Zondag 27 mei
Ineens was ik het zat. De nacht van zaterdag op zondag was het weer een gekkenhuis. Het begon al om half 8 ‘s-avonds.
Tout Tanger streek voor me neer in het gras langs de havenkant om de zon te zien ondergaan. Uit vrachtwagens werden tegen een luttele vergoeding tafels en stoelen getoverd. Geen catering; consumpties zelf mee te brengen. Tassenvol en tussen de geparkeerde auto’s lekker barbecueën. Best gezellig allemaal. Daarna was het de beurt voor de gemotoriseerde jeugd. Binnen de kortste keren was ik helemaal ingebouwd. Kon ook niet meer vluchten. Dat duurde en duurde tot half 3 ‘s-morgens. Ineens was iedereen vertrokken. Alsof ze het voelde aankomen. Om 3 uur startte de muezzin met het ochtendgebed. Drie kwartier tetterde hij maar door, luid versterkt door speakers en een zaal vol gelovigen die hem regelmatig bijvielen. Hier hebben ze geen Mosquito’s nodig… Toch nog wat geslapen uiteindelijk. Volgende morgen als eerste naar een betere overnachtingsplek gezocht, niet te vinden. Vervolgens snel even de medina ingelopen naar het archeologisch museum. Op de terugweg links en rechts inkopen gedaan. Je kan toch immers niet met lege handen uit zo’n exotisch oord thuis komen. En al die jarigen van de afgelopen maanden. Ik geloof dat ik aardig geslaagd ben. Dan ineens heb je niks meer te doen en sta je om 2 uur voor keuze iets nieuws te bedenken of gewoon eens bij de veerboot gaan kijken. Met gevolg dat ik 2 uur later op de kade van Tarifa/Spanje stond, 4 uur Marokkaanse tijd, 6 uur Europees. Gelijk alles weer vertrouwd. De stoffige maar gratis parkeerplaats vlak bij het strand opgezocht, plek zat en weldadig rustig.
Maandag 28 mei
Op de heenweg ben ik op zoek geweest naar vaders stoel (Silla del papa), een zgn. oppidum boven op een berg. Toen na een klim van 3 km de verkeerde kant uit gestuurd, had ik niet meer de puf om nog zo’n traject af te leggen. Dit keer me veel moeite bespaard door de auto te pakken en door te rijden tot het niet verder kon. Op een gegeven moment bij een hek aangekomen.
Het was dicht maar niet op slot. Erachter 2 enorme koebeesten met van die vervaarlijke meters lange hoorns. Er stiekem langs geslopen, ze keurden me geen blik waardig. Daarachter strekte zich honderden meters diep een keteldal uit met boven op de rotsen aan de zijkant resten van verdedigingsmuren. In het dal hebben zo 6 eeuwen BC mensen gewoond, vml. was het Phoenicische kolonie. Een tussenstation op hun reis naar Engeland? Zou zo maar kunnen.
Donderdag 31 mei
Ik ga hier nooit meer weg. God wat heerlijk. Totale ledigheid. De enige activiteit 50 meter lopen naar het strand en weer terug. Parasolletje mee om uit de wind te liggen. Half uurtje buik, half uurtje rug. Tussendoor even de zee in ter verkoeling en zo verder. Met frisse tegenzin vertrokken naar Sevilla. Daar in de buurt liggen ook nog een paar onvervulde wensen. Tja, was bang meer dan een gezond kleurtje te krijgen. Ik moet straks in NL toch nog over straat kunnen.
Vrijdag 1 juni
Maar 1 van de 4 gigantische dolmen is voor publiek toegankelijk. Jammer. Het zijn meters hoge heuvels, in doorsnee wel 75 m. Via een lange gang bereik je in het midden de grafkamer. In de dolmen van Montelirio zijn 14 geraamtes aangetroffen, vnl vrouwen, met bijgiften als sieraden en potten/pannen.
De indruk bestaat dat de wanden maar ook de botten beschilderd zijn geweest. Ze zijn zo’n 4000 jaar oud. In de eerste eeuwen zijn ze vaak hergebruikt als graftombe.
Zaterdag 2 juni
Eens een heel andere route terug naar huis. Normalerwijs ontwijk ik de Pyreneeën en ga onderlangs bij St. Sebastien langs de kust richting Bordeaux en zo verder. Dit keer probeer ik een alternatief zonder al die saaie, ellenlange tolwegen. Kijken of dat lukt. Volgens mij heb ik al eens zoiets geprobeerd. Maar daar kwam ik snel op terug na de tigste rotonde. We zullen zien en beleven. Ik start vanuit Jaca aan de zuidkant van de Pyreneeën richting Pau in Frankrijk.
Later kreeg ik pas in de gaten waarom ze daar al zaten. Om een uur of 5 begon men het hele strand vol te zetten met tafeltjes en stoelen. Twee en half uur later na zonsondergang schoof iedereen daar aan. Einde dagje ramadan. Maar goed dat ze zich stevig hadden aangekleed. Het was er een frisse bedoening, met een straffe noordenwind. Vervolgens brak de hel los. De pal naast de camping gelegen kermis opende haar deuren. Duurde tot 3 uur in de vroege ochtend.
Bij Larache ligt de romeinse stad Lixus, veilig boven op een heuvel, vlak bij zee met een grote natuurlijke haven. Google Earth laat prima zien wat er is opgegraven. Ter oriëntatie: dat ronde is een amfitheater. Daar boven grote villa’s. Links ervan een paleis. Links onder aan de weg een visfabriek à la Baelo Claudia.
Opmerkelijkste vondst was een Phoenicische tempel, ook rond als het amfitheater maar dan zonder zitplaatsen erom heen. Met wat goeie wil te ontwaren boven het paleis. De stad strekte zich verder naar het oosten over de heuvels uit.
In Mzoura ligt een enorme grafheuvel (steen-/bronstijd?). Het schijnt de enige van dit formaat in Marokko te zijn. Lijkt me stug. Het verhaal gaat dat de zoon van Neptunus er begraven ligt. Blijkbaar heel naarstig naar gezocht want het middendeel van de heuvel is helemaal verdwenen.
Onder keizer Augustus gesticht als start van de kolonisatie van de binnenlanden van Marokko. Af en toe wordt er wat opgegraven.
Er staat een hutje met typisch archeologen spulletjes. Het meest in het oog springen de enorme cisternen waar water in verzameld werd voor het badhuis (van hieruit niet te zien, ligt er achter).
Geef mij maar Oualidia. Eens een vissersdorpje, verscholen in de duinen. In de 30-er jaren, onder de Franse bezetting opgepimpt om ruimte te bieden aan verkoelingzoekers. De hele dag circuleerden er mensen op brommertjes om van alles aan te bieden.
In het bijzonder oesters en dat soort lekkernij. Ik heb me er niet aan gewaagd. Hoe lang zou dit oude mannetje al rondlopen met die mandjes? Mijn buurman wat verderop had er minder moeite mee. Zelf heb ik me een tajine laten bezorgen. En dat gaat dan niet in zo’n lullig plastic bakje. Hij zou de pot de volgende dag komen ophalen. Op de stoep achtergelaten; een half uur na de afgesproken tijd was ie er nog niet.
Tussenstop in Safi, een echte stinkende, rokende industriestad. Moest effe bijkomen van een rit over een ongelooflijk beroerde kustweg. Totaal aan barrels gereden. Meer gaten dan asfalt. Mijd de R301, mocht je ooit in de verleiding komen omdat de kust zelf prachtig is.
l Jadida, een beetje hetzelfde verhaal als Essaouira. Geldt eigenlijk voor alle kustplaatsen. Mooie foto’s gemaakt van gelovigen rond de moskee met de minaret gebouwd bovenop de transen van het Portugese kasteel. Allemaal mislukt, in mijn zak was de basisinstelling van het toestel verschoven. Zag het pas later toen ik een ondergrondse cisterne op de gevoelige plaat ging vastleggen.
Casablanca, zeg maar het Rotterdam van Marokko. Wel 5 keer zo groot. Op weg er naar toe voltrok zich een kleine ramp. Mijn vouwfiets vloog van de auto. Zeker niet goed vastgezet. Ik zag het gebeuren in m’n achteruitkijkspiegel bij het nemen van de zoveelste hobbel. Nog mazzel dat ie niemand anders raakte in z’n
Een in de Franse tijd gebouwde souk om de instroom van nieuwkomers van buiten de stad een meer ‘natuurlijke’ habitat te bieden. Ik denk met hetzelfde idee als tuindorp Vreewijk bij ons. Tegen de avond een plekje in de buurt van de Iveco garage gezocht (1 van de 3 in heel Marokko). Zo maar in een zijstraatje op een industriegebied. Uren staan praten met een bewaker. Over van alles en nog wat. Stond wel even vreemd te kijken toen hij vertelde over z’n werk. 7 dagen in de week 12 uur lang van 7 tot 7 zit ie daar in een piepklein hokje voor een maandwedde van 1500 dirham (nog geen 150 Euro!). Kon daar natuurlijk niet van rond komen. Zijn kinderen moeten bijspringen. Zelfs de jongste die met een beurs voor ingenieur studeert in Parijs.






In Icht diende zich weer verschillende mogelijkheden aan om op zoek te gaan naar rotstekeningen. Deed op de camping voor de zekerheid even navraag of deze met mijn auto bereikbaar zijn. Antwoord: niet te doen. Een gids zou nog wel te vinden zijn, alleen die had ook geen geschikte auto. Onjuiste informatie overigens. ‘s-Avonds op internet zag ik dat vlakbij ze vanaf de weg aan te lopen zouden zijn geweest. Een beetje droef gestemd gelijk maar besloten de kust weer op te zoeken. Met de woestijn had ik het wel gehad. Niet wetende dat de grote verrassing me nog te wachten stond. Zo maar uit het niets langs een kilometers lange kaarsrechte weg een bord. Pas na een paar honderd meter begon het tot me door te dringen wat er op stond. Auto langs te kant gezet en teruggelopen om te gaan kijken. Goh, toch nog rotstekeningen…? Ja, daar ergens helemaal in de verte een paar huisjes. De piste er naar toe leek me redelijk begaanbaar. Auto afgekoppeld en er op af. Staat er zelfs een mannetje voor de deur van een van de gebouwtjes. Blijkt het een soort museumpje te zijn met info over de site. Precies waar ik op zoek naar was. De plek heet Tamghilt N’zerzem en bestaat uit een lange rotspartij van verbrokkeld, zwart lava gesteente. Restanten van een vulkaan(uitbarsting) wat verderop. Met wat gebaren maakt de bewaker me duidelijk dat ik mee moet komen en dat ie me wat wil laten zien buiten. Het begin van een twee uur durende klauterpartij. Na de eerste heuvel dacht hij dat ik het wel gezien had. Inmiddels was er nog een collega bij gekomen en die wees op de volgende heuvels. Had al een paar aardige rotstekeningen en een grafheuvel te zien gekregen. Maar wat volgde was onvoorstelbaar. Overal waar je keek tekeningen van olifanten, reebokken, koeien(?), struisvogels, neushoorns en giraffen. Moet 6500 jaar geleden d’r heel wat groener uitgezien hebben dan de dorre, kale vlakte dat het nu is. Na afloop van de rondleiding werd thee aangeboden. De grote kaars die de gids in de lucht houdt, is suiker. Hele brokken verdwenen in dat kleine potje. Was goed te merken.
Vrijdag 11 mei
Zou opsturen vanuit NL niet sneller zijn? Me laten overtuigen. Dinsdag zat na een paar uur sleutelen de zaak weer elkaar. Even verderop zag ik dat het nog simpeler kon in de mobiele smederij. Een nachtje overgebleven aan het strand. Weg van de verkeersweg tegenover de garage, waar ik al die tijd in de caravan had doorgebracht, met één been in de lucht. De zwerfhond herkende me gelijk; heeft lekker uit wind achterop de auto van zijn nachtrust kunnen genieten. En dan de proef op de som: houden de spullen het. Op weg.
In Tiznit na 40 km nog wat inkopen gedaan. Schrok me dood bij terugkomst. Zag de caravan van verre al scheef staan. Pfff, maar een lekke band. Scheur in het loopvlak. Denk als gevolg van een mijn rough rides. Tweede nieuwe band. Vorige was ter ziele gegaan bij de pech onderweg. Tafraoute weten te bereiken. Ligt ergens hoog in de bergen. Wel wat rustiger aan gedaan.
Beland op een totaal verlaten overwinterkampeerterrein (kijk maar eens op Google Earth). Wat mensen hier maandenlang te zoeken hebben, is me een raadsel. De omgeving is inderdaad prachtig. Blijkbaar raak je nooit uitgewandeld.
Eerste rotstekening mogen aanschouwen. Bijna echt. Het origineel was nauwelijks te zien. Daarom is voor het gemak een kopie op de aangrenzende wand gezet
In de keuken bewaar je toch niet alles op de grond? Hij wist ook niet meer precies. De mooie pot met touwen werd/wordt? gebruikt om melk te karnen.
Die nagetekende gazelle, het zou wel eens de enige rotstekening kunnen zijn die ik te zien krijg! Bij Akka een poging gewaagd een piste op te gaan. Na 6 km een km voor de eerste rotstekeningen durfde ik niet meer. Was al een keer een verkeerde ‘weg’ ingeslagen. De zon
‘s-Avonds weer de kachel aan en regen. Ben vanuit het zuiden naar Marrakech gereden. Weinig oog kunnen hebben voor heuvels en dalen. Wat een rampenweg. Men is bezig het oneindig aantal haarspeldbochten te verminderen en de smalle weg 3-baans te maken. Armen mensen die er langs wonen. Moeten nog heel wat jaren stof (wat er toch al rijkelijk aanwezig is) happen. Onderweg de Atlas filmstudio’s
Een beruchte scene uit de film Gladiator waarin de hoofdpersoon voor z’n leven moet vechten in het rondtrekkend circus, is niet daar opgenomen maar in de wadi El Maleh met op de achtergrond de kasbah (geen ksar meer) Ait Ben Haddou. Mooi plaatje van bovenaf kunnen schieten. Geeft een goede indruk hoe zo’n dorpje in elkaar steekt. Zeg maar een ommuurde verzameling familiehuizen, die er elk weer uitzien als een kleine vesting.
‘s-Avonds genoten van de heksenketel op het Djemaâ El Fna-plein. Overdag gebeurt er ook van alles. Maar tegen etenstijd worden alle eettentjes weer opgebouwd. En verzamelen zich de acrobaten, kermisklanten, slangenbezweerders, handlezers en muzikanten in alle maten en soorten. De paar jongens op de foto zitten de vellen van hun trommeltjes op te warmen (worden ze zeker wat strakker van). 
De koningsgraven van de dynastie Saädiers zijn pas een eeuw geleden herontdekt. Hun opvolgers, de Alouieten (Hassan V stamt van hen af), hadden rond 1700 de hele omgeving laten dichtmetselen en daardoor waren ze in de vergetelheid geraakt. De talloze moskeeën zijn helaas voor o.a. christenhonden en atheïsten verboden terrein, waar heel strikt de hand aan wordt gehouden.
n mee weggevluchte Joden, die evenmin welkom waren in het door de reconquista heroverde Spanje.
Nu is de schade ook niet mis maar nog repareerbaar. Maandag moet blijken of in de buurt nieuwe onderdelen te verkrijgen zijn. Alle lof voor de ANWB. Eén telefoontje en 2 uur later stond een oplegger klaar om me van de weg te halen en naar een garage te brengen. En wat voor garage. Een donker zwart hol waar net zulke met olie bevuilde mannen rondwaren. Ben benieuwd. Dit alles speelde zich af vlakbij Mirleft. Had de zeekant opgezocht.
Eigenlijk was ik weer op weg naar het binnenland, naar Tafraoute. Van de zee niet veel kunnen zien. De hele kust was in nevelen gehuld. Daar kwam vandaag plotsklaps een eind aan. Volop zon maar met een koude noorden wind. Echt geen strandweer. Daarom een tochtje met de auto gemaakt, naar een paar rotsbogen in zee.
Ze zeggen dat de ribbels de auto minder martelen je snelheid maakt. Ik weet niet hoe ik het voor elkaar krijg, maar ook hier sta ik weer in m’n piere eentje. Het hotel biedt alle comfort en heeft 2 prachtige zwembaden. Voor in de namiddag hè. Ik heb het nog nergens zo druk meegemaakt. Het is een aan en af rijden van 4×4-auto’s die een betaald ritje door de duinen maken. Achter me staan de kamelen klaar voor vertrek. Op de heenweg leefden zich jongvolwassenen uit in wedstrijdverband met pisterijden op motoren en buggy’s. Net wat onvermijdelijke fotootjes gemaakt bij ondergaande zon. Kwam er achter dat het eigenlijk niet meer dan een smal rijtje zandduinen is. Erachter begint gewoon weer de eindeloze steenslag vlakte. Nou ja, het kan niet overal Haamstede zijn…
Het
Het hazenpad gekozen. Het was niet te doen. Blijkbaar midden in het hogedrukgebied, bladstil. Zelfs de kamelen lagen d’r voor pampus op hun zij bij. Dan kan een dag lang duren. Want wat moet je hier verder? De hele dag bij het zwembad zitten? Ik heb nog zo’n uitstapje gepland staan. Ga dat maar overslaan, denk ik. Weet ik wel zeker.
Bij Fezna gezocht naar het museum dat meer zou vertellen over het watervoorzieningssysteem middels qanaten. Niet gevonden. Wel een van de commerciële tentjes bezocht en een stukje gewandeld in het ondergronds kanaal waar vroeger water door stroomde. Allemaal door mensenhanden gemaakt, zeker 1000 jaar geleden al!
Ik bezocht de oude moskee Ikelane die langzaam maar zeker zijn oude vorm weer krijgt. Het is de vraag of Allah het behaagt. Recentelijk was er de bliksem ingeslagen. (Lees:
Tegen de avond ging de wind liggen. Vanmorgen was het meer zich van geen kwaad bewust.
De straatjes in de medina zien er hier net weer wat anders uit. De koranschool Medersa Bou-Anania zit ergens in de souk verstopt, toegankelijk via een nietig poortje. Geen echte bezienswaardigheid was de graanschuur uit dezelfde vervlogen tijden. Wel indrukwekkend. Even overwogen een nachtje over te blijven. Toch maar verder gegaan, op weg naar wat warmte. In het donker bereikte ik Azrou aan de voet van het Atlasgebergte. 
Wakker geworden in de sneeuw! Bleef zo de hele over/doorsteek van het Atlasgebergte. En warempel aan de andere kant scheen de zon.
Om even later van bovenaf vanaf de hoogvlakte de groene slang in de diepte te zien liggen. De totaalindruk van het landschap roept alleen maar associaties op met de maan. Eén beige wildernis. Al sinds mensenheugenis is leven alleen mogelijk nabij de rivier. Daar liggen dan ook al die langzaam aan wegsmeltende kasbah’s (versterkte dorpen) en ksour (vestingen/paleizen).
Een tweetal met in het centrum een voormalig paleis, worden in oude glorie teruggebracht. Naar ik inschat een zeer moeizaam proces. Immers d’r wonen allemaal mensen in die zich stukken hebben toegeëigend als onderkomen.
Wel heel erg eenzaam op een totaal verlaten parkeerplaats voor zeker 1000 auto’s. Toch maar een camping opzoeken? Laat ik het een avondje aanzien. De volgende dag kreeg ik gezelschap van 2 Fransen, dus…
an gemiddeld 40 km/uur gaat het niet. Aangeland op de eerste camping. Een grote modderpoel, bijna in de wolken. Het is buiten guur en het heeft veel geregend. Leuk stadje Chefchaouèn. Zelfs hier colonnes Chinezen. De camping staat vol met reislustige Italianen, ook gezellig met elkaar onderweg. Ik ben benieuwd wanneer ik de NL-ers tegenkom; ik rij ongeveer hun route maar dan in omgekeerde richting.
Mooie opgraving maar slechte toelichtingen ter plekke. Stad leefde van de olijfolie. Heel lucratief want dat spulletje gebruikten zo overal voor, van je wassen tot koken en verlichting. Het deel van de binnenstad met enorm luxe woningen is bloot gelegd. Feitelijk een soort herenboerderijen. In allemaal zijn olijfpersen aanwezig. Hopelijk geeft het fotootje een indruk van zo’n pers. Helemaal rechts de 4 gaten waarop een houten juk stond dat een lange arm vasthield.
Deze werd naar beneden aangetrokken door de een ronde steen links, als tegenwicht. Op de vierkante vloer in het midden werden de olijven gelegd. Via de goten er om heen stroomde de olie naar het verzamelbasin daarachter.
Nadat de stoet met kruis en al bergop was getogen, hield iedereen het wel voor gezien. De afdaling met en tableau de kruisafname van de here Jezus ging op in een feestgedruis. Een soort misplaatst carnaval. Het duurde ook wel heel lang en een gure wind blies door de hoofdstraat. Moeders haalden hun met puntmuts verklede kinderen uit de rij, mee naar huis. Heb het ingetogener meegemaakt in Toledo en Trapani/Sicilië. 
Leefde van de visvangst en -verwerking tot een smerige sausje (garum) waar de Romeinen verzot op waren. Daags daarop een verfrissende duik in de Atlantic genomen. Het was de eerste stralende dag zonder windkracht storm.