Maandag 23 april
Marokko bestaat uit boven en onder het Atlas-gebergte. Twee totaal verschillende werelden. Zeker qua klimaat.
‘s-Avonds weer de kachel aan en regen. Ben vanuit het zuiden naar Marrakech gereden. Weinig oog kunnen hebben voor heuvels en dalen. Wat een rampenweg. Men is bezig het oneindig aantal haarspeldbochten te verminderen en de smalle weg 3-baans te maken. Armen mensen die er langs wonen. Moeten nog heel wat jaren stof (wat er toch al rijkelijk aanwezig is) happen. Onderweg de Atlas filmstudio’s bezocht. Half Egypte staat er nagebouwd in bordkarton (http://www.studiosatlas.com/locationdedecors.html#anchor-visite360).
Een beruchte scene uit de film Gladiator waarin de hoofdpersoon voor z’n leven moet vechten in het rondtrekkend circus, is niet daar opgenomen maar in de wadi El Maleh met op de achtergrond de kasbah (geen ksar meer) Ait Ben Haddou. Mooi plaatje van bovenaf kunnen schieten. Geeft een goede indruk hoe zo’n dorpje in elkaar steekt. Zeg maar een ommuurde verzameling familiehuizen, die er elk weer uitzien als een kleine vesting.
Dinsdag 24 april
Uitvaart live gevolgd op internet. Er waren heel veel mensen aanwezig. De verslagenheid van direct betrokkenen was groot. Nog zo veel plannen, verwachtingen. Niets meer van over.
Woensdag 25 april
Ik heb wat met steden. Vier uur rondgefietst. Compleet verzopen weer in m’n hol gekropen. Hele binnenstad stond blank. Een ware koopgoot. Ben nog niet thuis of het klaart op. Tot overmaat van ramp ook nog bijna alles, wat ik graag had willen zien, vanwege onderhoudswerkzaamheden gesloten.
‘s-Avonds genoten van de heksenketel op het Djemaâ El Fna-plein. Overdag gebeurt er ook van alles. Maar tegen etenstijd worden alle eettentjes weer opgebouwd. En verzamelen zich de acrobaten, kermisklanten, slangenbezweerders, handlezers en muzikanten in alle maten en soorten. De paar jongens op de foto zitten de vellen van hun trommeltjes op te warmen (worden ze zeker wat strakker van).
Straks roffelen ze de sterren van de hemel als het publiek wat Dirhams willen schudden. Leuk gezicht in een carré zijn 4 banken neergezet. Op een daarvan zit de ritmesectie (trommels, kleppers, soort grote tamboerijnen), op de andere het betalende publiek. In midden staat de man die de melodie speelt op fluit of banjo. Verschillende groepen pal naast elkaar. Allemaal geen probleem.
Donderdag 26 april
Marrakech in de herkansing. Zonnetje doet wonderen. Maakt de warboel aan steegjes, sloppen en andersoortige onduidelijke straten er niet minder op. Zowaar iemand de weg gevraagd die eigener beweging zei dat ie geen fooitje verwachtte.
De koningsgraven van de dynastie Saädiers zijn pas een eeuw geleden herontdekt. Hun opvolgers, de Alouieten (Hassan V stamt van hen af), hadden rond 1700 de hele omgeving laten dichtmetselen en daardoor waren ze in de vergetelheid geraakt. De talloze moskeeën zijn helaas voor o.a. christenhonden en atheïsten verboden terrein, waar heel strikt de hand aan wordt gehouden. Telkenmale loop je tegen de verbondenheid met Andalusië aan. Of het nu wijken zijn waar naartoe geloofsgenoten na 1492 een veilig heenkomen hebben gezocht. Hetzelfde geldt voor de met he
n mee weggevluchte Joden, die evenmin welkom waren in het door de reconquista heroverde Spanje.
Zaterdag 28 april
Het noodlot heeft toegeslagen. Panne! Het lager van een van wielen van de caravan heeft het begeven. Wiel bijna losgeraakt, is gelukkig blijven zitten in de klauw van de schijfrem. Anders was het leed niet te overzien geweest.
Nu is de schade ook niet mis maar nog repareerbaar. Maandag moet blijken of in de buurt nieuwe onderdelen te verkrijgen zijn. Alle lof voor de ANWB. Eén telefoontje en 2 uur later stond een oplegger klaar om me van de weg te halen en naar een garage te brengen. En wat voor garage. Een donker zwart hol waar net zulke met olie bevuilde mannen rondwaren. Ben benieuwd. Dit alles speelde zich af vlakbij Mirleft. Had de zeekant opgezocht.
Zondag 29 april
Eigenlijk was ik weer op weg naar het binnenland, naar Tafraoute. Van de zee niet veel kunnen zien. De hele kust was in nevelen gehuld. Daar kwam vandaag plotsklaps een eind aan. Volop zon maar met een koude noorden wind. Echt geen strandweer. Daarom een tochtje met de auto gemaakt, naar een paar rotsbogen in zee.
Ze zeggen dat de ribbels de auto minder martelen je snelheid maakt. Ik weet niet hoe ik het voor elkaar krijg, maar ook hier sta ik weer in m’n piere eentje. Het hotel biedt alle comfort en heeft 2 prachtige zwembaden. Voor in de namiddag hè. Ik heb het nog nergens zo druk meegemaakt. Het is een aan en af rijden van 4×4-auto’s die een betaald ritje door de duinen maken. Achter me staan de kamelen klaar voor vertrek. Op de heenweg leefden zich jongvolwassenen uit in wedstrijdverband met pisterijden op motoren en buggy’s. Net wat onvermijdelijke fotootjes gemaakt bij ondergaande zon. Kwam er achter dat het eigenlijk niet meer dan een smal rijtje zandduinen is. Erachter begint gewoon weer de eindeloze steenslag vlakte. Nou ja, het kan niet overal Haamstede zijn…
Het
Het hazenpad gekozen. Het was niet te doen. Blijkbaar midden in het hogedrukgebied, bladstil. Zelfs de kamelen lagen d’r voor pampus op hun zij bij. Dan kan een dag lang duren. Want wat moet je hier verder? De hele dag bij het zwembad zitten? Ik heb nog zo’n uitstapje gepland staan. Ga dat maar overslaan, denk ik. Weet ik wel zeker.
Bij Fezna gezocht naar het museum dat meer zou vertellen over het watervoorzieningssysteem middels qanaten. Niet gevonden. Wel een van de commerciële tentjes bezocht en een stukje gewandeld in het ondergronds kanaal waar vroeger water door stroomde. Allemaal door mensenhanden gemaakt, zeker 1000 jaar geleden al!
Ik bezocht de oude moskee Ikelane die langzaam maar zeker zijn oude vorm weer krijgt. Het is de vraag of Allah het behaagt. Recentelijk was er de bliksem ingeslagen. (Lees:
Tegen de avond ging de wind liggen. Vanmorgen was het meer zich van geen kwaad bewust.
De straatjes in de medina zien er hier net weer wat anders uit. De koranschool Medersa Bou-Anania zit ergens in de souk verstopt, toegankelijk via een nietig poortje. Geen echte bezienswaardigheid was de graanschuur uit dezelfde vervlogen tijden. Wel indrukwekkend. Even overwogen een nachtje over te blijven. Toch maar verder gegaan, op weg naar wat warmte. In het donker bereikte ik Azrou aan de voet van het Atlasgebergte. 
Wakker geworden in de sneeuw! Bleef zo de hele over/doorsteek van het Atlasgebergte. En warempel aan de andere kant scheen de zon.
Om even later van bovenaf vanaf de hoogvlakte de groene slang in de diepte te zien liggen. De totaalindruk van het landschap roept alleen maar associaties op met de maan. Eén beige wildernis. Al sinds mensenheugenis is leven alleen mogelijk nabij de rivier. Daar liggen dan ook al die langzaam aan wegsmeltende kasbah’s (versterkte dorpen) en ksour (vestingen/paleizen).
Een tweetal met in het centrum een voormalig paleis, worden in oude glorie teruggebracht. Naar ik inschat een zeer moeizaam proces. Immers d’r wonen allemaal mensen in die zich stukken hebben toegeëigend als onderkomen.
Wel heel erg eenzaam op een totaal verlaten parkeerplaats voor zeker 1000 auto’s. Toch maar een camping opzoeken? Laat ik het een avondje aanzien. De volgende dag kreeg ik gezelschap van 2 Fransen, dus…
an gemiddeld 40 km/uur gaat het niet. Aangeland op de eerste camping. Een grote modderpoel, bijna in de wolken. Het is buiten guur en het heeft veel geregend. Leuk stadje Chefchaouèn. Zelfs hier colonnes Chinezen. De camping staat vol met reislustige Italianen, ook gezellig met elkaar onderweg. Ik ben benieuwd wanneer ik de NL-ers tegenkom; ik rij ongeveer hun route maar dan in omgekeerde richting.
Mooie opgraving maar slechte toelichtingen ter plekke. Stad leefde van de olijfolie. Heel lucratief want dat spulletje gebruikten zo overal voor, van je wassen tot koken en verlichting. Het deel van de binnenstad met enorm luxe woningen is bloot gelegd. Feitelijk een soort herenboerderijen. In allemaal zijn olijfpersen aanwezig. Hopelijk geeft het fotootje een indruk van zo’n pers. Helemaal rechts de 4 gaten waarop een houten juk stond dat een lange arm vasthield.
Deze werd naar beneden aangetrokken door de een ronde steen links, als tegenwicht. Op de vierkante vloer in het midden werden de olijven gelegd. Via de goten er om heen stroomde de olie naar het verzamelbasin daarachter.
Nadat de stoet met kruis en al bergop was getogen, hield iedereen het wel voor gezien. De afdaling met en tableau de kruisafname van de here Jezus ging op in een feestgedruis. Een soort misplaatst carnaval. Het duurde ook wel heel lang en een gure wind blies door de hoofdstraat. Moeders haalden hun met puntmuts verklede kinderen uit de rij, mee naar huis. Heb het ingetogener meegemaakt in Toledo en Trapani/Sicilië. 
Leefde van de visvangst en -verwerking tot een smerige sausje (garum) waar de Romeinen verzot op waren. Daags daarop een verfrissende duik in de Atlantic genomen. Het was de eerste stralende dag zonder windkracht storm. 
Eigenlijk had ik al eerder de terugreis willen aanvaarden. Het thuisfront waarschuwde me echter voor grote files in dit weekend van van vakantie terugkerende Fransen. Hoorde dat de aanschuiftijd voor Bordeaux 5 uur bedroeg. Vandaar nog maar wat leuke bestemmingen uit mijn onuitputtelijk lijst geplukt (zie tabs onder kop weblog). Zo kwam ik in de Rioja terecht. Wondermooie, lieflijke streek, heuvelachtig ingeklemd tussen 2 bergketens. Een grote wijngaard. De dagen die ik er doorbracht, was het weer eens moordend heet (37/38
Standplaats was San Vicente de la Sonsierra. Een oud vestingstadje. Nu helemaal gericht op zich indrinkende toeristen. Die er overigens nauwelijks waren. Ik stond ergens beneden op een grasveldje bij de Ebro. Vlakbij een waterstation waar boeren met tankwagentjes langs kwamen. Een boete van 

Ik kan het niet laten een paar plaatjes bij te voegen. Op een ervan is goed te zien dat er stevig geknutseld wordt aan die dingen. De opstaande stenen hebben de neiging om te vallen door druk van buitenaf.
Van La Hoya laat ik een paar grafstenen zien. Een gebruik dat dus al teruggaat eeuwen voor Christus.
onderdelen als bad-/woonhuis en markt.
Te weten: de stuwdam van een stuwmeer, waterberging en een zgn. waterkasteel waar het water verdeeld werd naar belangrijkste afnemers w.o. het badhuis.En niet te vergeten het zebrapad.
Daar waar de Rio Miño -op de grens van Spanje en Portugal- zich met de Atlantische oceaan verenigt. Pal aan de kust was het ook hier een drukte van je welste. Maar nog geen 500 meter meer stroomopwaarts van de rivier dezelfde stranden en met minder wind op de koop toe. En bijna geen kip te bekennen. Moeilijk te vatten. Onthou overigens de naam van de rivier; ze bleek nog meer verrassingen in petto te hebben. Ik kwam een beetje onbedoeld hier terecht. Dat lag niet aan het mooie castro Santa Trega. Het weer sloeg om en dan kan je beter aan de kust zitten dan in het binnenland, bedacht ik me. Een beetje voortbordurend op mijn ervaringen in Haamstede. Waarom zou dat hier ook niet zo zijn? Bleek aardig te kloppen. De dagen begonnen telkens bewolkt en mistig. Maar tegen de middag klaarde het op en werd het heerlijk weer. Prima om me ‘s-ochtends aan mijn verslaving te kunnen overgeven, het invullen van KAKURO-puzzels. Een soort Sudoku, maar dan wat uitgebreider. Mijn niveau is bruine band, gemiddeld dus zoals de meeste van mijn kundes en kwaliteiten.
Bij de eerste de beste tussenstop viel ik al met m’n neus in de boter. Had een overnachtingsplekje op het oog aan de eerder genoemde Miño. Dat bleek niet meer en minder dan een soort thermen te wezen, met zwavelhoudend water in kleine bassins. Echt gezond en zo goed voor de huid. 
Zelfs midden in de stad was er een, op de plek van een Romeins badhuis. Die kenden dit fenomeen dus ook al. Daar stond overigens wel wat tegenover. Het archeologisch museum in Ourense had er aan moeten geloven vanwege bezuinigingen.
Inmiddels aangeland in Las Médulas. Nu een natuurpark. Maar het was de grootste goudmijn
De op te blazen stuk berg werd vervolgens als een gatenkaas doorboord met een gangenstelsel. Hierin werd dat verzamelde water uitgestort. Met gevolg dat de rotswand het begaf en weg brak. 
Moet nog even wat rechtzetten. Eerder meldde ik dat zo’n castro door maar iets van 50 personen zou zijn bewoond. Dat klopt niet. Het zet net iets anders. Binnen een castro bevonden zich vaak tientallen ommuurde percelen waar een extended family in meerdere huizen met opstallen woonde.
De omvang daarvan was voornoemd aantal. In totaal ging het dus om veelvouden daarvan. Het is maar dat je het weet… Geen fabeltjes de wereld in helpen.
Voorts mag ik jullie niet een plaatje onthouden met het tot nu toe meest echte hunebed. Het ligt er bij alsof het net is uit gegraven uit een grafheuvel.
Een heel macabere oord bezocht: Panóias. Een Romeins heiligdom uit de nadagen van het empire, onder speciale bescherming van de Senaat in Rome. Het bestaat uit een een drietal enorme rotsblokken waarin keurige rechthoekige en ronde kisten zijn uitgehakt, mensgroot en heel klein. In het heiligdom werd Serapis vereerd. Een van oorsprong in Epypti
wol.
Bv. met Sepultura antropomórfica of Via romana. Helaas bedacht ik me dat na meer dan een half uur stevig doorstappen. Mamoa’s zijn grafheuvels. Daar kan een hunebed in zitten. Alleen je ziet er niets van. Castro Sabroso en Pópulo aan gedaan. Van de eerste werd nergens kond gedaan, van haar bestaan.
Was desalniettemin de interessantste van de 2. Een castro is een versterkt dorp, boven op een heuvel. Men neemt aan dat er maar een familie met nauwe verwanten, een persoon of 40/50, woonde. Dat maakt het des te opmerkelijker wat ze in een paar generaties opbouwden. Enorme ommuringen met daarin minuscule huisjes, meestal rond en in doorsnee 3 à 4 meter. Toen een eeuw voor Christus de Romeinen (wo. Julius Caesar) begonnen aan de verovering van Spanje/Portugal zijn de dorpen pas echt vestingen geworden.
Castro Pópulo is daarna nog eens omgetoverd tot een heiligdom geworden, gewijd aan de evangelist Marcus. Ik krijg de indruk dat Onze Lieve Vrouwe van de barmhartige dood (Boa morte) hem aan het voorbij steken is.
Allebei schaafwonden. De scharnieren van mijn wat ontzette luiken in de zijkant van de auto zijn met een paar forse tikken met de hamer weer in het gareel gebracht. Ben benieuwd wie de verzekeraars gaan aanwijzen als schuldige. Was het oosten van Portugal tegen de grens aan met Spanje ontvlucht. Overdag ver over de 40
Twee excursies gedaan in Vale do Côa, 