde houten tempel waarvan alleen de paalgaten in de grond zijn teruggevonden. (Er is nogveel meer; gexefnteresseerden verwijs ik graag naar:http://www.english-heritage.org.uk/stonehengeinteractivemap/index.html)
Enzo is er een eind gekomen aan mijn reis door Engeland en Wales. Dit keer zonder brokken te maken. En met veel beter weer. De komende maanden verblijf ik in Schiedam. De volgende bestemming is Italië.In grote lijnen weet ik al wat ik ga doen: via Frankrijk naar Genua, daar met de boot naar Sardinië. Om vervolgens over te steken naar Napels en dan de laarsvoet in te rijden naar Sicilië. Lees het vervolg vanaf medio februari 2010, bij leven en welzijn. Intussen heb ik alle tijd mijn elektrische fiets uit te proberen.