Zondag 28 juli 2013 Douarnenez

Dat zijn jullie niet van me gewend. Geen wekelijkse afleveringen meer? Ja, het schiet er een beetje bij in. Een echte reden kan ik er niet voor aangeven. Misschien was te warm. Dan ga je niet binnen zitten achter je computer zitten. Af en toe heb ik ook het gevoel meer van het zelfde op te schrijven. Daar zit ook niemand op te wachten. Daarom nu het droeve verhaal over de verdronken stad Ys. Bretagne heeft zo haar eigen Atlantis. Het moet ergens liggen bij Raz de Sein, net iets noordelijker ervan in de Baie des Trépassés. Of misschien meer in de Baie de Douarnenez (alwaar ik nu op het moment een stormpje aan me voorbij laat gaan). Zeelieden en vissers horen in die contreien nog regelmatig klokgelui van onder water. Ys lag van oorsprong onder de zeespiegel maar werd voor overstroming beschermd door een ommuring.  Ten tijden van koning Gradlon werd de stad een poel des verderfs, mede door het liederlijke gedrag van zijn dochter Dahut.  Onze Lieve Heer zag dat allemaal met lede ogen aan en besloot dat dat niet verder kon. Hij stuurde de duivel erop af in de persoon van een bevallige jongeman die de koningsdochter verleidde. Na van haar de sleutels van de sluisdeuren ontfutseld te hebben, opent hij die en laat de stad verzuipen. De koning weet het vege lijf te redden. Hij vlucht te paard. Eerst nog samen met zijn dochter. Maar als het paard niet snel genoeg vooruit kan met die 2 op zijn rug, moet hij haar opofferen en smijt haar in het water. Op instigatie van ene saint Gwennolé…

Vorige keer eindigde ik met de nationale verbroederingsfeesten in Frankrijk ter gelegenheid van de 14de juli. Vanaf de boot heb ik op verschillende plaatsen vuurwerk zien afsteken. De ene keer pal voor m’n neus en dan weer heel ergens in de verte. Allemaal nog op en rond de Golf van Morbihan. Deze heb ik inmiddels achter me gelaten. Maar daarover straks meer.

Vrij systematisch verkende ik de golf. Toch heb ik hele grote delen niet bezocht. Het is een soort IJsselmeer. Ook zo’n binnenzee. En net zo onbevaarbaar door de ondieptes. Bij vloed kan je overal wel komen. Maar bij eb moet je de diepere stukken weer opzoeken. Het grote verschil is dat de golf bezaaid is met grotere en kleine eilanden met lieflijke baaitjes en ruige natuur.

Voorbije week heb ik met name doorgebracht in en rond Arzon en Locmariaquer. Twee plaatsjes aan beide kanten van de monding van de golf. Arzon is een vakantieparadijs met een megahaven. Die zijn hier wel meer. Met meer dan 1000 ligplaatsen. En dat is nog niet genoeg. Op de kant staan de boten in rekken op elkaar gestapeld. Het stadje bestaat uit een conglomeraat van hameaux (gehuchtjes). Ieder met een eigen karakter. De meest recente zijn in historiserende stijl neergezet. Alsof het gedachtengoed van prins Charles van Groot Brittannië ook hier heeft post gevat. Overal zie je jong en oud geanimeerd worden. Club Med is niet voor niks een franse uitvinding. Laten men zich niet bezig houden dan doen ze dat zelf. Bij eb staat half Frankrijk gebukt aan de vloedlijn mosselen of iets dergelijks te rapen. Voor mij was er ook het nodige te beleven. Natuurlijk Petit-Mont (die de teleurstelling van Gavrinis geheel deed vergeten). Een enorme heuvel van keitjes met daarin 3 graven. En een duitse bunker. Hoe dat allemaal zo gekomen is, laat zich raden. De duitsers hebben respect getoond voor dit brokstuk historie. Runentekens hielden ze ook zo van. In de bunker is een apart deurtje waardoor een van de graven (ook nu) toegankelijk bleef. Arzon zal verder in mijn geheugen gegrift blijven staan vanwege mijn eerste lekke band (in al die jaren). Na een uurtje (terug)lopen kwam ik gelukkig een fietsenmaker tegen. Hij leende me zelfs een fiets zodat ik terwijl de band repareerd werd, wat boodschappen kon doen. Als borg liet ik mijn rijbewijs bij hem achter. Blij dat alles het weer deed, vergat ik het terug te vragen. Als het goed is, heeft hij het inmiddels naar Camaret (waar ik straks weer langs kom) opgestuurd. We zullen zien.

Locmariaquer, pal tegenover Arzon, is eveneens een toeristenplaatsje. Maar totaal anders van karakter. Gewoon nog het dorpje van vroeger in zekere zin. ’s-Morgens had ik mijn rubberbootje ergens aan steiger vastgelegd. Mijn eerste opgave was een benzinepomp te vinden. Bleek er niet te zijn. Degene die ik het vroeg, bood gelijk aan wat uit zijn tank over te gieten. Zomaar gratis, hij wilde er niets voor hebben. Zeker nog in de feestroes; de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap in de praktijk gebracht. Met deze opsteker op pad gegaan. Locmariaquer drooggevallenLocmariaquer heeft samen met het langste graf La table des marchand en Le grand menhir te bieden. Indrukwekkend maar sfeerloos in een keurig aangeharkte omgeving. Waar je zelfs niet op gras mocht lopen. Als tegenwicht in de omgeving heel veel hunebedden in het wild weten op te sporen. Waaronder Pierres Plates met dekstenen van wel 10 m². Bij terugkeer na een hele middag op de fiets te hebben gezeten, lag mijn bootje vast in de modder. Mooie gelegenheid om even rustig aan te doen en na 2 pilsjes was het water weer zover gestegen dat ik terug naar huis kon varen.

Het is een langer verhaal geworden dan ik te voren had ingeschat. Volgende week dan maar het vervolg. Waaronder mijn bezoek aan Lorient.

Zondag 14 juli 2013 Vannes

Op een bezoekje aan île de Gavrinis rust geen zegen. Een week geleden werd ik er weggestuurd omdat ik ergens anders op het  vaste land niet vooraf een kaartje had gekocht. Nu had ik mijn zaakjes wel voor elkaar. Met de boot lag ik op een paar honderd meter afstand voor anker. Lukt  het me niet er te komen. Motortje van het bijbootje startte niet! Even liep ie en toen was het over. Vlug terug geroeid naar mijn boot; geprobeerd snel een oplossing te vinden. Bougie deed het prima. Tenminste dat voel je direkt als je even start, krijg je een schokje. Dan is er nog maar een andere mogelijkheid: brandstof. En ja, hoor. Filter doorgeblazen. Nog geen sjoechem. Wat dan? Om een lang verhaal kort te maken, vermoedelijk werd er ergens in de leiding van het tankje naar de motor vals lucht getrokken door een lekje. Na alle slangklemmetjes te hebben vervangen, doet ie het weer als een tierelier.

Al met al geen kijkje kunnen nemen in de 3-sterren-dolmen (3 van 3). Gelukkig  heb ik er plaatjes van. Wat het zo bijzonder maakt, is dat alle rotsblokken aan de binnenkant van het graf bewerkt zijn met geometrische figuren. Maar ook met afbeeldingen van dieren. Een rotsblok is waarschijnlijk gejat. Want in een ander graf in de buurt is het aansluitende deel gevonden. Spannend allemaal, hè?

Larmor-Baden droogvallenZe zeggen wel: koop een boot, werk je dood. In ieder geval ben je altijd bezig iets te repareren. Ik heb een lijstje waar ik iedere keer wat bij schrijf en doorstreep als het gedaan is. Daar komt geen eind aan. Net zoals aan de hoeveelheid gereedschap en onderdelen, die ik altijd bij me heb. Iedere keer als ik vertrek, denk ik zal dit of dat niet thuis laten. Het is maar goed dat ik dat niet doe. Hoogtepunt van de week in termen van klussen was het doorsmeren van de schroef. In Nederland moet ik dan even de kant op of iemand charteren die kan duiken. Maar hier heb je een alternatief vanwege de grote getijverschillen: laten droogvallen (gecontroleerd!).  Een eerdere poging mislukte. Nu had ik een buitenkansje. In de haven van Larmor-Baden zijn een aantal balken verticaal tegen de kademuur gezet, waarlangs je rustig met de eb naar beneden kan zakken en waar tegen je als de boot op de grond staat, als het ware een beetje naar toe kan omvallen, zodat wind je niet per ongeluk naar de andere kant op een oor legt… Ik geloof dat ik iets te dichtbij landde waardoor ik niet goed genoeg tegen de kade aan hing. Voor de zekerheid is van de top van de mast een lijn uitgezet. Het is allemaal prima verlopen. Een half metertje water bleef er nog staan. In het rubberbootje ben ik achter onder het schip gevaren en met de vetspuit aan de slag gegaan. Bij het wegvaren later was er duidelijk een verschil te merken. Het vooruit en achteruit schakelen maakt ineens veel minder geluid. Al met al een hele dag werk. Om 8 uur ’s-ochtends net na het hoogtepunt van de vloed legde ik vast en 10 uur later kon ik pas vertrekken. Het klusje zelf is zo geklaard. Maar je moet aan boord blijven omdat je regelmatig de landvasten moet bijstellen.

Maandag twee weken geleden vertrok ik aan het eind van de middag uit La Trinité, richting Golfe de Morbihan.  Om daarop/daarin te komen moet je een flessenhals door bij Port Navalo. Bij voorkeur met een beetje tij in de rug. Zo’n moment was die dag in alle vroegte of zo rond zessen.  Mooi tochtje, helemaal bezeilbaar. Een paar dagen vervolgens voor anker gelegen bij Île Longue. Ja, pal tegenover Île Gavrinis waar ik niet welkom was. Het was in afwachting van wat komen ging. De laatste verregende dagen. Ze goed besteed aan wat andere werkjes. Wat aan de scheepsverlichting veranderd. En het log nagekeken. Dat zit aan een plug door de bodem van het schip. Die kan je eruit trekken. Het water spuit dan om je oren als er niet snel een stop op draait. Eigenlijk ook als je dat wel vlot doet. De schoepen van het log zaten helemaal onder de zeepokken.

Bij de eerste mooie dag doorgevaren naar Vannes, helemaal aan de andere kant van de golf. Een mooi oud plaatsje. Toeristisch maar met mate. Ik ging er naar toe vanwege het archeologisch museum. Maar bij het toegangskaartje was inbegrepen een bezoek aan het museum voor hedendaagse kunst. Vol met grote verstilde vlakken in pasteltinten. Maar ook heel fantasierijk werk van ene Jaques Brown. De jachthaven is midden in de stad. Een beetje het idee van het Bolwerk in Rotterdam. Rondom allemaal terrassen en cafés. Heerlijk om weer onder de mensen te zijn en gewoon van boord te kunnen stappen. Na een dag of 4 eenzame opsluiting een weldaad.

Sindsdien kan de reis niet meer stuk. De ene nog mooiere dag na de andere dient zich zomaar aan. Soms is het in de morgen nog wat grijzig. Tegen de middag komt de zon door en dan is net zomer. En wat doe je dan? Werken aan je verslaving, hunebedden zoeken. Ik denk dat ik er weer paar gevonden heb, waar megelitic.co.uk nog geen weet van heeft.

Larmor-Baden frites et moulesOp het moment lig ik voor anker bij Larmor-Baden. Gisteravond was het feest. Moules et frites. Een jaarlijks gebeuren dat afgesloten wordt met een groots vuurwerk. De mosselen waren nog wat klein. De insiders om me heen prezen ze echter om hun smaak. Overigens de frieten mochten er ook zijn. Een regelrechte lekkernij na weken van eten van eigen brouwsels. Eergisteren ging het laatste bakje nog in Nederland voorgekookte spaghettiprut in de koekenpan. Fris uit het vriesvakje, geen koliek ofzo van gekregen. Dus nu sta ik er echt helemaal alleen voor!

Zondag 30 juni 2013 La Trinité-sur-Mer

Een mens is maar kort van memorie. Een paar dagen wat beter weer en je bent alle ellende van de week ervoor gewoon vergeten. Zoals ik al aangaf, hikte ik een beetje tegen de immensheid van de oceaan aan. Gelukkig diende zich ineens een mooie dag aan om de stap te wagen. Niet te veel wind en zonnig, wel fris. Op de  route lag een knelpunt: Pointe du RazPointe de Raz. Alle pilot-boeken beschrijven hoe het hier kan spoken. Het is nauwe doorgang in een kaap waarvan de rotsen grotendeels onder water ver in zee doorlopen. Zelfs zo’n eind dat er om heen varen geen optie is. Wanneer het stevig waait en stroom en wind boksen tegen elkaar op, dan zijn alle ingrediënten voor exotisch maal aanwezig. Aangeraden wordt met doodtij er door heen te gaan. In mijn geval om 7 uur ’s-avonds. Voor mijn gevoel was ik redelijk op tijd vertrokken. Een uur eerder dan mensen die er bekend zijn, aanraadden. Toch schoot ik niet echt lekker op. De stroom was tegen en de route niet rechtstreeks bezeilbaar, ik moest een paar slagen maken. Daarbij kwam nog dat in de loop van de middag de wind afnam. Met gevolg, eerst zeilen met de motor bij en later zelfs helemaal alleen op de motor om op tijd bij Pointe du Raz te kunnen zijn. Het is allemaal goed gegaan. Samen met nog een paar boten zijn we er door heen geglipt. Om 21.00 uur ben ik voor anker gegaan in de baai van Ste. Évette, vlakbij Audierne. Rustig nachtje, lekker geslapen .Ste Evette passant De volgende dag totaal geen wind. Ja, wat moet je dan? Blijven liggen of toch maar gaan en hopen op verbetering onderweg. Ben vertrokken. Acht en half uur aan een stuk op de motor moeten varen tot Port Manec’h. Het gekke is dat je van zo’n dag doodmoe wordt. Je doet eigenlijk helemaal niets; je zet de motor en stuurautomaat aan en dat is het. Maar dat gehang de hele dag. Je leest wat en toch moet je blijven opletten op wat er om je heen gebeurt. Het verschil merkte ik de dag daarop. Echt zeilweer, grotendeels windkracht 3 à 4 en niet pal achter. La Trinité portPas in de Baie de Quiberon trok de wind nog even stevig aan tot 5/6. Dat was wel goed, liet me weer merken dat de boot niet de zwakke schakel is. Daar kan je volledig op vertrouwen! Na 11 uur op het water aangelegd in La Trinité-sur-Mer. Ik had het toen wel gehad, maar totaal anders dan de dag ervoor.  Waarschijnlijk mede omdat ik nu daar ben waar had willen uitkomen. Namelijk bij Carnac!

Nu ik dit verhaaltje zit te schrijven, heb ik er 2 dagen van rondfietsen door de oertijd opzitten. De meeste indruk maakten de honderden meters lange rijen rotsblokken, kleine en grote menhirs. In de loop van eeuwen zijn delen gesloopt voor landbouwgrond. Op meerdere plaatsen doorkruisen wegen het trajekt. Alles bij elkaar strekt het zich uit over 4 kilometer. Het waarom zal eeuwig een raadsel blijven. Alhoewel in de 3de eeuw na Chr vluchtte (de later heilig verklaarde) Cornély voor de Romeinen weg uit Rome. Hij dacht een veilig oord te hebben gevonden in Bretagne.

Niets minder bleek waar, ook daar bleven ze hem achter de vodden zitten. De plaatselijke bevolking vond dat maar niks. Al dat vreemd volk dat brandschattend door het land trok. Net ten tijden van de oogst, dat ook nog. Cornély bleek echter over een geheim wapen te beschikken. Het was in staat de achtervolgende legerschare te doen verstenen. En zo staat hier dat leger Romeinse soldaten nog steeds, keurig in het gelid. Dat sint Cornély in later eeuwen de beschermheilige der runderen is geworden, doet niets aan deze prestatie af. Naast de alignements heeft Bretagne nog een schat aan ander versteend erfgoed. Wie mijn reizen volgt, kent ze inmiddels. De hunebedden. Te kust en te keur. Ik heb er zelfs een paar weten te vinden, waarvan nog geen plaatje staat op de site megalithic.co.uk. Kan ik dus mooi aanvullen; mijn bijdrage aan het nageslacht.

Voor degenen die mijn Odyssee live willen volgen, heb ik een leuke suggestie. Als ik vaar zend ik (in overdrachtelijke zin) continu een signaal uit om aan te geven wie en waar ik ben. Zo kunnen andere schepen mij zien en zie ik hen. Een soort radar dus. Op een voor mij onbegrijpelijke manier worden al deze signalen gebundeld en op internet gepubliceerd. Ga naar de site van Marine Traffic (link naar Marine traffic Cepheus), tik de naam van mijn boot  in, klik op Cepheus pleasure craft en zowaar  daar verschijn ik in beeld. Nogmaals, alleen als ik vaar tot enkele uren daarna. Schrik niet als ik onvindbaar ben. Het systeem is niet perfect, heb ik gemerkt. Of ik lig ergens lekker stil en in de zon. Dat zou toch ook heel goed moeten kunnen.

Zaterdag 22 juni 2013 Camaret

Ik ben echt iets heel belangrijks vergeten. Dat geldt voor nog wat zaken zoals mijn verzamelde films. Maar wat ik ontzettend mis, zijn wintertruien! De ene die ik bij me heb, is nog geen dag uit geweest. Alle typen weer hebben zo onderhand de revue wel gepasseerd. Camaret sM portZon, veel wind, geen wind, regen, mist of combinaties daarvan. Ze hebben één kenmerk gemeenschappelijk, kou, vreselijke kou. Het is echt afzien. Op weerkaartjes staat regelmatig Brest als koudste plek op (Franse) aarde genoteerd. De beste dagen waren nog de 2 direct na aankomst in Camaret-sur-Mer. Daarna is het alleen maar bergafwaarts gegaan en de vooruitzichten…

De wind trotserend op de vouwfiets de omgeving van Camaret verkend. Veel bunkers uit de 2de Wereldoorlog boven op de rotsen. Onderdeel van de Atlantic Wall om een invasie vanuit Groot-Brittannië af te slaan en ter verdediging van de oorlogshaven Brest. Een van de 5 havens van waaruit de U-boten de Atlantische oceaan onveilig maakten. L’Orient was de belangrijkste; daar kom ik nog langs. Ga dan zeker de onderzeeboothaven, die vrijwel intact is na al die jaren, bekijken.

Bij Camaret is een klein museumpje ter herinnering aan de tienduizenden zeelieden die verdronken zijn nadat hun schip was getorpedeerd. Heel de oorlogstijd brachten koopvaardijschepen goederen van Amerika naar Europa. De eerste jaren met enorme verliezen. Pas na de komst van lange afstandsvliegtuigen en het kraken van de code waarmee de U-boten werden geïnstrueerd, kreeg men greep op deze sluipmoordenaars.

D’r is ook nog een heuse steentijd overblijfsel, van het type alignement. In dit geval in een carré met wat daarom nog wat losliggend spul.

L'Auline scheepskerkhofOm wat zeebenen aan te kweken ben ik de Rade van Brest opgegaan. Een klein IJsselmeertje, daar durf ik wel. Ik heb alsmaar het gevoel dat de oceaan een maatje te groot voor me is. Uiteindelijk niet veel van terecht gekomen vanwege het weer. Ben maar wat gaan schuilen op de rivier de L’Auline. Middenin een oorlogschepenkerkhof. Ze laten ze daar gewoon wegrotten. Op de Colbert (de man van het jasje… minister ten tijden van Lodewijk XIV) stonden zelfs nog de raketten.

In jachthavens liggen is een dure hobby. Al vlug 30 euro per nacht en dat wordt per 1 juli tijdens het hoogseizoen (hoe komen ze er op!) nog met een tientje verhoogd. Van tevoren had ik de indruk dat overal wel een plekkie was om in baaitje voor anker te gaan. In een enthousiast Engels boek worden ze allemaal beschreven. Wat ik me niet genoeg gerealiseerd heb, is dat je in zeker de helft alleen met hoogwater terecht kan. Bij eb vallen ze door de grote getijverschillen droog. Dat moet je maar niet doen met mijn boot die 2 meter diep steekt. Dus wegwezen. Van wat resteert heeft opnieuw zeker de helft ook weer zo z’n beperkingen. Ze bieden maar voor heel bepaalde winden beschutting. In Camaret waar ik na week weer ben aangeland, is dat in de haven zelfs goed te merken. Ondanks alle golfbrekers lukt het gewoon niet om de deining van de oceaan buiten de deur te houden. Een paar mensen uit de jachthaven in Schiedam waren ruim een jaar geleden naar het zuiden getrokken met het idee lang weg te blijven. Een belangrijke reden om weer terug te komen, was de onophoudelijke deining. Je schip ligt nooit is even stil. Ik kan me daar nu alles bij voorstellen.

Schiedam vertrek zeebonkenVan de week regelmatig gedacht, wat heb ik hier te zoeken. Ik ga (ook) terug. Zouden deze zeebonken, die de boot zo te zien in betere tijden naar dit onherbergzame oord brachten, hem ook weer terug willen halen…? Gelukkig zijn de weersvooruitzichten aan de beterende hand. Wie weet kom ik nog uit Camaret weg. Eerst nog even 2 dagen een kleine storm uit schommelen. Maar dan heeft het er alle schijn van dat ik in een paar dagen naar Carnac (niet Karnak in Egypte) kan varen. Daar is opnieuw een leuke binnenzee, de Golf van Morbihan. En belangrijker, het is een megalieten paradijs met als hoogtepunt kilometers lange ‘landingsbanen’ van op een rijtje gezette rotsblokken. Waarom? Reden onbekend. Des te fascinerender!

Zondag 26 mei 2013 Thessaloniki

Ik wil niet naar huis! En toch zal je… Met tegenzin naar Thessaloniki gereden. Wat rest, zijn twee musea en dan zit het er hier op. In Macedonië en Servië sla ik nog paar zijpaden in. Maar merendeels zal het aan een stuk doorkarren geblazen zijn. Hopelijk zitten de lastige grensovergangen in voormalig Joegoslavië (zoals Grieken het consequent blijven noemen) een beetje mee. Op de heenweg stond je soms een half uur of langer in de rij voor helemaal niets. Thessaloniki bio volkstuinenZelfs geen stempeltje, alleen wat geblader in je paspoort. Thessaloniki is echt een grootstad. Voor zover ik heb kunnen zien, zitten alle terrasjes barstens vol. Krisis hoezo? Of wat moet je anders, met 30° blijf je toch ook niet binnen zitten. De paar mensen van de biologische stads(volks)tuin, waar ik vlak naast een overnachtingsplekje heb gevonden, denken daar waarschijnlijk heel anders over maar ze zijn er niet voor niets met weinigen.

Vanmorgen stond ik nog aan het strand in Kalivia Varikou. Zwom ik voor de laatste keer in de wateren van de Middellandse zee. Vaarwel Olympus. OlympusBedankt voor je wolken in de ochtend en aan het eind van de middag. Anders zou het niet om uit te houden zijn geweest. Voor der afwisseling dit keer een echt zandstrand. Griekenland kent ze in alle soorten en maten. Mijn voorkeur hebben inmiddels de paralia met heel grof zand, net geen kiezels. Daar is het water altijd hartstikke helder, ook al staan er stevige golven. Deze reis is de meest vakantie-achtige geweest. Ik heb ook veel gezien maar ben veel vaker dan andere keren ergens een paar dagen blijven staan. Aan zee natuurlijk! De redenen zijn simpel: het weer en altijd is wel een kust nabij. Mooie vooruitzichten voor volgend jaar. Ik heb al wat op de kaart zitten kijken. Turkije lonkt.

Eind vorige week beëindigde ik mijn rondje Peloponnesos af met een bezoek aan een Iveco-dealer in Patra. De rechter zijruit wilde niet meer omhoog. Al langer piepte en kraakte er wat. Het hele mechanisme in de deur om het raam omhoog en omlaag te doen, moest vervangen worden. Even overwoog ik het uitstellen tot in Nederland. Maar toen ik hoorde wat het ging kosten, was de keuze niet moeilijk. Arta ortodoxe kerkAfgezien van de prijs van het nieuwe onderdeel bedroeg het arbeidsloon 20 euro. Daarvoor zijn 2 mensen 3 kwartier bezig geweest! Dezelfde ervaring had ik bij de kapper, 5 euro geknipt en geschoren. Nou was het wel een hele simpele kapper. De coupe is er niet minder om. En dat allemaal in gebarentaal. Hij sprak werkelijk geen woord niet-Grieks. Wat opvalt, is dat je overal cash moet betalen. Natuurlijk niet bij de Lidl, alhoewel ik wel altijd de enige ben die pint. Zou er een samenhang zijn? Lage inkomsten en geen krediet meer bij de bank?

Via Arta ben ik in een keer doorgereden naar Vergina. Op de heenreis had ik daar voor gesloten deuren gestaan, het was maandag… In Arta even rondgekeken. Oude stad in de bocht van een rivier. Onder meer recente bebouwing komt telkens wat veel ouders te voorschijn. Een aardig archeologisch museum, niks echt bijzonders. Wel een fraaie, ouwe kerk. Voor de liefhebber: reken eens uit hoeveel Grieks/Romeinse zuilen zijn hier verwerkt? Het is een instinker. Je ziet op de foto maar één hoek uitgelicht van de vier in totaal.

Vergina is beroemd vanwege haar koningsgraven uit de hoogtijdagen van Macedonië met de meest prachtige grafgiften. Het ongeschonden graf van Philippus II, vader van Alexander de Grote, is er gevonden.

Allemaal ongeschonden, dank aan de arme soldaat die voor de deur van het graf is mee begraven. Vergina is nu een dorpje. Het was eens, vóór Pella (zie begin reis), de hoofdstad van Macedonië, Aigai. Behalve het genoemde graf verder niets van kunnen bekijken. Alles was dicht of in reconstructie en gesloten tot 2015 of later.

Dion orgelTot slot Dion aangedaan. De ommuring, wat heiligdommen en grote kasten van huizen in de binnenstad zijn bloot gelegd. De hele stad ligt er nog, onderaan de voet van het Olympus gebergte en had een nauwe band met het godengezelschap daar boven. Alexander de Grote heeft er Zeus verzocht zijn zegen uit te spreken aan het begin van zijn veroveringstocht. Uren rondgedwaald over het enorme opgravingsterrein. Overal zie je nog geplaveide straten. Wat me echt bij is gebleven, is de vondst van een heus orgeltje uit 100 v. Chr. Nooit geweten dat dat toen ook al bestond.

Zaterdag 18 mei 2013 Myrsini

Zomaar dronken thuis gekomen… Na een van mijn copieuze avondmaaltijden moest ik nodig wat uitlopen langs het strand. Nog geen 500 meter onderweg stond ik ineens oog in oog met een woonmobiel met een geel kentekenbord. Net zoals ik een beetje verscholen en toch pal aan het strand. Zij hadden een ander zijweggetje genomen. Ik werd gelijk aan de wijn genood. Brrrr van die witte rezina (roje is overigens nog viezer). Na een aantal glazen merk je daar gelukkig steeds minder van. We hebben uren gezellig zitten kletsen. Het werd zelfs wat filosofisch volgens zijn zeggen. Daar konden alle muggenbeten niets aan afdoen. Aan klein ongedierte heeft Griekenland geen gebrek. Alhoewel, ze zijn nog geen eens zo klein. Dazen bijen en zo meer zijn gauw twee keer zo groot als bij ons en steken navenant kan ik je uit ondervinding vertellen. Er lopen hier ook overal schildpadden rond. De eerste keer heb ik er een teruggezet in de tuin waar ik dacht dat die uit kwam. Hij spartelde nogal tegen, later begreep ik waarom.

Een mooie week achter de rug. Veel alleen met de auto rondgereden en de huisje op wielen ergens aan de kust achtergelaten. Dat was maar goed ook. Het binnenland is ontzettend bergachtig. En vol verrassingen. Ineens houdt zomaar de asfaltweg op en gaat over in steenslag. Of de helft van de weg is in de diepte verdwenen. Of een dorp heeft zich echt uitgesloofd en de weg geplaveid met spiegelgladde zandsteen brokken. Heel leuk om te zien maar nauwelijks te beklimmen. Een paar keer een aanloop moeten nemen om boven te komen. Dat is wel nadeel van alleen met de auto rondrijden. Zonder caravan heeft ie geen druk op de achterwielen en nauwelijks grip. Nou ja, ik ben iedere keer ter bestemde plekke gekomen. Mijn eerste uitje ging richting Messene. Ben er nooit aangekomen, tenminste niet die dag. Al na een paar kilometer zag ik een interessant bord naar een of andere tempel. Kom de dag is nog lang, laten we maar eens even kijken. Telkens als ik dacht dat wordt niks, zag ik weer een verwijzing. Op een gegeven moment was ik al meer dan 40 km van mijn koers afgeweken. Ja, dan ga je niet meer terug. En ineens was ik er. In Vasses, wat ik eigenlijk voor de volgende dag had gepland. In een Christo-achtige tent staat daar een van de weinige echte tempels in Griekenland. Er wordt nog hard aan gewerkt. Overal rondom liggen genummerde stukken rotsblok, die weer hun plaats worden aangebracht. Het is de bedoeling dat eens de tent wordt afgebroken en de tempel daar 1000 meter hoog op de top van de berg kan schitteren.

De volgende dag dan toch Messene bezocht. Dat was een complete verrassing. Ik ben inmiddels gewend aan vlaktes met verstrooid liggend puin. Maar hier stond ik totaal onverwacht voor een enorme stadspoort en aangrenzende vestingwerken. Daarachter heeft een grote stad gelegen. Het centrum is voor een deel bloot gelegd. Messene heeft zich heel lang te weer gesteld tegen de hegemonie van Sparta. Dat is uiteindelijk gelukt met de steun van Athene. Maar toen had het merendeel van de bevolking al een goed heenkomen gezocht naar Sicilië en daar een nieuwe stad gesticht, het huidige Messina. Doordat ik zo veel opgravingen bezoek, krijg ik zo langzaam maar zeker een steeds beter beeld van hoe bv een stadion eruit heeft gezien. Combineer de startlijn uit Isthmia, met de renbaan van Nemea en voeg dat samen met de tribunes en omliggende zuilengalerij van Messene dan heb je een aardig totaalbeeld.

Verder een paar bijzonderheden. Heel triviaal. Tafels met (zeer waarschijnlijk) maateenheden waarmee men kon controleren niet bij de neus te zijn genomen. Veel intrigerender is het Artimiseion. Een heiligdom gewijd aan Artemis met vele hoedanigheden waaronder beschermster van de jeugd. Centraal stond haar beeltenis met om haar heen 11 sokkels waarop beelden van priesteressen en jonge meiden stonden. (Welgestelde) ouders plaatsten een beeld van hun dochter om de godin bescherming te vragen gedurende de overgang van puberteit naar volwassenheid.

De klap op de vuurpijl had Olympia moeten zijn. Een weer viel het wat tegen, voor de derde keer. Twintig dertig jaar geleden kon je nog overal op en in klauteren. Dat is nu uit den boze en daardoor is het nog saaier geworden. Ik geloof dat men zich dat ook wel realiseert. Men is bezig de zuilen van de Zeus-tempel weer overeind te zetten. Dan krijg je toch een beter idee van hoe imposant de plek geweest moet zijn. Helemaal mooi zou zijn een replica van het Zeus-beeld van Phidias te herplaatsen. Zo à la Athena in het Nashville Partenon, Tennesee USA. Een beetje meer swung zou niet weg zijn. Gelukkig maakt een bezoek aan het museum alles goed. Er zijn prachtige beelden en grote delen van de pedimenten (beeldengroepen in bovenste driehoeken aan voor- en achterzijde). Laat de foto’s voor zich spreken.

Zaterdag 11 mei 2013 Chora

Zouden de goden voorvoeld hebben wat de kortstondige liefde van de oppergod voor de aardse koningin Leda allemaal tot gevolg zou hebben? Over de toedracht bestaat evenmin eenstemmigheid,

Zie bijgaande beeltenissen. Zeus weet haar stonde te bereiken in de hoedanigheid van een zwaan. Even later maakt ze nog een wipje met haar man Thyndareios. Is zeker wakker geworden van het gestommel naast hem. Uit dit wonderbaarlijke samenzijn, baart Leda twee eieren. Uit het ene ontspruiten Helena en Pollux. Het andere ei schenkt het leven aan Klytaimnestra en Castor. Beide jongens vervullen later nog een belangrijke rol bij de Argonauten die het Gulden Vlies moeten zien te bemachtigen. Helena trouwt met Menelaos van Sparta en laat zich schaken door Paris uit Troje. Een 10 jaar durende oorlog is geboren en bezongen door Homerus. Met Klytaimnestra liep het evenmin goed af. Zij huwt Agamemnon en vermoordt hem als hij als overwinnaar uit Troje in Mykene terugkeert. Had ze ook wel een reden voor… Agamemnon had voor vertrek naar Troje haar dochter Iphigineia geofferd om gunstige wind af te dwingen. Maar dat pikken Orestes en Elektra, twee andere kinderen, niet en wreken zich op haar. Bent u er nog? Dit allemaal ter inleiding van mijn bezoek aan Sparta. Van de oorspronkelijke stad is niets over. Het schijnt ook geen echte stad geweest te zijn. Oude beschrijvingen spreken van een verzameling van 5 versterkte dorpen. Nadat ze de strijd met Athene om hegemonie over de Peloponnesos had verloren, was het snel gedaan met haar roemrijke geschiedenis. De Romeinen hebben nog geprobeerd er weer wat van te maken. Daar zijn nog wat resten van te vinden.

In de Byzantijnse tijd werd een plaats dicht in de buurt veel belangrijker, Mystras.  Een hele bergwand vol ruïnes waarvan de kerkjes de tand des tijds het beste hebben doorstaan. Bijna alle huizen en paleizen liggen (nog?) in puin. Het was een hele klim van beneden langs alle kerkjes naar boven, naar het fort. Afgezien van de bijbelvaste Amerikaanse bedevaartgangers was het een Nederlandse dagje. Een kunstgeschiedenis echtpaar waarvan de man mocht genieten van een sabbatical. En een gezin met een blinde dochter. Wat een opgave. Moeder rende als maar vooruit om te bekijken of iets interessant genoeg was voor haar. Was dat zo, dan werd ze er naar toe gebracht en uit de reisgids voorgelezen wat er te zien was.

De rest van de week was een beetje teleurstellend. Het weer zat tegen, na zonneschijn komt regen. Maar vervelender was dat ik voor een paar gesloten deuren kwam te staan. Allereerst het Paleokastro bij Pylos. Dicht vanwege instortingsgevaar. Wel gelegen aan een heel mooie baai, maar nat. Met een paraplu de bordjes van Natura 2000 staan lezen. Ik weet wat ik gemist heb. De tweede tegenvaller was dat het Paleis van Nestor op de schop wordt genomen en tot 2015 niet voor publiek toegankelijk is. Het bijbehorende museumpje in Chora kon me niet opvrolijken. Nestor was een van de oudste deelnemers aan de Trojaanse oorlog, aan Griekse zijde. Hij weet de Grieken te overtuigen de aanval op Troje te openen. De eerste jaren waren ze daar nog niet echt aan toegekomen vanwege onderlinge twisten. Ik heb me moeten behelpen met het bekijken van wat grafjes.

Op weg naar een daarvan sloeg het noodlot toe. De weg werd als maar smaller en smaller en nergens kon ik keren met de verhuiswagencombinatie. Aan beide kanten staken steeds meer olijfboompjes hun gebladerte lommerrijk uit over het inmiddels zandpad geworden weggetje. Het ging allemaal goed tot die ene tak die de caravan net van boven trof. Gevolg een gat in het zonnedak. Nog mazzel want 3 meter daarachter zit de schotelantenne. Later merkte ik dat aan de andere kant ook wat mis was gegaan. Een afgebroken radio-antenne. Die zit al weer vastgeplakt met siliconenkit. Aan het gat is niets te doen op dit moment. Een klusje voor de wintermaanden.

Nog een paar aardige weetjes. Priesters droegen bij de eredienst merkwaardige maskers. Naar het schijnt om kwaadwillende goden op afstand te houden.

Liniair B is een schrift dat pas vrij recent te lezen is. Het bevat veel meer tekens dan het letterschrift. Ze verbeelden lettergrepen. Er is nog een onvertaalde variant Liniair A. Beide schriftsoorten stammen uit de Myceense tijd. Minimaal 1500 v Chr. De geleerden zijn het er over eens geworden dat ze een voorloper van het Grieks zijn en uit deze contreien voortkomen. Heel lang is aangenomen dat de bron Kreta was. Het omgekeerde is dus het geval.

Pasen 5 mei 2013 Analipsi

Een zonovergoten, Grieks Pasen toegewenst. Ben helemaal in de stemming geraakt. De lijdensweek op de radio was voelbaar ondanks dat ik er geen woord van verstond. Naast de klassieke zender is er een volksmuziek kanaal. Op beide werden veel, heel veel droevigs gedraaid. Afgewisseld met monotoon kerkgezang. Het Gregoriaans bij ons is daar dansmuziek bij. De popes hier moeten geselecteerd zijn op zangkwaliteit. Eindelijk heb ik daardoor wel miroloi kunnen beluisteren. Dat zijn begrafenisliederen die vroeger in de streek waar ik nu ben, al improviserend door vrouwen werden gezongen. Al een paar keer heb gezocht naar een Cd’tje. Nergens te vinden. Iemand raadde me aan op internet te kijken. Misschien wordt daar wat tweedehands aangeboden. Hij herinnerde zich nog iets uit ’81… Op Goede Vrijdag luiden elk half uur de kerkklokken en de begraafplaatsen worden eens extra in de bloemetjes gezet. De meeste mensen zijn er niet zo mee bezig, heb ik de indruk of ze zijn onderweg met de auto naar hun vakantiehuisje. De herrijzenis van Jezus wordt zaterdag ’s nachts om 24.00 uur gevierd. Op paasdag zelf is het eten en drinken met elkaar. Net vroeg ik de weg naar een internetcafé; kreeg gelijk een paasei mee.

Overigens zomaar een zijsprong. Waar komt toch dat idiote onderscheid vandaan tussen het zogenaamde veel godendom en het monotheïsme? Al die heiligen die die ene god omringen, zijn toch net zo goed op te vatten als goden? Misschien dan van het tweede garnituur, maar dat was in de oudheid ook het geval. Zeus de oppergod had echt wat meer huis als de flierefluiter Pan. Toch net de christelijke God de Vader; ze lijken ook in afbeeldingen sprekend op elkaar. Zou Dionysius niet heel goed door kunnen gaan voor de heilige Dionysos? Of Artemis en de heilige Artemidos? Of Helios, de zonnegod in de persoon van de profeet Elia? Zijn ten hemel opname voltrok zich door een windhoos in een wagen van vuur getrokken door paarden van vuur. Hermes kan niet anders dan de aartsengel Michaël zijn geworden. Een paar details zijn gewijzigd. Zoals geen vleugels aan de voeten maar aan de rugzijde. Zijn staf met slangen werd het vurige zwaard. De helm bleef duidelijk behouden. De Romeinen hadden er helemaal geen moeite mee goden van elders over te nemen. Bekend is dat Hadrianus (dus een paar honderd jaar voordat het christendom als staatsgodsdienst wordt ingesteld!) een tempeltje voor Christus oprichtte. De heilige Augustinus maakt er zelf gewag van dat hij op voet van gelijkheid gezelschap had van Homerus.

GualiaZowat de hele week doorgebracht op het schiereiland Mani(s). Omdat een paar Oostenrijkers me hadden verteld dat er weinig of geen leuke overnachtingsplaatsen zijn, was ik eerst met auto alleen op verkenning gegaan. Hun verhaal klopte. Toch vond ik wat door als maar een zijweg in te slaan, richting water. En zo waar, ineens stuitte ik op een kleine haventje met een beide kanten twee zeg maar eenpersoons-strandjes. Na de caravan te hebben opgehaald, ben ik iedere dag vandaar op stap gegaan.

Het gelijknamige boek van Patrick Fermor had me enthousiast gemaakt voor Mani. In bloemrijke taal verhaalt hij over zijn reis door deze streek eind jaren ’50. Voornamelijk te voet of op een ezeltje en stukken met visserbootjes. Hij viel voor het woeste en ontoegankelijke karakter van het landschap en de trots van mensen als -volgens eigen zeggen- enige nazaten van de Spartanen. De Byzantijnen en later Turken hebben er nooit echt voet aan de grond kunnen krijgen. Waarschijnlijk wilden ze niet echt want er valt totaal niets te halen. Het was en is er dor, kaal en droog. Er is nauwelijks een teellaag, het is een en al stenen en rotsen. Toch moet er in Fermor’s tijd nog landbouw bedreven zijn.

De grillige muurtjes van de piepkleine perceeltjes liggen als nerfvaatjes op de berghellingen. Nu is alles verlaten. Net als talloze dorpjes waar nog een paar mensen wonen en de rest op instorten staat. Al anderhalve eeuw emigreert men en masse. Heel opvallend zijn de honderden torentjes die overal boven de bebouwing uitsteken als “versteende asperges”. Het verhaal gaat dat deze ontstonden uit burenruzies tussen de verschillende clans die de dorpen bevolkten. Men bestookte elkaar van daar uit. Op den duur zelfs met kleine kanonnen. In Vathia bestaat het hele dorp bijna uit gevechtstorens. Een soort man aan man gevecht zeker. Het was er heel bedroevend. Geprobeerd is van het dorp een vakantieparadijs te maken. De meeste torentjes zijn wat jaren geleden verbouwd tot vakantie-optrekjes. Je kan nu overal zo maar binnenlopen. Deuren en ramen zijn verdwenen. Alles staat (weer) leeg en te verrotten. Insiders weten dat ik 20 jaar geleden met zo’n plan bezig ben geweest. Ik ben toen een paar keer naar Frankrijk geweest, op zoek naar een hameau. Dit ziend ben ik blij dat dat nooit van de grond is gekomen. Alhoewel het laat je niet onberoerd. Het had zo mooi kunnen zijn…

Zondag 28 april 2013 Gythio

Mij kan je om een boodschap sturen, tenminste dat vond mijn jongste zus. Als je daar toch bent, ga dan even langs Gythio en koop daar nog zo’n soort trekpop. Je ziet het zo, het is een souvenirwinkeltje in het midden van de kade aan de haven. Vorige jaar of het jaar daarvoor had ze er al eentje gekocht tijdens een tussenstop op een cruise over de Middellandse zee. Blijkt er een hele wereld, een schimmenwereld, achter die pop schuil te gaan. Sinds gisteravond kent het shadow theatre voor mijn geen geheimen meer. Ik heb er een voorstelling van gezien. Net poppenkast. Met dezelfde theatrale effecten.

Wie herinnert zich niet een hele zaal die roept “Kijk uit Jan Klaassen” (hier dan Alexander de Grote), als achter hem groot onheil (nu een draak) opduikt? De man van het souvenirwinkeltje houdt de traditie, die stamt uit het Turkse verleden van Griekenland, levend. Hij was bezig met een heel aktuele zedenschets over de politiek ekonomische situatie in het land. Alle hoofdpersonen, zoals Angela Merkel en lokale leiders, waren al klaar.

Zo kreeg Gythio heel onverwacht kleur. Het is een plaatsje van niks. Een oud theatertje, half verscholen bij een kazerne. De wacht werd wat onrustig toen ik foto’s ging maken. Zeker niet gewend dat er iemand een blik werpt op dit stukje oudheid. In de havenmond ligt het eilandje Kranai. Daar wordt al in de Ilias melding van gemaakt. Paris met de zojuist uit Sparta geschaakte Helena zouden alvorens scheep te gaan naar Troje hier hun eerste nacht samen hebben doorgebracht!

Het begin van de week was ik in Monemvasia. Met die hele baai voor me zelf. Op zoek naar een kliffort in de buurt kwam ik nog een ander tegen. Nog mooier! Snel daar weer heen verkast. Je hebt het er maar druk mee als je voor de ultieme vakantiebeleving gaat. Monemvasia is (vroeg) middeleeuws vestingsstadje op een eiland. Het stadje stamt uit de zesde eeuw, ten tijden van het Byzantijnse (oost Romeinse) rijk. Bovenop staat een fort. Deze acropolis wordt vermoedelijk al veel langer in die hoedanigheid gebruikt. Het lijkt of de tijd er heeft stil gestaan. Op grote schaal wordt de hele zaak opgeknapt en geconserveerd in de vorm van winkeltjes en allerhande hotelletjes.

Veel verder ben ik van de week niet gekomen. Als ik heel moed verzamel, ga ik er aan het eind van de middag af en toe op uit voor de bezichtiging van een kliffort. Tempels enzo zijn hier dun gezaaid. Altijd spannend wat je aantreft ondanks dat ze natuurlijk allemaal sprekend op elkaar lijken.  Zoals hier acropolis Zarax bij Limenas Geraka. Het bewaakte in heuse binnenhaven waar ik met een Nederlands echtpaar wat ervaringen heb uitgewisseld. Zij reisden met een 4 wiel aangedreven busje. Heel wat simpeler dan de mijne maar je vast rijden in het mulle zand, zal ze niet snel overkomen. 

Zondag 21 april 2013 Monemvasia

Een heel strand, nee een hele baai voor me zelf alleen… Al eerder vond ik leuke (overnachtings)plekjes pal aan het strand. Maar dit slaat alles. Een paar kilometer ten zuiden van Monemvasia. Het weer zit ook mee. Het is natuurlijk zon wat de klok slaat; wat verwacht je anders van Griekenland? Het verschil is dat de wind is gaan liggen. Soms werd je wel gezandstraald. Het was helemaal een dag van uitersten. Vanmorgen vertrok ik na een slechte nacht vanuit Plaka (vlakbij Leonidio). Stond geparkeerd in de bewoonde wereld. Doe dat eigenlijk nooit meer. Ik zoek altijd iets een buitenaf. Hier leek het me wel te moeten kunnen. Dat viel dus vies tegen. Tot een uur of 2 was het een aan en af rijden van auto’s en knetterende motoren. Vier en half uur later kwamen de eerste vissers hun hengel uitwerpen. Dat deed het vermoeide lijf geen goed. De vorige dag had ik een heuse bergbeklimming ondernomen. Er zou een een kliffort moeten zijn. PlakaMaar bij het bordje met een pijl (van daro) nergens iets te bekennen. Ik was alweer naar de auto gelopen en keek nog eens achterom. En jawel, een grijze streep in het struweel. Zouden dat geen resten van een vestingmuur kunnen zijn? Terug dus en de berg op. Honderd misschien wel meer meters bijna verticaal omhoog trof ik de bewijzen aan. Ik zal de plaatjes doorgeven aan http://www.megalithic.co.uk/ . Mogelijkerwijs heeft in de toekomst een jonger iemand zin om helemaal naar boven te klauteren. Ik denk namelijk dat op de top de acropolis te vinden zal zijn.

Ik was dus op weg vanuit Plaka. De routeplanner gaf een kustroute aan, naar het zuiden. Op de kaart vond ik echter zo’n mooi groengerande weg. Laat ik die maar nemen. Het was nog vroeg, dus waarom niet, tijd zat. Op zo’n moment is het jammer dat je alleen bent. Je hebt al je aandacht nodig om het slingerend pad te kunnen volgen en te weinig oog voor de omgeving. Het was werkelijk fantastisch. Eerst een heel stuk door een nauw dal. Met aan de ene kant 50 meter onder je een (nu droge) rivier en aan de andere kant honderden meters hoge rotswanden. Je kan je zo voorstellen dat al duizenden jaren mensen hierdoor getrokken zijn. Op een gegeven moment moet je natuurlijk toch ergens een berg over. Druk schakelend van van z’n 3 naar z’n 4 en weer terug, ben ik bovengekomen op een soort hoogvlakte. Daarna was het natuurlijk weer dalen, maar dat ging veel geleidelijker. Onderweg kom je toch nog regelmatig door een dorpje. Wat die mensen daar doen, is me een raadsel. Toch keek niemand verbaasd op als ik me door hun nauwe straatjes wurmde.

Van de week heb ik me voornamelijk bewogen in het gebied waar de Griekse geschiedenis (op het vaste land) als het ware een aanvang heeft genomen. De laagvlakte met beroemde steden als Argos en de fortificaties van Mycene en Tiryns. In de Ilias en Odyssee van Homerus komen ze allemaal aan bod. Denk eens aan het koningsdrama met Agamemnon en Klytamnestra in Mycene. Omdat ik de highlights al 2 keer eerder had bezocht in het verleden, heb ik nu wat minder tot de verbeelding sprekende locaties opgezocht. Dus niet naar de acropolis van Mycene en de daar vlakbij gelegen graven. Maar weer andere forten en graven, zowel in de directe omgeving als wat verderaf. Het is een heel rijk geweest met heel veel stadsstaatjes en hun eigen begraafplaatsen.

Maar voor ik zover was, ben ik eerst naar Nemea gegaan. Daar ligt nog een mooi stadion, dat net zoals Isthmia om de 2 jaar gebruikt werd voor pre-Olympische spelen. Deze spelen werden opgedragen aan de oppergod Zeus. Van de tempel stonden nog 3 (de grijze) pilaren overeind.  Men is bezig de andere weer op te richten. Dat zijn de licht gekleurde. Door het ineen storten van de tempel bij een aardbeving zijn de enorme steenblokken vaak in stukken gebroken. En/of verweerd door de tand des tijds. Deze worden nu met kunststeen hersteld en op hun plaats teruggezet. Ja, voor mooie Griekse tempels moet je hier niet zijn maar op Sicilië!

Nemea wasruimteHeel apart was een blik te kunnen werpen in de wasruimte van de atleten. Op de foto zie je aan beide kanten de wasbakken en in het midden een bassin. Men neemt aan dat het hele complex als er geen spelen werden gehouden, leeg stond. Voor bezoekers was er nauwelijks enige accommodatie. Het was echt afzien. Het stadion had ook geen zitplaatsen. Men stond of zat in het gras op de taluten.

Tot slot nog iets over de staat waarin Griekenland verkeert. Thuis had ik al eens vernomen dat van het spoorwegnet 70% is opgeheven. Volgens mij is ook het hele wegonderhoud zo goed als stopgezet. Alleen het hoognodige gebeurt nog. Druk bereden wegen zijn echt een ramp. Het is laveren om gaten en kuilen. Archeologen klagen steen en been. Naar Nederlandse maatstaven gebeurt er nog ontzettend veel op dat gebied. Maar dan toch. In Kato, zomaar een voorbeeld, kwam ik een Romeinse villa (lees landhuis met boerderij) tegen. Een mooi exemplaar, meters hoge moren, hele plattegrond met werkplaatsen en al. Ik denk dat er grootse plannen waren om er een publiekstrekker van te maken. Villa Herodes AtticusBetonnen funderingen staken uit de grond, waarschijnlijk voor een overkapping. Een grote bouwkraan stond er nog en overal steigers met daaronder mozaïeken. Verder was de hele zaak met isolatiemateriaal ingepakt. Blijkbaar in afwachting van betere tijden. Maar zo te zien laat die op zich wachten. Overal zat de beschermende bekleding al los of was weg, verwaaid.