Valverde del Camino 14 mei 2025

Nou, die mag vandaag wel eens extra vertroeteld worden. Bedoel m’n nieuwe fiets. Heeft de eerste uitdaging over onverharde paden en helling op helling af moeiteloos doorstaan. Voor mij was het stevig aanpoten, zo zonder hulp van derden… Maakte even een uitstapje naar dolmen El Labradillo. Even de teleurstelling verwerken dat dolmen de Soto toch gesloten was. Dat ondanks de openingstijden op de site. Voor de 2de keer dus m’n neus gestoten! Zie op de oude foto’s dat ik toen verder ben gekomen dan nu. Kon nog een blik naar binnen werpen door de toegangshek. Dat is niet meer mogelijk met de gemoderniseerde entree.

Ja, ik ben weer op stap. Ruim week in en rond Cádiz doorgebracht. Erg veel tijd verdaan aan het vinden van een oplossing voor de koelkast die het niet doet en de verloren gegane fiets. Heeft wat hoofdbrekers gekost. Uiteindelijk bleek het simpel; alles dat ik nodig had was op voorraad bij Decathlon. Een simpele elektrische koelbox. Ben benieuwd hoe lang die het volhoudt, staat al dagen continu aan. En een fiets voor weinig met voorvering, schijfremmen en derailleur met 11 versnelling. Dat allemaal voor nog geen 400 eurootjes.

Over Cádiz valt ook na deze week niet zo heel veel meer te vertellen. Het oude gedeelte is een aardig stadje, zoals zo vele. Alles is makkelijk te voet bereikbaar. In een paar uur heb je alles wel gezien. Hebben die cruisemensen goed bekeken. Het fenicische verleden is in de stad zelf nauwelijks terug te vinden. Behalve dan in weer zo’n heel apart geconserveerde opgraving. Dat zie je hier wel meer (zie reis vorig jaar). Enwel tussen/onder de fundamenten van in dit geval een theater. Het gaat om een romeinse vissausfabriek waar allerlei soorten smaken garum werd gemaakt in grote basins. Bij verder graven bleek die weer te staan op de resten van fenicische bewoning.

Wat buiten Cádiz is een echte fenicische stad gevonden, Doña Blanca. Zal z’n naam wel te danken hebben aan de vondst van een paar imposante grafkisten.

Het bezoek aan een opgraving is een blijft iets voor fijnproevers. Een stuk vrijgemaakte stadsmuur, wel 5 meter hoog. Of dan die 2 – ja wat zijn het – bekkens waar de druiven met mensenvoeten geplet werd voor de wijn. Prachtig toch? Even de drone uit de kast gehaald. Kijk dat levert een aardig plaatje op van wat woningen die tegen de stadsmuur zijn aangebouwd. Doña Blanca lijkt midden in het land te liggen. Toendertijd, 3000 jaar geleden, lag het pal aan nu verzande binnenzee, die reikte tot aan Sevilla.

Mijn zoektocht naar nieuw have en goed heeft zich zelfs uitgestrekt tot in Jerez de la Frontera. De stad van de sherry. Overal bodega’s. De stad wekte een armelijke indruk alhoewel er mooie dingen te zien. In het archeologisch museum een aardig staaltje van voortschrijdend inzicht. Twee zandstenen zuiltjes. Altijd aangezien voor symbolen van het oermoederschap. Toch gewoon grafmonumentjes?

Heeft Jerez de naam gegeven, de bodega van die alom bekende zwarte stier, Osborne, staat in El Puerto de Santa Maria. Kwam daar terecht op aanraden van een vriendin, had er goeie herinneringen aan. Een ideale plek om pal aan het strand te kunnen staan. Klopte allemaal. In het weekend stond ik er echt niet alleen. Jammer voor al die mensen en voor mij, op het strand was het niet om uit te houden, je werd er gezandstraald door een constante, keiharde koude wind vanuit zee. Op de foto is het er nog druk.

Gelukkig was er een soort open monumentendag. Op tal van plaatsen hielden de patio’s open huis.

Vanuit El Puerto kan je met een veerboot oversteken naar Cádiz. Leuk tochtje, met mooi zicht op een van de enorme bruggen.

El Puerto de Santa Maria 8 mei 2025

In Cádiz, eindelijk! Verscheidene malen in afgelopen jaren langs gereden; altijd op weg naar een verdere bestemming. Nu ben ik er gearriveerd. De stad had voor mijn gevoel mythische proporties aangenomen. Dus niet een van de veel geroemde witte steden, zoals Arcos de la Frontera.

Maar dé pueblo blanco bij uitstek. Dat is ze dus niet. Het is echt een havenstad met eindeloze flats, dicht opeen. Herkende gelijk de waterkant Schiedam Vlaardingen. Grote brugkranen bij werven, wonderlijke staketsels waarop in zee knooppunten van windmolens worden aangebracht en werkschepen waar tegenwoordig de achterkant de voorkant blijkt te zijn (massaal gebouwd in Gdansk, herinner ik me nog uit de tijd dat ik nog zeilde…). De stad lijkt te liggen op een in de Atlantische oceaan uitstekend schiereiland. De oorspronkelijke stad – en dan praat ik over honderden jaren BC – is gesticht door Feniciërs die ver voor de Romeinen de Middelandse zee als hun Mare Nostrum beschouwden. Aangenomen wordt dat ze evenmin uitstapjes ver daarbuiten tot in Engeland en West Afrika niet schuwden. Cádiz was daarin een tussenstop, toen nog gelegen op een eiland, dat in de moderne tijd vastgegroeid is aan het vaste land van Spanje. Alhoewel nog steeds niet echt. Twee immense bruggen en een soort Afsluitdijk vormen de verbindingen.

De oude binnenstad, op dat vroegere eiland, is van klassieke schoonheid. Monumentale gebouwen, imposante beelden van onvergetelijken met rondom veel smalle straatjes die overbevolkt worden drommen toeristen. Merendeels vluchtige passanten van cruiseschepen. Er lagen er nu wel drie stuks. Kijk even goed naar de kaartjes. Zie dat Sevilla aan zee heeft gelegen! Al ten tijde van Columbus was de lagune te moeilijk bevaarbaar door verzanding. Zijn tweede reis vertrok derhalve uit Cádiz.

Het zijn nog maar wat vluchtige indrukken. Ben veel te druk met het zoeken van een alternatief voor mijn koelkast aan boord. Die heeft het weer begeven. De garantie dat ik er weer 10 jaar tegen kon, is niet helemaal bewaarheid. Het werden 3 dagen. Nog dringender moet ik iets vervangends voor mijn gejatte fiets vinden. In Espera hebben onverlaten me midden in de nacht beroofd. Om een uur of 3 weet ik nog dat ik wakker werd omdat ik wat hoorde. Te weinig om buiten te kijken. Had ik dat maar gedaan… De elektrische terreinfiets zal ik node missen; heeft me jarenlang gediend als een trouwe kameraad over onbegaanbare paden en menige heuvel/berg moeiteloos doen beklimmen. Het spijt me dat je net op de laatste dag zo hebt moeten afzien. Op een gegeven moment konden voor en achter de wielen niet meer rond. Alles zat vastgekoekt met dikke lagen leemachtige klei waarvan er heel veel is na de vele regen van afgelopen weken. In die troep rondstappen was ook geen onverdeeld genoegen, het leek alsof ik op dikke bieflappen rond banjerde.

Tja, wat zal ik nu nog verhalen over wat ik tussen de bedrijven door bezocht heb. Moet bekennen dat het schrapen is. Alle A-lokaties zijn al eens aangedaan. Spaarzame resten van een romeins stadje Ocuri bij Ubrique. Alleen op afspraak met gids te bezoeken. Waarschijnlijk juist om die reden, zo weinig was er te zien. En koud en nat. Het mocht de gids niet in haar enthousiasme belemmeren; ze trok zelfs halverwege haar jack bij uit. Maar liefst 3 uur bleef ze verhalen. Overigens nauwelijks iets van opgestoken, alles ging in rap Spaans.

Bij Iptuci zoutpannen. Al sinds mensenheugenis. Geen verdampt zeewater maar diep uit de grond opborrelend.

Calduba, iets dergelijks als Ocuri. Al jaren uit de gratie, totaal overwoekerd. Bij Espera ligt schitterend op een heuvel Esperilla, klein Espera. Het is bewegwijzerd tot bijna onder aan de heuvel. Daar te komen was al geen sinecure, zie hierboven. Hoe en waar je naar boven moet, een raadsel. Ben zomaar ergens gaan klimmen na een rondtrekkende beweging van bijbelse proporties, daar waar het me wat minder steil leek. En warempel het is gelukt. Zelfs wat gevonden. Denk nog van vóór de romeinse tijd, wat ze hier iberisch noemen, alles voor de Romeinen en Feniciërs. Mensen waren toen niet voor een kleintje vervaard. Alles uitgehakt uit keiharde rotsen.

Tot slot naar Carissa Aurelia, ook romeins. Iemand heeft ooit het infocentrum gesloten en de sleutels weggegooid. Alles staat er nog, kan zo weer open. Koeien bewaken de stadsresten. Op 20 minuten afstand, lopend struikelend over een pad vol losliggende keien zowaar een paar graven. Net voor de bui weer terug bij de auto.

El Bosque 1 mei 2025

Het is de weg hè, niet de bestemming… Daar begint het wel op te lijken. Sta inmiddels voor de poorten van Cádiz, nog een kleine 100 km te gaan. Wacht nog maar rustig op mij, tot je wat beter weer te bieden hebt. Zag dat het er de komende dagen niet echt warm is en regen wordt verwacht. Net een hele week Altea achter de rug. Was bij een ouwe kostschoolkameraad te rade gegaan om me bijstand te verlenen bij het vinden van een reparateur van de koelkast. Is na veel vieren en vijven gelukt. Een fluitje van een cent uiteindelijk, even de koelvloeistof aanvullen, was na 20 jaar verdampt. Maar eerst was de auto van mecanicien kaduuk. En vervolgens had heel Spanje een black out. Mocht allemaal de pet niet drukken. Een heel gezellige week gehad met die maat van vroeger en het was goed toeven aan de rand van het het zwembad van de urbanización. Het spaanse leven is wel even wennen. Leek of de dagen voorbij vlogen. Om half 2 schuif je aan aan tafel om warm te eten, flesje derbij en het is zo 4 uur. Daarna is het alleen nog bijkomen. Verheugd te hebben mogen vaststellen dat een portie bitterballen heden ten dage is toegevoegd aan het assortiment tapas, alle hulde aan de hollandse keuken.

De heenweg is totaal onproblematisch verlopen. Bedoel qua rijden. Had tevoren, zoals gebruikelijk, een nachtje proef geslapen in Zuidland. Altijd gezellig daar bij vrienden. Maar achteraf vertroebelde het danig een kritische blik. De verhuiswagencombinatie bleek nog meer kuren te vertonen. De eerste stoelgang draaide bv. uit op een deceptie, wc kapot. En zo was er nog wat van dat ongemak. Het meeste is inmiddels door me verholpen. Wat rest is het vervangen van een automatisch schakelaar waarmee verbinding wordt gemaakt tussen de auto en aanhanger om de accu’s te laden onder het rijden. Bij voldoende zon zijn de panelen toereikend; toch is handig altijd wat achter de hand te hebben.

Vertel wel dat de heenweg een schietje was. Maar dat is helemaal niet zo. Op de derde dag moest ik al door een tractor uit de modder worden getrokken. Was voor de nacht een doodlopende weg naar het wonderschone Lac du Moulinet ingeslagen. Helaas geen keerlusje aan het eind, alleen een heel modderig zijpad. Bij het heen en weer steken net ietsje pietsje te ver de prut ingereden en ja hoor geen beweging meer in te krijgen. Een bereidwillige boer iets verderop bracht de verlossing.

Aan sightseeing nog niet echt toegekomen. Puur bij toeval een steengroeve uit de romeinse tijd tegen gekomen. Wilde even m’n benen strekken bij een pompstation onderweg. Zag een totaal verbleekt bord waarop aangegeven werd dat even wat verder lopen wat te zien was. Indrukwekkend, kwam op geen enkel lijstje van me voor… In Abril, aangrenzend aan Altea, een villa rustica, romeinse boerderij bezocht, Moedige poging van heel weinig nog wat te maken. Voor morgen staat het echte werk op het programma. Net een afspraak voor een rondleiding gemaakt. Verromeinste celt-iberische bewoning hoog boven op een heuvel. Hoop dat het droog blijft, anders schijnt de klim er naar toe te worden afgelast.

Schiedam 21 mei 2024

Weer thuis. Was nog een heel gedoe in Frankrijk. Kwam terecht in gigantische files. Toute France kwam blijkbaar van vakantie terug. Ik zou het anders ook niet weten. Noodgedwongen nog meer N- en D-wegen bereden dan op de heenweg. Een regelrechte sentimental journey. Je waande je 60 jaar terug in de tijd. Kilometers lange kaarsrechte tweebaanswegen met af een toe dat ene stukje driebaans voor de jachtige rakkers, om de trage medeweggebruikers te kunnen aftroeven. Ze zijn er nog de campings municipales, in ieder geval de bordjes ervan, ik heb er geen gebruik van gemaakt. Wonderschone dorpjes passeer je, dwars er door heen, dat wel. In het noorden heel wat minder fraai, echt veel armer dan midden en zuid Frankrijk. Ze lieten daar ook duidelijk merken niet van al dat verkeer gediend te zijn. Alle plaatsnaamborden hingen der op z’n kop. Het is ook echt te gek hoe ritsen, enorme vrachtwagens zich door die gemeenschappen heen wringen. Ik kan niet goed begrijpen waarom ze van die wegen gebruik maken. Puur kosten? Voor de lol doen ze het zeker niet. Al dat oponthoud door verkeersdrempels, rotondes, stoplichten (altijd op rood), invalide scootmobielen, tractoren en niet te vergeten de slechte wegkwaliteit m.n. in die dorpen (moeten ze zeker zelf onderhouden want daar buiten gaat het best). Het was eens maar nooit meer. Toch jammer, vond er fantastische leuke overnachtingsplekkies.

Het afscheid van Spanje was niet makkelijk. Niet in de laatste plaats vanwege Tarragona! De kers op de taart. Voor mij veel te zien in de stad maar ook daar buiten. En dat in combinatie met einde middag bijkomen aan het strand. Geweldig, zeker als het weer ook nog meezit en er geen stormwind van zee waait. Want dat doet het er flink in deze tijd van het jaar. Loop helaas het twee weken durende festival Tarraco Viva, El festival Romà de Tarragona, mis. Begon net deze week.

De stad heeft op nogal wat plekken resten uit die tijden blootgelegd. Niet allemaal even indrukwekkend, het amfitheater springt er echt uit. Er is middenin een kerk gebouwd door de Visigoten (bezochten Spanje in de tijd tussen de Romeinen en weer andere nieuwkomers, de Moren). Maar eigenlijk veel bijzonderder is dat je onder de grond door de gangen van een heus circus, waar de beroemde paardenraces met vierspannen werden gehouden, kan dwalen. Bovenop die gangen waren de tribunes, waarvan een stukje zichtbaar is.

Dit alles ten koste van Barcelona. Had een heel Gaudi-programma op de rol staan. Nada dus. Geen Sagrada Familia, dan maar volgende jaar, dan misschien eindelijk helemaal af na maar liefst 142 jaar bouwen. Me tevreden moeten stellen met het Gaudi-museum in Reus, zijn geboorteplaats. Daar werd aanschouwelijk gemaakt hoe hij zijn kerkgebouw op z’n kop heeft ontworpen. Het stad had onverwacht in het verlengde van Gaudi (schatplichtig?) veel meer schoons te bieden. Een heel scala aan art nouveau panden. Kreeg pas later door dat de meeste ervan van binnen te bezichtigen zijn.

Even buiten Tarragona mag niet onvermeld blijven Centcelles en het Aquaduct de les Ferreres. Laatstgenoemde verzag de stad van drinkwater. Centcelles is een laat romeins gebouw dat door hergebruik als kerk en boerderij de tand des tijds heeft overleefd. Wat de oorspronkelijke functie ervan was, is niet duidelijk. Op een van koepelplafonds zijn delen van een mozaïek aangetroffen.

Bij het scheiden van de markt in La Jonquerra, op de grens met Frankrijk, nog vlug even het Museo Memorial Exili (MUME) bezocht. Was het meest uitgesproken over de Spaanse burgeroorlog van meer dan 80 jaar geleden. Duidelijk republikeins, tegen de militaire coupe van Franco. Kan ook wat makkelijker in het (bij de recente verkiezingen iets minder) separatistische Catalonië. Afgelopen maanden bezocht ik er diverse van, durfden duidelijk hun vingers niet te branden aan dit heikele onderwerp dat tot op de dag van vandaag Spanje diep verdeeld houdt. Beperkten zich tot in in beeld brengen van de ellende die elke (burger)oorlog met zich brengt voor de bevolking. Het MUME besteedt aandacht aan het lot de honderdduizenden Spanjaarden die in 1939 op de vlucht sloegen. De meesten naar Zuid-Frankrijk waar ze in allerlei noodopvang terecht kwamen en vervolgens nadat Frankrijk onder de voet was gelopen door de Duitsers, de terreur in concentratiekampen mochten smaken! Velen konden/wilden niet vluchten, wat ze nog duurder kwam te staan. Op tientallen plekken in het land vinden opgravingen in massagraven plaats om de toen standrechtelijk vermoorden een naam te geven. Al eerder besteedde ik daar aandacht aan.

Valencia Meliana 6 mei 2024

Zo in de loop van de jaren heel wat archeologische musea afgestruind. Het aantal vuistbijlen uit vervlogen tijden, de oneindige variatie aan potjes en pannetjes en dan al die scherven; niet te filmen. Je ziet ze nog wel maar je kijkt er niet meer naar. Slechts nog op zoek naar dat ene uitzonderlijke. Dat was dit keer in Valencia el Centro Arqueológico de l’Almonia.

Een museum boven op een opgraving waar als het ware de hele geschiedenis van de stad op een paar honderd vierkante meter wordt tentoongesteld. Romeinse resten, een straat met bebouwing. Daar weer tussen een stukje kerk en graven uit de Visigoten-tijd. Een door de Moren hergebruikt badhuis. En dat alles aanschouwelijk gemaakt met videopresentatie, waar vertrokken vanuit de zichtbare resten vervolgens een beeld wordt gecreëerd van hoe het er in werkelijkheid zou kunnen hebben uitgezien. Je moet er even de tijd voor nemen, maar dan heb je ook wat. Echt fantastisch gedaan. Een regelrechte vondst was de inval van daglicht via een vijver met glazen bodem.

In Spanje is het overbouwen van opgravingen niet ongebruikelijk. Liet al eerder zo’n staaltje zien van een Moors wijkje aan de voet van het alcazaba in Almería. In Sagunto hetzelfde laken en pak. Flatgebouwen bovenop een villa romana en een paar kruisende straten uit dezelfde tijd.

Sagunto is een niet missen stadje. Boven alles uit steekt een immens kasteel. Maar er is een in gebruik zijnd romeins theater. Een prachtig oud binnenstadje met joodse roots. Een kerkje met de paastronen die het hele lijdensverhaal uitbeelden. Een heuse calvarieberg; het is er allemaal.

Terug naar Valencia. Er heel wat afgefietst. Veel imposante gebouwen, oud en nieuw. Overdekte markten, de een voor juppen de ander nog voor dagelijks gebruik. En dan natuurlijk het onvermijdelijke Ciudad de las Artes y de las Ciencias van de hand van architect Calatrava. Alsof Stars wars op aarde is geland.

Bracht de nachten door helemaal aan de rand van de stad, ver weg in een buitenwijk in een soort volkstuincomplex. Zou bij ons toch niet moeten flikken. Hier geen enkel commentaar, werd vriendelijk toegezwaaid door de tuiniers. Heel wat andere omstandigheden dan de dagen ervoor. Toen stond ik op een soort hei van tijm, denk ik. Het rook in ieder geval lekker. Met dagelijks bezoek van een kudde schapen. Misschien wat eenzaam maar ik vond het er heerlijk. Prima uitvalbasis om nog wat iberisch erfgoed op de omliggende heuvels/bergen aan te doen. Overigens met wisselend succes. Hele ochtend besteed om met fiets hobbelend over kilometers lange bospaden een poblado iberico te benaderen. Kwam alleen aan de verkeerde kant uit, bij een steile rotswand. Terug dus, naar de andere kant. Kilometers omrijden, nu met de auto. Kon je er tot aan de voordeur komen. Alleen jammer kwart voor 2. Ja, dan sluit hier de boel voor enkele uren. Dat blijft maar moeilijk wennen.

De iberische kultuur, dus van ver vóór de aangewaaide feniciërs, grieken en romeinen, kende een eigen taal en schrift. Op zich niks bijzonders. Maar het gekke is, we kunnen het lezen maar weten niet wat er staat. Het wachten is op een nieuwe Champollion die de Egyptisch beeldtaal ontdeed van haar raadselen.

Villena 29 april 2024

Vannacht m’n tweede dekbed er bij gepakt; vanmorgen de kachel aan gehad. Het wil hier ook nog niet echt zomeren. Alhoewel afgelopen week was het best heel aardig. Ben toch binnen geraakt in het Picasso museum. Heb de rij maar voor lief genomen. Stond nog in de verkeerde keu ook; die van de mensen die tevoren een kaartje hadden gekocht. Zie je op een afstand niet. Echter tijd genoeg om alsnog een ticket te kopen via internet. Het meest spraken mij zijn litho’s aan.

Daarna doorgelopen naar zijn geboortehuis, net met een wat andere invalshoek.

Malaga wordt overlopen door grote, georganiseerde groepen toeristen. Niet dat er geen stillere plekjes te vinden zijn. Zeker in de winterstalling van de paastronen. Kwam ook nog terecht in een heuse pro-palestijnse demonstratie. Voor het eerst, verder merk je d’r helemaal niets van.

Laatste paar dagen nog snel de draad opgepakt. Ben niet verder zuidwaarts getrokken. Maar teruggereden richting Murcia. Jammer voor dat dorpje Marinaleda waar een ouwe communist de scepter zwaait. Had ook de plastische vormgeving van de beroemde foto van Capra, van de neergeschoten, achterovervallende milicien, in Espejo willen zien. Allebei verloren gegaan in de brij aan spelden van de te bezoeken plekken. Volgende keer wat anders organiseren; meer in rubrieken kastelen, dolmen, museo arqueológico etc. die afzonderlijk op te roepen zijn. Nu stond te hooi en te gras alles door elkaar op de kaart in rood.

Diverse zgn poblado iberico aangedaan in Totona en Almoloya. Bewoond geraakt zo’n 2500 jaar vChr over een periode van zeker 1000 jaar. Begroeven hun overledenen in huis. Wordt heden ten dage ook nog gedaan, dacht in bv Vietnam, wat ik me herinner. De drone opnieuw van stal gehaald. Maar het waaide een beetje hard. Daardoor durfde ik boven op de berg niet al te hoog te vliegen, waardoor een echt mooi totaaloverzicht ontbreekt. Valt me op dat op de archeologische sites heel nadrukkelijk geprobeerd wordt het verleden invoelbaar te maken. Niet alleen kale muurtje maar dummy’s van gevonden resten worden teruggeplaatst of nagebouwd.

In Elx / Elche de geromeiniseerde stad Ilici bezocht. Een opgraving voor fijnproevers. Het wereldberoemde beeld van La Dama de Elche was er niet in het echt zien. Dat is veilig opgeborgen in Madrid. De fascinerende buste van een vrouw werd onder pre-romeinse muurresten gevonden. Waarschijnlijk uit 400 vChr, duidelijk is de gelijkenis met een Cartaagse godin. Het is overigens niet wat lijkt, het is nl. een urn. In haar rug zit een groot gat met daar achter een holte waarin verbrande resten zijn gevonden.

Malaga 22 april 2024

Eindelijk dan in Malaga en nog wel pal aan het strand! Het er gistermiddag gelijk van genomen. De voorkant blijkt wat beter zonnebestendig dan de achterzijde. Op zondagmorgen geprobeerd het Picasso-museum te bezoeken en nog paar highlights. Geen beginnen aan, rijen van hier tot Tokyo. Zag later een zeekasteel uitvaren, kijken of dat verlichting gaat brengen. In ieder geval had het Museo de Malaga er totaal geen last van. Een serene rust aldaar, zolang je maar in de goeie looprichting voortbeweegt. Zoniet, terug naar af. Spanjaarden zijn streng, zo praten ze en kijken ze veelal. Ondanks al die zon, misschien desondanks. Voor een tijdgenoot – misschien wel een voorloper, José Moreno Villa – is er ruim baan gemaakt. Komende dagen maar nog eens proberen een vergelijk te maken.

Van de week niet veel geestelijke verrijking opgedaan. Dagen bezig geweest met mijn verhuiswagencombinatie (ook wel eens genoemd de bunker, patatwagen of spaceshuttle). Had al onder het rijden gemerkt dat de luchtcompressor voor de remmen van de caravan overuren maakte. Bij onvoldoende luchtdruk begint ie nl. op de rem te staan. Bleek gelukkig iets onschuldigs; een doorgeschuurde slang. In Malaga als eerst een bezoek aan een bouwmarkt gebracht en een extra zonnepaneel aangeschaft. Heeft een mooi plekje op dak gekregen; raakt daar wel een beetje vol met exemplaren die het nauwelijks nog doen.

Zonnedak

Meestentijds doorgebracht in Antequera. Ook al op zo’n mooie standplaats met uitzicht op het voor oorsprong moorse alcazaba en medina.

Dat was de niet de reden om er naar toe gaan. Dat waren twee enorme dolmen. Ze hebben er een soort park van gemaakt. Misschien zag het er duizenden jaren vCh ook zo uit? Brengt je desalniettemin niet echt in dat echte oergevoel.

Nee dan al die uitingen van het rijke rooms leven. Die weten daar wel raad mee.

Naast alle uitbundige, kerkelijke feestdagen beschikt Spanje over een schier onuitputtelijke folkore. In het verleden maakte ik al eens enorme optochten mee van de Moros y Cristianos. Onvoorstelbaar, in de categorie romeinse vierspanraces, nee nog groter.

Moros y Cristianos
Moros y Cristianos

Baza herdenkt jaarlijks dat een man uit het naburige Guadix honderden jaren geleden een Mariabeeld heeft proberen te stelen, een zekere Coscamorras. Deze onverlaat ziet zich heden ten dage voor de taak gesteld ongeschonden, dwz zonder bevuild te raken in een kerk een goed heenkomen te zoeken. Hij heeft als enige verdediging een een vlegel, stok met een stukje ketting en aan eind nu geen kogel maar iets zachters. Dat lukt hem natuurlijk van geen meter want hij moet dat zien te klaren in een uitzinnige, duizendkoppige menigte die van top tot teen in de zwarte motorolie is gedompeld… Hoe kom je der op.

Lucena 15 april 2024

Het zou Granada in één dag moeten zijn geworden. Het Alhambra, ach nog een keer, nee dus. Gemiste kans waarschijnlijk, toch! In 1492, het jaar van de ‘ontdekking van Amerika, vertrok hier de laatste moorse vorst. De reconquista, de katholieke jihad had gezegevierd na 400 jaar strijd. Ik had mijn zinnen gezet op Frederico Garcia Lorca, de bekendste schrijver van Spanje na Cervantes.

En wat minder op de componist Manuel de Falla. Ze waren bekenden van elkaar. Ik heb het niet helder gekregen waarom hij in 1939 emigreerde naar Argentinië. Waarschijnlijk was ie sympathisant van de republiek en leek het hem verstandig weg te wezen aan het eind van de burgeroorlog? Nog vreemder is zijn terugkeer na zijn dood in 1946. Blijkbaar wilde dictator Franco postuum mooie sier maken met de Ravel van Spanje. Even luisteren naar El amor brujo (behekste liefde, kan dat?) op Youtube, prachtig! Een mens kan zo te zien aan de plank medicijnen in zijn huis, heel mooie muziek maken met forse maagklachten…

Granada houdt de nagedachtenis van Garcia Lorca in ere met een wonderlijk beeld van hem (had hij echt zo’n waterhoofd?), het huis van zijn ouders en een heus studiecentrum met in de kelder een expositie van het schrijfwerk van de man. Helaas niets vertaald ter toelichting. Ik bleek buiten Granada naar hem op zoek te moeten. Eerst naar zijn geboortehuis in Fuente Vaqueros, niet open.

Door naar Valderrubio waar hij zijn jeugd (alleen vakanties?) heeft doorgebracht op een soort boerderij. Aandoenlijk zijn kamertje te zien, met bed, lampetkan en bureautje. Sliep kamer en suite met z’n ouders. Pal om te hoek woonde Bernarda Alba met haar 5 dochters, die ze nauwelijks in bedwang kon houden en beschermen tegen de veranderende tijden. Ze bestond dus echt en niet alleen in het toneelstuk Het huis van BA.

Uiteindelijk naar Viznar waar Garcia Lorca noodlottig aan zijn eind kwam in 1936 op 38-jarige leeftijd vermoord door de militaire coupplegers, al vroeg in de burgeroorlog toen ze voet aan de grond kregen in het zuiden. Hij wordt herdacht met een verlaten, wat verpieterd parkje. Vlak in de omgeving kwam ik jongeren tegen die bezig zijn een massagraf bloot te leggen. Wie weet wordt hij daar ooit teruggevonden. In het hele land is men daarmee bezig. Een zeer controversieel onderwerp; als ik liedjes uit de burgeroorlog draai, zet ik de radio maar niet al te luid. Honderdduizenden slachtoffers zijn 85 jaar na dato nog steeds naamloos vermist

Het werden wat meer dagen in de buurt van Granada. Stond prachtig bij een verlaten steengroeve. Dat was niet het probleem maar mijn stroomvoorziening. De zonnepanelen laten het afweten. Goed dat ik met zo veel liefde m’n metertjes in de gaten hou. Dagenlang stad en land afgereden, nergens te krijgen, ja over 2 weken, tegen woekerprijzen. Geloof de oplossing te hebben gevonden in Malaga. Ben rustigjes onderweg daar naar toe. Doe intussen zuinig aan, wat niet meevalt bij 27º.

Laat me maar niet gek maken, anders had ik toch mooi twee alleraardigste musea gemist met de fraaiste vondsten uit lokale opgravingen, waarvan helaas maar een te bezichtigen was: villa romana de Ruedo. De tafel in de ontvangstruimte van de in wezen een herenboerderij was nog net niet gedekt. Rond een fonteintje lagen ze daar op een halfrond plateau lekker te schranzen met op de achtergrond een klaterende waterval.

In tegenstelling tot bv Italië zijn hier de opgravingen van enig belang goed afgeschermd. Daar vond ik altijd wel ergens een gat in het hek. De uitschuifbare ladder moest er aan te pas komen. Het is gelukt.

PS Even klikken op de foto en ie wordt groter, als het goed is.

Gorafe 8 april 2024

Zouden die moderne tinyhousers ook dat gevoel hebben? Heerlijk douchen met een waterzak die opgewarmd is in de zon.

De koelkast een tandje lager zetten als de zonnepanelen weinig opbrengen. Of gebiologeerd zitten turen naar de steeds wisselende meterstanden die de zonnekracht in harde cijfertjes weergeven (met rechts de ladingstoestand van de accu’s). Denk dat ik morgen voor het eerst zelf wat ga koken… De Uitgekookte voorraad is op en een tussendoortje met arroz negro kon me maar matig bekoren.

Afgelopen week eigenlijk maar op 2 plekken gestaan. Voor het gesloten hek van de opgraving Los Millares. Kwam er op maanmiddag aan, bleek pas op woensdag weer de deuren te openen. Me geen moment verveeld.

De tijd gedood door over omliggende heuvels en dalen te dwalen op zoek naar de buitenkampen die het dorp uit de bronstijd beveiligden. De rest van de week doorgebracht in de directe omgeving van Gorafe met honderden hunebedden. Kan je het nog beter treffen…

Trechterbekers

Beide locaties zijn druk bewoond geweest in de jaren 2500 tot 1500 vChr. Maakten deel uit van de trechterbeker cultuur. Inderdaad dezelfde als die van de hunebedden in Drenthe. Dat heeft iets onwaarschijnlijks. Van hoog in het noorden tot op Sicilië, allemaal dezelfde herkenbare gebruiksvoorwerpen. Kan niet anders dat er toen al heel wat contacten over en weer moeten zijn geweest.

Los Millares voor toenmalige begrippen gewoon een grote stad. De ommuringen en buitenkampen doen vermoeden dat die edele wilden weinig zachtzinnig met elkaar omgingen. Met voorouders had men meer consideratie, gelet op de prachtige graven.

Gorafe ligt in een aardspleet.

Gorafe

Van de toenmalige bewoning is weinig zichtbaar gemaakt. Is er wel geweest, want waarom die honderden graven?

Helaas helaas zoals meestal, de kwantiteit stond niet borg voor kwaliteit. Me in die contreien voornamelijk per fiets voortbewogen. Niet alleen oog gehad voor wat we aanzien voor cultuur. Waande me even Van der Poel na een veldrit van 25 km met 400 meter dalen en daarna weer stijgen.

Je kan geen voorstelling maken van hoe de aarde – naar ik begreep in de laatste 6 miljoen jaar van haar bestaan – zo vlak bij elkaar totaal verschillende landschappen heeft gecreëerd. De volgende dag had ik overigens minder praatjes… Toch nog puf gehad om nog een keer het stalen ros te bestijgen om een kijkje te nemen bij een ‘natuurlijk’ aquaduct. Eerst met de drone in beeld gebracht, later vanaf een aanpalende rots, ook niet slecht.

Almería 1 april 2024

Twee dagen van eenzame opsluiting zitten er op. Wat een pest weer, net met de paasdagen. Al dagen zijn de bergen vlak achter Almería in nevelen gehuld. Zou die kant op moeten maar nu even niet. Ik had gelukkig nog een bakje overheerlijke nasi, uit NL meegekregen. Dat heeft heel veel goed gemaakt! Waar waren we gebleven? In Lorca. Mijn hernieuwde kennismaking met het rijke roomse leven. Vandaar verder gereden naar Cartagena aan de kust. Al eerder was het me onderweg opgevallen hoe verwoestijnd Spanje er uit ziet. Nauwelijkse enige begroeiing, kale rotsen met wat struikgewas. Alleen maar verlaten en vervallen huizen, boerderijen, wat zou het allemaal geweest zijn?

Ik heb het dan niet over ergens diep in de binnenlanden maar eigenlijk vlak achter de kust. Net op de overgang naar de bewoonde, toeristische werkelijkheid verschijnen dan opeens ware sneeuwvlaktes, een soort kassen van plasticfolie. De inpakkunst van de familie Christo is er niets bij. Wat er wordt verbouwd, geen benul, geen enkele aanduiding. Hoe die aan water komen in deze totaal verdorde omgeving, net zo’n raadsel.

In Cartagena m’n hart kunnen ophalen aan nog massalere processies. Proefde bij een wat opgeklopt nationalisme. Niet toevallig bij een kazerne met veel militair vertoon en groot applaus bij uitspraken over een verenigd Spanje (dacht het goed verstaan te hebben).

De volgende avond heb ik uren staan blauwbekken bij de ‘grande’ met wel heel weinig berouw, boetedoening. Begeleidende muziekkorpsen brachten evenmin hartverscheurende klanken voort, slechts gebeuk op trommen. Eigenlijk was het puur spektakel; halen de mannen onder de tronen de bocht wel of niet. Het hele lijdensverhaal kwam voorbij. Van laatste avondmaal tot aan Pontius Pilatus die zijn handen in onschuld wast terwijl de massa brult: ‘Laat zijn bloed over ons en onze kinderen komen’. Heel toepasselijk in deze tijd…

Er leek geen eind aan te komen; vond het om half één wel welletjes. Me thuis lekker opgewarmd met een paar borrels van hetzelfde adres als de nasi. Overdag tijd genoeg gehad om van alles en nog wat te bekijken in de stad met een rijke historie.

Van oorsprong fenicisch, genaamd Nieuw Carthago (kolonie van echte Carthago aan de overkant in Tunesië). Was het vertrekpunt van die beroemde veldtocht van Hannibal over de Alpen naar Rome. Een heel klein stukje stadsmuur herinnert aan die tijd en een elders opgedoken vrachtscheepje. Nog geen 9 meter lang en geladen met in Spanje gedolven lood. Meer is er over van wat romeinen daarna hebben achtergelaten.

Vandaag dus nog even in Almería. Van het paasgewoel weinig gemerkt, ook niet meer opgezocht. Stad wordt gedomineerd door enorm moors alcazaba. Recent is een stukje wijk aan de voet van het kasteel, toen Almería nog Al-Mariya heette, blootgelegd.

Almería alcazaba
Alcazaba

Het is 1 april, verloor Alva toen niet zijn …?