De mens weet toch rare verhalen te bedenken. Zelfs als de betekenis iedereen ontgaat, blijft men eraan vasthouden. In Mamoiada doen ze daar niet moeilijk over. Ieder jaar met carnaval verkleden mannen zich en trekken lomp dansend door de straten van het dorp.
De een hult zich in een schapenvacht met op de rug een bundel koebellen. Hij is zwart gemaskerd. De ander ziet er meer uit als herder. Heeft een witte mombakkes en begeleidt de schapen naar…? Onderwijl vangt hij met een lasso jonge meiden langs de weg. Over het hoe en het waarom zijn de geleerden het niet eens. Naar ik begrepen heb, is de meest gangbare theorie dat het z’n oorsprong heeft in Griekenland. Het is ook geen typisch Sardijns fenomeen. Het komt in allerlei varianten rond de Middellandse zee voor. Maar liefst 3500 jaar geleden zou het ritueel, want zo mag je het wel noemen, verspreid zijn vanuit Mycene. Het grijpt terug op de cultus rond Dionysus. Wij kennen hem het beste als zatlap, altijd aan de wijn en in de lorren. Maar eigenlijk staat hij voor de dood (in de winter) en de wedergeboorte met de lente. Bij de feestelijkheden ging het toentertijd naar het schijnt niet zachtzinnig toe. Er moest veel bloed vloeien; maakte niet uit van beesten of mensen.
Op deze manier heeft elke dorp wel een an unique selling point. Vlak bij Mamoiada ligt Orgosolo. Bevindt zich midden in de bergen maar weet toch van heinde en ver toeristen te trekken. Met busladingen tegelijk worden ze onder aanvoering van een gids die tekst en uitleg geeft, dwars door het dorp geleid. Het viel nu gelukkig nogal mee met de drukte.
Wat Orgosolo in de aanbieding heeft zijn muurschilderingen. Niet de beruchte formaggio marcio, kaas met daarin nog levende maden… Eerlijkheidshalve, ik heb er ook niet naar gezocht. In alle dorpen en steden zie je wel eens een muurschildering, maar hier is het echt ongelooflijk. De meeste zijn heel politiek geladen en stellen een maatschappelijk onrecht aan de kaak. Of het nu vluchtelingen zijn, Palestijnen, een vermoorde Chileense president of de aanwezigheid van Amerikaanse bases op het eiland. Alles komt voorbij. De bewoners van de Via Antonio Gramsci had geen moeite een eigen onderwerp te kiezen. Leuk dat ook Frida Kahlo en Pablo Neruda een eigen plekje hebben gekregen.
In al dit geweld dreigden de nuraghes, tombae di giganti en heilige bronnen op de achtergrond te verdwijnen. Toch nog een paar weten te scoren. Zelfs voor het eerst de binnentrap in het torentje van een nuraghe kunnen beklimmen. Een gesloten hek gaf evenmin problemen. Keurig overheen te komen, met aan beide kanten een paar opstapjes.
PS Foto waar ik titel ‘kapitalisme’ aan verbond, is fout. Het handelt hier om meer autonomie voor Sardinië. Waarvan acte!
De landtong verbond in vroeger tijden middels een houten brug het vasteland met het eiland. Op het oog lijkt het een hele zee-engte maar het is er heel ondiep. Je kan bijna naar de overkant lopen. Voor kitesurfers ideaal. Een wonderbaarlijk natuurverschijnsel mogen aanschouwen, een halo rond de zon.
Was er speciaal naar toe gegaan om wat meer te zien van de Punische invloed op Sardinië. Viel nogal tegen. Drie eeuwen BC vochten Carthago, in nu Tunesië, en Rome om de hegemonie in het Middellandse zeegebied. Het werd uiteindelijk de Mare Nostrum. Verbazingwekkend eigenlijk omdat Hannibal in de zgn. 2de Punische oorlog met uitzondering van de stad Rome bijna heel Italië v
anuit het noorden (beroemde tocht met olifanten over de Alpen) had veroverd. Ook in die tijd waren fakenieuws en trollen aan de orde van de dag. Een van de verdachtmakingen was dat de Carthagers hun kinderen offerden aan hun bizarre,van oorsprong Oosterse goden. Pas sinds heel kort is dit verhaal door wetenschappers verwezen naar het land der fabelen. Op de tofets, kinderbegraafplaatsen, is er geen spoor van te vinden. Heeft toch mooi 2 en half duizend opgeld mogen doen. Het heeft ook vele broertjes en zusjes. Blikte de Sovjet Unie ten tijde van de Koude Oorlog geen mensenvlees in…?
De stad Oristano blijkt een draaischijf te zijn tussen noord en zuid Sardinië. Door een groot rotsmassief wordt je er als het ware langs gemanoeuvreerd. Voor de 2de keer kwam ik er terecht. Geen drama overigens. D’r is een Lidl en een prima loospunt voor de poepdoos èn er is strand vlakbij. Zo’n strand waar je nog met de auto op kan. Ideaal. Je moet niet achterom, landinwaarts kijken want dan waan je je op Maasvlakte 2. Het is er waanzinnig rustig. Het strand is kilometers lang. Her en der een nog verlaten strandtent. Alleen wat vissermannen verscholen in kleine tentjes en 5 6 hengels in de gaten houdend. Of ze wat vangen ben ik maar niet gaan vragen. Staat zo onaardig. Heb wel meelij met de koukleumende vrouw/vriendin die dit stukje mannenparadijs moet delen. Die ene dag van de week dat ik er was, was het er toevallig zalig. Het kriebelt dagen later nog op verschillende plaatsen. Net iets te lang in de zon gelegen.
Liepen heel wat mensen mee. Waarvan overigens maar weinigen aan het eind de kerk binnen gingen. Sta in Cabras pal aan een soort meer, lagune die in verbinding staat met zee. De sirocco waait stevig en voert heerlijk warme lucht aan uit de Sahara. De caravan wordt nog steeds flink door elkaar geschud terwijl ik dit zit te schrijven. Gisteren geprobeerd de resten van de stad Tharros te bezichtigen. Niet te doen vanwege de enorme stofwolken. Geadviseerd werd over een paar dagen terug te komen.
Rond Torralba kon ik zodoende op ontdekkingsreis. Een voorbeeld hiervan is de nuraghe Oes die ik anders mooi ‘gemist’ had. Vond al rondrijdende een nieuwe overnachtingsplek met om me heen alleen het zacht geklingel van honderden schapenbelletjes en bij wakker worden de ochtendmist.
Jarenlang heeft hij onder dat bewind in de bak gezeten. Hij is niet oud geworden. Kampte met grote gezondheidsklachten vanwege TBC.
Ziet dat er meer dan 100 op aangegeven staan. “Je gaat die toch niet allemaal proberen te vinden?” En spreekt te onvergetelijke woorden uit “Joh, als je er een gezien hebt, heb je ze allemaal gezien”. Nou dat komt aan hoor…
Niet onvermeld mag blijven een nieuwe uitputtingsslag. Twee keer zo erg als de vorige. Opnieuw overleefd. Met als trofee dit -naar men zegt- tempeltje. Heel wat anders dan de nu toe ene echt lekkere dag bij de golf van Conte. Kon het niet laten pootje te baden. Wilde toch even de temperatuur van het water aan den lijve voelen. Gleed ik pardoes onderuit, bijna kopje onder. Viel nog best mee ook. Scheelde weer een ingewikkeld wasbeurt in mijn doucheje van 60 bij 60 cm wel te verstaan.
Zijn gedachtegoed mag de laatste tijd zowel bij links als rechts een soort revival meemaken.
Tout Tanger streek voor me neer in het gras langs de havenkant om de zon te zien ondergaan. Uit vrachtwagens werden tegen een luttele vergoeding tafels en stoelen getoverd. Geen catering; consumpties zelf mee te brengen. Tassenvol en tussen de geparkeerde auto’s lekker barbecueën. Best gezellig allemaal. Daarna was het de beurt voor de gemotoriseerde jeugd. Binnen de kortste keren was ik helemaal ingebouwd. Kon ook niet meer vluchten. Dat duurde en duurde tot half 3 ‘s-morgens. Ineens was iedereen vertrokken. Alsof ze het voelde aankomen. Om 3 uur startte de muezzin met het ochtendgebed. Drie kwartier tetterde hij maar door, luid versterkt door speakers en een zaal vol gelovigen die hem regelmatig bijvielen. Hier hebben ze geen Mosquito’s nodig… Toch nog wat geslapen uiteindelijk. Volgende morgen als eerste naar een betere overnachtingsplek gezocht, niet te vinden. Vervolgens snel even de medina ingelopen naar het archeologisch museum. Op de terugweg links en rechts inkopen gedaan. Je kan toch immers niet met lege handen uit zo’n exotisch oord thuis komen. En al die jarigen van de afgelopen maanden. Ik geloof dat ik aardig geslaagd ben. Dan ineens heb je niks meer te doen en sta je om 2 uur voor keuze iets nieuws te bedenken of gewoon eens bij de veerboot gaan kijken. Met gevolg dat ik 2 uur later op de kade van Tarifa/Spanje stond, 4 uur Marokkaanse tijd, 6 uur Europees. Gelijk alles weer vertrouwd. De stoffige maar gratis parkeerplaats vlak bij het strand opgezocht, plek zat en weldadig rustig.
Op de heenweg ben ik op zoek geweest naar vaders stoel (Silla del papa), een zgn. oppidum boven op een berg. Toen na een klim van 3 km de verkeerde kant uit gestuurd, had ik niet meer de puf om nog zo’n traject af te leggen. Dit keer me veel moeite bespaard door de auto te pakken en door te rijden tot het niet verder kon. Op een gegeven moment bij een hek aangekomen.
Het was dicht maar niet op slot. Erachter 2 enorme koebeesten met van die vervaarlijke meters lange hoorns. Er stiekem langs geslopen, ze keurden me geen blik waardig. Daarachter strekte zich honderden meters diep een keteldal uit met boven op de rotsen aan de zijkant resten van verdedigingsmuren. In het dal hebben zo 6 eeuwen BC mensen gewoond, vml. was het Phoenicische kolonie. Een tussenstation op hun reis naar Engeland? Zou zo maar kunnen.
Ik ga hier nooit meer weg. God wat heerlijk. Totale ledigheid. De enige activiteit 50 meter lopen naar het strand en weer terug. Parasolletje mee om uit de wind te liggen. Half uurtje buik, half uurtje rug. Tussendoor even de zee in ter verkoeling en zo verder. Met frisse tegenzin vertrokken naar Sevilla. Daar in de buurt liggen ook nog een paar onvervulde wensen. Tja, was bang meer dan een gezond kleurtje te krijgen. Ik moet straks in NL toch nog over straat kunnen.
Maar 1 van de 4 gigantische dolmen is voor publiek toegankelijk. Jammer. Het zijn meters hoge heuvels, in doorsnee wel 75 m. Via een lange gang bereik je in het midden de grafkamer. In de dolmen van Montelirio zijn 14 geraamtes aangetroffen, vnl vrouwen, met bijgiften als sieraden en potten/pannen.
De indruk bestaat dat de wanden maar ook de botten beschilderd zijn geweest. Ze zijn zo’n 4000 jaar oud. In de eerste eeuwen zijn ze vaak hergebruikt als graftombe.