Zo me even ontdoen van de torren en andersoortig ongedierte. Was vanmorgen op weg naar zo’n intussen welbekende nuraghe. Deze droeg de prozaïsche naam Genna Maria. Helaas op maandag gesloten. Morgen in de herkansing. Dan toch nog maar een tomba di gigante?
Was ik eigenlijk niet meer van plan, genoeg geweest. Ben op terugreis en heb het wel gezien. Bij die van Nixia stond een verwijzing naar S’Ocru. En zo ben je ineens weer 30 km van huis. Gelukkig zonder aanhang. Prachtige rit, geen echt hoge bergen maar zachtglooiend.
Afgelopen week een paar dagen op een prachtig plekje gestaan, pal aan de kust met uitzicht op Sant’Antioco.
De landtong verbond in vroeger tijden middels een houten brug het vasteland met het eiland. Op het oog lijkt het een hele zee-engte maar het is er heel ondiep. Je kan bijna naar de overkant lopen. Voor kitesurfers ideaal. Een wonderbaarlijk natuurverschijnsel mogen aanschouwen, een halo rond de zon.
Was er speciaal naar toe gegaan om wat meer te zien van de Punische invloed op Sardinië. Viel nogal tegen. Drie eeuwen BC vochten Carthago, in nu Tunesië, en Rome om de hegemonie in het Middellandse zeegebied. Het werd uiteindelijk de Mare Nostrum. Verbazingwekkend eigenlijk omdat Hannibal in de zgn. 2de Punische oorlog met uitzondering van de stad Rome bijna heel Italië v
anuit het noorden (beroemde tocht met olifanten over de Alpen) had veroverd. Ook in die tijd waren fakenieuws en trollen aan de orde van de dag. Een van de verdachtmakingen was dat de Carthagers hun kinderen offerden aan hun bizarre,van oorsprong Oosterse goden. Pas sinds heel kort is dit verhaal door wetenschappers verwezen naar het land der fabelen. Op de tofets, kinderbegraafplaatsen, is er geen spoor van te vinden. Heeft toch mooi 2 en half duizend opgeld mogen doen. Het heeft ook vele broertjes en zusjes. Blikte de Sovjet Unie ten tijde van de Koude Oorlog geen mensenvlees in…?
Zo af en toe maak ik wel eens uitstapje naar de moderne tijd. Of beter gezegd, recentere geschiedenis. Dit keer was dat de stad Carbonia. De naam zegt het al, een mijnstad. Tot in de 60er jaren zijn er kolen gedolven. Het is een helemaal ontworpen stad. Gesticht in de jaren 30 onder Mussolini. De gebouwen ogen ontzettend modern, Dat geldt totaal niet voor wat spullen uit die tijd. Blijkbaar was er hier in de oorlog ook geen rubber meer voor fietsbanden.
Via Antas ben ik terecht gekomen in Sardara. Antas mocht ik niet missen. De enige Romeinse tempel op Sardinië die als zodanig herkenbaar is. Ligt op een onwaarschijnlijke plaats midden in de bergen. Was lang voordien een mythische plaats. De bewoners van de nuraghes (900 BC) begroeven hun mensen daar al en hadden er een heiligdom. Net als de Carthagers die het linker deel bouwden.. Romeins is het voorportaal met de ronde zuilen en de trappen rechts met het altaar. De tempel is gebouwd met materiaal uit de directe omgeving. Een kleine km verderop is de steengroeve, Niet van al te beste kwaliteit zo te zien. Deed er niet zo toe, alles was toch gestuukt en bont beschilderd.
Sardara is gebouwd bovenop een nuraghe-dorp. Zowel bij een kerkje als 200 m verder bij het museum zijn resten aangetroffen. Waaronder een viertal heilige putten met daarin allerhande, aardewerken kannetjes.
De stad Oristano blijkt een draaischijf te zijn tussen noord en zuid Sardinië. Door een groot rotsmassief wordt je er als het ware langs gemanoeuvreerd. Voor de 2de keer kwam ik er terecht. Geen drama overigens. D’r is een Lidl en een prima loospunt voor de poepdoos èn er is strand vlakbij. Zo’n strand waar je nog met de auto op kan. Ideaal. Je moet niet achterom, landinwaarts kijken want dan waan je je op Maasvlakte 2. Het is er waanzinnig rustig. Het strand is kilometers lang. Her en der een nog verlaten strandtent. Alleen wat vissermannen verscholen in kleine tentjes en 5 6 hengels in de gaten houdend. Of ze wat vangen ben ik maar niet gaan vragen. Staat zo onaardig. Heb wel meelij met de koukleumende vrouw/vriendin die dit stukje mannenparadijs moet delen. Die ene dag van de week dat ik er was, was het er toevallig zalig. Het kriebelt dagen later nog op verschillende plaatsen. Net iets te lang in de zon gelegen.
Liepen heel wat mensen mee. Waarvan overigens maar weinigen aan het eind de kerk binnen gingen. Sta in Cabras pal aan een soort meer, lagune die in verbinding staat met zee. De sirocco waait stevig en voert heerlijk warme lucht aan uit de Sahara. De caravan wordt nog steeds flink door elkaar geschud terwijl ik dit zit te schrijven. Gisteren geprobeerd de resten van de stad Tharros te bezichtigen. Niet te doen vanwege de enorme stofwolken. Geadviseerd werd over een paar dagen terug te komen.
Rond Torralba kon ik zodoende op ontdekkingsreis. Een voorbeeld hiervan is de nuraghe Oes die ik anders mooi ‘gemist’ had. Vond al rondrijdende een nieuwe overnachtingsplek met om me heen alleen het zacht geklingel van honderden schapenbelletjes en bij wakker worden de ochtendmist.
Jarenlang heeft hij onder dat bewind in de bak gezeten. Hij is niet oud geworden. Kampte met grote gezondheidsklachten vanwege TBC.
Ziet dat er meer dan 100 op aangegeven staan. “Je gaat die toch niet allemaal proberen te vinden?” En spreekt te onvergetelijke woorden uit “Joh, als je er een gezien hebt, heb je ze allemaal gezien”. Nou dat komt aan hoor…
Niet onvermeld mag blijven een nieuwe uitputtingsslag. Twee keer zo erg als de vorige. Opnieuw overleefd. Met als trofee dit -naar men zegt- tempeltje. Heel wat anders dan de nu toe ene echt lekkere dag bij de golf van Conte. Kon het niet laten pootje te baden. Wilde toch even de temperatuur van het water aan den lijve voelen. Gleed ik pardoes onderuit, bijna kopje onder. Viel nog best mee ook. Scheelde weer een ingewikkeld wasbeurt in mijn doucheje van 60 bij 60 cm wel te verstaan.
Zijn gedachtegoed mag de laatste tijd zowel bij links als rechts een soort revival meemaken.
Tout Tanger streek voor me neer in het gras langs de havenkant om de zon te zien ondergaan. Uit vrachtwagens werden tegen een luttele vergoeding tafels en stoelen getoverd. Geen catering; consumpties zelf mee te brengen. Tassenvol en tussen de geparkeerde auto’s lekker barbecueën. Best gezellig allemaal. Daarna was het de beurt voor de gemotoriseerde jeugd. Binnen de kortste keren was ik helemaal ingebouwd. Kon ook niet meer vluchten. Dat duurde en duurde tot half 3 ‘s-morgens. Ineens was iedereen vertrokken. Alsof ze het voelde aankomen. Om 3 uur startte de muezzin met het ochtendgebed. Drie kwartier tetterde hij maar door, luid versterkt door speakers en een zaal vol gelovigen die hem regelmatig bijvielen. Hier hebben ze geen Mosquito’s nodig… Toch nog wat geslapen uiteindelijk. Volgende morgen als eerste naar een betere overnachtingsplek gezocht, niet te vinden. Vervolgens snel even de medina ingelopen naar het archeologisch museum. Op de terugweg links en rechts inkopen gedaan. Je kan toch immers niet met lege handen uit zo’n exotisch oord thuis komen. En al die jarigen van de afgelopen maanden. Ik geloof dat ik aardig geslaagd ben. Dan ineens heb je niks meer te doen en sta je om 2 uur voor keuze iets nieuws te bedenken of gewoon eens bij de veerboot gaan kijken. Met gevolg dat ik 2 uur later op de kade van Tarifa/Spanje stond, 4 uur Marokkaanse tijd, 6 uur Europees. Gelijk alles weer vertrouwd. De stoffige maar gratis parkeerplaats vlak bij het strand opgezocht, plek zat en weldadig rustig.
Op de heenweg ben ik op zoek geweest naar vaders stoel (Silla del papa), een zgn. oppidum boven op een berg. Toen na een klim van 3 km de verkeerde kant uit gestuurd, had ik niet meer de puf om nog zo’n traject af te leggen. Dit keer me veel moeite bespaard door de auto te pakken en door te rijden tot het niet verder kon. Op een gegeven moment bij een hek aangekomen.
Het was dicht maar niet op slot. Erachter 2 enorme koebeesten met van die vervaarlijke meters lange hoorns. Er stiekem langs geslopen, ze keurden me geen blik waardig. Daarachter strekte zich honderden meters diep een keteldal uit met boven op de rotsen aan de zijkant resten van verdedigingsmuren. In het dal hebben zo 6 eeuwen BC mensen gewoond, vml. was het Phoenicische kolonie. Een tussenstation op hun reis naar Engeland? Zou zo maar kunnen.
Ik ga hier nooit meer weg. God wat heerlijk. Totale ledigheid. De enige activiteit 50 meter lopen naar het strand en weer terug. Parasolletje mee om uit de wind te liggen. Half uurtje buik, half uurtje rug. Tussendoor even de zee in ter verkoeling en zo verder. Met frisse tegenzin vertrokken naar Sevilla. Daar in de buurt liggen ook nog een paar onvervulde wensen. Tja, was bang meer dan een gezond kleurtje te krijgen. Ik moet straks in NL toch nog over straat kunnen.
Maar 1 van de 4 gigantische dolmen is voor publiek toegankelijk. Jammer. Het zijn meters hoge heuvels, in doorsnee wel 75 m. Via een lange gang bereik je in het midden de grafkamer. In de dolmen van Montelirio zijn 14 geraamtes aangetroffen, vnl vrouwen, met bijgiften als sieraden en potten/pannen.
De indruk bestaat dat de wanden maar ook de botten beschilderd zijn geweest. Ze zijn zo’n 4000 jaar oud. In de eerste eeuwen zijn ze vaak hergebruikt als graftombe.
Later kreeg ik pas in de gaten waarom ze daar al zaten. Om een uur of 5 begon men het hele strand vol te zetten met tafeltjes en stoelen. Twee en half uur later na zonsondergang schoof iedereen daar aan. Einde dagje ramadan. Maar goed dat ze zich stevig hadden aangekleed. Het was er een frisse bedoening, met een straffe noordenwind. Vervolgens brak de hel los. De pal naast de camping gelegen kermis opende haar deuren. Duurde tot 3 uur in de vroege ochtend.
Bij Larache ligt de romeinse stad Lixus, veilig boven op een heuvel, vlak bij zee met een grote natuurlijke haven. Google Earth laat prima zien wat er is opgegraven. Ter oriëntatie: dat ronde is een amfitheater. Daar boven grote villa’s. Links ervan een paleis. Links onder aan de weg een visfabriek à la Baelo Claudia.
Opmerkelijkste vondst was een Phoenicische tempel, ook rond als het amfitheater maar dan zonder zitplaatsen erom heen. Met wat goeie wil te ontwaren boven het paleis. De stad strekte zich verder naar het oosten over de heuvels uit.
In Mzoura ligt een enorme grafheuvel (steen-/bronstijd?). Het schijnt de enige van dit formaat in Marokko te zijn. Lijkt me stug. Het verhaal gaat dat de zoon van Neptunus er begraven ligt. Blijkbaar heel naarstig naar gezocht want het middendeel van de heuvel is helemaal verdwenen.
Onder keizer Augustus gesticht als start van de kolonisatie van de binnenlanden van Marokko. Af en toe wordt er wat opgegraven.
Er staat een hutje met typisch archeologen spulletjes. Het meest in het oog springen de enorme cisternen waar water in verzameld werd voor het badhuis (van hieruit niet te zien, ligt er achter).