Begin van de week een paar dagen op bezoek geweest bij oude vrienden in Lissabon. Het plan was dat Ronald een stukje mee zou reizen. Een onverwachte oproep voor een galblaasoperatie gooide roet in het eten. Maandagmiddag laat ging hij onder het mes en dinsdagavond zat ie al weer mee aan tafel in een restaurant te eten. Pijnlijk maar het ging. Blijkbaar heeft hij toch te veel van zichzelf gevergd, want net krijg ik bericht dat hij weer opgenomen is met forse infectie.
Had ik mijn reis nog wel zo degelijk, virtueel voorbereid. Blijken er onderweg nog veel meer vindplaatsen van allerhande oudste zijn. Zo groeit mijn belangstelling voor de Keltiberiërs (vorige keer noemde ik ze Lusitaniërs, maar het gaat nog steeds over dezelfde mensen). Mede omdat er hier erg veel van te vinden is. Niet altijd even makkelijk en soms helemaal niet. Zoals eergisteren toen er nadrukkelijk iets werd aangekondigd. Weg af, na een paar kilometer gaat de asfaltweg over in een zandpad, fiets gepakt, weer kilometers gereden maar niets te vinden. Schijn ik volgens plaatselijke ingewijden toch net te vroeg de moed te hebben opgegeven.
Portugal is een waar camperland. Je kan/mag overal staan, tot pal aan het strand. Al 2 keer ben ik een soort
kolonie terechtgekomen. Hoe zuidelijker ik kom, des te meer staat me dat wachten naar ik heb vernomen. Gelukkig zijn de meesten nogal bangelijk en durven niet ergens op hun eentje te overnighten. Van de week het waarlijk wonderschone Mirobriga bij Santiago do Cacem bezocht. Dat moet in de toekomst nog veel en veel interessanter worden als er meer wordt blootgelegd. Dan komt er echt een stadje uit de grond te voorschijn. Alhoewel je nu ook al een goed beeld kan vormen van straten met daaraan grenzende winkels, het forum met tempels en administratieve gebouwen. Op het laagste punt -om verzekerd te zijn van water-weer badhuizen.
Na zoveel badhuizen begin je er wat oog voor te krijgen, maar deze zijn werkelijk prachtig. Met name omdat de functionele opbouw goed zichtbaar is. Probeer je in te leven aan de hand van de foto’s. Op de overzichtsfoto kom je opzij achter de ronde kamer (vestiaire?) op de voorgrond binnen in de kleedruimte met banken aan zijkant. Daar weer achter, onder het golfplaten dak een koud bad. Naar rechts en weer naar voren resp. warme en hete ruimten met opnieuw baden. Op een andere foto zie je door het gat in de vloer dat er onder de vloeren door warme lucht cq. rook van houtvuren kon stromen. En als je goed kijkt, zie je midden boven de voorzetmuur waarachter de warme lucht ook weer omhoog trok. Op het eerste gezicht lijkt dit principe heel eenvoudig, maar het was in de praktijk een heel gedokter om de circulatie zo te krijgen dat alles egaal verwarmd werd. Een kleine kilometer van het stadje vandaan ligt een van de weinige hipodromen (renbaan voor paardenraces), die op het Iberisch schiereiland teruggevonden zijn. Eigenlijk is daar niets meer van de zien, dan alleen met wat goede wil de buitenranden en het middenperk waaromheen rond werd gereden met meerspannen. Gelukkig stond er een bord.
Nog drie andere dingen die ik bezocht, zijn het vermelden waard. Allereerst een streekmuseum in Odrinhas, waar grafmonumenten zijn verzameld. Eigenlijk was het museum voor herstel gesloten maar toch werd het licht overal aangedaan en kreeg ik een persoonlijke rondleiding in het Engels. Ik hoopte dit keer bij Setubal Troia te kunnen bezoeken. Zeven jaar geleden had ik er al eens voor een dichte deur gestaan. Nu dus weer; er is echter ’n sprankje hoop. Elke eerste zaterdag van de maand zijn ze wel even open. Misschien ga ik er voor (terug). In de buurt
in Creiro overigens een veel kleinere viszouterij gevonden (stond niet op mijn lijstje, 2 sterren).
Het is opvallend hoeveel prachtige, nieuwe musea er zijn gekomen. Dan zie je dat Europees geld toch een goede bestemming krijgt. In Alcazer do Sal staat er zo een. Onder een klooster, nu pousade (luxe hotel),zijn over elkaar heen gebouwde heiligdommen van resp. die Lusitaniërs en Romeinen, Visigoten en Moren blootgelegd.
In een heilige bron uit de Romeinse tijd is een loden plaatje met inscriptie gevonden, waarmee een vervloeking werd uitgesproken. In dit geval blijkt iemand bestolen te zijn en roept ie goddelijke hulp in om z’n spullen weer terug te krijgen en de dader(s) te straffen.
Maandag 9 maart 2009
In Portugal aangekomen! Het land van de fado. Liederen vol van droefenis vanwege de pijn en de liefde(s) die geweest zijn, die nog komen moeten en die nooit zullen komen. Of zoals Rentes de Carvalho in zijn reisgids weer aanhaalt uit een Engelse: ‘Afghani humming along to a Billy Holliday record’.
Sta pal aan het strand. Zomaar ergens een klein zijweggetje ingeslagen. Kijken hoe de mensen hier zijn. In Galicië vond ik er niet veel aan. Wat de deur dicht deed, was mijn behandeling op een parkeerplaats in Santiago de Compostela. Er waren na veel gezoek 2 opties. Of een kelder in, maar die was niet hoog genoeg. Daarover zo direct meer. Of een slagboompje door en aanschuiven op een plek voor autobussen. Ik was niet binnen of er stoof iemand naar buiten, duidelijk gebaren makend dat ik daar niets te zoeken had. Toen ik teruggebaarde dat dat toch een beetje gek was omdat geen van de zeker 50 plaatsen geen een bezet was, ging ie even te raden bij zijn baas. Tenminste dat denk ik. Nee, geen pardon, kaartje inleveren en fort. Een alternatief kon ie me niet vertellen. Nog wat rondgereden maar Santiago stond prop en prop vol met auto’s. Dus ongezien achter me gelaten. Voor een reiziger die van zover is gekomen, is dat wel heel erg… Over te lage parkeergarages gesproken… Later op de dag dacht ik eventjes goedkoop te tanken bij een hypermarkt. Dat is op zich al een opgave. Deze liggen in Spanje net als in Frankrijk langs de grote weg. Maar er te komen is iedere keer weer een heel gezoek. Dat doen de Fransen wel beter. Stond ik eindelijk bij de ingang, garage te laag. Verderop zag ik gewone parkeerplaatsen. Daar naar toe. Er stond wel bordje max. 2 meter hoog. Maar ik dacht da’s voor het garagegedeelte. Nee, dus. Je kon er wel parkeren maar niet meer van het terrein af. Uitgezonderd de eenbaans inrit waren alle ander uitgangen inderdaad niet hoger dan 2 meter. Dat vinden Spanjaarden dus niet leuk als je tegen de draad in rijdt. Bijna had ik het gehaald maar op de laatste 10 meter dook ineens een tegenligger op. Hij is me met niet aangevlogen, hij was zo kwaad dat ie eventjes achteruit moest dat meerdere keren zijn motor afsloeg van nijd. Getankt heb ik uiteindelijk ook niet; moest je voor door de garage… Tot zover het hoofdstuk klein dagelijks leed.
Nog steeds weinig Romeinen. Maar dat wordt meer dan genoeg goed gemaakt door zgn. Lusitaniërs, zeg maar de bewoners van vóór de
Romeinse verovering van het hele peninsula. Vorige keer in Spanje trof ik ze vnl. aan op in zee uitstekende rotspartijen. In Portugal woonden ze meer in het binnenland op heuveltoppen. Bijna 30 jaar geleden bezocht ik al een keer eerder een van de vele plekken die teruggevonden zijn. Ze zijn nog steeds heel indrukwekkend om te bezoeken.Vaak zijn het hele dorpen, waar een paar duizend mensen hebben gewoond. Ze stammen uit ongeveer 1000 voor christus (late steentijd, vroege brons) en verkeren in hele goede staat, omdat ze wat afgelegen liggen. Een beroemde is Citania de Briteiros. Hiervan is heel aardige site beschikbaar: http://citania.csarmento.uminho.pt/ Door op een mannetje rechtsonder te klikken wordt een camera gestart die rondom een beeld geeft, als je met de cursor op de grote, liggende foto gaat staan. De kleine fotootjes linksonder kan je apart nog aanklikken. Van een van de bijzonderste onderdelen wordt net geen goed beeld gegeven. Dat zijn nl. de (rituele?) badhuisjes (de kiva’s van de indianen in Amerika?).
De tussenwanden zijn bewerkt en bestaan uit een grote plaat steen. De bewoningsvorm deed me heel sterk denken aan het platteland in Zimbabwe. En ik bedoel dan heden ten dagen. De overeenkomst met Greater Zimbabwe is zelfs heel treffend. Dat blijft iets wonderlijks die parallellen die je overal ter wereld ziet tussen al dit soort woonvormen. Het is of de duvel ermee speelt, maar ook hier liep ik bij tijd en wijle in de stromende regen rond
. Samen met nog 2 vrouwen van mijn leeftijd uit Australië; zij straften mijn chauvinisme direct af toen ik zei dat Europa wel heel veel te bieden heeft aan cultuur. Ach ja, typische Europese cultuur. De volgende dag nog een andere citania in Sanfins bezocht. Qua oppervlakte veel groter dan Briteiros en veel strakker georganiseerd. Met mooie brede haaks op elkaar staande straten en rechthoekige percelen. De hele site was ’s morgens vroeg nog gehuld in laaghangende nevelen. Ik waande me in de tijd van toen .
Maandag 2 maart 2009
Het voelt als een soort herkansing en dat is het ook natuurlijk. De zaak weer de rails krijgen na het ongeluk in Engeland had veel meer voeten in de aarde dan verwacht. Plus daarbij kwam, dat midden in de winter gaan kamperen geen aanlokkelijk idee was. Pas toen ik op de weerkaartjes de temperatuur zag oplopen in het zuiden van Spanje, begon het me te dagen. Als ik nu eens in een keer daar naar toe rij en vandaar langzaam weer naar boven, dan neem ik de lente mee terug naar huis. Makkeli
jker gezegd dan gedaan. In Frankrijk heb ik me nog kunnen inhouden. Maar eenmaal over de grens met Spanje vond ik het te moeilijk om van alles aan me voorbij te laten gaan met idee dat komt straks nog wel. Als je het Guggenheim-museum in Bilboa zomaar ineens diep onder je in het dal ziet liggen, ja dan ben je verkocht. Maandag de 23ste ben ik van start gegaan. Eigenlijk al de zondag ervoor, maar het stukje naar Haamstede, naar mijn moeder, telt niet echt mee. Vandaar ben ik naar Gent gereden om een aantal verhuisdozen met overtollige boeken bij Belgische wereldwinkel (Oxfam) achter te laten. Voor het eerst ben ik op pad met een nieuwe reisgenoot: de Garmin nuvi 250w. Goed voor heel Europa, alhoewel in het westen wat nauwkeuriger dan in het zuidoosten. Het begin was heel vertrouwenwekkend: tot aan Gent zijn we het maar één keer met elkaar eens geweest! Maar in Gent zelf was ie onovertroffen. De reis over de grote weg vervolgd naar de grens met Frankrijk. Van daar een route uitgezet naar Abbeville om de péage en Parijs te omzeilen. En dan leer je snel nog andere nukken of wijsheden van je reisbegeleider kennen. Met de kaart erbij toch nog een eind gekomen. Het blijkt van levensbelang hem de goede opdrachten te geven. En er is keuze zat. Wel of niet tolwegen of grote wegen. Een snellere of korter route. En zo zijn er nog wat opties. Na een week ervaring moet ik zeggen, dat het het apparaatje slimmer èn handiger is dan ik had gedacht. Maar heel af en toe is ie echt de kluts kwijt. Een afwijking is dat ie bij voorkeur dwars door binnensteden heen wil. Vandaag in Oviedo hem ook gebruikt al lopend, nl. van de auto die ik heinde en ver moest parkeren naar het museum en weer terug. De aangegeven route moet je dan maar niet volgen, want die is op maat van de auto gemaakt, maar je ziet wel waar je bent. Zoals al gezegd, ben ik in een ruk door Frankrijk gekard. Het enige wat met opgevallen is, is de ravage die de storm van afgelopen januari in Les Landes heeft aangericht. Ontzettend veel bomen zijn me wortel en
al omgevallen. Afgezien daarvan is het landschap wel wat opgeknapt. Alle gigantische reclameborden liggen nl. ook plat.
En dan kom je in Bilbao aan. Het Guggenheim is een kunstwerk waarbij alle binnen tentoongestelde kunst in het niet verdwijnt. Bijna de hele begane grond is gevuld met enorme stukken oud roest. Aangeboden door de staalgigant ArcelorMitall… Meters hoge platen gebogen in cirkels en golven, naar elkaar toe bewegend, dan weer uiteen wijkend. Ontzettend indrukwekkend en bijna magisch (Stone Henge-achtig). Maar waarom binnen en niet buiten? Als ik me goed herinner staat van dezelfde kunstenaar, Richard Serra, iets dergelijks op de Veluwe in het Kröller Muller. Dat is de plek voor zo iets. Het kan ook het Zuiderpark in Den Haag zijn, daar wil ik af zijn. Op de bovenste etage was werk te zien van een in Japan razend populaire kunstenaar Takashi Mutakami. Een wonderlijk mengeling van boeddhisme met stripfiguren of omgekeerd. Prachtig uitgevoerd, dat zeker. Maar de portee ontgaat ons als westerling. Daardoor laat het een beetje kitscherige indruk achter. De tussenetage werd net ingericht voor een veelbelovende nieuwe expositie: iets voor op de terugweg… De volgende stop was Santander. Op mijn lijstje stond een interessant archeologisch museum. Helaas bleek het vanwege verbouwing/verplaatsing (?) gesloten te zijn. Dan maar naar Oviedo, weer 200 km verder. Zonder duidelijk plan de stad ingereden. Wel natuurlijk als maar rondkijkend naar een plekje voor de nacht. In de praktijk laat ik het maar op aankomen. Mee
stal kom ik te laat aan om eerst de auto ergens neer te zetten en op de fiets verder te zoeken. Nu viel mijn oog ineens op een richtingaanwijzer: preromaanse monumenten (dus net na de Romeinen). Het bleken 2 kerkjes te zijn, schitterend uitgelicht door een al laag staande avondzon. Met als toegift een groot parkeerterrein. Tot een uur of acht raasde de plaatselijke jeugd om me heen met auto’s en brommers. Ik stond blijkbaar midden op hun hangplek. Me maar niet vertoond en om 8 uur waren te ineens vertrokken, zeker etenstijd. De volgende dag, zondag, was het heel ander weer, het regende. Dat is de hele dag zo gebleven. Toen ik in de middag met een paraplu rondliep op het oppidum Campa Torres (aan de kust bij Gijon), moest ik terugdenken aan de dag waarop ik in Engeland dat auto-ongeluk veroorzaakte. Oviedo beschikt over een fantastisch archeologisch museum. Tenminste qua gebouw, een gemoderniseerd, oud klooster naast de kathedraal. Maar er valt nauwelijks iets te zien, de helft van de zalen en waarschijnlijk meer staat gewoon leeg. Er was alleen een fototentoonstelling met wat attributen over de romeinse weg tussen Mérida via Oviedo naar Gijon. Helemaal treurig was dat ik bij de VVV niet duidelijk kon maken wat het verschil is tussen romeins en romaans. Uiteindelijk heb ik het foldertje over de romaanse kerken in en rondom de stad maar meegenomen. Daarom toch Gijon aangedaan. Het badhuis overgeslagen, misschien ten onrechte nu ik het boekje erover doorkijk. Het bezoek aan het oppidum en een villa in Veranes was meer dan de moeite waard. Helaas geen verpersoonlijkt beeld ervan te geven; op een onbedacht moment de foto’s gewist. Hopelijk biedt http://museos.gijon.es uitkomst soelaas. Ik heb mee nooit gerealiseerd -en me natuurlijk ook nimmer eerder afgevraagd- waarom dit deel van Spanje voor de Romeinen interessant was. Maar de reden is dezelfde als heden ten dagen: er zit van alles en nog wat aan grondstoffen zoals metalen in de grond. Caesar stelde de kust al veilig voor transport naar Gallië en Brittannia. Zijn opvolger Augustus bezette de hele streek. En nu verder langs de kust op naar A Coruna en vandaar zuidwaarts.
Zoek de verschillen
Over een week of 2 gaan we in de herkansing: overwinteren in zuid Portugal en Spanje. Een bezoek aan deze landen stond niet op mijn lijstje, omdat ik ze een paar jaar geleden al had aangedaan. Tijdens de inventarisatie van te bezoeken sites, bleek echter dat ik nog niet alles gezien had. Dat doen we dus nu.
Het heeft wat moeite gekost om de draad weer op te pakken. Allereerst moest er een nieuwe auto komen. Tegelijk heb ik de gelegenheid te baat genomen om ook de caravan op verschillende punten aan te passen.
De resultaat mag er zijn. Zoek zelf de verschillen.

In Engeland heb ik ervaren hoe handig een fiets is als je geen auto hebt. De vouwfiets, die ik bij me had, heeft toen goede diensten bewezen. Ik ga het nu ietsje anders aanpakken; ik heb een ligfiets gekocht.
Inmiddels gemerkt dat dat he
el wat anders is dan een normale fiets. Je rijdt er niet zomaar mee weg. Ook op medeweggebruikers moet je extra alert zijn; ze zien je niet omdat je veel lager zit en je gaat ook sneller. Dat wordt natuurlijk wat in landen waar veel minder gefietst wordt en nauwelijks fietspaden zijn.
Vrijdag 12 september 2008
Ik ben heelhuids thuis aangekomen. Volgend jaar mei/juni maak ik het resterende deel van Engeland af. Nu eerst een andere en sterkere auto zien te krijgen. Want de reis gaat verder. Daarvoor zijn de afgelopen 6 weken te goed bevallen.
Uiteindelijk ben ik op woensdagmorgen 10 september opgehaald. Een dagje later dan afgesproken.
Maar à la. Vervelender was dat de vrachtwagen niet de afgesproken spullen bij zich had om de zaak op de trailer te zetten. Echt onbegrijpelijk; d’r is tevoren uitgebreid over gekorrespondeerd. Voor de zekerheid door de alarmcentrale nog een keer nagetrokken. En dan toch dit. Met gevolg dat de chauffeur uren bezig is geweest om iemand te vinden met een kraan. Toen was het eigenlijk in wip gepiept en was het obstakel – de lage brug – genomen. En kon de terugreis worden aanvaard.
Jammer genoeg kon/mocht ik niet meerijden met de vrachtwagen. Hij heeft me wel een eind op streek geholpen door me naar een wat grotere plaats (Lancaster) te brengen, waar ik de trein naar Londen kon pakken. ’s Avonds laat daar aangekomen en een kaartje voor de Eurostar gekocht. Bewust de middagtrein genomen om ’s ochtends nog even
in het British Museum de tentoonstelling over Hadrianus te kunnen bekijken.
Een gouden greep bleek de volgende dag, want er brak brand uit in de Kanaaltunnel waardoor alle middagtreinen werden gecanceld. Daar zat ik dan in de wachtkamer met honderden anderen. Snel maar weer een kamer gezocht en nu een vlucht me EasyJet geboekt. Dat boeken was wel een aparte ervaring. Ik had eerst gekeken of er een stoel beschikbaar was. Toen dat het geval was, een paar uur aangezien hoe de brand zich ontwikkelde en daarna een ticket gekocht. Deze besluiteloosheid straft EasyJet meedogenloos af. Kostte om 17.00 uur het kaartje nog 95 pond, om 20.00 uur werd me al 127 pond in rekening gebracht.
Het verblijf in Ravenglass heeft natuurlijk veel te lang geduurd. Er was totaal niets te beleven. Ja, een reisje met een mini stoomtreintje. Maar dat was het dan ook wel. Het plaatsje zelf was prachtig. Ik kan nu wel aardig uit de voeten met de vlieger – een 2 meter groot vliegend matras – die ik in de auto vond. 
Bijzondere dank ben ik verschuldigd aan voormalig treinstation Ratty Arms, dat het mogelijk maakte in
de caravan te overleven. Ik kon daar water, stroom en internet gratis en voor niets krijgen. De eerst paar dagen hielpen Tearoom Rose Garth en hotel Pennington me uit de brand. Een paar plaatjes van ze is hier wel op z’n plaats.
Maandag 8 september 2008
Waar waren we gebleven? Een week geleden zat ik dus op een berichtje van de alarmcentrale te wachten met de mededeling wanneer ze me zouden komen ophalen. Wie schetste m’n verbazing dat er afgelopen donderdag plompverloren een grote trailer op het parkeerterrein in Ravenglass verschijnt. Ik heb dit allemaal uit de 2de hand, want zelf was ik er niet. Ik was met trein 25 km verderop boodschappen doen. Toen ik terug kwam, kreeg ik van omwonenden te horen dat de vrachtwagen weer onverrichter zake was vertrokken. De spoorbrug over de enige uitgangsweg was te laag voor trailer met daarop m’n caravan. Alleen de kapotte auto was meegenomen.
Afgelopen weekend hebben we druk overleg gehad via mail en skype hoe dit varkentje te wassen. Uiteindelijk is mijn suggestie overgenomen om de caravan verrijdbaar te maken door onder te
afzetpoten aan de voorkant van de caravan 2 lage, platte karretjes te zetten. Ik had zo’n karretje bij de garage in Engeland gezien. Dat was onder de wielophanging van mijn auto geschoven, op de plaats waar het wiel was afgebroken. De caravan wordt nu op de trailer gezet, bij de brug er weer deels afgereden, er onder door gesleept en vervolgens weer terug op de trailer getrokken. Ik hoop dat ze onderweg niet opnieuw een lage brug tegenkomen… Als het goed is, komt de trailer morgen -dinsdag 9 september- om 16.00 u in Ravenglass aan. De operatie start dan gelijk, zodat de vrachtwagen nog dezelfde avond richting Nederland kan vertrekken. Ik zelf ga de volgende dag met de trein naar huis. Tot zover de nieuwe plannen. Gisteren was het zowaar een aardige dag. Ik ben gelijk aan mijn fietstochtje begonnen. Langs de kust naar het noorden naar Sellafield en terug. De eindbestemming was een Keltische stonecircle, ergens midden in een weiland. Op Google Earth was de cirkel goed te zien. In het echt viel het tegen; hij werd helemaal niet onderhouden en was overgroeid door hoog gras. Er was geen weg of pad naar toe. Via een golfbaan ben ik er uiteindelijk terecht gekomen. Morgen dus de grote dag, spannend.
Dinsdag 2 september 2008
Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar alles is in kannen en kruiken. Binnen 2 weken worden zowel de auto als de aanhanger teruggebracht naar Nederland. Tot die tijd blijf ik hier de wacht houden. Waarschijnlijk reis ik met de vrachtwagen van de transporteur mee terug. De auto blijkt in tegenstelling tot eerdere berichten (nog?) niet total loss te zijn verklaard. Straks in Nederland wordt de schade opnieuw beoordeeld. Wat nog heel vervelend kan worden omdat ik al met de verwijderen van mijn spullen ben begonnen. Niet dat ze weer terug op hun plek moeten -de auto gaat hoe dan ook de deur uit vanwege de te lichte motor- maar soms heb ik wel heel simpele middelen gebruikt om iets los te krijgen. Het leven ziet er ineens stukken zonniger uit, nu het weer nog. Gisteren kreeg ik in de loop van de middag een SMS-je van de alarmcentrale dat alleen de auto zou worden opgehaald. Voor de caravan moest ik zelf maar zorgen. Omdat mijn mobieltje kapot is -wil niet meer opgeladen worden- kon ik niet direkt hierop reageren. ’s Avonds pas een mailtje kunnen sturen en vanmorgen bij iemand hier van huis gebeld. Na uitleg bleek het allemaal op een misverstand te berusten. Ze hadden de polis niet goed gelezen waarin duidelijk staat dat auto en aanhanger als één geheel zijn verzekerd. Na een week voornamelijk binnen zitten, ga ik komende dagen een fietstocht langs de kust maken. De route voert langs een aantal vestingwerken van de Romeinen aan de westkust. Ik nam altijd aan de muur van Hadrianus ophield bij Bowness. Nu blijkt dat tot Ravenglass ook de hele kust versterkt was met forten en wallen. Er is overigens nog meer te zien, zoals Keltisch cirkels van megalieten.
En ik kom langs Sellafield waar de nog steeds in opspraak zijnde opwerkingsfabriek voor kernafval staat. Als dat allemaal niet genoeg is, kan ik altijd nog gaan vliegeren. Tussen de rotzooi in de auto vond ik deze. Het leven in mijn huisje op wielen bevalt me tot nu toe prima. Alles, bijna alles, funktioneert. Vanmorgen bv. gewoon gedoucht na de zaak lekker warm te hebben gestookt met het kacheltje. En net ben ik klaar met het koken van Zuid-Afrikaanse visschotel, goed voor een dag of 5. Dus ik kan weer even vooruit. In het vriesvakje zat nog voorraad met kerry- en spaghetti-prutjes , zodat ik niet iedere dag hetzelfde hoef te eten. Tot nu toe heb ik me nog geen dag verveeld of behoefte gehad aan TV-kijken. Aan het huisje op wielen is altijd wel wat te prutsen en elke paar dagen is er weer een boek uit.
Vrijdag 29 augustus 2008
De auto is total loss verklaard. Officieel heb ik nog geen bericht van mijn verzekering. Omdat ik maar niks zat te doen en niet wist waar ik aan toe was, ben ik op zoek gegaan naar de Nissan-dealers in de buurt. En zowaar bij een daarvan stond ie. Hun oordeel was klip en klaar; ze hadden het al doorgegeven aan de Engelse counterpartner van de Nederlandse. As. maan- en dinsdag ga ik de auto ontmantelen. D.w.z. ontdoen van mijn spullen, zoals de 5th wheel konstruktie, lier, bergkoffer in de bak enz.
Als het allemaal een beetje meezit kan ik eind volgende week terug naar Schiedam. Ik wacht in ieder geval de repatriëring van mijn huisje op wielen af. Misschien wordt het hier nog wel leuk, morgen schijnt het mooi weer te worden!
Dinsdag 26 augustus 2008
De dag waarop het noodlot toesloeg. Alsof het hele projekt tot nu toe nog niet genoeg tegenslag had gekend. De fotootjes spreken voor zich. Ik was gisteren zonder caravan op pad gegaan naar een
fort bij de Hardknott pas. Daar in de stromende regen toch nog een uur rondgelopen. Op de terugweg (met afdalingen van meer dan 30%) bedacht ik me ineens dat ik de deur van de caravan wagenwijd open had laten staan. Met de laptop open en bloot op tafel. Dus vlug terug n
aar huis. In de haast mis ik een afslag, keer en ga zonder dat ik het merk, aan de verkeerde kant van de weg rijden. Dat is me wel meer overkomen. Zo lang er een witte streep midden op de weg is, gaat alles goed. Maar ontbreekt die dan heb je de neiging vanzelf naar rechts af te dwalen. In dit geval dus met fatale gevolgen. Gelukkig is er niemand gewond geraakt. Er is alleen grote materiaalschade. Onze beide rechter voorwielen zijn afgerukt.
Het is nu een dag later. Ik ben net terug om m’n fiets, mobiel e.d. uit de auto op te halen. Een ware dagtocht met de trein, taxi en fiets. Of de zaak gerepareerd kan worden, bestaat geen duidelijkheid. Er mo
et een expert bij komen. In geval dat lukt, kan ik over paar weken mijn reis vervolgen. Zo niet, dan wordt de hele zaak, auto en caravan, gerepatrieerd. Voorlopig zit ik hier dus nog wel. Ik hoop dat de zon doorbreekt, want ik ben bijna door mijn accustroom heen.
Zondag 24 augustus 2008
Het is me nu voor eens en altijd duidelijk waarom de kop van Mary Stuart eraf moest en haar zoon James VI van Schotland desondanks koning James I van Engeland werd. Pikant detail: onze James was nog jong maar stak geen vinger uit om z’n moeder te redden. De dynastie heeft overigens niet lang stand gehouden. De huidige Elizabeth 2 is dan ook geen directe nazaat van Elizabeth I (van toen).
Zo ongemerkt kom je onderweg op allerlei zijsporen terecht. Maar het gaat me natuurlijk hier om de Romeinen en natuurlijk de Kelten. Deze laatsten komen in Wales en Zuid-Engeland volop aan bod. Ik had ze graag ook in Schotland opgezocht, maar dat
was wel een hele weg om. Vol bergen die ik met deze auto met aanhang niet over durf. Om je vingers toch bij af te likken, bij zo’n prachtige opgraving van -in dit geval- de fundering van een graanschuur. Vers ge-digd. Zelfs de vloer ligt er nog. Hij staat op pootjes om van onderen het opgeslagen graan te kunnen ventileren. De graanhandel was streng gereglementeerd (zie de unieke vondst van een maatemmer). Net als alles wat met maten en gewichten van doen had. Voor het malen van het graan
hadden de soldaten een
handig reissetje bij zich. Deze 2 maalstenen zijn een van de weinige die echt bij elkaar gehoord hebben. In musea vind je natuurlijk meestal stenen voorwerpen die de tand destijds het best hebben doorstaan. Des te bijzonderder is dan oog in oog te staan met een prachtige glazen urn. Of dit schattige polsbeursje van brons. Toen het gevonden werd, zat er nog geld in.
Nog een zijsprong: meestal internet ik openbare bibliotheken. Van een hele rits ben ik inmiddels lid. Dat kost niets, evenals het internetten zelf. Maar zo zijn nu eenmaal de regels; ik ben benieuwd hoe lang ik daar nog in de bestanden rond zal zwerven. Fon.com lijkt makkelijk, maar je moet ze eerst
wel kunnen vinden. Via de bibliotheek dus! En dan is nog een hele opgave iemand in de buurt aan te treffen, die ook nog online is. Echt fantastisch is het geregeld in Jedburgh. Op alle parkeerterreinen was er free Wifi, gehost door de plaatselijke VVV (geeft een redelijk veilig gevoel). SP Schiedam zou dat niets voor onze stad zijn? Voor de trouwe lezer: ik zit nu in Ravenglass, een schitterend dorpje aan zee, redelijk noordelijk aan de westkust van Engeland.
