Zondag een aardige ruk gemaakt. Van Dydima naar Dalyan, een kleine 250 km. Klinkt als weinig maar kostte toch een uur of 5. Nogal wat steden met ritsen stoplichten en enorme lange klimmen van 8 en 10%. Probeer een beetje op te schieten, richting keerpunt bij Demre (Kale). Werk nu eerst een aantal highlights af waarvan ik verwacht, dat deze in het echte seizoen overstroomd worden met toeristen. Straks op de terugweg pak ik dan het kleinere spul.
Het was echt een lekkere reisdag, bewolkt en niet te warm. Af en toe regende het zelfs. Op een gegeven moment tijdens een bergenpassage brak eventjes de hel los. Het werd pikdonker, enorme donderklappen en de hemel brak open. Stortbuien met grote hagelstenen joegen de Turken de bermen in.
Van de week in volgorde Belevi, Ephese, Priëne, Milete en Dydima aangedaan.
Belevi was een aanloopje naar Ephese. Er staat een reusachtig mausoleum. Wat resteert is het onderstel van 30 x 30 en 10 meter hoog. Een uitgehakte en met hetzelfde soort gesteente uit de direkte omgeving beklede rots. Daar bovenop stond een soort tempeltje. Met een beetje moeite zou het helemaal herbouwd kunnen worden. Alle onderdelen liggen er rond om heen. Degene die vond dat hij zo’n praalgraf verdiende, is niet bij naam bekend. Wel trof men de grafkist en een beeld van (waarschijnlijk) een geliefde bediende aan.
Ephese telde op haar hoogtepunt iets van 250.000 inwoners (op grond van een archeologische vuistregel: aantal zitplaatsen theater x 10). Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Asia Minor (Klein Azië). De geschiedenis van de stad gaat veel verder terug, zeker tot 7000 BC. Deze ligt verscholen onder het blinkende marmer dat we nu zien. De hobbelige straten waar dagelijks hordes bezoekers elkaar verdringen, waren eens strak geplaveid en spiegelglad. Wat aardbevingen allemaal niet hebben aangericht. De prachtige facade van de bibliotheek – overigens ook een soort mausoleum, want de stichter ligt eronder begraven – staat weer fier overeind. Van voren gezien net echt, de achterzijde is beton. Voor een blok woningen pakte het natuurgeweld juist goed uit. De bovenetages zijn daardoor in de begane grond gevallen, die met veel liefde en gepuzzel te voorschijn zijn getoverd. Onder het puin kwam ook de hele huisraad te voorschijn.
In Ephese werd de godin Artemis op een unieke manier vereerd. Die van de vruchtbaarheid in plaats van de jacht. Ze nam zo de plaats in van Cybele met een veel oudere maar regionale staat van dienst. Er zijn nog beelden van. Vreemd verstard. Zouden dat allemaal borsten zijn? De dierenriem als ketting om haar nek suggereert een bijna onbegrensde kracht. Van haar tempel is niets meer over en het was een van de grootste ter wereld met 106 zuilen, meer dan 20 meter hoog. Een van de zeven wereldwonderen.
Wat een overgang naar Priëne. Een veel kleinere stad, minder belangrijk en bleef gespaard voor de Romeinse opsmuk. De Griekse oorsprong is zodoende nog goed herkenbaar. Zie het theater en bouleuterion, de gemeenteraadszaal. Allemaal uitgevoerd in sober grijs. De stad heeft eeuwen lang door gefunktioneerd. Getuige de resten van een kerk, met in het midden een preekstoel.
Van verre zie je Milete liggen, een grote steenklomp en een verder vlakke omgeving. Door aanslibbing verzandde de haven en kwam het schiereiland steeds verder van zee weg te liggen. Het heeft zich kunnen meten met Ephese. Beide theaters zijn bijna even groot. Het verschil is dat van Milete verder weinig over is en wat er nog te bekijken valt, staat goeddeels onder water.
Bijna had ik Didyma overgeslagen. Alleen maar een tempel, dacht ik. Dat klopt. Maar wat voor tempel. Hij was gewijd aan Apollo (Delphinios). Bijna net zo gigantisch van omvang als die van Artemis in Ephese. Zes zuilen minder. Een plattegrond van 100 bij 60 meter. Het is bekend dat per zuil 40.000 drachmae werd begroot. Omgerekend naar het dagloon van een steenhouwer betekende dat 20.000 dagen werk! De bouw voltrok zich dan ook niet in een achternamiddag. Eeuwen is er aan gewerkt. Het predikaat wereldwonder is het misgelopen omdat ie nooit helemaal af is gemaakt. De tempel fungeerde als orakel. Hier geen cryptische uitspraken als in Delphi. Vragen werden slechts met een ja of nee beantwoord. Tussen Milete en Didyma liep een 16 km lange verbindingsweg, de Heilige Weg. Jaarlijks werd in de lente dagenlang feest gevierd en trok men vanuit Milete naar het heiligdom om offers te brengen.
PS. Smaak bulkfood verdient een pluim, zeg ik zelf. M.n. de gele curry pasta van de Wereldwinkel kan ik aanbevelen.
PPS. Alle reparaties hebben stand gehouden. Geen stroomzorgen meer en op-/afzetten caravan blijft een fluitje van een cent.
En nu nog het slotakkoord. Na al deze konsternatie besloot ik voor het eerst een camping te nemen. Een heel ontvangstkomitee verwelkomde me. Maar de prijs stond me niet aan,15 euro voor een plekje op een drassig grasveld. Dat kan voor niks beter en dat klopt, zie maar. Bij het omkeren echter zakte m’n hele hebben en houwen weg in de smurrie. Was geen beweging meer in krijgen. Hoe hard het hele gezelschap ook stond te duwen en trekken. Moest een tractor aan te pas komen om me er uit te bevrijden. Ben vertrokken, handjes geschud, iedereen vriendelijk zwaaiend, geen onvertogen woord gevallen.
Mijn enige aanspraak zijn 4 zwerfhonden en wat vissers. Alhoewel gisteren ineens een paar zigeunerfamilies neerstreken. Even onverhoeds waren ze weer vertrokken na de was te hebben gedaan. Zoals bijna op alle stranden in Griekenland is zo ook hier wel ergens een kraantje te vinden. Op een vorige plek was het helemaal lux. Bij een verlaten strandtent was het water niet afgesloten, deed de wc het nog en kon er koud gedoucht worden.
Niet onvermeld mag blijven de resten in casu de funderingspaaltjes van een van de eerste houten bruggen uit de geschiedenis. Waarvan akte. Heb me uiteindelijk goed vermaakt met zoeken naar een paar graven in de omgeving. Was niet zo simpel omdat nieuwe autowegen de geografische herkenbaarheid over hoop hadden gehaald. Wat eerst ver weg leek te liggen, bleek nu vlakbij te zijn. Heel wat zandpaden bergop voor niets beklommen. Verbrandde ook nog mijn harsens daarbij, omdat ik geen pet bij me had.
Bijvoorbeeld met het herinstalleren van 8 computers die ik gebruik op de basisschool om de hoek. Per apparaat kost je dat al gauw een uur of 4. Gelijk maar besloten afscheid te nemen van Windows XP; medio volgend jaar stopt Microsoft met verdere ondersteuning. Nog geen definitieve keuze voor een alternatief gemaakt. Op de ene helft staat nu Linux Mint en op de andere helft Xubuntu. Vorig jaar ben ik begonnen met een kursus computertechniek voor scholieren, in de groepen 5 t/m 8. Was een redelijk succes en voor herhaling vatbaar in het nieuwe schooljaar. Voor mijn vertrek naar Griekenland alles keurig opgeborgen. Helaas vergeten gebruikersnamen en wachtwoorden op te schrijven. Vandaar! Tijdens de kursus moeten de kinderen o.a. een PC demonteren en weer in elkaar zetten nadat ze op internet hebben opgezocht hoe de verschillende ‘organen’ uit het inwendige heten en wat de functie ervan is. Als nieuwigheidje voor dit jaar heb ik een quadcopter aangeschaft die via de computer met een joystick radiografisch bestuurd kan worden (
Haar huis staat er nog, schier onveranderd met brievenbus en al. Om een fotootje te kunnen maken, liep ik een stukje de tuin in. Binnen de kortste keren stond de man van de tapijtzaak aan de overkant voor mijn neus. De nieuwe bewoner. Antwerpen stelt op een of andere manier nooit teleur. Ik moest er een paar dagen verblijven in afwachting van 2 opstappers die zouden helpen bij het terugvaren. Het is een combinatie van een gezellige drukte en fraaie klassieke panden. Het nieuwe Museum aan de Schelde en het Museum voor hedendaagse kunst vielen me jammer genoeg nogal tegen. Had er meer van verwacht. Spectaculaire gebouwen met iets te weinig inhoud. Ook nog tijd gevonden voor een concert in de barokke St Paulus-kerk. Laat middeleeuwse 40 stemmige polyfone muziek met meerdere koren en instrumentale ensembles verspreid over het schip, in telkens wisselende samenstellingen. Soms heel verstild en dan weer verpletterend de hele ruimte vullend. Prachtig prachtig! Het is me wel duidelijk geworden uit welke bron de tegenwoordige seriële muziek put.
Het baaitje Anse de Bréhec waar ik voor anker lag en waar al deze plannen tot volle wasdom waren gekomen, was prachtig. Het weer wat minder. Maar uren later dacht ik, even nog wat kontroleren. Merkte ik ineens dat 2 havens achter elkaar liggen, Granville en Cartaret, waarbij je bij de een ± 2 uur HW (hoogwater) de deur in en uit kan en de ander nog krapper te boek staat (± 1 uur HW). Op zich geen probleem, ware het niet dat HW net zo rond 12.00 uur is. M.a.w. dat je als je bij de eerste weggaat, je pas bij de tweede om middernacht naar binnen kan. Daar begin ik niet aan, een beetje in het duister rondscharrelen op volstrekt onbekend vaarwater. Door de grote getijverschillen liggen heel veel havens hier bij laag water verscholen achter honderden meters zandstrand. Binnen staat nog wel water omdat de havenkom voorzien is van een drempel waardoor ie niet leeg kan lopen.
orige week eindigde ik in Lanildut met de aankondiging op te zullen stomen naar Roscoff. Diezelfde middag , van de ochtend waarop ik mijn weblog bijwerkte, was het ineens zo’n fraai weer geworden dat ik nog een stukje ben gaan varen. Naar de Aber Benoit. Een goeie beslissing want de volgende dag bleek Roscoff wel heel ver weg te liggen. Geen zuchtje wind, de hele dag weer eens op de motor. In Camaret had ik al bij een supermarché 100 liter diesel goedkoop ingeslagen door 5 keer op en neer de fietsen met een jerrycan achterop. In Roscoff nog maar eens dezelfde hoeveelheid bijgetankt. Je weet maar nooit. Schiedam is nog ver. Roscoff is een aardig plaatsje met veel historisch gevoel. Ik zag nu ook met eigen ogen een schip vol zeealg. Glibberige lange slierten.
en met een van de mooiste zeildagen van de hele reis. Alles klopte, de motor alleen even aangezet om te vertrekken en voor anker te gaan in de Anse de Bréhec. Bedoeld als opstart van de slotronde. Mooi niet dus. Vandaag naar Lézardrieux teruggevaren voor de grote oversteek van morgen. Had ik die vuurtoren niet al eens eerder gezien? Klopt, namelijk ook in 1994! En wat is dat toch met die hunebedden, toen ook al.
Locmariaquer heeft samen met het langste graf La table des marchand en Le grand menhir te bieden. Indrukwekkend maar sfeerloos in een keurig aangeharkte omgeving. Waar je zelfs niet op gras mocht lopen. Als tegenwicht in de omgeving heel veel hunebedden in het wild weten op te sporen. Waaronder Pierres Plates met dekstenen van wel 10 m². Bij terugkeer na een hele middag op de fiets te hebben gezeten, lag mijn bootje vast in de modder. Mooie gelegenheid om even rustig aan te doen en na 2 pilsjes was het water weer zover gestegen dat ik terug naar huis kon varen.
Ze zeggen wel: koop een boot, werk je dood. In ieder geval ben je altijd bezig iets te repareren. Ik heb een lijstje waar ik iedere keer wat bij schrijf en doorstreep als het gedaan is. Daar komt geen eind aan. Net zoals aan de hoeveelheid gereedschap en onderdelen, die ik altijd bij me heb. Iedere keer als ik vertrek, denk ik zal dit of dat niet thuis laten. Het is maar goed dat ik dat niet doe. Hoogtepunt van de week in termen van klussen was het doorsmeren van de schroef. In Nederland moet ik dan even de kant op of iemand charteren die kan duiken. Maar hier heb je een alternatief vanwege de grote getijverschillen: laten droogvallen (gecontroleerd!). Een eerdere poging mislukte. Nu had ik een buitenkansje. In de haven van Larmor-Baden zijn een aantal balken verticaal tegen de kademuur gezet, waarlangs je rustig met de eb naar beneden kan zakken en waar tegen je als de boot op de grond staat, als het ware een beetje naar toe kan omvallen, zodat wind je niet per ongeluk naar de andere kant op een oor legt… Ik geloof dat ik iets te dichtbij landde waardoor ik niet goed genoeg tegen de kade aan hing. Voor de zekerheid is van de top van de mast een lijn uitgezet. Het is allemaal prima verlopen. Een half metertje water bleef er nog staan. In het rubberbootje ben ik achter onder het schip gevaren en met de vetspuit aan de slag gegaan. Bij het wegvaren later was er duidelijk een verschil te merken. Het vooruit en achteruit schakelen maakt ineens veel minder geluid. Al met al een hele dag werk. Om 8 uur ’s-ochtends net na het hoogtepunt van de vloed legde ik vast en 10 uur later kon ik pas vertrekken. Het klusje zelf is zo geklaard. Maar je moet aan boord blijven omdat je regelmatig de landvasten moet bijstellen.
Op het moment lig ik voor anker bij Larmor-Baden. Gisteravond was het feest. Moules et frites. Een jaarlijks gebeuren dat afgesloten wordt met een groots vuurwerk. De mosselen waren nog wat klein. De insiders om me heen prezen ze echter om hun smaak. Overigens de frieten mochten er ook zijn. Een regelrechte lekkernij na weken van eten van eigen brouwsels. Eergisteren ging het laatste bakje nog in Nederland voorgekookte spaghettiprut in de koekenpan. Fris uit het vriesvakje, geen koliek ofzo van gekregen. Dus nu sta ik er echt helemaal alleen voor!