De lente heeft zich aangediend, ondanks alle donkere wolken vanuit het oosten. We gaan er toch maar weer op uit. Half april denk ik te vertrekken, richting Italië. Oude database met niet te missen sites helemaal geaktualiseerd. Mogelijkerwijs zitten er aan de kant van Adriatisch zee nog wat foutjes; heb ik niet nalopen omdat ik daar al jaren geleden langs ben gereden. Er lijkt zo te zien genoeg te doen voor zo’n twee en halve maand… Zelfs als ik me beperk tot alleen de driehoeken en sterren en de balletjes links laat liggen. Er kan op elk merkteken doorgeklikt worden, dan verschijnen linken naar achtergrond info en plaatjes.
Heb gemakshalve ook maar zuid Duitsland en Zwitserland in kaart gebracht. Altijd leuk voor een tussenstop onderweg. Begin in Italië met een een hernieuwde kennismaking van de Etrusken. Een volk van vóór de Romeinen, met iets Grieks in hun bloed gelet op hun schrift dat ze gebruikten. Vervolgens richting Rome. Ga een heel stuk van de Via Appia antica met de fiets verkennen. In de buurt van Napels bezoek ik voor het eerst van m’n leven Herculaneum en Pompei. Een must niewaar! Om daarna te eindigen in Paestum, met echte Griekse resten. Zuid Italië heeft niet voor niets de bijnaam Groot Griekenland.
Zoals gebruikelijk zal ik proberen onderweg wekelijks verslag te doen van mijn belevenissen. Blijf dat volgen!
Missie volbracht! Nou ja, zo goed als. Geprobeerd in een kleine week tijd alle hunebedden in Drenthe met een bezoekje te vereren. Dat zou toch moeten kunnen? Ware het niet dat de weergoden me verre van goed gezind zijn geweest. Soms te maken gehad met winterse omstandigheden. In heuse sneeuwjacht niet gemerkt dat de begaanbare weg overging in een slijkspoor. Zo lang ik maar vaart hield glibberde ik als steeds verder mijn noodlot tegemoet. Totdat het echt niet meer ging. Na her en der om bijstand te hebben gevraagd, aangeklopt bij een kantoortje van Staatsbosbeheer. Daar zijn er in de provincie legio van. Wat een werk om onze natuur er een beetje natuurlijk uit te laten zien. Alhoewel ik de indruk kreeg dat het haar hoofdtaak is ons als betreder van de natuur daar een veilig verblijf te garanderen… Cq. ons als argeloze wandelaar over platgetreden paden te behoeden voor omvallende bomen en afvallende takken. Maar dat terzijde. Een kwartier later stond ik weer op het droge met behulp van een enorme tractor. Helemaal gratis en voor niets. Mijn redder kon het – en terecht – niet nalaten op te merken dat ie bijna een dagtaak had aan mensen zoals ik.
Ganggraf D53, geheel gereconstrueerd, was opgeruimd tijdens WOII tbv. aanleg vliegveld
Aanvankelijk waren het er 54 maar 2 hebben de toets der kritiek niet doorstaan. Slechts een sporadische steen of zo. Onderweg kwam ik iemand van de Drentse Prehistorische Vereniging tegen. Net bij het volgens hem enige echte hunebed D6. Alle andere zijn eigenlijk min of meer bedenksels… Onze verre voorouders wisten wat ze deden, bouwden de hunebedden volgens een eenduidige blauwdruk. Het zgn. ganggraf: een dubbele rij stenen met daar bovenop enorme dekkeien en in het midden een ingang. Bij Emmen ligt een afwijkende, het langgraf D43. Zeg maar meerdere, kleine hunebedden binnen een langgerekte krans van stenen.
Ganggraf D3Ganggraf D6Langgraf D43
Het is een kleintje in z’n soort; in Denemarken heb ik ze gezien van wel 50 meter en langer. De hunebedden stammen uit de tijd van de trechterbekercultuur (3400-2750 voor Chr.). Drenthe ligt aan de rand van het verspreidingsgebied dat zich uitstrekt tot in Zuid-Zweden en Polen. Het verschijnsel hunebed is een wereldwijd fenomeen, zoals de trouwe volger van mijn weblog al heeft kunnen constateren. Overal gemaakt van materialen/steensoorten die daar ter plekke voor handen waren. Met gevolg andere modellen maar met dezelfde betekenis.
Natuurcamping Borger
Het was voor mij de eerste keer om in winterse omstandigheden op pad te gaan. Was eigenlijk goed te doen met dag en nacht het dieselkacheltje aan. Het enige echte probleem was de gasvoorziening. Al op de eerste dag gaf die de pijp aan Maarten. ‘s-Morgens geen warm water, geen koffie. Het gas in de LPG-tank leek wel ‘bevroren’. Denk dat dat ligt aan het gasmengsel, butaan met propaan. Gelukkig makkelijk kunnen oplossen door een losse tank met puur propaan aan te sluiten.
Voor elektra ben ik normalerwijs helemaal afhankelijk van mijn zonnepanelen. Dat leverde nu heel weinig op. Vandaar voor het eerst dagenlang op een camping gestaan. Viel reuze mee, stond er dagen in m’n pieren eentje, midden in een pikdonker bos vlakbij Borger. Genoten van de prachtige sterrenhemel die je in de stad nooit meer kan zien. Sinds een kleine honderd jaar weten we dat het niet alleen sterren zijn die ons omringen maar ook hele melkwegstelsels. Wat die trechterbekeraars erbij dachten laat zich raden. Toen ik vertrok zette net iemand z’n tipi op. Snel brandde het houtkacheltje binnen, zag ik. Echt iets voor op een natuurcamping
Niet alles kunnen doen wat ik op m’n lijstje had staan. Ben niet toegekomen aan het Vikingmuseum in Den Oever NH, het terpenmuseum in Firdgum FR, de koggewerf in Kampen Overijssel en de Koloniën van Weldadigheid. Mooi voor een volgend uitstapje. Bv. onderweg naar Noord-Duitsland. Daar schijnen nog honderden echte, niet gerestaureerde hunebedden te vinden zijn!
PS Als je nog niet genoeg hebt gekregen van de eerder genoemde site die verwijzen naar info over hunebedden, bekijk dan deze https://sketchfab.com/search?q=hunebedden&type=models. Echt te gek, alle Drentse hunebedden in 3D!
Zaterdag 2 oktober de thuisreis aanvaard, met enige weemoed. Begon er net weer lekker in te komen. Iedere dag een uitstapje en aan het eind van de middag een verfrissend bad in een rivier naar keuze, de Gardon of de Ardèche. Eigenlijk 2 weken lang voor onze begrippen prachtig zomerweer gehad. De nieuwe auto is goed bevallen, veel minder luidruchtig. Een echte relevatie was de elektrische terreinfiets, heeft echt haar naam eer aan gedaan. Moet er wel een helmpje bij kopen. Al te steile afdalingen durfde ik blootshoofds nog niet aan. Misschien ook maar nooit doen zo op m’n ouwe dag… Verder regelmatig opnames gemaakt met de drone. Valt lang niet mee. Op het schermpje van de afstandsbediening kijk je mee met wat ie in beeld heeft en tegelijk moet je in de gaten houden waar die is. Dat ging een keer goed mis; raakte achteruit vliegend de top van een boom. Hotsebotsend via de takken kwam ie weer op de grond terecht, zonder enige schade. Wonderbaarlijk.
Moeders mooiste
Man en fiets
Huis en haard
De regelmatige volger van mijn pennenvruchten zal zich met verwondering hebben afgevraagd, nergens hunebedden gespot? Natuurlijk wel, maar niet echt om over naar huis te schrijven.
Dolmen le quatre pierres
Dolmen Mias 1
Dolmen Jastre nord
Dolmen Lussas 6
Op de driedaagse terugreis 2 leuke tussenstops in combinatie met een overnachting gemaakt. De eerste was in de buurt van Dijon. Een – wat ze hier noemen – gallo-romeinse bewonings-opgraving. Genaamd Mediolanum. Het beste te duiden als een woonstede van na de inlijving van Gallië/Frankrijk door Caesar verRomeinste autochtonen. Een totaal verlate plek, alleen te benaderen door het hek over te klimmen. Vond wel een mooie site op internet, die uitlegt wat er te zien valt: https://www.lieux-insolites.fr/cotedor/mediolanum/mediolanum.htm.
Gesloten hek
Kelderruimtes
Bestrating
Oven
Overdekte straat
In Belgisch Luxemburg een zogenaamde villa, een luxe boerderij bezocht. Ook gallo-romeins. Nog volop in onderzoek. Toen ik wakker werd, waren er al een paar mensen aan het werk. Uit hun website (https://www.villamageroy.com/) maak ik op dat er ruim aandacht wordt besteed aan publieksactiviteiten. Een beetje zoals in Vlaardingen op het Archeologisch Erf Broekpolder. Moet je echt eens langs gaan!
Het floepte er zomaar uit tegen een jonge man die me bij de Pont de Gard vroeg om een kaartje. ‘Heb ik niet nodig, heb de originele versie al gezien, 40 jaar geleden.’ Hij kon er wel om lachen, mocht gewoon doorfietsen. Het was al aan eind van de middag. had de omgeving afgestruind op zoek naar andere, natuurlijk minder spectaculaire, delen van het aquaduct. Maar liefst 2 keer! Merkte bij de Pont dat ik ergens halverwege met mijn mobiel ongemerkt was overgestapt van het maken van foto’s naar filmen. Niet om aan te zien waarschijnlijk. Dus de hele route over bergen en dalen nog maar een keer opnieuw te voet gedaan. Kreeg het onderweg wel aardig benauwd, had niks te drinken bij me.
Pont Roupt
Pont Roupt
Pont de la Lône
Pont de la Lône
Pont de la Lône
Pont de la Sartanette (S)
Pont de la Roussiere (R)
Pont Valmale (V)
De Pont du Gard kent iedereen wel van een plaatje. In het echt is ie net zo indrukwekkend. Het is maar een van de vele hoogstandjes die werden uitgehaald om water van de bron bij Uzès over een afstand van 50 km naar Nîmes te brengen (hemelsbreed liggen ze maar 22 km uit elkaar). Het moet een heel gedokter geweest zijn om het water stromend te houden. Het hoogteverschil tussen beide plaatsen is nog geen 12 meter. Toch is het gelukt dagelijks 35.000m² water in Nîmes met haar 60.000 inwoners te bezorgen, 150 jaar lang.
Overstort
Goot
Tunnel
Tunnel
De eerste helft van het aquaduct is met wat inspanning redelijk te volgen. Een Engelsman heeft dat stuk heel uitgebreid beschreven. Jammer genoeg niet voorzien van GPS-coördinaten, dus het was vaak een heel gezoek. Hij beschrijft de vindplaatsen in termen van een weg van zus naar zo, bij de kerk linksaf en ga zo maar verder. En dat allemaal ook nog in het Frans… (www.ils.fr/candi/PdG/presentation.html).
Traject aquaduct rond Pont du Gard in groen (donkergroen bruggen)
Het merendeel van het traject bestaat uit een goot die uitgehakt is uit de rotsen en tegen vervuiling van boven afgedicht was dmv een gewelf, wel zo’n 1 meter 80 hoog. Men volgde de grilligheid van het bergachtige landschap. Om het aquaduct niet te gek lang te maken werden her en der stukken afgesneden door tunnels of brugachtige constructies. Anders was er nooit geen water bij de eindbestemming aangekomen. De Pont du Gard vormt hierop een uitzondering, hier was het probleem een passerende rivier, de Gardon.
Na twee jaar gedwongen thuis zitten – echt geen ramp geweest hoor! – de gelegenheid aangegrepen weer eens reisje met de caravan te maken. Zeker nu er een nieuw raspaard voor gespannen staat… Had al eerder zitten filosoferen over een Winterreise naar Denemarken. Maar toen ik las hoe koud het daar nu is, leek me een uitstapje zuidwaarts aantrekkelijker. En terecht, afgezien van een hele dag donder en bliksem – ongelooflijk, het hield niet op – eigenlijk alleen maar lekker weer tot nu toe. De zonnepanelen kunnen de stroombehoefte van de moderne burger gelukkig makkelijk aan. En die behoefte is niet mis. Overal liggen op het moment wel ergens batterijen op te laden: voor m’n fiets, telefoon, drone, horloge, tandenborstel en noem maar op. Allemaal bovenop wat de caravan dagelijks vraagt. Denk aan de koelkast die m’n van thuis meegenomen tafeltjedekje-maaltijden bevrozen houdt.
Ben inmiddels in Uzès aangeland, na een tussenstop in Parijs en de Ardèche. In Parijs moest ik natuurlijk de door Christo ingepakte Arc de Triomph zien. En ik niet alleen… Zo iets idioots zal nooit en te nimmer meer te aanschouwen zijn. Na dit life event nog tijd gevonden om de Fondation Louis Vuitton aan te doen. Ook zo iets absurds, een museumpje gehuld in verpakte lucht. Een zusje van dat in Bilbao. Mensen die de wereld echt veranderden moeten het met minder doen. De gebroeders Montgolfier spreken voor zich. Alberto Santos-Dumont, Braziliaan overigens, wist als eerste in Frankrijk, 1906 in het Bois de Bologne, iets gemotoriseerd vliegends in de lucht te houden, 22,3 seconde lang en 220 meter ver. Èmile Lavassor bouwde al in 1891 de auto waaraan de moderne van tegenwoordig nog steeds schatplichtig is. De jonge studenten van de TU Eindhoven bouwden op die schouders staand de e-camper van de toekomst. Een flitsend apparaat, vertoonde nog wat kuren, er werd druk aan gesleuteld op weg naar zuid Spanje. Ze durven.
Volgende halte was Oppidum de Jastres in de Ardèche. Met daarom heen wat onvermijdelijke hunebedden. Van het van oorsprong Gallische fort wordt door Julius Caesar melding gemaakt in zijn De Bello Gallico.
De ommuring sluit een soort stronghold af die aan de achterzijde onbenaderbaar is vanwege een wel 100 meter hoge door de rivier Ardèche uitgesleten rotswand. Het ziet er heel imposant uit. Rondom lijkt het alsof er over hectaren ook door muren, maar minder hoog, versterkte bewoning heeft plaatsgevonden. Mooie gelegenheid om m’n drone er bij te pakken. Geeft weer heel andere plaatjes dan vanaf de grond. Echt een verrijking. Nu nog leren er een beetje fatsoenlijk mee om te gaan. Dacht naast foto’s ook een filmpje te hebben geschoten. Mooi niet dus, zeker vergeten het juiste knopje in te drukken. Gelukkig komen er nog herkansingen…
Enwel rond de Pont du Gard. Ga proberen een groot deel van het traject dat het 50 km lange aquaduct, waar de Pont du Gard slechts een onderdeel uit maakt, van Uzès naar Nîmes te volgen.
Om te ontsnappen aan de Covid-19-lockdown begonnen weg te dromen over een heuse winterreis met de caravan. Niet te ver weg en lekker knus warm in m’n huisje wielen. Zie het helemaal voor me de Drentse megalith highway met een uitstapje naar Oost-Friesland en misschien nog wel verder richting Denemarken. Hunebedden in overvloed…!
De cirkel is rond, ben weer terug in Olbia. Eigenlijk op de vlucht voor slecht weer. Dat leek me in de stad beter te overleven dan ergens verloren aan het strand. Kon er met veel moeite en zonder hulp van een tractor of iets dergelijks vandaan komen. Het laatste stuk van zandpad ging redelijk steil omhoog en daar verloor ik de grip, bijna. Hopelijk zijn de opgeworpen stofwolken inmiddels neergedaald. Ben er maar vlug van door gegaan. Van de voorspellingen is niet alles uitgekomen. Pal aan de kust is het eigenlijk best goed te doen. Je moet niet achter je kijken. Daar waar de bergen beginnen. Net even doorheen moeten rijden. De toegangswegen naar Olbia stad zijn aan beide kanten afgesloten vanwege werkzaamheden. Hoe bedenk je het… Daar in de bergen hangen nog donkere wolken en regent het volop. De reis heeft net een weekje te lang geduurd.
Op kleur ben ik na 2 dagen in de zon bij Orosei. En na Nuoro was het gedaan met de pret. Niks meer op mijn lijstje om te bezichtigen. Wat me resteert is nog meer zon en zee. Geen echte ramp maar… Volgende week maandag 3 juni keer ik weer terug op het vasteland in Livorno na 8 uur varen over de baren. Vandaar snel naar huis. Want Oerol staat te gebeuren. Met mijn boot en een paar kennissen gaan we daar een week bivakkeren en natuurlijk genieten van puur cultuur. Weer wat anders dan verzuipen in een doornat tentje, zoals een paar jaar geleden. Afgelopen dagen heel veel internetverkeer gehad om de gewenste kaartjes te bemachtigen. Het is allemaal gelukt. Hulde aan Betty die het allemaal rond heeft gekregen. Van hieruit was het me waarschijnlijk nooit gelukt. Het internet is hier naadje. Ik denk dat dat aan Tele2 ligt die de Europese afspraken op z’n smalst uitvoert. Ga ik thuis zeker achter aan.
Vanuit Nuoro heb ik redelijk grote uitstappen gemaakt. De stad zelf heeft niet veel. Natuurlijk wel een nuraghe die ‘s-avonds mooie uitgelicht is. Verder veel saaie flatgebouwen. Maar dan ineens iets wat opvalt en laat zien wat de Italiaanse architectuur vermag. Rond Nuoro ben ik voornamelijk op zoek geweest naar heilige plaatsen van ruwweg 1000 BC. Ze draaien allemaal om water dat uit de rotsen opwelt.
Aan de bron in Romanzesu is een heel bad-gedeelte verbonden. Waarschijnlijk alleen in gebruik in het voorjaar als er voldoende water was. Men denkt aan een plaats om je figuurlijk te kunnen verschonen. Dus geen badhuis. In de bron zelf zijn -in alle 3 overigens- votief geschenken gevonden. Het plaatje laat stukjes pijl-en-boog zien van brons. Men riep dus ook de steun in van water(goden). Of als dank bij een geslaagde operatie te velde. Dat denk ik dan hè.
Om het af te leren tot slot nog een monster-nuraghe. Niet allemaal verschillende torentjes maar een grote klont.
De mens weet toch rare verhalen te bedenken. Zelfs als de betekenis iedereen ontgaat, blijft men eraan vasthouden. In Mamoiada doen ze daar niet moeilijk over. Ieder jaar met carnaval verkleden mannen zich en trekken lomp dansend door de straten van het dorp.
De een hult zich in een schapenvacht met op de rug een bundel koebellen. Hij is zwart gemaskerd. De ander ziet er meer uit als herder. Heeft een witte mombakkes en begeleidt de schapen naar…? Onderwijl vangt hij met een lasso jonge meiden langs de weg. Over het hoe en het waarom zijn de geleerden het niet eens. Naar ik begrepen heb, is de meest gangbare theorie dat het z’n oorsprong heeft in Griekenland. Het is ook geen typisch Sardijns fenomeen. Het komt in allerlei varianten rond de Middellandse zee voor. Maar liefst 3500 jaar geleden zou het ritueel, want zo mag je het wel noemen, verspreid zijn vanuit Mycene. Het grijpt terug op de cultus rond Dionysus. Wij kennen hem het beste als zatlap, altijd aan de wijn en in de lorren. Maar eigenlijk staat hij voor de dood (in de winter) en de wedergeboorte met de lente. Bij de feestelijkheden ging het toentertijd naar het schijnt niet zachtzinnig toe. Er moest veel bloed vloeien; maakte niet uit van beesten of mensen.
Op deze manier heeft elke dorp wel een an unique selling point. Vlak bij Mamoiada ligt Orgosolo. Bevindt zich midden in de bergen maar weet toch van heinde en ver toeristen te trekken. Met busladingen tegelijk worden ze onder aanvoering van een gids die tekst en uitleg geeft, dwars door het dorp geleid. Het viel nu gelukkig nogal mee met de drukte.
Wat Orgosolo in de aanbieding heeft zijn muurschilderingen. Niet de beruchte formaggio marcio, kaas met daarin nog levende maden… Eerlijkheidshalve, ik heb er ook niet naar gezocht. In alle dorpen en steden zie je wel eens een muurschildering, maar hier is het echt ongelooflijk. De meeste zijn heel politiek geladen en stellen een maatschappelijk onrecht aan de kaak. Of het nu vluchtelingen zijn, Palestijnen, een vermoorde Chileense president of de aanwezigheid van Amerikaanse bases op het eiland. Alles komt voorbij. De bewoners van de Via Antonio Gramsci had geen moeite een eigen onderwerp te kiezen. Leuk dat ook Frida Kahlo en Pablo Neruda een eigen plekje hebben gekregen.
In al dit geweld dreigden de nuraghes, tombae di giganti en heilige bronnen op de achtergrond te verdwijnen. Toch nog een paar weten te scoren. Zelfs voor het eerst de binnentrap in het torentje van een nuraghe kunnen beklimmen. Een gesloten hek gaf evenmin problemen. Keurig overheen te komen, met aan beide kanten een paar opstapjes.
PS Foto waar ik titel ‘kapitalisme’ aan verbond, is fout. Het handelt hier om meer autonomie voor Sardinië. Waarvan acte!
Zo me even ontdoen van de torren en andersoortig ongedierte. Was vanmorgen op weg naar zo’n intussen welbekende nuraghe. Deze droeg de prozaïsche naam Genna Maria. Helaas op maandag gesloten. Morgen in de herkansing. Dan toch nog maar een tomba di gigante?
Was ik eigenlijk niet meer van plan, genoeg geweest. Ben op terugreis en heb het wel gezien. Bij die van Nixia stond een verwijzing naar S’Ocru. En zo ben je ineens weer 30 km van huis. Gelukkig zonder aanhang. Prachtige rit, geen echt hoge bergen maar zachtglooiend.
Afgelopen week een paar dagen op een prachtig plekje gestaan, pal aan de kust met uitzicht op Sant’Antioco. De landtong verbond in vroeger tijden middels een houten brug het vasteland met het eiland. Op het oog lijkt het een hele zee-engte maar het is er heel ondiep. Je kan bijna naar de overkant lopen. Voor kitesurfers ideaal. Een wonderbaarlijk natuurverschijnsel mogen aanschouwen, een halo rond de zon. Was er speciaal naar toe gegaan om wat meer te zien van de Punische invloed op Sardinië. Viel nogal tegen. Drie eeuwen BC vochten Carthago, in nu Tunesië, en Rome om de hegemonie in het Middellandse zeegebied. Het werd uiteindelijk de Mare Nostrum. Verbazingwekkend eigenlijk omdat Hannibal in de zgn. 2de Punische oorlog met uitzondering van de stad Rome bijna heel Italië vanuit het noorden (beroemde tocht met olifanten over de Alpen) had veroverd. Ook in die tijd waren fakenieuws en trollen aan de orde van de dag. Een van de verdachtmakingen was dat de Carthagers hun kinderen offerden aan hun bizarre,van oorsprong Oosterse goden. Pas sinds heel kort is dit verhaal door wetenschappers verwezen naar het land der fabelen. Op de tofets, kinderbegraafplaatsen, is er geen spoor van te vinden. Heeft toch mooi 2 en half duizend opgeld mogen doen. Het heeft ook vele broertjes en zusjes. Blikte de Sovjet Unie ten tijde van de Koude Oorlog geen mensenvlees in…?
Zo af en toe maak ik wel eens uitstapje naar de moderne tijd. Of beter gezegd, recentere geschiedenis. Dit keer was dat de stad Carbonia. De naam zegt het al, een mijnstad. Tot in de 60er jaren zijn er kolen gedolven. Het is een helemaal ontworpen stad. Gesticht in de jaren 30 onder Mussolini. De gebouwen ogen ontzettend modern, Dat geldt totaal niet voor wat spullen uit die tijd. Blijkbaar was er hier in de oorlog ook geen rubber meer voor fietsbanden.
Via Antas ben ik terecht gekomen in Sardara. Antas mocht ik niet missen. De enige Romeinse tempel op Sardinië die als zodanig herkenbaar is. Ligt op een onwaarschijnlijke plaats midden in de bergen. Was lang voordien een mythische plaats. De bewoners van de nuraghes (900 BC) begroeven hun mensen daar al en hadden er een heiligdom. Net als de Carthagers die het linker deel bouwden.. Romeins is het voorportaal met de ronde zuilen en de trappen rechts met het altaar. De tempel is gebouwd met materiaal uit de directe omgeving. Een kleine km verderop is de steengroeve, Niet van al te beste kwaliteit zo te zien. Deed er niet zo toe, alles was toch gestuukt en bont beschilderd.
Sardara is gebouwd bovenop een nuraghe-dorp. Zowel bij een kerkje als 200 m verder bij het museum zijn resten aangetroffen. Waaronder een viertal heilige putten met daarin allerhande, aardewerken kannetjes.
Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren