Het wordt zo langzamerhand een gevecht van man tegen de techniek en de natuur. Of omgekeerd. Ik begrijp dat het in NL afzien is maar hier is het ook niet alles. Begon de week prachtig met een dagje strand. Dat was het dan ook. Verder koud en veel regen en wind. Op zich allemaal te behappen. Ware het niet dat de caravan in de overleefmodus staat. Dwz. koelkast zo laag mogelijk en verder geen onnodig stroomgebruik. Dus ‘s-avonds geen filmpje kijken, een extra trui met borstrok (heb ik er te weinig van bij me) aan, want de kachel vreet stroom en niets met de computer doen. Allemaal het gevolg van het gebrek aan zon waardoor de panelen geen elektriciteit opwekken en een kapotte verbinding tussen caravan en auto zodat onder het rijden de accu’s niet bijgeladen worden. Aan het weer kan ik vanzelfsprekend weinig doen. Ondanks alle heiligen feesten die nu overal gevierd worden. De techniek dacht ik de baas te kunnen. Maar mooi niet. Nieuwe stekkers, nieuwe kabels getrokken; het heeft niet mogen baten. Ik meet spanning maar het levert geen laadstroom op. Rara…!
De stad Oristano blijkt een draaischijf te zijn tussen noord en zuid Sardinië. Door een groot rotsmassief wordt je er als het ware langs gemanoeuvreerd. Voor de 2de keer kwam ik er terecht. Geen drama overigens. D’r is een Lidl en een prima loospunt voor de poepdoos èn er is strand vlakbij. Zo’n strand waar je nog met de auto op kan. Ideaal. Je moet niet achterom, landinwaarts kijken want dan waan je je op Maasvlakte 2. Het is er waanzinnig rustig. Het strand is kilometers lang. Her en der een nog verlaten strandtent. Alleen wat vissermannen verscholen in kleine tentjes en 5 6 hengels in de gaten houdend. Of ze wat vangen ben ik maar niet gaan vragen. Staat zo onaardig. Heb wel meelij met de koukleumende vrouw/vriendin die dit stukje mannenparadijs moet delen. Die ene dag van de week dat ik er was, was het er toevallig zalig. Het kriebelt dagen later nog op verschillende plaatsen. Net iets te lang in de zon gelegen.
Vanuit Oristano in een ruk naar Cagliari in het zuiden gereden. Een rit van zeker anderhalf uur. En dat is hier veel. Een uitnodigende stad maar niet met een verhuiswagencombinatie. Evenmin geschikt om te befietsen. Uren mee aan de hand rondgelopen, bergop. Of zo steil moeten afdalen met dichtgeknepen handremmen en billen. Het archeologisch museum bevond zich vanzelfsprekend boven op het topje. Ja, wat moet je anders met van die oude kastelen. Ergens was er wel een lift om een stuk te overbruggen maar die deed het niet (zoals heel veel hier). Het is hèt museum van Sardinië voor ouwe spulletjes.
Nog meer beelden van de Monte Prama. Gelijk een foto genomen van een afbeelding van de reeds eerder genoemde putgraven (zie aflevering Cabras). Twee aandoenlijke ‘Venus’-beeldjes. Veel en veel ouder (geschat op max. 6000 BC ondanks gelijkenis met dit soort beeldjes uit nog verder vervlogen tijden) dan de Griekse en nog in het bezit van armen en benen. Het gestileerde, witte vrouwenfiguurtje is 4000 jaar jonger en typisch Cycladisch (denk aan Santorini). Zou Sardinië echt iets te maken hebben gehad met die merkwaardige Zeevolken die de kusten van het faraonische Egypte onveilig maakten?
Volgende bestemming was de Romeinse (met Phoenicische voorouders) stad Nora. Dit keer geen regen, zelfs wat zon. Even prachtig gelegen als Tharros op een landengte. Totaal oninteressant gemaakt voor bezoek. Je mag er in onder begeleiding van een bewaker die geen boe of bah zegt. Had je maar een toer met gids moeten nemen. Verder ontbraken alle toelichtende bordjes. En net die stukken die deze opgraving interessant zouden maken (tov. andere) waren niet toegankelijk voor publiek. Tel uit je winst. Zonde van de 5 euro. Het aardigste waren de meeuwen die zich in de puinresten genesteld hadden. Die rode stip op het puntje van hun snavel heeft NL nog een Nobelprijs opgeleverd. Uitgereikt aan Nico Tinbergen, broer van de andere Tinbergen. Jan, ook een Nobelprijs-winnaar, economie. Twee uit een familie, niet te geloven.
Gisteren tot uitputtends toe de graftombes van Montessu bekeken. Liggen in kluitjes bij elkaar hoog in de bergen. Product uit de late steentijd (zal volgende keer een overzichtje erbij doen van de verschillende tijdzones waar ik me door begeef), toch ook vlug 3000 jaar BC. De necropool ligt tussen 2 nuraghes.
Zo, nogal uit mijn slof geschoten wat betreft tekstlengte. Dat krijg je als het zonnetje eventjes wel schijnt.
Liepen heel wat mensen mee. Waarvan overigens maar weinigen aan het eind de kerk binnen gingen. Sta in Cabras pal aan een soort meer, lagune die in verbinding staat met zee. De sirocco waait stevig en voert heerlijk warme lucht aan uit de Sahara. De caravan wordt nog steeds flink door elkaar geschud terwijl ik dit zit te schrijven. Gisteren geprobeerd de resten van de stad Tharros te bezichtigen. Niet te doen vanwege de enorme stofwolken. Geadviseerd werd over een paar dagen terug te komen.
Rond Torralba kon ik zodoende op ontdekkingsreis. Een voorbeeld hiervan is de nuraghe Oes die ik anders mooi ‘gemist’ had. Vond al rondrijdende een nieuwe overnachtingsplek met om me heen alleen het zacht geklingel van honderden schapenbelletjes en bij wakker worden de ochtendmist.
Jarenlang heeft hij onder dat bewind in de bak gezeten. Hij is niet oud geworden. Kampte met grote gezondheidsklachten vanwege TBC.
Ziet dat er meer dan 100 op aangegeven staan. “Je gaat die toch niet allemaal proberen te vinden?” En spreekt te onvergetelijke woorden uit “Joh, als je er een gezien hebt, heb je ze allemaal gezien”. Nou dat komt aan hoor…
Niet onvermeld mag blijven een nieuwe uitputtingsslag. Twee keer zo erg als de vorige. Opnieuw overleefd. Met als trofee dit -naar men zegt- tempeltje. Heel wat anders dan de nu toe ene echt lekkere dag bij de golf van Conte. Kon het niet laten pootje te baden. Wilde toch even de temperatuur van het water aan den lijve voelen. Gleed ik pardoes onderuit, bijna kopje onder. Viel nog best mee ook. Scheelde weer een ingewikkeld wasbeurt in mijn doucheje van 60 bij 60 cm wel te verstaan.
Zijn gedachtegoed mag de laatste tijd zowel bij links als rechts een soort revival meemaken.
Tout Tanger streek voor me neer in het gras langs de havenkant om de zon te zien ondergaan. Uit vrachtwagens werden tegen een luttele vergoeding tafels en stoelen getoverd. Geen catering; consumpties zelf mee te brengen. Tassenvol en tussen de geparkeerde auto’s lekker barbecueën. Best gezellig allemaal. Daarna was het de beurt voor de gemotoriseerde jeugd. Binnen de kortste keren was ik helemaal ingebouwd. Kon ook niet meer vluchten. Dat duurde en duurde tot half 3 ‘s-morgens. Ineens was iedereen vertrokken. Alsof ze het voelde aankomen. Om 3 uur startte de muezzin met het ochtendgebed. Drie kwartier tetterde hij maar door, luid versterkt door speakers en een zaal vol gelovigen die hem regelmatig bijvielen. Hier hebben ze geen Mosquito’s nodig… Toch nog wat geslapen uiteindelijk. Volgende morgen als eerste naar een betere overnachtingsplek gezocht, niet te vinden. Vervolgens snel even de medina ingelopen naar het archeologisch museum. Op de terugweg links en rechts inkopen gedaan. Je kan toch immers niet met lege handen uit zo’n exotisch oord thuis komen. En al die jarigen van de afgelopen maanden. Ik geloof dat ik aardig geslaagd ben. Dan ineens heb je niks meer te doen en sta je om 2 uur voor keuze iets nieuws te bedenken of gewoon eens bij de veerboot gaan kijken. Met gevolg dat ik 2 uur later op de kade van Tarifa/Spanje stond, 4 uur Marokkaanse tijd, 6 uur Europees. Gelijk alles weer vertrouwd. De stoffige maar gratis parkeerplaats vlak bij het strand opgezocht, plek zat en weldadig rustig.
Op de heenweg ben ik op zoek geweest naar vaders stoel (Silla del papa), een zgn. oppidum boven op een berg. Toen na een klim van 3 km de verkeerde kant uit gestuurd, had ik niet meer de puf om nog zo’n traject af te leggen. Dit keer me veel moeite bespaard door de auto te pakken en door te rijden tot het niet verder kon. Op een gegeven moment bij een hek aangekomen.
Het was dicht maar niet op slot. Erachter 2 enorme koebeesten met van die vervaarlijke meters lange hoorns. Er stiekem langs geslopen, ze keurden me geen blik waardig. Daarachter strekte zich honderden meters diep een keteldal uit met boven op de rotsen aan de zijkant resten van verdedigingsmuren. In het dal hebben zo 6 eeuwen BC mensen gewoond, vml. was het Phoenicische kolonie. Een tussenstation op hun reis naar Engeland? Zou zo maar kunnen.
Ik ga hier nooit meer weg. God wat heerlijk. Totale ledigheid. De enige activiteit 50 meter lopen naar het strand en weer terug. Parasolletje mee om uit de wind te liggen. Half uurtje buik, half uurtje rug. Tussendoor even de zee in ter verkoeling en zo verder. Met frisse tegenzin vertrokken naar Sevilla. Daar in de buurt liggen ook nog een paar onvervulde wensen. Tja, was bang meer dan een gezond kleurtje te krijgen. Ik moet straks in NL toch nog over straat kunnen.
Maar 1 van de 4 gigantische dolmen is voor publiek toegankelijk. Jammer. Het zijn meters hoge heuvels, in doorsnee wel 75 m. Via een lange gang bereik je in het midden de grafkamer. In de dolmen van Montelirio zijn 14 geraamtes aangetroffen, vnl vrouwen, met bijgiften als sieraden en potten/pannen.
De indruk bestaat dat de wanden maar ook de botten beschilderd zijn geweest. Ze zijn zo’n 4000 jaar oud. In de eerste eeuwen zijn ze vaak hergebruikt als graftombe.
Later kreeg ik pas in de gaten waarom ze daar al zaten. Om een uur of 5 begon men het hele strand vol te zetten met tafeltjes en stoelen. Twee en half uur later na zonsondergang schoof iedereen daar aan. Einde dagje ramadan. Maar goed dat ze zich stevig hadden aangekleed. Het was er een frisse bedoening, met een straffe noordenwind. Vervolgens brak de hel los. De pal naast de camping gelegen kermis opende haar deuren. Duurde tot 3 uur in de vroege ochtend.
Bij Larache ligt de romeinse stad Lixus, veilig boven op een heuvel, vlak bij zee met een grote natuurlijke haven. Google Earth laat prima zien wat er is opgegraven. Ter oriëntatie: dat ronde is een amfitheater. Daar boven grote villa’s. Links ervan een paleis. Links onder aan de weg een visfabriek à la Baelo Claudia.
Opmerkelijkste vondst was een Phoenicische tempel, ook rond als het amfitheater maar dan zonder zitplaatsen erom heen. Met wat goeie wil te ontwaren boven het paleis. De stad strekte zich verder naar het oosten over de heuvels uit.
In Mzoura ligt een enorme grafheuvel (steen-/bronstijd?). Het schijnt de enige van dit formaat in Marokko te zijn. Lijkt me stug. Het verhaal gaat dat de zoon van Neptunus er begraven ligt. Blijkbaar heel naarstig naar gezocht want het middendeel van de heuvel is helemaal verdwenen.
Onder keizer Augustus gesticht als start van de kolonisatie van de binnenlanden van Marokko. Af en toe wordt er wat opgegraven.
Er staat een hutje met typisch archeologen spulletjes. Het meest in het oog springen de enorme cisternen waar water in verzameld werd voor het badhuis (van hieruit niet te zien, ligt er achter).
Geef mij maar Oualidia. Eens een vissersdorpje, verscholen in de duinen. In de 30-er jaren, onder de Franse bezetting opgepimpt om ruimte te bieden aan verkoelingzoekers. De hele dag circuleerden er mensen op brommertjes om van alles aan te bieden.
In het bijzonder oesters en dat soort lekkernij. Ik heb me er niet aan gewaagd. Hoe lang zou dit oude mannetje al rondlopen met die mandjes? Mijn buurman wat verderop had er minder moeite mee. Zelf heb ik me een tajine laten bezorgen. En dat gaat dan niet in zo’n lullig plastic bakje. Hij zou de pot de volgende dag komen ophalen. Op de stoep achtergelaten; een half uur na de afgesproken tijd was ie er nog niet.
Tussenstop in Safi, een echte stinkende, rokende industriestad. Moest effe bijkomen van een rit over een ongelooflijk beroerde kustweg. Totaal aan barrels gereden. Meer gaten dan asfalt. Mijd de R301, mocht je ooit in de verleiding komen omdat de kust zelf prachtig is.
l Jadida, een beetje hetzelfde verhaal als Essaouira. Geldt eigenlijk voor alle kustplaatsen. Mooie foto’s gemaakt van gelovigen rond de moskee met de minaret gebouwd bovenop de transen van het Portugese kasteel. Allemaal mislukt, in mijn zak was de basisinstelling van het toestel verschoven. Zag het pas later toen ik een ondergrondse cisterne op de gevoelige plaat ging vastleggen.
Casablanca, zeg maar het Rotterdam van Marokko. Wel 5 keer zo groot. Op weg er naar toe voltrok zich een kleine ramp. Mijn vouwfiets vloog van de auto. Zeker niet goed vastgezet. Ik zag het gebeuren in m’n achteruitkijkspiegel bij het nemen van de zoveelste hobbel. Nog mazzel dat ie niemand anders raakte in z’n
Een in de Franse tijd gebouwde souk om de instroom van nieuwkomers van buiten de stad een meer ‘natuurlijke’ habitat te bieden. Ik denk met hetzelfde idee als tuindorp Vreewijk bij ons. Tegen de avond een plekje in de buurt van de Iveco garage gezocht (1 van de 3 in heel Marokko). Zo maar in een zijstraatje op een industriegebied. Uren staan praten met een bewaker. Over van alles en nog wat. Stond wel even vreemd te kijken toen hij vertelde over z’n werk. 7 dagen in de week 12 uur lang van 7 tot 7 zit ie daar in een piepklein hokje voor een maandwedde van 1500 dirham (nog geen 150 Euro!). Kon daar natuurlijk niet van rond komen. Zijn kinderen moeten bijspringen. Zelfs de jongste die met een beurs voor ingenieur studeert in Parijs.