Sta in een buitenwijk van Alabanda, vlakbij Çine. Nog net binnen de stadsmuren. Daarachter strekt zich de noordelijke begraafplaats uit. Dit om even de situatie te schetsen als ik er op bezoek zou zijn geweest 2000 jaar geleden. Alabanda schijnt te betekenen: stad met stallen. Die naam deed het vanmorgen, toen ik door het centrum liep, alle eer aan. Ik liep er rond in een wolk van vliegen. Over en in de oude resten is een boeren dorpje gebouwd waar koeien, schapen en noem maar op vrijelijk rond stappen. Over vooruitgang gesproken. Moet je je voorstellen dat onder deze met stront overgoten modderstraten een keurig geplaveide stad ligt? Afgelopen jaren is het theater met ruim 6000 zitplaatsen grotendeels ontdaan van allerhande bebouwing. Dat toornt nu boven alles uit; een vlag op een…
Vanuit Alabanda gelijk maar doorgereden naar Alinda, 20 km verderop. Een ware verrassingstocht. Vanaf de grote weg wordt het grotelijks aangekondigd. Maar hoe dichter je in de buurt komt, des te moeilijker wordt het nog een enige richtingaanwijzing te vinden. Uiteindelijk zijn de straatjes zo smal dat ik de auto maar ergens neer zet en verder te voet ga. De site zelf is net ze wonderlijk. Er staan enorme resten van gebouwen, zonder enige toelichting. Met wat moeite valt een pad te ontdekken. Via de agora klim je hoger en hoger de heuvel op. Om uiteindelijk helemaal boven op de acropolis te geraken (dit keer dus wel!). Intussen kom je een theater tegen. Nog een soort agora. Loop je langs stadsmuren met wachttorens. Die je op gegeven moment ook weer achter je laat en een ware dodenstad doorkruist. Heel veel natuurstenen doodskisten en – wat ik maar noem – grafrotsen, De dag kan helemaal niet meer stuk als er ook nog een fraai stukje aquaduct staat.
Tot zover het meer verheven deel van de week. De rest heb ik aan het strand doorgebracht. Enerzijds omdat ik op zag tegen de terugrit om van het schiereiland af te komen. Maar de echte reden was dat de baai waar ik vlak bij het strand kon staan, ontzettend fraai was En het water zo helder als glas. Bijna dagelijks stak ik over naar een eilandje, zo’n 100 meter uit de kust, via een doorwaadbare verbinding. Het enige minpuntje was het weer. Wolken, regen, storm en dan weer prachtige blauwe luchten wisselden elkaar in hoog tempo af. Dan was het op mıjn eilandje af en toe wel eens even frisjes. Want veel meer dan een plastic doos met daarin de e-reader, bril en wat snoep kon je niet droog over krijgen.
Het is dan ook weldaad om lekker in de schaduw, in de caravan dit verhaaltje te mogen schrijven. Een doorsnee dag volgens Turken; dit is nog maar het begin.
En nu nog het slotakkoord. Na al deze konsternatie besloot ik voor het eerst een camping te nemen. Een heel ontvangstkomitee verwelkomde me. Maar de prijs stond me niet aan,15 euro voor een plekje op een drassig grasveld. Dat kan voor niks beter en dat klopt, zie maar. Bij het omkeren echter zakte m’n hele hebben en houwen weg in de smurrie. Was geen beweging meer in krijgen. Hoe hard het hele gezelschap ook stond te duwen en trekken. Moest een tractor aan te pas komen om me er uit te bevrijden. Ben vertrokken, handjes geschud, iedereen vriendelijk zwaaiend, geen onvertogen woord gevallen.
Mijn enige aanspraak zijn 4 zwerfhonden en wat vissers. Alhoewel gisteren ineens een paar zigeunerfamilies neerstreken. Even onverhoeds waren ze weer vertrokken na de was te hebben gedaan. Zoals bijna op alle stranden in Griekenland is zo ook hier wel ergens een kraantje te vinden. Op een vorige plek was het helemaal lux. Bij een verlaten strandtent was het water niet afgesloten, deed de wc het nog en kon er koud gedoucht worden.
Niet onvermeld mag blijven de resten in casu de funderingspaaltjes van een van de eerste houten bruggen uit de geschiedenis. Waarvan akte. Heb me uiteindelijk goed vermaakt met zoeken naar een paar graven in de omgeving. Was niet zo simpel omdat nieuwe autowegen de geografische herkenbaarheid over hoop hadden gehaald. Wat eerst ver weg leek te liggen, bleek nu vlakbij te zijn. Heel wat zandpaden bergop voor niets beklommen. Verbrandde ook nog mijn harsens daarbij, omdat ik geen pet bij me had.
Bijvoorbeeld met het herinstalleren van 8 computers die ik gebruik op de basisschool om de hoek. Per apparaat kost je dat al gauw een uur of 4. Gelijk maar besloten afscheid te nemen van Windows XP; medio volgend jaar stopt Microsoft met verdere ondersteuning. Nog geen definitieve keuze voor een alternatief gemaakt. Op de ene helft staat nu Linux Mint en op de andere helft Xubuntu. Vorig jaar ben ik begonnen met een kursus computertechniek voor scholieren, in de groepen 5 t/m 8. Was een redelijk succes en voor herhaling vatbaar in het nieuwe schooljaar. Voor mijn vertrek naar Griekenland alles keurig opgeborgen. Helaas vergeten gebruikersnamen en wachtwoorden op te schrijven. Vandaar! Tijdens de kursus moeten de kinderen o.a. een PC demonteren en weer in elkaar zetten nadat ze op internet hebben opgezocht hoe de verschillende ‘organen’ uit het inwendige heten en wat de functie ervan is. Als nieuwigheidje voor dit jaar heb ik een quadcopter aangeschaft die via de computer met een joystick radiografisch bestuurd kan worden (
Haar huis staat er nog, schier onveranderd met brievenbus en al. Om een fotootje te kunnen maken, liep ik een stukje de tuin in. Binnen de kortste keren stond de man van de tapijtzaak aan de overkant voor mijn neus. De nieuwe bewoner. Antwerpen stelt op een of andere manier nooit teleur. Ik moest er een paar dagen verblijven in afwachting van 2 opstappers die zouden helpen bij het terugvaren. Het is een combinatie van een gezellige drukte en fraaie klassieke panden. Het nieuwe Museum aan de Schelde en het Museum voor hedendaagse kunst vielen me jammer genoeg nogal tegen. Had er meer van verwacht. Spectaculaire gebouwen met iets te weinig inhoud. Ook nog tijd gevonden voor een concert in de barokke St Paulus-kerk. Laat middeleeuwse 40 stemmige polyfone muziek met meerdere koren en instrumentale ensembles verspreid over het schip, in telkens wisselende samenstellingen. Soms heel verstild en dan weer verpletterend de hele ruimte vullend. Prachtig prachtig! Het is me wel duidelijk geworden uit welke bron de tegenwoordige seriële muziek put.
Het baaitje Anse de Bréhec waar ik voor anker lag en waar al deze plannen tot volle wasdom waren gekomen, was prachtig. Het weer wat minder. Maar uren later dacht ik, even nog wat kontroleren. Merkte ik ineens dat 2 havens achter elkaar liggen, Granville en Cartaret, waarbij je bij de een ± 2 uur HW (hoogwater) de deur in en uit kan en de ander nog krapper te boek staat (± 1 uur HW). Op zich geen probleem, ware het niet dat HW net zo rond 12.00 uur is. M.a.w. dat je als je bij de eerste weggaat, je pas bij de tweede om middernacht naar binnen kan. Daar begin ik niet aan, een beetje in het duister rondscharrelen op volstrekt onbekend vaarwater. Door de grote getijverschillen liggen heel veel havens hier bij laag water verscholen achter honderden meters zandstrand. Binnen staat nog wel water omdat de havenkom voorzien is van een drempel waardoor ie niet leeg kan lopen.
orige week eindigde ik in Lanildut met de aankondiging op te zullen stomen naar Roscoff. Diezelfde middag , van de ochtend waarop ik mijn weblog bijwerkte, was het ineens zo’n fraai weer geworden dat ik nog een stukje ben gaan varen. Naar de Aber Benoit. Een goeie beslissing want de volgende dag bleek Roscoff wel heel ver weg te liggen. Geen zuchtje wind, de hele dag weer eens op de motor. In Camaret had ik al bij een supermarché 100 liter diesel goedkoop ingeslagen door 5 keer op en neer de fietsen met een jerrycan achterop. In Roscoff nog maar eens dezelfde hoeveelheid bijgetankt. Je weet maar nooit. Schiedam is nog ver. Roscoff is een aardig plaatsje met veel historisch gevoel. Ik zag nu ook met eigen ogen een schip vol zeealg. Glibberige lange slierten.
en met een van de mooiste zeildagen van de hele reis. Alles klopte, de motor alleen even aangezet om te vertrekken en voor anker te gaan in de Anse de Bréhec. Bedoeld als opstart van de slotronde. Mooi niet dus. Vandaag naar Lézardrieux teruggevaren voor de grote oversteek van morgen. Had ik die vuurtoren niet al eens eerder gezien? Klopt, namelijk ook in 1994! En wat is dat toch met die hunebedden, toen ook al.