Het is vandaag Pasen. Al eerder geprobeerd in de juiste stemming te geraken. Op Goede vrijdag naarstig gezocht naar een of andere processie. Niets te beleven. Vandaag wel raak. Mijn aandacht werd getrokken door het geknal van vuurwerk. Er op afgegaan. Was het begin van een processie door het dorp.
Liepen heel wat mensen mee. Waarvan overigens maar weinigen aan het eind de kerk binnen gingen. Sta in Cabras pal aan een soort meer, lagune die in verbinding staat met zee. De sirocco waait stevig en voert heerlijk warme lucht aan uit de Sahara. De caravan wordt nog steeds flink door elkaar geschud terwijl ik dit zit te schrijven. Gisteren geprobeerd de resten van de stad Tharros te bezichtigen. Niet te doen vanwege de enorme stofwolken. Geadviseerd werd over een paar dagen terug te komen.
Sardinië is bezaaid met torenachtige bouwsels, de nuraghes. Het staat me bij dat ik ergens gelezen heb dat er meer dan 6000, verspreid over hele eiland in kaart zijn gebracht. Verbazingwekkend eigenlijk dat zo veel ervan de tand des tijds hebben doorstaan. De eerste exemplaren -één simpel torentje met wat hutjes erom heen- stammen uit zo’n 1700 jaar voor Christus (BC). Hier de vroege bronstijd. Meestal is in de buurt een soort begraafplaats met van die tomba di giganti. Je krijgt het beeld van redelijk dicht bij elkaar wonende families of clans, die generatieslang werken aan hun vesting. Gemeenschappelijk hebben ze dezelfde cultuur en hun heiligdommen. Toch moet het een ruige tijd geweest zijn. Want wat zou anders de noodzaak zijn geweest om je zo te fortificeren? Vanaf 900 BC begint deze specifieke beschaving uit te doven door binnendringende kolonisten. Eerst Phoeniciërs uit Syrië, later Cartago en Romeinen.
De op het kaartje (bovenin bij header blog) met spelden aangegeven lokaties zijn dus maar een fraktie van wat er nog meer te zien is. Bij de voorbereiding baseerde ik me op verschillende internet-bronnen met beeldmateriaal. Gelukkig kon ik van de week gratis en voor niets redelijk gedetailleerde landkaarten bemachtigen. Dat opende ineens een veel grotere wereld aan ‘meer van hetzelfde’.
Rond Torralba kon ik zodoende op ontdekkingsreis. Een voorbeeld hiervan is de nuraghe Oes die ik anders mooi ‘gemist’ had. Vond al rondrijdende een nieuwe overnachtingsplek met om me heen alleen het zacht geklingel van honderden schapenbelletjes en bij wakker worden de ochtendmist.
Voor de afwisseling even tijd genomen voor mijn eigen politieke geschiedenis. In Ghilarza bracht ik een bezoek aan het huis waar de theoreticus-politicus uit het interbellum, Antonio Gramsci zijn jeugd doorbracht. Hij is weer in de mode; wonderlijk genoeg niet zozeer bij links maar in ultra-rechtse kringen. Dat kan je allemaal overkomen als opposant tegen Mussolini.
Jarenlang heeft hij onder dat bewind in de bak gezeten. Hij is niet oud geworden. Kampte met grote gezondheidsklachten vanwege TBC.
Een heel nieuw hoofdstuk in de grafcultuur van de oude Sardijnen was te zien in het museum van Cabras. Een dorp van 3 maal niks maar toch redelijk bekend vanwege een berg vlakbij, de Monte Prama. Daar werden in de jaren 70 van de vorige eeuw resten aangetroffen van graven in de grond. Een boer ploegde een nieuw stuk terrein om en haalde allerhande puin boven. Na een verkennende opgraving kon men van al die lossen stukken een paar beelden beelden reconstrueren. Iets unieks. Ondanks dat ze de hele wereld zijn over gegaan, verdween de opgravingslokatie uit te boeken. Tot een paar jaar geleden. Er blijkt een veel groter grafveld te liggen dan men aanvankelijk aannam. Het einde ervan is nog niet in zicht.
Wat de beelden voorstellen is inmiddels wel duidelijk, nl. krijgers. Ze zijn aangetroffen bij een hele rij putgraven (rond gat in de grond waarin de overledene zittend met opgevouwen knieën zat en was afgedekt, eerste met losse stenen en later platen rots). Degenen die er begraven zijn, zijn allemaal man en jong gestorven. Een relatie ertussen ligt voor de hand. Maar hoe precies zal nog veel meer graafwerk vergen. De beelden zijn gedateerd rond 900 BC. Ze zijn duidelijk beïnvloed door het Midden-Oosten (denk aan Syrië en Mesopotamië).
De sirocco is al schrijvende aangetrokken tot een regelrechte storm. Mijn voornemen om een leuk plekje aan strand te zoeken, houd ik nog maar even aan.
Ziet dat er meer dan 100 op aangegeven staan. “Je gaat die toch niet allemaal proberen te vinden?” En spreekt te onvergetelijke woorden uit “Joh, als je er een gezien hebt, heb je ze allemaal gezien”. Nou dat komt aan hoor…
Niet onvermeld mag blijven een nieuwe uitputtingsslag. Twee keer zo erg als de vorige. Opnieuw overleefd. Met als trofee dit -naar men zegt- tempeltje. Heel wat anders dan de nu toe ene echt lekkere dag bij de golf van Conte. Kon het niet laten pootje te baden. Wilde toch even de temperatuur van het water aan den lijve voelen. Gleed ik pardoes onderuit, bijna kopje onder. Viel nog best mee ook. Scheelde weer een ingewikkeld wasbeurt in mijn doucheje van 60 bij 60 cm wel te verstaan.
Zijn gedachtegoed mag de laatste tijd zowel bij links als rechts een soort revival meemaken.
Tout Tanger streek voor me neer in het gras langs de havenkant om de zon te zien ondergaan. Uit vrachtwagens werden tegen een luttele vergoeding tafels en stoelen getoverd. Geen catering; consumpties zelf mee te brengen. Tassenvol en tussen de geparkeerde auto’s lekker barbecueën. Best gezellig allemaal. Daarna was het de beurt voor de gemotoriseerde jeugd. Binnen de kortste keren was ik helemaal ingebouwd. Kon ook niet meer vluchten. Dat duurde en duurde tot half 3 ‘s-morgens. Ineens was iedereen vertrokken. Alsof ze het voelde aankomen. Om 3 uur startte de muezzin met het ochtendgebed. Drie kwartier tetterde hij maar door, luid versterkt door speakers en een zaal vol gelovigen die hem regelmatig bijvielen. Hier hebben ze geen Mosquito’s nodig… Toch nog wat geslapen uiteindelijk. Volgende morgen als eerste naar een betere overnachtingsplek gezocht, niet te vinden. Vervolgens snel even de medina ingelopen naar het archeologisch museum. Op de terugweg links en rechts inkopen gedaan. Je kan toch immers niet met lege handen uit zo’n exotisch oord thuis komen. En al die jarigen van de afgelopen maanden. Ik geloof dat ik aardig geslaagd ben. Dan ineens heb je niks meer te doen en sta je om 2 uur voor keuze iets nieuws te bedenken of gewoon eens bij de veerboot gaan kijken. Met gevolg dat ik 2 uur later op de kade van Tarifa/Spanje stond, 4 uur Marokkaanse tijd, 6 uur Europees. Gelijk alles weer vertrouwd. De stoffige maar gratis parkeerplaats vlak bij het strand opgezocht, plek zat en weldadig rustig.
Op de heenweg ben ik op zoek geweest naar vaders stoel (Silla del papa), een zgn. oppidum boven op een berg. Toen na een klim van 3 km de verkeerde kant uit gestuurd, had ik niet meer de puf om nog zo’n traject af te leggen. Dit keer me veel moeite bespaard door de auto te pakken en door te rijden tot het niet verder kon. Op een gegeven moment bij een hek aangekomen.
Het was dicht maar niet op slot. Erachter 2 enorme koebeesten met van die vervaarlijke meters lange hoorns. Er stiekem langs geslopen, ze keurden me geen blik waardig. Daarachter strekte zich honderden meters diep een keteldal uit met boven op de rotsen aan de zijkant resten van verdedigingsmuren. In het dal hebben zo 6 eeuwen BC mensen gewoond, vml. was het Phoenicische kolonie. Een tussenstation op hun reis naar Engeland? Zou zo maar kunnen.
Ik ga hier nooit meer weg. God wat heerlijk. Totale ledigheid. De enige activiteit 50 meter lopen naar het strand en weer terug. Parasolletje mee om uit de wind te liggen. Half uurtje buik, half uurtje rug. Tussendoor even de zee in ter verkoeling en zo verder. Met frisse tegenzin vertrokken naar Sevilla. Daar in de buurt liggen ook nog een paar onvervulde wensen. Tja, was bang meer dan een gezond kleurtje te krijgen. Ik moet straks in NL toch nog over straat kunnen.
Maar 1 van de 4 gigantische dolmen is voor publiek toegankelijk. Jammer. Het zijn meters hoge heuvels, in doorsnee wel 75 m. Via een lange gang bereik je in het midden de grafkamer. In de dolmen van Montelirio zijn 14 geraamtes aangetroffen, vnl vrouwen, met bijgiften als sieraden en potten/pannen.
De indruk bestaat dat de wanden maar ook de botten beschilderd zijn geweest. Ze zijn zo’n 4000 jaar oud. In de eerste eeuwen zijn ze vaak hergebruikt als graftombe.
Later kreeg ik pas in de gaten waarom ze daar al zaten. Om een uur of 5 begon men het hele strand vol te zetten met tafeltjes en stoelen. Twee en half uur later na zonsondergang schoof iedereen daar aan. Einde dagje ramadan. Maar goed dat ze zich stevig hadden aangekleed. Het was er een frisse bedoening, met een straffe noordenwind. Vervolgens brak de hel los. De pal naast de camping gelegen kermis opende haar deuren. Duurde tot 3 uur in de vroege ochtend.
Bij Larache ligt de romeinse stad Lixus, veilig boven op een heuvel, vlak bij zee met een grote natuurlijke haven. Google Earth laat prima zien wat er is opgegraven. Ter oriëntatie: dat ronde is een amfitheater. Daar boven grote villa’s. Links ervan een paleis. Links onder aan de weg een visfabriek à la Baelo Claudia.
Opmerkelijkste vondst was een Phoenicische tempel, ook rond als het amfitheater maar dan zonder zitplaatsen erom heen. Met wat goeie wil te ontwaren boven het paleis. De stad strekte zich verder naar het oosten over de heuvels uit.
In Mzoura ligt een enorme grafheuvel (steen-/bronstijd?). Het schijnt de enige van dit formaat in Marokko te zijn. Lijkt me stug. Het verhaal gaat dat de zoon van Neptunus er begraven ligt. Blijkbaar heel naarstig naar gezocht want het middendeel van de heuvel is helemaal verdwenen.
Onder keizer Augustus gesticht als start van de kolonisatie van de binnenlanden van Marokko. Af en toe wordt er wat opgegraven.
Er staat een hutje met typisch archeologen spulletjes. Het meest in het oog springen de enorme cisternen waar water in verzameld werd voor het badhuis (van hieruit niet te zien, ligt er achter).
Geef mij maar Oualidia. Eens een vissersdorpje, verscholen in de duinen. In de 30-er jaren, onder de Franse bezetting opgepimpt om ruimte te bieden aan verkoelingzoekers. De hele dag circuleerden er mensen op brommertjes om van alles aan te bieden.
In het bijzonder oesters en dat soort lekkernij. Ik heb me er niet aan gewaagd. Hoe lang zou dit oude mannetje al rondlopen met die mandjes? Mijn buurman wat verderop had er minder moeite mee. Zelf heb ik me een tajine laten bezorgen. En dat gaat dan niet in zo’n lullig plastic bakje. Hij zou de pot de volgende dag komen ophalen. Op de stoep achtergelaten; een half uur na de afgesproken tijd was ie er nog niet.
Tussenstop in Safi, een echte stinkende, rokende industriestad. Moest effe bijkomen van een rit over een ongelooflijk beroerde kustweg. Totaal aan barrels gereden. Meer gaten dan asfalt. Mijd de R301, mocht je ooit in de verleiding komen omdat de kust zelf prachtig is.
l Jadida, een beetje hetzelfde verhaal als Essaouira. Geldt eigenlijk voor alle kustplaatsen. Mooie foto’s gemaakt van gelovigen rond de moskee met de minaret gebouwd bovenop de transen van het Portugese kasteel. Allemaal mislukt, in mijn zak was de basisinstelling van het toestel verschoven. Zag het pas later toen ik een ondergrondse cisterne op de gevoelige plaat ging vastleggen.
Casablanca, zeg maar het Rotterdam van Marokko. Wel 5 keer zo groot. Op weg er naar toe voltrok zich een kleine ramp. Mijn vouwfiets vloog van de auto. Zeker niet goed vastgezet. Ik zag het gebeuren in m’n achteruitkijkspiegel bij het nemen van de zoveelste hobbel. Nog mazzel dat ie niemand anders raakte in z’n
Een in de Franse tijd gebouwde souk om de instroom van nieuwkomers van buiten de stad een meer ‘natuurlijke’ habitat te bieden. Ik denk met hetzelfde idee als tuindorp Vreewijk bij ons. Tegen de avond een plekje in de buurt van de Iveco garage gezocht (1 van de 3 in heel Marokko). Zo maar in een zijstraatje op een industriegebied. Uren staan praten met een bewaker. Over van alles en nog wat. Stond wel even vreemd te kijken toen hij vertelde over z’n werk. 7 dagen in de week 12 uur lang van 7 tot 7 zit ie daar in een piepklein hokje voor een maandwedde van 1500 dirham (nog geen 150 Euro!). Kon daar natuurlijk niet van rond komen. Zijn kinderen moeten bijspringen. Zelfs de jongste die met een beurs voor ingenieur studeert in Parijs.






In Icht diende zich weer verschillende mogelijkheden aan om op zoek te gaan naar rotstekeningen. Deed op de camping voor de zekerheid even navraag of deze met mijn auto bereikbaar zijn. Antwoord: niet te doen. Een gids zou nog wel te vinden zijn, alleen die had ook geen geschikte auto. Onjuiste informatie overigens. ‘s-Avonds op internet zag ik dat vlakbij ze vanaf de weg aan te lopen zouden zijn geweest. Een beetje droef gestemd gelijk maar besloten de kust weer op te zoeken. Met de woestijn had ik het wel gehad. Niet wetende dat de grote verrassing me nog te wachten stond. Zo maar uit het niets langs een kilometers lange kaarsrechte weg een bord. Pas na een paar honderd meter begon het tot me door te dringen wat er op stond. Auto langs te kant gezet en teruggelopen om te gaan kijken. Goh, toch nog rotstekeningen…? Ja, daar ergens helemaal in de verte een paar huisjes. De piste er naar toe leek me redelijk begaanbaar. Auto afgekoppeld en er op af. Staat er zelfs een mannetje voor de deur van een van de gebouwtjes. Blijkt het een soort museumpje te zijn met info over de site. Precies waar ik op zoek naar was. De plek heet Tamghilt N’zerzem en bestaat uit een lange rotspartij van verbrokkeld, zwart lava gesteente. Restanten van een vulkaan(uitbarsting) wat verderop. Met wat gebaren maakt de bewaker me duidelijk dat ik mee moet komen en dat ie me wat wil laten zien buiten. Het begin van een twee uur durende klauterpartij. Na de eerste heuvel dacht hij dat ik het wel gezien had. Inmiddels was er nog een collega bij gekomen en die wees op de volgende heuvels. Had al een paar aardige rotstekeningen en een grafheuvel te zien gekregen. Maar wat volgde was onvoorstelbaar. Overal waar je keek tekeningen van olifanten, reebokken, koeien(?), struisvogels, neushoorns en giraffen. Moet 6500 jaar geleden d’r heel wat groener uitgezien hebben dan de dorre, kale vlakte dat het nu is. Na afloop van de rondleiding werd thee aangeboden. De grote kaars die de gids in de lucht houdt, is suiker. Hele brokken verdwenen in dat kleine potje. Was goed te merken.
Vrijdag 11 mei
Zou opsturen vanuit NL niet sneller zijn? Me laten overtuigen. Dinsdag zat na een paar uur sleutelen de zaak weer elkaar. Even verderop zag ik dat het nog simpeler kon in de mobiele smederij. Een nachtje overgebleven aan het strand. Weg van de verkeersweg tegenover de garage, waar ik al die tijd in de caravan had doorgebracht, met één been in de lucht. De zwerfhond herkende me gelijk; heeft lekker uit wind achterop de auto van zijn nachtrust kunnen genieten. En dan de proef op de som: houden de spullen het. Op weg.
In Tiznit na 40 km nog wat inkopen gedaan. Schrok me dood bij terugkomst. Zag de caravan van verre al scheef staan. Pfff, maar een lekke band. Scheur in het loopvlak. Denk als gevolg van een mijn rough rides. Tweede nieuwe band. Vorige was ter ziele gegaan bij de pech onderweg. Tafraoute weten te bereiken. Ligt ergens hoog in de bergen. Wel wat rustiger aan gedaan.
Beland op een totaal verlaten overwinterkampeerterrein (kijk maar eens op Google Earth). Wat mensen hier maandenlang te zoeken hebben, is me een raadsel. De omgeving is inderdaad prachtig. Blijkbaar raak je nooit uitgewandeld.
Eerste rotstekening mogen aanschouwen. Bijna echt. Het origineel was nauwelijks te zien. Daarom is voor het gemak een kopie op de aangrenzende wand gezet
In de keuken bewaar je toch niet alles op de grond? Hij wist ook niet meer precies. De mooie pot met touwen werd/wordt? gebruikt om melk te karnen.
Die nagetekende gazelle, het zou wel eens de enige rotstekening kunnen zijn die ik te zien krijg! Bij Akka een poging gewaagd een piste op te gaan. Na 6 km een km voor de eerste rotstekeningen durfde ik niet meer. Was al een keer een verkeerde ‘weg’ ingeslagen. De zon