Freixo woensdag 28 juni 2017

Geen erg gelukkige hand met het zoeken/vinden van castro’s cq pre-romeinse bewoning van het Iberisch schiereiland. Beklom al een keer vergeefs een berg waarop zo’n versterkt dorp zou moeten liggen. Niets te vinden, alle paden er naar toe waren totaal overwoekerd. Nu, vanmorgen maakte ik het nog bonter. Ben een heel verkeerde heuvel te lijf gegaan. Moest die aan de overkant hebben, bleek later toen ik op internet keek. Dat laat ik me niet gebeuren, op de terugweg doe ik zeker een nieuwe poging. Het blijft een belevenis om door een stadje te lopen van bijna 3000 jaar oud. Daar kan een blik vanuit ruimte met Google Earth niet tegenop, alhoewel… Kijk zelf: Castro Mozinho, coördinaten 41.149475 -8.310919.

TalhadasOver doorzetten gesproken. Begin deze week stond ik een paar nachten in Talhadas. De caravan afgekoppeld op een verlaten voetbalveld met een prachtig uitzicht op de omliggende bergen. En op pad met alleen de auto. Dat doe ik zo veel mogelijk. Ik zoek dan een beetje centrale plek en werk van daaruit mijn verlanglijstje af. Het heeft geen zin om die sleurhut over naar toe te slepen. Plus, het beperkt je mogelijkheden. Zo ook nu. Het laag hangend fruit had ik al geoogst. Waaronder dolmen Capela dos Mouros. Dolmen Capela dos MourosPrachtig met de dekstenen er nog op en midden in aarden heuvel. Zoals het hoort. Er lagen nog 2 dolmen te wachten om vereerd te worden met wat aandacht. De eerste was relatief snel gevonden met de GPS van de auto in de hand. Maar 1 km heen en 1 km terug. Dolmen Poco dos MourosDolmen Poco dos Mouros met uniek, de sluitsteen van de ingang en in een bed van keien. De tweede lag verder weg. De auto een bospad opgestuurd. Begon aardig, redelijk berijdbaar. Allengs verslechterde de kwaliteit van het weggetje. Moest de zijspiegels inklappen omdat ook het struweel zich steeds meer begon op te dringen. Eindelijk na een paar km diende zich een plekje aan waar ik kon keren. Maar ik had nog steeds niet dat mini dolmentje bereikt. Even getwijfeld of ik te voet verder zou gaan. Maakte me zorgen over de weg terug. Dacht al aan het bellen voor iemand met tractor. Toch maar gaan lopen. Een stok gezocht om wilde dieren van het lijf te houden. En in de andere hand m’n GPS. Om de paar honderd meter even gekeken waar ik was. Vreselijk, ik liep met een grote boog om het grafje heen en kwam geen stap dichterbij. Na bijna 2 km de moed opgegeven. Van het pad afwijken was geen optie. Had me dan dwars door de dichte begroeiing heen een pad moeten hakken. Terug naar af. De auto hield zich kranig. Iets te naar later bleek.

Stond op het punt om weg te rijden. Dan maar niet hè? Zag toen even verder nog een pad dat van meet af aan wat hoger de berg op liep. Kon het niet over mijn kant laten gaan. Dit keer zonder auto. Na 1,5 km het stenen grafkistje gevonden, was drie keer niks. Maar toch.Dolmen do Rei

Ben vanuit Talhadas in een keer 100 km noordelijker getrokken, naar Mozinho dus. Had na veel vieren en vijven eindelijk een staplaats gevonden. Lukte het me met geen mogelijkheid me te bevrijden van de caravan. De auto wilde niet meer door z’n knieën zakken. De standaard procedure is. Poten van de caravan uitzetten. En vervolgens de luchtvering van de auto laten leeglopen om er onderuit te kunnen rijden. Verdomme, wat nu? Bij een garage langs gegaan om te vragen of er een dealer van de auto in de buurt is. Nee dus. Een monteur ter plekke constateerde dat er vermoedelijk iets mis was met de luchtpomp die balgen van de luchtvering opblaast. Een auto-elektriciën (wist je dat die bestond?) gebeld en die had al eens zoiets bij een ander type auto aan de hand gehad. Ben daar heen begeleid. Helaas moest 2 uur later de conclusie worden getrokken dat er niets aan te doen was. Maar hij had wel een tijdelijk oplossing. De vering kan ik kan ik voortaan laten leeglopen door de luchtslang los te trekken. En om die zaak weer op te pompen heeft ie buiten het systeem van de auto om een schakelaar aangebracht waarmee ik de luchtpomp aan en uit kan zetten. Niet elegant maar wel functioneel, hoop ik… Over de kosten zal ik maar niet reppen. Hulp garage gratis, uren werk elektricien 30.

Tongobriga preromeins badhuis 1Tongobriga preromeins badhuis 2Tongobriga preromeins badhuis 3

De teleurstellende start van vandaag is vanmiddag helemaal goed gemaakt door een bezoek aan de Romeinse stad Tongobriga bij Freixo. Op de plekken die opgegraven zijn, is heel goed te zien hoe de Romeinen hun stad bouwden over wat er al bestond. Op de rotsbodem zijn de uitgehakte grondvlakken van de huizen van de oorspronkelijke bewoners terug te vinden. Achter de muren van het badhuis bleek nog een (ceremonieel?) badhuisje te staan. Ook uitgehakt uit de rotsen. Blijkbaar te veel werk geweest om dat op te ruimen. In de loop van de eeuwen zijn ook de Romeinse stad verloren gegaan. In de middeleeuwen is er een klein dorpje bovenop gebouwd. Dat is omgetoverd tot een hoge school voor archeologie. De herontdekking van de Romeinse is eveneens tamelijk recent. Er stak ergens een stukje muur boven de grond, dat in de volksmond de Moorse muur werd genoemd. Bij uitgraven vond men 7 meter diep een heel (ingestort) badhuis. Met daaraan een immens forum (centrale stadsplein).

Toch nog eventjes iets over het weer in Portugal. Het is hier nl herfst, zo lijkt het. Gisteravond heb ik zelfs de kachel aan gehad.

 

Porto Novo maandag 19 juni 2017

Eigenlijk niet zo veel gedaan de laatste tijd. Het is gewoon te heet. Ruim boven de 40°! Slapen in een bakoven valt dan ook zwaar tegen. Bij zo’n Chinese winkel een ventilatortje gekocht, geeft enigszins verlichting. Gelukkig is de ergste hitte voorbij. Plus, ik sta nu boven op een hoge klif aan de kust. Lekker windje de hele dag en vanmorgen had de zon de nodige moeite de mist te verdrijven.

Het nieuws hier en bij jullie wordt bepaald door de enorme bosbranden en de vele slachtoffers. Alhoewel, ik kwam er pas achter via BVN. Een paar dagen ben ik op bezoek geweest bij een kennis in Lissabon, de portugese partner van een ouwe vriend uit NL, die enkele jaren terug is overleden. Daar zag ik het drama op TV. Zij kijkt trouw naar het nederlandse nieuws om de taal bij te houden en om -denk ik- reden van weemoed. MaaMonte da agua doce dolmenr dat schijnt iets typisch portugees te zijn, saudade… Ondanks dat ze de gepensioneerde leeftijd heeft bereikt, probeert ze nog steeds wat te werken, als toneelspeelster. Toen ik er was, trad ze op als moeder van 5 ongetrouwde dochters in het Spanje van begin 20ste eeuw. Het stuk is van Garcia Lorca en heet Het huis van Bernarda Alba. Niet bepaald een luchtig, zomers verhaal. Martinianos domenEn ze moeten het nog tig keren spelen, elke zaterdag tot eind september. Bernarda staat voor de opgave de eer van haar dochters te bewaken, na de dood van haar man. Om de sfeer te schetsen. In de 19de eeuw was het nog gebruikelijk dat het huis van de weduwe voor 8 jaar lang werd dichtgemetseld. Een regime dat door de tijd al iets versoepeld was tot het gesloten houden van ramen en deuren. Het loopt natuurlijk allemaal niet goed af. Aan het eind is er in ieder geval één dochter minder.

Odrinha lapidariumDe paar dingen die ik bezocht heb, zijn op de vingers van een hand te tellen. Heel veel gelezen, op een bankje in de schaduw. En zelfs daar ging je bijna van je stokje. Op weg naar Lissabon nog wat hunebedden opgespoord.Carenque rotsgraf Viel een beetje tegen. De meeste zijn niet toegankelijk voor publiek, staan op privéterrein van grootgrondbezitters.

Rond en in groot-Lissabon trof ik een lapidarium van grafzerken. Van Etrusken tot een paar honderd jaar geleden. Het museum in Odrinhas staat pal naast een vroeg-middeleeuwse begraafplaats. Leceia ommuringVerder een drietal rotsgraven van duizenden jaren voor Christus. En van iets latere tijd, zeg maar een paar eeuwen voor onze jaartelling een fort. Al heel gelijkend op ons meer bekende versies uit latere tijden, met dikke muren en naar voren uitstekende torens.

Mora donderdag 8 juni 2017

Vandaag bevrijd, bevrijd door de EU nog wel. Kan mijn telefoon gaan gebruiken om internet op te gaan, voor dezelfde prijs als in NL. Dat was voorheen wel andere koek, in het buitenland. Ja, dacht ik… maar het is een weekje later. Pas vanaf de 15de. Nog even behelpen voor de deur van Museu do Megalitismo in Mora.

Maandag 29 mei Ben een dagje extra in AvilaAvila blijven hangen, even een dagje genikst. Kwam niet echt in de vakantiemodus, iedere dag een race om al mijn programma-onderdelen af te vinken. ‘s Morgens vroeg de vorige aflevering van mijn lopend verhaal zitten schrijven. Wilde nog even van free wifi gebruik maken van een dichtbijzijnd restaurant. Zodra de bussen arriveren is niet meer mogelijk om er tussen te komen, was mijn ervaring. Verder de kathedraal met een bezoekje vereerd en voor het eerst zelf gekookt: nasi (of iets wat er op lijkt). Smaakte me er niet minder om. Kan nog dagen vooruit. In Cáseres zelfs taugé weten te scoren, dus nu is het echt af.

Dinsdag 30 mei In de Romeinse stad Cáparra (vml. verbastering van eerdere keltische stad) zijn de gebruikelijke items bloCaparra straatot gelegd: stadspoort, forum, badhuis en luxe stadsvilla. Opvallend detail een vierzijdige gedenkboog, die op de kruising van de hoofdassen van de stad stond. De weg er naar toe laat een aardig straatbeeld zien. De rijweg met daaraan direkt grenzend de pergola van de winkels.

De nacht doorgebracht bij het kerkhof van Montehermoso. Had me ‘s middag uren in het zweet gewerkt om 4 (overigens mooi gelegen) ganggraven op te sporen. Merkte te laat dat lokale mensen gewoon met de auto, over het wildrooster, het natuurpark in reden.

Woensdag 31 mei Sta met ‘vrienden onder elkaar’ hutje aan mudje op een klein parkeerterreintje in Cáseres. Caceres stele VisgotenWel lekker dicht bij het centrum. Bovenal kan er water getapt worden en nog veel belangrijker: de poepdoos kan hier geleegd worden. De stad heeft natuurlijk een Romeins verleden. Spanje was een uiterst belangrijke kolonie van Rome. Uit Italica (de naam alleen al), stad vlak bij Sevilla,Caceres moorse cisterne kwam bv. keizer Hadrianus. Maar er zijn ook resten van andere nieuwkomers, de Visgoten. Waren al een tijdje op streek na hun vertrek uit noord Europa langs de Zwarte zee naar het westen.. Caceres middeleeuwenZij zijn het die -wat wij noemen- de Moren in Spanje hebben binnen gehaald. Om een ruzie onder elkaar te beslechten…

Onderweg de Taag overgestoken. Een nieuw viaduct in aanbouw. Brug TaagDe Romeinse pendant ligt even verder in een droge vlakte. Romeinse brug TaagHet is me duidelijk geworden of daar een andere rivier liep of de rivier toen een andere loop had.

Donderdag 1 juni Vlak bij Cáseres is in Malpartida het museum Vostell. Een beroemdheid, een soort popart Dali. De link met de Fluxus-beweging (denk aan onze Willem de Ridder) werd me niet echt duidelijk. Malpartida museo VostellWas een tip van een van de vrienden. Bleek pal tegen de plek aan te liggen die op mijn lijstje stond: vroegchristelijke grafkisten, uitgehouwen uit enorme rotsblokken.

Vrijdag 2 juni Het walhalla van de hunebedden bereikt: Valencia de Alcántara. Er zijn er tientallen in de direkte omgeving. Onderverdeeld in verschillende Ruta’s die te voet dienen te worden bewandeld. Uren aan een stuk want ze liggen wel een beetje bij elkaar, maar daar zit toch gauw een halve tot een hele kilometer tussen. Mag er niets van zeggen. De routes zijn prachtig, stijgen en dalen ritmisch en de verrassing laat soms op zich wachten. Je moet nl. de pijlen op de bordjes heel letterlijk nemen. Doe je dat niet dan is dat weer ¾ km extra of je vindt ze echt niet.Valencia de Alcantara Ruta 1 De eerste keer had ik de euvele moed op het heetst van de dag op pad te gaan. De 2 volgende keren mooi na de siësta, een paar uur voor zonsondergang. Alhoewel ik geen loopliefhebber ben, dient al dit gezwoeg toch een hoger doel: afvallen. Resultaat laat echter op zich wachten, nog geen gaatje winst aan de broekriem.

Zondag 4 juni In Portugal gearriveerd. Op weg naar de ideale overnachtingsplaats. Gratis, + water, + WC, + douche (koud), + losplaats en dan ook nog eens pal aan een stuwmeer. Droom werd werkelijkheid! Maar benutten en een paar dagen blijven. Op de weg er heen iets Romeins en wat ouders aangedaan. Ammaia stadspoortLaat ik volstaan met een plaatje van de dorpel van een stadspoort. Eeuwen verkeer lieten hun sporen achter. Met in het midden de stootplaat waarop de 2 deuren sloten.

Dinsdag 7 juni Om half elf al 3 dolmen (hier anta genoemd) bij kunnen schrijven. En niet de minste. Daar bleef het overigens niet bij. De ene keer teleurstellend. Kilometers over zandpaden en dan een paar lullige steentjes op een rij. Maar ook heel verassend. Zomaar een viertal midden in uitgestrekte koeienwei. Castelo de Vide dolmenBij toeval gevonden, stonden niet om mijn lijstje of een site. Dacht een mooie plekkie te vinden bij iets dat aangekondigd werd als aquatourisme. Nooit gevonden. Maar wel… Kan ik ook weer mijn steentje bijdragen aan de database van http://www.megalithic.co.uk. De nacht doorgebracht langs een snelstromend riviertje. Ochtend CabecaoUiterst welkom om effe af te koelen. Het was vandaag bijna 40°!!

Stom genoeg ramen en deur van de caravan opengezet. Bleef het binnen ‘s nachts langer warm dan buiten.

 

 

Avila maandag 29 mei 2017

Kort samengevat de reis tot nu toe: anderhalve week onderweg, 2200 km afgelegd, ben in Avila, 4 romeinse steden (voor wat er nog van over is) bezocht, pas één castro (bewoning Spaanse kelten), een paar hunebedden en een vindplaats van wel zeer verre voorouders (400.000 jaar!).

In tegenstelling tot vorige keren niet in een ruk naar Spanje geracet. Het middenwesten van Frankrijk blijkt veel meer romeins te zijn geweest dan ik me realiseerde. Had zo maar een afslag van de autoroute genomen na een aankondiging dat er wat van mijn gading te vinden zou zijn. Sanxay theaterHet is nu een gat van niks maar Sanxay was begin van onze jaartelling een stad met ruim 5.000 inwoners. Een enorm badhuis, tempelcomplex en theater zijn bloot gelegd. Erg veel hogere cultuur zal er niet te zien zijn geweest. Het podiumpje stelt weinig voor en het ronde Bougon dolmengrondvlak was van het publiek gescheiden met een 2 meter hoge muur. Doet dus eerder denken aan gladiatorengevechten. Vlakbij in Bougon een duizenden jaren oudere begraafplaats met meerdere, grote tumuli.Saintes amfitheater Vervolgens op aanraden van een neef ook Saintes bezocht. Moet een nog grotere romeinse stad zijn geweest, gelet op de resten van het amfitheater.

Al kilometers vretend bedacht ik me, wat zou Macron bedoelen met dat Frankrijk moderner moet worden. Geen files meer rond Parijs? Die waarin ik terecht kwam, duurde tot half 10 ‘s avonds. Aan de wc’s langs de autoroute valt niets te verbeteren, zijn perfect, totaal gerobotiseerd. Na elk bezoek wordt de hele zaak gereinigd en gedesinfecteerd. Komt geen man of vrouw aan te pas In de avondzon.Alleen ‘s-ochtends in alle vroegte sluipt iemand binnen om het toiletpapier aan te vullen. Bij de péages ook geen mens meer te bekennen. Jammer voor al die werkloze Fransen. Macron zou wel wat kunnen doen aan de automatenangst van de Fransman. Oeverloos gestoethaspel om er wat euro’s in te proppen en het wisselgeld er uit te vissen. Het kan zo makkelijk,Visa-kaart erin floep er weer uit, klaar is kees.

Ongemerkt ben je dan ineens in Spanje. Gelijk 10º warmer en de diesel een kwartje goedkoper. Leuke dingen voor de mensen. Alhoewel na 3 dagen tegen de 40º verlang je heftig naar regen en wolken. Ook daarin stelt Spanje niet teleur. Heidelberg mensMijn eerste uitstapje voerde me naar Atapuerca. Bij toeval, bij het uithakken van een passage voor een goederentreintje, stootte men op -wat later bleek- ware tijdcapsules. Diepe gaten in de rotsen waar over miljoenen jaren keurig laag op laag sediment waren afgezet. Wat maakte dat de vondsten daarin prima te dateren waren. In een van die afzettingslagen trof men mensachtige resten aan, van zo’n 400.000 jaar geleden. Dieper zelfs 2 keer zo oud vuurstenen gereedschap.

Burgos Danzante en speelbaasEen tussenstop gemaakt in Burgos met haar indrukwekkende kathedraal, pleisterplaats voor pelgrims op weg naar Santiago. Al eerder zag ik ze gepakt en gezakt door het landschap trekken.Uxama sisterne

Verder de Spaanse hoogvlakte over. Heel divers van karakter, dan weer heel groen afgewisseld met bijna woestijnachtige stukken. Op eerdere reizen al het meeste oude spul bezocht. Toch nog een paar nieuwigheden kunnen ontdekken: Clunia en Uxama, 2 Romeinse steden.

Vlak voordat ik vertrok, las ik dat er weer volop gepraat wordt over het herbegraven van de dictator Franco. Hij ligt nu pontificaal in een enorm monument, genaamd Valle de los caidos (vallei voor de (niet-republikeinse!) gevallenen uit de burgeroorlog). Reden om daar eens te gaan kijken. Het blijkt een basiliek te zijn uitgehouwen in de rotsen. Een donker hol waar van alle kanten je metershoge zwaar gestileerde (stijl dertiger jaren) beelden van wrekende engelen, gewapend met grote zwaarden, aankijken. Heel luguber. Valle de los caidosDaartussen hangen grote gobelins met nog duisterder taferelen uit de Apocalyps van Johannes. Een en al hel en verdoemenis in afwachting van het nieuwe Jeruzalem op aarde. Geef mij maar de lichtheid en de majesteitelijkheid van middeleeuwse kathedralen. Slopen die handel.

Avila is van oorsprong een vestingstad die de tand des tijds goeddeels heeft overleefd. Veel van de ouwe gebouwen staan er nog, inclusief de hele ommuring. Zo te zien is alles net schoongemaakt. Avila varkentjeDe stad straalt je tegemoet. In de omgeving is heel veel prehistorie terug te vinden. Waaronder beelden van runderen en leuke varkentjes.

Op zijn ze m’n gehaktballen in lekkere vette jus, geen karbonaatjes meer. Nog 2 dagen te goed van tafeltje-dekje. Ik had het restant aan maaltijden uit de diepvries van thuis meegenomen. Geen enkel probleem, het vriesvak in de auto staat z’n mannetje. Hartelijk dank En Route, een treffender naam had jullie keuken uit Rotterdam niet kunnen hebben…

Maandag 10 juli 2015 Schiedam

Weer thuis. Ruim twee en halve maand op pad geweest. De tijd is omgevlogen. Turkije is een prima land om door te trekken. Van de kust had ik wat meer verwacht. De mooiste stukken zijn vercommercialiseerd met monsterachtige hotels annex pretparken en grote dorpen van eenvormige vakantiehuizen. De mensen maakten veel goed. Overal is men even gastvrij. Soms komen ze wel heel erg dichtbij. De keren dat ik ergens aan het strand stond, spreidde men zonder gêne pal achter mijn caravan in de schaduw zijn plaid uit, stak de barbecue aan en zat daar lekker de hele middag. Ik zat dan ook goed; kreeg te eten en te drinken. Jammer dat Turkije zo ver weg ligt. Zeker 5 dagen rijden. De grensovergangen vormen ook een aardige hobbel. Nieuw beleid is om caravans net als vrachtwagens te X-rayen. Zowel bij het uitreizen van Turkije en Servië is me dat overkomen. Overigens met een heel groot verschil in aanpak. In Servië kwam gelijk een douanier naar me toe die Engels sprak en uitlegde wat de bedoeling was. Liet me me meekijken in de controlekamer. Heel relaxed. Eigenlijk nauwelijks enige vertraging, een minuut of 15. Daar kunnen de Turken nog wat van leren. Weer niemand die Engels of Duits machtig was. Botte commando’s en onhandige en ingewikkelde procedures die uren duurden. Aan het eind moest ik zelfs een verklaring in het Turks ondertekenen. Dat weigerde ik. Reden voor een van die hufters om mijn papieren in beslag te willen nemen. Gelukkig kwamen zijn collegae tussen beiden, anders was het nog op een vechtpartij uitgedraaid. Toen ik eindelijk weg kon rijden, ging die sukkel in de deur staan en stak zijn middenvinger op. Over professionaliteit gesproken. Ben bezig een brief hierover (en de wederwaardigheden bij binnenkomen) te schrijven aan de Turkse ambassade. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.
De meest vreemde figuur die ik ontmoet heb, was een ouwe Duitser, ver in de 70. Een week lang maakten we iedere dag een praatje als hij met zijn (Turkse) vrouw een wandelingetje ging maken. Ik heb er nog een wijnfles gevuld met olijfolie aan over gehouden. Die bracht ze op keer mee, uit eigen olijfgaard. Dacht eerst dat we iets te vieren hadden. Deze Andreas Puhl bleek natuurkundige te zijn geweest. Hypersonic specialist naar eigen zeggen. In de jaren 60 in Californië zich onledig gehouden met modellen om de Spaceshuttles veilig door de dampkring te loodsen. Later gewerkt als beleidsmedewerker bij de NAVO. Heeft ‘onze’ secretaris-generaal Luns nog goed gekend. Al in ons 2de gesprek bekende hij zich als volbloed racist: ‘Moet je toch eens kijken naar de Turken; dat kan toch nooit wat worden…’. Eerst dacht ik dat het soort grapje was. Hij was toch immers getrouwd met een Turkse. Maar nee, er ging niks boven het blanke, arische ras. Daar kon geen volk in de wereld aan tippen. Toch vreemd om dit soort tekst uit de mond van een Duitser (eigenlijk gewoon nog een Mof) te horen komen. Voelde me wel gesterkt in mijn vooroordeel dat onze verdedigingsorganisatie vol met dit soort enge gasten zit. Dr. Strangelove (briljant vertolkt door Peter Sellers) is geen karikatuur. Reden te meer om op de terugweg een ommetje te maken naar oude kennissen in Oost-Duitsland. Na de Wende ben ik er een paar keer op bezoek geweest. Het zijn mensen die ik in de goeie ouwe tijd heb leren kennen. Ver voor de val van de Muur. Hun carrières zijn allemaal gekakt. Gelukkig heelt de tijd. Zeven jaar geleden kwam ik er helemaal depressief vandaan.
Moet nog verslag doen van week 25. De laatste dagen in Turkije. Te weten: Koçali, Alexandria Troas bij Dalyan en Gallipoli.

Rond Koçali liggen verschillende steengroeven. Enkele zijn nog volop in gebruik. In een verlaten groeve zijn 7 enorme granieten zuilen te vinden, anderhalve meter doorsnee en 12 meter lang. Ze liggen d’r zo maar, op de plek waar ze uit de rotsen zijn gehakt. Een paar verderop, vermoedelijk al weggesleept om afgevoerd te worden. Ik denk naar de haven van Alexandreia Troas, 10 km er vandaan aan de kust. Want daar kwam ik nog zo’n joekel tegen naast heel veel kleinere, die om onduidelijke reden in zee zijn gedumpt. Heel leuk om tussen de zwemmen. Speciaal voor de gelegenheid een duikbril en zwemvliezen aangeschaft. Helemaal niet simpel om het luchtpijpje boven water te houden. In Alexandreia Troas leefden op haar hoogtepunt meer dan 100.000 inwoners. De stadsmuren waren 10 km lang. Een van de badhuizen was zo groot als 2 voetbalvelden. Ik dacht eerst tegen de stadsmuren aan gelopen te zijn. Verder is er niet zo veel te zien. Dat verbaast me iedere keer hoe weinig van zulke enorme steden is overgebleven.

 

Het slotstuk van mijn reis vormde Gallipoli. Op dit schiereiland aan de Europese kant van de Dardanellen is precies 100 jaar geleden enorm gevochten tussen het langzaam instortende Ottomaanse rijk en een stelletje kapers (UK, Frankrijk en Rusland),  die hun kans schoon zagen om deze entree naar de Zwarte zee te bemachtigen. Ze zijn met een koude kermis thuis gekomen. Eerst werd hun vloot tot zinken gebracht. Deze zou wel even opstomen naar Istanboel (onder aanvoering van de toenmalige First Lord of the Admiralty: Winston Churchill!). Vervolgens hebben ze op verschillende plaatsen geprobeerd aan land te komen. Even hopeloos. De latere stichter van de staat Turkije, Ataturk, heeft als officier in deze oorlog zijn naam weten te vestigen. Alle partijen herdenken hier hun slachtoffers. De Turken natuurlijk het uitbundigst. Vaak met monumenten die niets aan de verbeelding overlaten. Een soort openlucht panorama’s in brons gegoten.

Maandag 15 juni 2015 Tuzla

Mijn huisspin is weer druk aan het werk. Al een paar weken reist ie met me mee. Hij/zij woont ergens onder het luik voor de ramen. Elke avond weeft ie een nieuw web. Bevalt prima zo te zien. Voor de verrassingsaanvallen van de minimuggen biedt het geen soelaas. De fijnmazigheid van het spinnenweb is net zo ontoereikend als dat van mijn horretjes. Gisteravond was het weer eens flink raak. Alle ramen en deuren moeten sluiten. Dan krijg je het wel effe benauwd binnen.
Van de week een mooie mix van strand en cultuur kunnen maken. Desondanks heel veel gezien en ook nog redelijk wat kilometers kunnen maken. Ben vertrokken vanuit Teos (Siğacık). Vervolgens via Izmir naar Candarli, Assos (Behramkale), Gülpinar en geëindigd aan de Tuzla.

Van Teos heeft men grote verwachtingen voor de toekomst. Er wordt gebouwd aan een bezoekerscentrum. Wat er te zien is, is bijzonder aardig. Maar… je moet er wel even moeite voor doen. Alles ligt nogal ver uit elkaar.
Grote steden blijven een probleem om met mijn verhuiswagencombinatie aan te doen. Waar moet je dat ding laten? De enige oplossing is natuurlijk om ergens aan de rand van de stad een plekkie te zoeken. Om van daar uit met het openbaar vervoer de binnenstad in te gaan. Voor dat je dat allemaal een beetje door hebt, ben je een paar dagen verder. Wat te veel van het goeie voor een bezoekje aan het museum en de resten van een agora in Izmir. Op goed geluk gewoon naar het museum gereden op aanwijzing van mijn nieuwe routeplanner. Omdat de laatste wegomleggingen nog niet verwerkt waren, liep ik vast in een doodlopende straat. Net als andere Turken mijn auto gewoon midden op de weg achtergelaten en te voet verder gegaan. Het museum bezocht en bij terugkomst geen wielklem of iets dergelijks. Jammer genoeg niet kunnen zien waar ik voor kwam: de fries van het mausoleum van Belevi (zie verslag 11.05). Net zoals de mozaïeken; allemaal om onduidelijke reden niet toegankelijk. Agora ook maar gelaten voor wat het was. Buiten stond een grote steen met hele kleine lettertjes. Hierop is vastgelegd hoe de burgers van Teos zich vrijkopen van een bezetting door piraten. Een aantal families schieten het bedrag voor en spreken af met de stad had dat bedrag met 10% rente (!) verrekend gaat worden.
In Candarli verwachtte ik Pitana aan te treffen. Niets van dat al. Huidige dorpje ligt bovenop de oude stad. Kyme was ook al zo iets raadselachtigs. Wel een bord bij een afslag. Daarna niets meer. Alleen maar vieze, vuile industrie, olieraffinaderijen, vrachtwagens als colonnes mieren over totaal kapot gereden wegen. Op zo’n moment mis ik mijn oude tablet. In Maps.me (Een App met gedownloade kaarten, waar je dus geen internet of zo voor nodig hebt; aanrader!) stond precies aangegeven waar alles ligt. (Thuis even nagekeken; ben net te vroeg omgekeerd, was er bijna.)
Onderweg naar Assos Antandros aan gedaan. Voor je er erg in hebt, ben je er langs gereden op de snelweg. Bij het bord moet je gelijk de weg af en een openstaand hek door. Je staat dan pardoes midden in een olijfgaard. Daar wordt dan ergens gewerkt aan het uitgraven van een villa. Hele halve kamers worden successievelijk bloot gelegd. De necropool is eeuwen lang in gebruik geweest. Van de 6de tot de 2de eeuw BC. Allemaal Grieks. Daarna is het in de Romeinse tijd overbouwd met huizen. Je ziet een hele geschiedenis van grafcultuur in een oogopslag. Van hele simpele, wat rotsblokjes bij elkaar gelegd. Tot keurige stenen kisten. Maar nog geen pracht en praal die de Romeinen gewoon waren. In Assos is daar fraai staaltje van te zien. Buiten de stadsmuren, langs de toegangswegen naar de stad stond het vol versierde sarcofagen (= vleeseters) en tombes.

Midden in het dorpje Gülpinar ligt het heiligdom gewijd aan Apollo Smintheus. Zijn tempel heeft een facelift gekregen. Kan zo naar Legoland. Jammer dat het een totaal verkeerd beeld geeft van een tempel. Het waren geen steriele gebedsreactoren maar ze waren juist bont gekleurd. Meer als een Hindi-tempel. Heel wat profaner waren de Smintheia Pauleia. Een soort kampioenschappen vrij worstelen. In het badhuis werden de winnaars geëerd met een bronzen beeld. Die stonden op sokkels in de entree. 24 ervan zijn er tot nu toe teruggevonden.
Het ontbrekende marmer van de Apollo-tempel is deels teruggevonden in Tuzla. In een 14de eeuwse moskee. Er is een mooi vloertje van gelegd in het voorportaal. Tuzla was een kuuroord met heet water bronnen. Uren ben ik op zoek geweest naar de resten van een Romeinse brug. Die moesten ergens in de (toenmalige) monding van de gelijknamige rivier liggen. Geen mens die van het bestaan af wist… Toch gevonden door de rivier aan beide kanten langs te rijden. Lag natuurlijk niet meer aan zee en was honderden meters verwijderd van waar de rivier nu loopt. Alle moeite werd dubbel en dwars beloond. Aan zee bleek de rivier dichtgeslibd te zijn met een kilometers lang strand waar helemaal geen kip te bekennen was. Kwam dat even goed uit. Enige verkoeling is de laatste tijd wel heel erg gewenst. ‘s-Morgens om 8 uur is het al bloedje heet. Hoe die veelal vrouwelijke landarbeiders dat de hele dag volhouden, is me een raadsel. In alle vroegte zet een tractor met aanhanger ze in zo’n knollenveld af om 12 uur later pas weer opgehaald te worden.
Het einde van mijn reis begint in zicht te komen. Het laatste plakje Schwarzwalder schinken is op. De koffie wordt ook schaars; zouden 2 pakken genoeg zijn voor komende weken?. Kaas is er nog in overvloed, zeker nog voor 3 maanden. Net als drop e.d.

Maandag 8 juni 2015 Ōzdere

Aydin: een stad van geven en nemen! Welke stad zou zich niet zo willen afficheren? In een paar wijken is het een goed gebruik om zo maar aan willekeurige mensen wat uit te delen. Niet iets groots, maar een kleinigheidje, een paar koekjes bijvoorbeeld. Dat verbetert je conduitestaat voor later in het hiernamaals. Toen ik uren moest doorbrengen bij een politiekantoor, kreeg ik 2 keer van een passant wat. De reden dat ik daar zat, is de donkere kant van Aydin. Tijdens mijn bezoek aan het archeologisch museum hebben ze mijn auto – niet de caravan – leeggehaald. Heel professioneel; echt alles van enige waarde is meegenomen. In nog geen drie kwartier tijd. Langer heeft dat bezoekje niet geduurd. Het museum is een immens groot en nieuw gebouw waarvan nog maar een heel klein is ingericht. Wel met heel fraaie items.

Wat ik het meeste zal missen, is mijn telefoon, mijn Fairphone eerste editie. Paranoia als ik ben, natuurlijk nergens in the cloud een kopie ervan gemaakt; dus alles kwijt. Een nieuwe tablet en routeplanner was snel weer aangeschaft. Vlak tegenover het museum was een Mediamarkt. Vervolgens ben ik aangifte gaan doen. Een ware belevenis, van half 4 ‘s-middags tot ‘s-avonds 9 uur. Als eerste vervoegde ik me bij een bureau in de binnenstad. Geen mens die Engels sprak. Ja, uiteindelijk wel iemand uit het hogere echelon. Die dirigeerde me in een politieauto, bemand door een Turkse versie van Starsky & Hutch. Dit dynamisch duo stoof met grote snelheid naar de plaats des delicts. Blijkbaar wisten ze naar wie ze moesten zoeken. Ik had begrepen dat het een notorious-e plaats was. Heel de buurt rondgereden, navraag gedaan, geen resultaat. Niemand had wat gezien en waar betrokkene(n) was/waren, wist men evenmin. Misschien gaat CCTV wat opleveren. Er hingen overal camera’s maar ik mocht er niet op vertrouwen dat die ook echt werkten. Vervolgens werd ik doorgestuurd (onder begeleiding) naar een bureau in een buitenwijk. Gelijk een heel andere sfeer. Iedereen zat lekker in de tuin onder een (jasmijn?)boom. Ook eentje met een soort besjes/bloesem. Tijdens het lange wachten daar, heb ik ze in grote hoeveelheden geplukt voor een oud dametje die er thee van zou trekken. Er werden ook nog konijnen gehouden. Het was me volstrekt onduidelijk waarom ik daar naar toe moest. Niemand kon me iets uitleggen. Maar ineens stopte er een wagentje met 2 man, het forensisch team. Raam en deur van auto werd bepoeierd om vingerafdrukken te kunnen maken. Mijn beide handen werd in de zwarte verf gezet met hetzelfde oogmerk. Overal foto’s van gemaakt. En weg waren ze. Ik weer terug naar mijn bankje onder de bloesemboom. Kreeg ik ineens in telefoon in handen gedrukt. Een Engels sprekend iemand aan de lijn. Een leraar Engels, kennis van een van de bureau-agenten. Hij zou proberen zo snel mogelijk te komen om me bij te staan. Rond achten was ie er. Verklaring opgenomen, uitgetypt, geprint en in drievoud door alle partijen ondertekend. Om iets voor negenen stonden we buiten. Onderwijl wat met mijn tolk zitten kletsen. Bij het afscheid bood ie ineens aan, kom mee naar mijn huis. Ik heb nog wat restjes kebab van het weekend en je kan prima voor mijn huis de nacht doorbrengen, een stille straat helemaal aan het randje van de stad. Stom genoeg ben ik z’n naam vergeten. Ik heb alleen zijn nickname omdat hij zich als volger van weblog heeft aangemeld. Vond ie leuk, dan zou ie proberen Nederlands te leren…

In de vorige aflevering heb ik vergeten melding te maken van mijn ochtendbad in Alabanda. Vlakbij waar ik de nacht doorbracht, was een drenkplaats van een schaapskudde. Het water stroomde zomaar uit het niets in een grote stenen bak. Een oude sarcofaag. Je kan je toch geen fraaier bad voorstellen!
Ondanks alle commotie toch nog het een en ander bezocht. Nysa, Notion en Claros.
Het hart van de stad Nysa bestaat uit een kloof tussen twee bergen. Ze hebben dit gegeven op een fantastische manier ingevuld met een theater dat uitkijkt op een lagergelegen stadion. Het theater is in z’n geheel overeind gebleven. Van het stadion is in de loop van de eeuwen voor de helft weggespoeld. Op de foto zie je rechtsonder nog de rijen banken van het stadion, dat zich verder de vallei in uitstrekte. Achter de plek vanwaar de foto is genomen, staat dus het theater. In Turkije doet men veel aan reconstructie. Voor de vaak argeloze toeschouwer een zegen. Wat moet ie met al die omgevallen en in het rond liggende brokken steen. In de wereld van de archeologie is het een hachelijk onderwerp. Vaak blijkt uit later onderzoek dat de werkelijkheid nogal wat geweld is aangedaan. Op grond van alsdan achterhaalde inzichten. Hier werd gewerkt aan de herbouw van de agora.

Claros was een van de vele orakels van Apollo (denk aan Dydima). Het was met een Heilige weg verbonden met de havenstad Notion. De site was nauwelijks begaanbaar, stond bijna helemaal onder water. Het voorjaar is heel veel regen gevallen, vernam ik. Niets kunnen zien van de hecatomben. Hier is namelijk een van de weinig overgebleven ‘honderdstenen’ gevonden. Die lagen tussen de tempel en de offerplaats. Op hoogtijdagen stonden eraan de 100 offerdieren vastgebonden in afwachting van hun naderend lot. Een paar delen van enorme beelden waren overeind gezet. Stond geen toelichting bij (personeel kon ik niet duidelijk maken waar ik het over had…); ik denk dat het de kariatiden van een portaal aan een verdwenen/nog bloot te leggen Artemis tempel zijn geweest. Zoals ook op de Acropolis in Athene, maar dan 2 keer zo groot.

Met wat goeie wil zijn in Notion de hoofdbestanddelen van de stad (theater, agora, bouleuterion, tempels) te ontdekken. Midden in dit niets kwamen 3 Amerikanen uit een gat, dat toegang gaf tot een cistern, een ondergrondse watervoorraadtank. Archeologen die de site aan het inmeten waren. Vergeten dit vast te leggen.

Maandag 1 juni 2015 Çine

Sta in een buitenwijk van Alabanda, vlakbij Çine. Nog net binnen de stadsmuren. Daarachter strekt zich de noordelijke begraafplaats uit. Dit om even de situatie te schetsen als ik er op bezoek zou zijn geweest 2000 jaar geleden. Alabanda schijnt te betekenen: stad met stallen. Die naam deed het vanmorgen, toen ik door het centrum liep, alle eer aan. Ik liep er rond in een wolk van vliegen. Over en in de oude resten is een boeren dorpje gebouwd waar koeien, schapen en noem maar op vrijelijk rond stappen. Over vooruitgang gesproken. Moet je je voorstellen dat onder deze met stront overgoten modderstraten een keurig geplaveide stad ligt? Afgelopen jaren is het theater met ruim 6000 zitplaatsen grotendeels ontdaan van allerhande bebouwing. Dat toornt nu boven alles uit; een vlag op een…

Vanuit Alabanda gelijk maar doorgereden naar Alinda, 20 km verderop. Een ware verrassingstocht. Vanaf de grote weg wordt het grotelijks aangekondigd. Maar hoe dichter je in de buurt komt, des te moeilijker wordt het nog een enige richtingaanwijzing te vinden. Uiteindelijk zijn de straatjes zo smal dat ik de auto maar ergens neer zet en verder te voet ga. De site zelf is net ze wonderlijk. Er staan enorme resten van gebouwen, zonder enige toelichting. Met wat moeite valt een pad te ontdekken. Via de agora klim je hoger en hoger de heuvel op. Om uiteindelijk helemaal boven op de acropolis te geraken (dit keer dus wel!). Intussen kom je een theater tegen. Nog een soort agora. Loop je langs stadsmuren met wachttorens. Die je op gegeven moment ook weer achter je laat en een ware dodenstad doorkruist. Heel veel natuurstenen doodskisten en – wat ik maar noem – grafrotsen, De dag kan helemaal niet meer stuk als er ook nog een fraai stukje aquaduct staat.

Tot zover het meer verheven deel van de week. De rest heb ik aan het strand doorgebracht. Enerzijds omdat ik op zag tegen de terugrit om van het schiereiland af te komen. Maar de echte reden was dat de baai waar ik vlak bij het strand kon staan, ontzettend fraai was En het water zo helder als glas. Bijna dagelijks stak ik over naar een eilandje, zo’n 100 meter uit de kust, via een doorwaadbare verbinding. Het enige minpuntje was het weer. Wolken, regen, storm en dan weer prachtige blauwe luchten wisselden elkaar in hoog tempo af. Dan was het op mıjn eilandje af en toe wel eens even frisjes. Want veel meer dan een plastic doos met daarin de e-reader, bril en wat snoep kon je niet droog over krijgen.

Maandag 25 mei 2015 Datça

Bijna had de draak me verslonden. Halverwege z’n bek vond ik het wel welletjes. Wat een gesleur om het schiereiland Tekir/Datça op te komen. Dan weer kilometers heuvelop om vervolgens weer helemaal te moeten afdalen tot zeeniveau. En niet zo’n flauwe hellinkjes. Alleen maar bordjes met 10%. Gelukkig werden al deze inspanningen beloond! Op aanwijzing van een paar Turkse vakantiegangers sta ik nu aan een prachtige baai, eiland voor de deur en heerlijk helder zeewater. Tamelijk uniek, want al dit soort plekken zijn ingepikt door resorts, sitesi’s (ommuurde enclaves met vakantiehuisjes; ik kan het woord niet meer zien), pretparken en noem maar op. Voor de vrije jongen is er bijna nergens meer plaats…
Ik heb nog steeds geen besluit genomen over wat ik ga doen. Door het schiereiland op te rijden kan ik de beslissing even voor me uit schuiven. Het was niet eens een bewuste keuze. Ik wilde in Akyaka gaan kijken of kitesurfen iets voor mij was. Na een uurtje had ik het wel bekeken. Niets voor mij. Afgezien van een paar cracks, zag ik alleen maar mensen koppie onder gaan. Voorover, achterover. Plank kwijt. Vlieger in het water. De meesten lukten het niet eens op het plankje te klimmen en tegelijk de vlieger in de lucht te houden.
Omdat het er ook nog ontzettend waaide, dacht ik, ik rij even een stukje door. Toen was er geen weg meer terug. Achter elke te nemen hobbel verwacht/hoop je het beloofde land aan te treffen. Daar ben ik dan ook. Jammer dat ik dezelfde weg weer terug moet.
Van de week Pinara, Tlos, Fethiye (Telmessos) en van de weeromstuit Knidos bezocht.

De meeste indruk heeft Pinara op me gemaakt. Een stad midden in de bergen. De bewoning startte op het hoogste punt, welke later de acropolis werd van een stad die zich verder ontwikkelde op lager gelegen hellingen. Als je de foto inzoomt, zie je dat de rotswand vol met gaten zit. Een ware duiventil aan graven. Waarschijnlijk stammend uit Homerische tijden. Hij noemt de stad ook als onderdeel van de alliantie tegen Troje. De acropolis heb ik niet beklommen; begin ook een dagje ouder te worden. De benedenstad bekijken vergde al genoeg geklauter.  Zeker om bij allerlei andere rostgraven uit later perioden te kunnen komen.

In Tlos heb ik enorme toeren uitgehaald om in een graf een afbeelding van het vliegende paard Pegasus te vinden. Helaas pindakaas. Ben als een aap een steile wand afgedaald. Kwam geen eind aan. Allemaal voor niks. Had halverwege een afslag naar omhoog gemist. Moet het dus stellen met wat mooie plaatjes die ik bij zonsondergang heb kunnen schieten.
Onder Fethiye ligt het antieke Telmessos verborgen. Op de spaarzame resten van een theater wordt een hele nieuwe versie gebouwd. Ging er naar toe vanwege het museum. Maar dat was niet veel. Twee zaaltjes, vol met scholieren die er tekenles kregen. Toch een paar nachten gebleven; ik was door mijn voorraad warme happen heen. Stond geparkeerd vlakbij een boom waar mensen vruchtjes uit plukten. Ik weet niet waarom, maar de associatie met een de weinige dichtregels die ik kan reproduceren, bleef maar door mijn hoofd spelen. Het zijn een paar beginregels van een gedicht van Nicolaas Beets: ‘De moerbeitoppen ruischten, God ging voorbij, nee niet voorbij, Hij toefde’. Op internet heb ik het nagezocht. Het was dus echt een moerbeiboom. Met kleine, wittige besjes. Best lekker, een beetje zoetig.

Helemaal op uiterste puntje van dat vermaledijde schiereiland ligt Knidos. Heb de caravan achtergelaten aan het baaitje en ben er met de auto naar toe gereden. Dat scheelde een hoop geëtter. De oude havens van weleer liggen er nog bijna helemaal intakt bij. Hier vernam ik het trieste nieuws, dat de oudste zoon van mijn zus ernstig ziek is. Was even wat drinken in het café op de site en keek bij toeval op mijn telefoon omdat er wifi aanwezig was. Van de week wordt hij helemaal door de molen gehaald. Ik hoop dat het allemaal mee zal vallen.

Maandag 18 mei 2015 Kinik

Sinterklaas schiet er bij in dit keer. Het is me net effe te ver om helemaal door te rijden naar Myra (vlakbij Demre). Ik houd het maar bij Patara, zijn geboorteplaats. Dat betekent dat ik op de terugweg ben. Maar nog lang niet thuis. Ik zit nog te dubben over de manier waarop. Blijf ik de kust volgen of maak een uitstapje naar het binnenland, naar Pammukale? Op een dag als vandaag denk ik: in de buurt van het water blijven. In de zon is het nu al 40º. Patara strandpaviljoenHet is dan ook weldaad om lekker in de schaduw, in de caravan dit verhaaltje te mogen schrijven. Een doorsnee dag volgens Turken; dit is nog maar het begin.
Bijna de hele week vlakbij het mooiste (volgens de Lonely planet) strand van Turkije gebivakkeerd. Een 18 km lang zandstrand, waarin in het midden de rivier de Xanthos uitmondt. Aan beide kanten heb mijn geluk beproefd. Kwam zo uit omdat ik de ene keer in Patara moest zijn en de volgende keer Latoon en Pydnai wilde bekijken. Hemelsbreed nog geen 500 van elkaar, maar een wereld van verschil. Aan de Patara kant kon je ‘s-avonds met ramen open zitten. Bij Latoon kon je dat maar beter laten. Zelfs met de horren dicht werd je opgegeten door piepkleine muggetjes. Dat was me al een keer eerder overkomen. Toen werd ik er letterlijk door overvallen. Dat was in de lagune bij Milete. Ben toen 3 kwartier bezig geweest al die rotbeesten uit te moorden. Met de ramen dicht, in de bloedhitte. Om nog even terug te komen op dat strand: het is misschien wel het mooiste met heuse duinen maar niet het schoonste. Geen azuur blauw water, eerder een modderbad net als bij ons aan zee. Voor Turken niet echt een probleem. Die vertonen zich niet aan de waterkant, die blijven lekker in de duinen in de bosjes zitten, op hun vlondertje.

Mijn weekprogramma bestond uit Kaunos, Patara, Xanthos, Pydnai en Letoon.
Van Dalyan/Kaunos had ik hoge verwachtingen. Die werden niet echt waar gemaakt. Een paar graven hoog in een bergwand. In de buurt ervan kon (mocht?) je niet komen. Wat al die toeristen doen op al die honderden paviljoenbootjes? Het is me ontgaan. Op de nabij gelegen antieke stad waren ze in ieder geval niet te vinden. Om er te kunnen komen, heb ik me laten overzetten in een roeibootje. Kaunos was een havenstad. Een meertje herinnert er aan. De zee ligt door aanslibbing kilometers verderop. Ik neem aan dat de waterhuishouding in vroeger dagen beter op orde was. Nu stond de agora blank.
Herodotus heeft alle plaatsen die ik aandoe, bezocht voor zijn onderzoek  naar de oorsprong van de 10 jaar lange oorlogen tussen de Grieken en de Perzen. Deze speelden zich af rond zijn geboorte in 485 BC. Hij hanteert een heel aparte verhaalstijl. Hij wekt de indruk geen eigen mening te verkondigen. Hij heeft het altijd van horen zeggen.

Over Patara weet ie te melden dat er een 8 verdiepingen hoge tempel heeft gestaan. Met een trap buitenom en bovenin een kamer met een bed en gouden tafel. Hier mochten alleen de aller maagdelijkste maagden van de stad de nacht doorbrengen. Om bezocht te kunnen worden door de goden… De volgende dag mochten ze dan de toekomst voorspellen op grond van hun belevenissen cq. dromen. Zijn enige toevoeging is dat ie dergelijke verhalen ook elders heeft mogen optekenen, bv. in Egypte en Sumerië. Een cultuurrelativist avant la lettre.
Patara is nu een klein dorpje, één groot hotel-pension-restaurant. Om aan dat lange strand te kunnen komen, moet je dwars door de opgegraven stad. Vandaar waarschijnlijk de voor Turkse begrippen lage entreeprijs, anderhalve euro. Voor langverblijvers is er een strippenkaart te koop. Als rechtgeaarde Nederlander ben ik natuurlijk niet langs die weg op het strand beland. Ik koos voor een wat verderaf gelegen, soort van een kiezelweg. Heel huids en zonder echt vast te komen zitten. Maar het was af en toe kantje boord. Patara was een van 23 stadstaten die met elkaar een federatie vormden en waaraan naar draagkracht werd bijgedragen. Ze speelde daarbinnen een administratieve rol, een soort Brussel van Europa. Ter herinnering hieraan heeft het Turkse parlement kosten nog moeite gespaard de oude vergaderzaal, het bouleuterion, te doen herrijzen. Om compleet beeld te krijgen, dien je je voor te stellen dat de theaterzaal een besloten ruimte was en overdekt met een pannendak. Het heeft niet mogen baten; ik geloof dat de zee van Marmora alleen maar breder wordt.
Naast het bouleuterion staat een groot openlucht theater. In de Romeinse tijd kwam in de plaats van de Griekse tragedie een ietwat ander vermaak in zwang. Dit vereiste enige bescherming van het publiek. Vandaar de extra lagen stenen boven op de eerste rij banken. De afbeelding op de steen uiterst links maakt duidelijk waarom.

Meerdere aquaducten brachten uit de omliggende bergen water naar de stad. Een is nog goed te volgen. Het maakt onderdeel uit van een lange afstands pad; kilometers lang loop je door de aangelegde, deels uitgehakte goot. Gebruikelijk is dat een aquaduct een heel geleidelijk afschot heeft. Dit voorkoming dat het water een te hoge snelheid kreeg en onhanteerbaar werd. Hier heeft men dat toch aangedurfd en op steile stukken een persleiding aangelegd. Om de haveningang te kunnen vinden, stond op het hoofd een vuurtoren. Voor mij was het ook even zoeken, maar de moeite waard.
Vernoemd naar de rivier of andersom ligt wat meer in het binnenland Xanthos. Veel van hetzelfde laken en pak. Een theater, een agora en een heilige weg. Mooi, maar echt interessant was een grote necropool, begraafplaats, net buiten de stadsmuren.

Merendeels rotsgraven. De pilaartombes met een sarcofaag boven op een al dan niet lage of hoge sokkel waren weer wat nieuws.
Letoon is vernoemd naar Leto, een oer-moerder-godin. Een van de vele bijslapen van Zeus. Hera had het er maar moeilijk mee. Hier zag je heel goed hoe de Grieken optimaal gebruik wisten te maken van natuurlijke omstandigheden. Bijna het hele theater is één bewerkte rotsmassa. Alleen de zijvleugels bestaan uit losse, op elkaar gestapelde steenblokken.

Pydnai was geen stad maar puur een fort ter bescherming van Letoon en Xanthos vanuit zee.
Ik blijk niet alleen op de wereld te zijn; kwam nog een roze zusje van me tegen…