Donderdag 5 april
Pfff, even bijkomen van de opwinding. Heelhuids aan Tanger weten te ontsnappen. Wat een heksenketel. Je komt ogen te kort om het verkeer dat je links en rechts inhaalt, in de peiling te houden. Intussen op zoek naar een pinautomaat voor de broodnodige Dirhams. Overal verboden te stoppen. Toch maar gedaan voor de deur van een bank; geen enkel probleem. Het verkeer plooit zich geheel vanzelfsprekend om het obstakel op de weg. Een bezoek aan de stad zelf staat op de rol voor het einde van de reis, als ik weer de boot naar Europa neem. Om even te acclimatiseren een plekje aan het strand gezocht in Martil.
Wel heel erg eenzaam op een totaal verlaten parkeerplaats voor zeker 1000 auto’s. Toch maar een camping opzoeken? Laat ik het een avondje aanzien. De volgende dag kreeg ik gezelschap van 2 Fransen, dus…
Vanmorgen vroeg uit de veren. Wilde op tijd bij de veerboot zijn (Tarifa > Tanger port). Vertrek op de ticket stond gepland om 11.00 uur. Kon echter direct mee met de boot van 9.00 uur. Totaal geen probleem. Zorgen over de verkeerde hoogte van de verhuiswagencombinatie? Waar heb je het over. Nog geen uur later stond ik op de kade van Tanger (nog steeds 9.00 uur!). Toen begon het inchecken. Eerst werd een bus met scholieren van onder tot boven overhoop gehaald. Vervolgens oeverloze discussies bij bagage in kofferbakken van personenauto’s. Bij mij viel het uiteindelijk ontzettend mee. Even een kijkje binnen en dat was dat. Nou ja, afgezien dan van het te verrichten papierwerk. Nam meer dan uur; op 3 plekken sta ik nu ergens in databestanden opgeslagen en moet ik evenwel een paar velletjes héél zorgvuldig bewaren.
Vrijdag 6 april
Vanuit Martil een bezoek gebracht aan Tétouan, 14 km rijden. 3 musea aangedaan: Arts modernes, archeologie en etnografie. Had telkens het rijk alleen, afgezien van de suppoosten in mijn kielzog. En dat nog wel terwijl het gratis is vandaag. Vielen allemaal nogal tegen, net als een wandeling door de medina. Heel veel winkeltjes waren gesloten vanwege de vrijdag, Al-Djuma.
Zaterdag 7 april
Tot zover lijkt Marokko een grote bouwput. Overal wordt gewerkt aan nieuwe huizen en wegen. Moest vanmorgen kruip door sluip door Tétouan om op de weg naar Chefchaouèn te geraken. Onderweg alle tijd om rustig rond te kijken. Veel sneller d
an gemiddeld 40 km/uur gaat het niet. Aangeland op de eerste camping. Een grote modderpoel, bijna in de wolken. Het is buiten guur en het heeft veel geregend. Leuk stadje Chefchaouèn. Zelfs hier colonnes Chinezen. De camping staat vol met reislustige Italianen, ook gezellig met elkaar onderweg. Ik ben benieuwd wanneer ik de NL-ers tegenkom; ik rij ongeveer hun route maar dan in omgekeerde richting.
Maandag 9 april
Naar Meknes gevlucht. De ene bui na de andere, daartussen gewoon maar regen. Ga zo eens even wat rondlopen door de oude stad. Met frisse tegenzin. Maar het moet. Eerst even dit verslagje publiceren; een paar dagen had ik geen internetbereik. Fès heb ik al links laten liggen. Nu nog een zgn koningsstad laten schieten, dat kan niet. Gisteren was het in Volubilis (oude Romeinse stad) wel even droog. Vlak daarvoor hoosde het nog.
Mooie opgraving maar slechte toelichtingen ter plekke. Stad leefde van de olijfolie. Heel lucratief want dat spulletje gebruikten zo overal voor, van je wassen tot koken en verlichting. Het deel van de binnenstad met enorm luxe woningen is bloot gelegd. Feitelijk een soort herenboerderijen. In allemaal zijn olijfpersen aanwezig. Hopelijk geeft het fotootje een indruk van zo’n pers. Helemaal rechts de 4 gaten waarop een houten juk stond dat een lange arm vasthield.
Deze werd naar beneden aangetrokken door de een ronde steen links, als tegenwicht. Op de vierkante vloer in het midden werden de olijven gelegd. Via de goten er om heen stroomde de olie naar het verzamelbasin daarachter.
Nadat de stoet met kruis en al bergop was getogen, hield iedereen het wel voor gezien. De afdaling met en tableau de kruisafname van de here Jezus ging op in een feestgedruis. Een soort misplaatst carnaval. Het duurde ook wel heel lang en een gure wind blies door de hoofdstraat. Moeders haalden hun met puntmuts verklede kinderen uit de rij, mee naar huis. Heb het ingetogener meegemaakt in Toledo en Trapani/Sicilië. 
Leefde van de visvangst en -verwerking tot een smerige sausje (garum) waar de Romeinen verzot op waren. Daags daarop een verfrissende duik in de Atlantic genomen. Het was de eerste stralende dag zonder windkracht storm. 
Eigenlijk had ik al eerder de terugreis willen aanvaarden. Het thuisfront waarschuwde me echter voor grote files in dit weekend van van vakantie terugkerende Fransen. Hoorde dat de aanschuiftijd voor Bordeaux 5 uur bedroeg. Vandaar nog maar wat leuke bestemmingen uit mijn onuitputtelijk lijst geplukt (zie tabs onder kop weblog). Zo kwam ik in de Rioja terecht. Wondermooie, lieflijke streek, heuvelachtig ingeklemd tussen 2 bergketens. Een grote wijngaard. De dagen die ik er doorbracht, was het weer eens moordend heet (37/38
Standplaats was San Vicente de la Sonsierra. Een oud vestingstadje. Nu helemaal gericht op zich indrinkende toeristen. Die er overigens nauwelijks waren. Ik stond ergens beneden op een grasveldje bij de Ebro. Vlakbij een waterstation waar boeren met tankwagentjes langs kwamen. Een boete van 

Ik kan het niet laten een paar plaatjes bij te voegen. Op een ervan is goed te zien dat er stevig geknutseld wordt aan die dingen. De opstaande stenen hebben de neiging om te vallen door druk van buitenaf.
Van La Hoya laat ik een paar grafstenen zien. Een gebruik dat dus al teruggaat eeuwen voor Christus.
onderdelen als bad-/woonhuis en markt.
Te weten: de stuwdam van een stuwmeer, waterberging en een zgn. waterkasteel waar het water verdeeld werd naar belangrijkste afnemers w.o. het badhuis.En niet te vergeten het zebrapad.
Daar waar de Rio Miño -op de grens van Spanje en Portugal- zich met de Atlantische oceaan verenigt. Pal aan de kust was het ook hier een drukte van je welste. Maar nog geen 500 meter meer stroomopwaarts van de rivier dezelfde stranden en met minder wind op de koop toe. En bijna geen kip te bekennen. Moeilijk te vatten. Onthou overigens de naam van de rivier; ze bleek nog meer verrassingen in petto te hebben. Ik kwam een beetje onbedoeld hier terecht. Dat lag niet aan het mooie castro Santa Trega. Het weer sloeg om en dan kan je beter aan de kust zitten dan in het binnenland, bedacht ik me. Een beetje voortbordurend op mijn ervaringen in Haamstede. Waarom zou dat hier ook niet zo zijn? Bleek aardig te kloppen. De dagen begonnen telkens bewolkt en mistig. Maar tegen de middag klaarde het op en werd het heerlijk weer. Prima om me ‘s-ochtends aan mijn verslaving te kunnen overgeven, het invullen van KAKURO-puzzels. Een soort Sudoku, maar dan wat uitgebreider. Mijn niveau is bruine band, gemiddeld dus zoals de meeste van mijn kundes en kwaliteiten.
Bij de eerste de beste tussenstop viel ik al met m’n neus in de boter. Had een overnachtingsplekje op het oog aan de eerder genoemde Miño. Dat bleek niet meer en minder dan een soort thermen te wezen, met zwavelhoudend water in kleine bassins. Echt gezond en zo goed voor de huid. 
Zelfs midden in de stad was er een, op de plek van een Romeins badhuis. Die kenden dit fenomeen dus ook al. Daar stond overigens wel wat tegenover. Het archeologisch museum in Ourense had er aan moeten geloven vanwege bezuinigingen.
Inmiddels aangeland in Las Médulas. Nu een natuurpark. Maar het was de grootste goudmijn
De op te blazen stuk berg werd vervolgens als een gatenkaas doorboord met een gangenstelsel. Hierin werd dat verzamelde water uitgestort. Met gevolg dat de rotswand het begaf en weg brak. 
Moet nog even wat rechtzetten. Eerder meldde ik dat zo’n castro door maar iets van 50 personen zou zijn bewoond. Dat klopt niet. Het zet net iets anders. Binnen een castro bevonden zich vaak tientallen ommuurde percelen waar een extended family in meerdere huizen met opstallen woonde.
De omvang daarvan was voornoemd aantal. In totaal ging het dus om veelvouden daarvan. Het is maar dat je het weet… Geen fabeltjes de wereld in helpen.
Voorts mag ik jullie niet een plaatje onthouden met het tot nu toe meest echte hunebed. Het ligt er bij alsof het net is uit gegraven uit een grafheuvel.
Een heel macabere oord bezocht: Panóias. Een Romeins heiligdom uit de nadagen van het empire, onder speciale bescherming van de Senaat in Rome. Het bestaat uit een een drietal enorme rotsblokken waarin keurige rechthoekige en ronde kisten zijn uitgehakt, mensgroot en heel klein. In het heiligdom werd Serapis vereerd. Een van oorsprong in Epypti
wol.
Bv. met Sepultura antropomórfica of Via romana. Helaas bedacht ik me dat na meer dan een half uur stevig doorstappen. Mamoa’s zijn grafheuvels. Daar kan een hunebed in zitten. Alleen je ziet er niets van. Castro Sabroso en Pópulo aan gedaan. Van de eerste werd nergens kond gedaan, van haar bestaan.
Was desalniettemin de interessantste van de 2. Een castro is een versterkt dorp, boven op een heuvel. Men neemt aan dat er maar een familie met nauwe verwanten, een persoon of 40/50, woonde. Dat maakt het des te opmerkelijker wat ze in een paar generaties opbouwden. Enorme ommuringen met daarin minuscule huisjes, meestal rond en in doorsnee 3 à 4 meter. Toen een eeuw voor Christus de Romeinen (wo. Julius Caesar) begonnen aan de verovering van Spanje/Portugal zijn de dorpen pas echt vestingen geworden.
Castro Pópulo is daarna nog eens omgetoverd tot een heiligdom geworden, gewijd aan de evangelist Marcus. Ik krijg de indruk dat Onze Lieve Vrouwe van de barmhartige dood (Boa morte) hem aan het voorbij steken is.
Allebei schaafwonden. De scharnieren van mijn wat ontzette luiken in de zijkant van de auto zijn met een paar forse tikken met de hamer weer in het gareel gebracht. Ben benieuwd wie de verzekeraars gaan aanwijzen als schuldige. Was het oosten van Portugal tegen de grens aan met Spanje ontvlucht. Overdag ver over de 40
Twee excursies gedaan in Vale do Côa, 
Over doorzetten gesproken. Begin deze week stond ik een paar nachten in Talhadas. De caravan afgekoppeld op een verlaten voetbalveld met een prachtig uitzicht op de omliggende bergen. En op pad met alleen de auto. Dat doe ik zo veel mogelijk. Ik zoek dan een beetje centrale plek en werk van daaruit mijn verlanglijstje af. Het heeft geen zin om die sleurhut over naar toe te slepen. Plus, het beperkt je mogelijkheden. Zo ook nu. Het laag hangend fruit had ik al geoogst. Waaronder dolmen Capela dos Mouros.
Prachtig met de dekstenen er nog op en midden in aarden heuvel. Zoals het hoort. Er lagen nog 2 dolmen te wachten om vereerd te worden met wat aandacht. De eerste was relatief snel gevonden met de GPS van de auto in de hand. Maar 1 km heen en 1 km terug.
Dolmen Poco dos Mouros met uniek, de sluitsteen van de ingang en in een bed van keien. De tweede lag verder weg. De auto een bospad opgestuurd. Begon aardig, redelijk berijdbaar. Allengs verslechterde de kwaliteit van het weggetje. Moest de zijspiegels inklappen omdat ook het struweel zich steeds meer begon op te dringen. Eindelijk na een paar km diende zich een plekje aan waar ik kon keren. Maar ik had nog steeds niet dat mini dolmentje bereikt. Even getwijfeld of ik te voet verder zou gaan. Maakte me zorgen over de weg terug. Dacht al aan het bellen voor iemand met tractor. Toch maar gaan lopen. Een stok gezocht om wilde dieren van het lijf te houden. En in de andere hand m’n GPS. Om de paar honderd meter even gekeken waar ik was. Vreselijk, ik liep met een grote boog om het grafje heen en kwam geen stap dichterbij. Na bijna 2 km de moed opgegeven. Van het pad afwijken was geen optie. Had me dan dwars door de dichte begroeiing heen een pad moeten hakken. Terug naar af. De auto hield zich kranig. Iets te naar later bleek.




En ze moeten het nog tig keren spelen, elke zaterdag tot eind september. Bernarda staat voor de opgave de eer van haar dochters te bewaken, na de dood van haar man. Om de sfeer te schetsen. In de 19de eeuw was het nog gebruikelijk dat het huis van de weduwe voor 8 jaar lang werd dichtgemetseld. Een regime dat door de tijd al iets versoepeld was tot het gesloten houden van ramen en deuren. Het loopt natuurlijk allemaal niet goed af. Aan het eind is er in ieder geval één dochter minder.
De paar dingen die ik bezocht heb, zijn op de vingers van een hand te tellen. Heel veel gelezen, op een bankje in de schaduw. En zelfs daar ging je bijna van je stokje. Op weg naar Lissabon nog wat hunebedden o
Verder een drietal rotsgraven van duizenden jaren voor Christus. En van iets latere tijd, zeg maar een paar eeuwen voor onze jaartelling een fort. Al heel gelijkend op ons meer bekende versies uit latere tijden, met dikke muren en naar voren uitstekende torens.
Avila blijven hangen, even een dagje genikst. Kwam niet echt in de vakantiemodus, iedere dag een race om al mijn programma-onderdelen af te vinken. ‘s Morgens vroeg de vorige aflevering van mijn lopend verhaal zitten schrijven. Wilde nog even van free wifi gebruik maken van een dichtbijzijnd restaurant. Zodra de bussen arriveren is niet meer mogelijk om er tussen te komen, was mijn ervaring. Verder de kathedraal met een bezoekje vereerd en voor het eerst zelf gekookt: nasi (of iets wat er op lijkt). Smaakte me er niet minder om. Kan nog dagen vooruit. In Cáseres zelfs taugé weten te scoren, dus nu is het echt af.
ot gelegd: stadspoort, forum, badhuis en luxe stadsvilla. Opvallend detail een vierzijdige gedenkboog, die op de kruising van de hoofdassen van de stad stond. De weg er naar toe laat een aardig straatbeeld zien. De rijweg met daaraan direkt grenzend de pergola van de winkels.
Wel lekker dicht bij het centrum. Bovenal kan er water getapt worden en nog veel belangrijker: de poepdoos kan hier geleegd worden. De stad heeft natuurlijk een Romeins verleden. Spanje was een uiterst belangrijke kolonie van Rome. Uit Italica (de naam alleen al), stad vlak bij Sevilla,
kwam bv. keizer Hadrianus. Maar er zijn ook resten van andere nieuwkomers, de Visgoten. Waren al een tijdje op streek na hun vertrek uit noord Europa langs de Zwarte zee naar het westen..
Zij zijn het die -wat wij noemen- de Moren in Spanje hebben binnen gehaald. Om een ruzie onder elkaar te beslechten…
De Romeinse pendant ligt even verder in een droge vlakte.
Het is me duidelijk geworden of daar een andere rivier liep of de rivier toen een andere loop had.
Was een tip van een van de vrienden. Bleek pal tegen de plek aan te liggen die op mijn lijstje stond: vroegchristelijke grafkisten, uitgehouwen uit enorme rotsblokken.
De eerste keer had ik de euvele moed op het heetst van de dag op pad te gaan. De 2 volgende keren mooi na de siësta, een paar uur voor zonsondergang. Alhoewel ik geen loopliefhebber ben, dient al dit gezwoeg toch een hoger doel: afvallen. Resultaat laat echter op zich wachten, nog geen gaatje winst aan de broekriem.
Laat ik volstaan met een plaatje van de dorpel van een stadspoort. Eeuwen verkeer lieten hun sporen achter. Met in het midden de stootplaat waarop de 2 deuren sloten.
Bij toeval gevonden, stonden niet om mijn lijstje of een site. Dacht een mooie plekkie te vinden bij iets dat aangekondigd werd als aquatourisme. Nooit gevonden. Maar wel… Kan ik ook weer mijn steentje bijdragen aan de database van
Uiterst welkom om effe af te koelen. Het was vandaag bijna 40