Carreço vrijdag 14 juli 2017

Weinig te melden eigenlijk. Heel veel van hetzelfde. Dat is het nadeel als je hier al 4, 5 keer hebt rondgeneusd. Een castrootje hier een cividade daar. De een wat indrukwekkender dan de ander. Maar allemaal met veel ommuring en daarbinnen grote aantallen ronde huisjes. Viana do Castelo familieperceelMoet nog even wat rechtzetten. Eerder meldde ik dat zo’n castro door maar iets van 50 personen zou zijn bewoond. Dat klopt niet. Het zet net iets anders. Binnen een castro bevonden zich vaak tientallen ommuurde percelen waar een extended family in meerdere huizen met opstallen woonde. Viana do Castelo huisDe omvang daarvan was voornoemd aantal. In totaal ging het dus om veelvouden daarvan. Het is maar dat je het weet… Geen fabeltjes de wereld in helpen.

Vila Cha dolmen RapidoVoorts mag ik jullie niet een plaatje onthouden met het tot nu toe meest echte hunebed. Het ligt er bij alsof het net is uit gegraven uit een grafheuvel.

Voor de rest, ja wat zal ik zeggen. Ik kom geloof ik aardig op kleur. Sta al een dag of 5 pal aan het strand bij Carreço, iets te noorden van Viana do Castelo. Goed uit te houden, een beetje erg veel wind naar daar biedt een parasolletje prima soelaas voor.Carreco selfie

Porto 5 juli 2017

Donderdag 29 juni De nacht in een eucalyptus-woud doorgebracht. Het stormde en goot bijna continu. De volgende morgen stond ik in een vijver. De eucalyptus verdringt in Portugal de veel trager groeiende naaldbomen. De papierindustrie zou er achter zitten. Voor het aanzicht is het geen achteruitgang. Het kunnen heel indrukwekkende bomen worden, als ze tijd van leven krijgen. Bij de bosbranden van onlangs vormden ze wel een groot probleem, naar het schijnt. Ze zijn licht ontvlambaar.

PanoiasEen heel macabere oord bezocht: Panóias. Een Romeins heiligdom uit de nadagen van het empire, onder speciale bescherming van de Senaat in Rome. Het bestaat uit een een drietal enorme rotsblokken waarin keurige rechthoekige en ronde kisten zijn uitgehakt, mensgroot en heel klein. In het heiligdom werd Serapis vereerd. Een van oorsprong in Epyptische god. Bedacht door de Grieken nadat Alexander de Grote het land aan de Nijl onder de voet had gelopen. De Griekse overheersers (de Ptolomaeën, Cleopatra behoorde tot deze dynastie) hadden wat moeite met al die dierengoden; de hunne waren juist zo vermenselijkt. Uit Osiris (Egyptische god van de onderwereld) en Apis (de heilige stier) kneden ze een alternatief, met de kwaliteiten van beide. Geneeskrachtig tot de dood erop volgt. Uiterlijk leek hij heel erg op Zeus. Tot zover weinig aan de hand. De riten waren echter gruwelijk. In de kisten werden offerdieren en waarschijnlijk ook mensen om zeep geholpen. Vervolgens gekookt en opgegeten. En dat allemaal om het eeuwige leven te mogen verkrijgen. In Turkije is ook een plaats waar dit kunstje werd vertoond, in Perge.

Vrijdag 30 juni Terecht gekomen in Peso de Régua. Stond niet op mijn lijstje, vond een foldertje met inspirerende zaken. De stad ligt aan de Douro. De vallei is een grote wijngaard. Maar een paar flesjes gekocht, om te proberen. M’n aandacht werd getrokken door 2 castro’s. Een bleek weer niet veel voor te stellen. Veel hek van EU-geld, weinig Fonte do Milho romeinse bewoningwol.Fonte do Milho ommuringMaar de ander Fonte do Milho was heel bijzonder. Het oogt nu meer dan toen de opgravingen begonnen. Grote delen van de ingestorte muren zijn herbouwd. Het bronstijd fort is door Romeinen heringericht als boerderij. Aan de toegankelijk ter plekke is ook de nodige aandacht besteed. Alleen een probleem, het is schier onbereikbaar. M’n Garmin GPS raakte er totaal van slag van. Dat doet ie wel meer in Portugal, maar dat terzijde. Ondanks mijn uitdrukkelijke instructie geen bos- of zandpad in te slaan, kon het apparaat geen andere mogelijkheid bedenken. En terecht dit keer. De auto vond het maar weer niks. Van een reis door Namibië heb ik gelukkig overgehouden dat je een veel te steile helling alleen op komt als je onderaan een aanloop neemt, vol gas geeft en het pedaal tot bovenaan helemaal ingedrukt blijft houden. Aldus geleerd van een Zuid-afrikaanse ‘boer’ die me op deze wijze uit een diepe kloof waar we ons vast hadden gereden in het zand, terugbracht in de bewoonde wereld (met nog steeds alle lof voor Hanny, die te voet hulp is gaan halen; ik moest de auto bewaken…). Het opgeworpen stof van mijn klim is nog bezig neer te dalen!

Zaterdag 1 juli De Portugese kant-en-klare paella Valenciana is rijker gevuld maar kan qua smaak niet tippen aan de Spaanse van de Coop. Ach ja, zo maar een constatering. Een mijmering na het eten met een glaasje vino verde. Van zelf wat koken, zal niet veel meer komen. Zeker nog een keer nasi of bami. Maar d’r liggen nog 10 blikken couscous ed uit Frankrijk te wachten op bereiding. Goed voor zeker het dubbele aantal culinaire belevenissen. Daar kan ik zelf niet tegenop. Als je het bordje ‘mamoa’ ziet, zou eigenlijk een lampje moeten gaan branden. Niet stoppen, uitkijken naar een ander leuk bordje. Vila Cha rotsgrafBv. met Sepultura antropomórfica of Via romana. Helaas bedacht ik me dat na meer dan een half uur stevig doorstappen. Mamoa’s zijn grafheuvels. Daar kan een hunebed in zitten. Alleen je ziet er niets van. Castro Sabroso en Pópulo aan gedaan. Van de eerste werd nergens kond gedaan, van haar bestaan. Castro SabrosoWas desalniettemin de interessantste van de 2. Een castro is een versterkt dorp, boven op een heuvel. Men neemt aan dat er maar een familie met nauwe verwanten, een persoon of 40/50, woonde. Dat maakt het des te opmerkelijker wat ze in een paar generaties opbouwden. Enorme ommuringen met daarin minuscule huisjes, meestal rond en in doorsnee 3 à 4 meter. Toen een eeuw voor Christus de Romeinen (wo. Julius Caesar) begonnen aan de verovering van Spanje/Portugal zijn de dorpen pas echt vestingen geworden. Castro PopuloCastro Pópulo is daarna nog eens omgetoverd tot een heiligdom geworden, gewijd aan de evangelist Marcus. Ik krijg de indruk dat Onze Lieve Vrouwe van de barmhartige dood (Boa morte) hem aan het voorbij steken is.

Zondag 2 juli Lees dat onze zeloot van de Pax Americana het bijltje er bij neer legt in De Volkskrant. Bedankt Paul Brill voor je ergerniswekkende columns, las ze altijd met plezier. Alle gestelde doelen voor vandaag niet gehaald. Alleen wat bijvangst. Een mooie deksel op een antropomorf rotsgraf (vroeg middeleeuws). Ontbraken tot op heden overal; had een platte steen verwacht. Menu voor vanavond: kaasfondue. Van thuis, zat nog ergens diep in de koelbox. Onderweg bij de rijdende bakker een stokbrood gekocht.

Woensdag 5 juli Even bijkomen, net in Gaia -zeg maar zuid Porto aan de andere kant van de Douro- een close encounter gehad met de een busje van de post. Hij probeerde me op een wat bredere eenbaansweg in te halen, maar kwam klem te zitten toen ik een beetje moest uitwijken voor half op de stoep geparkeerde auto’s. Porto aanvaringAllebei schaafwonden. De scharnieren van mijn wat ontzette luiken in de zijkant van de auto zijn met een paar forse tikken met de hamer weer in het gareel gebracht. Ben benieuwd wie de verzekeraars gaan aanwijzen als schuldige. Was het oosten van Portugal tegen de grens aan met Spanje ontvlucht. Overdag ver over de 40º buiten, in de caravan om 8 uur ‘s-avonds nog 32º. Stond aan een praia fluvial aan de rivier Sabor. Was goed toeven onder een boom in het gras en af en toe wat verkoeling zoeken in het water. Vale de Coa rotstekeningTwee excursies gedaan in Vale do Côa, wereld erfgoed. De aanlegVale do Coa van een stuwdam is halverwege afgeblazen om dit schoons te behouden. Moordende tripjes in een 4W-drive om wat vage rotstekeningen te bekijken (alhoewel, op de foto’s is meer te zien dan in het echt!). Bijna allemaal afbeeldingen van dieren. Als er een mens in voorkomt, is ie duidelijk op jacht of verricht scabreuze handelingen (fucking a duck or goat… aan de ware aard van de man schijnt in 20.000 jaar weinig veranderd te zijn).

Freixo woensdag 28 juni 2017

Geen erg gelukkige hand met het zoeken/vinden van castro’s cq pre-romeinse bewoning van het Iberisch schiereiland. Beklom al een keer vergeefs een berg waarop zo’n versterkt dorp zou moeten liggen. Niets te vinden, alle paden er naar toe waren totaal overwoekerd. Nu, vanmorgen maakte ik het nog bonter. Ben een heel verkeerde heuvel te lijf gegaan. Moest die aan de overkant hebben, bleek later toen ik op internet keek. Dat laat ik me niet gebeuren, op de terugweg doe ik zeker een nieuwe poging. Het blijft een belevenis om door een stadje te lopen van bijna 3000 jaar oud. Daar kan een blik vanuit ruimte met Google Earth niet tegenop, alhoewel… Kijk zelf: Castro Mozinho, coördinaten 41.149475 -8.310919.

TalhadasOver doorzetten gesproken. Begin deze week stond ik een paar nachten in Talhadas. De caravan afgekoppeld op een verlaten voetbalveld met een prachtig uitzicht op de omliggende bergen. En op pad met alleen de auto. Dat doe ik zo veel mogelijk. Ik zoek dan een beetje centrale plek en werk van daaruit mijn verlanglijstje af. Het heeft geen zin om die sleurhut over naar toe te slepen. Plus, het beperkt je mogelijkheden. Zo ook nu. Het laag hangend fruit had ik al geoogst. Waaronder dolmen Capela dos Mouros. Dolmen Capela dos MourosPrachtig met de dekstenen er nog op en midden in aarden heuvel. Zoals het hoort. Er lagen nog 2 dolmen te wachten om vereerd te worden met wat aandacht. De eerste was relatief snel gevonden met de GPS van de auto in de hand. Maar 1 km heen en 1 km terug. Dolmen Poco dos MourosDolmen Poco dos Mouros met uniek, de sluitsteen van de ingang en in een bed van keien. De tweede lag verder weg. De auto een bospad opgestuurd. Begon aardig, redelijk berijdbaar. Allengs verslechterde de kwaliteit van het weggetje. Moest de zijspiegels inklappen omdat ook het struweel zich steeds meer begon op te dringen. Eindelijk na een paar km diende zich een plekje aan waar ik kon keren. Maar ik had nog steeds niet dat mini dolmentje bereikt. Even getwijfeld of ik te voet verder zou gaan. Maakte me zorgen over de weg terug. Dacht al aan het bellen voor iemand met tractor. Toch maar gaan lopen. Een stok gezocht om wilde dieren van het lijf te houden. En in de andere hand m’n GPS. Om de paar honderd meter even gekeken waar ik was. Vreselijk, ik liep met een grote boog om het grafje heen en kwam geen stap dichterbij. Na bijna 2 km de moed opgegeven. Van het pad afwijken was geen optie. Had me dan dwars door de dichte begroeiing heen een pad moeten hakken. Terug naar af. De auto hield zich kranig. Iets te naar later bleek.

Stond op het punt om weg te rijden. Dan maar niet hè? Zag toen even verder nog een pad dat van meet af aan wat hoger de berg op liep. Kon het niet over mijn kant laten gaan. Dit keer zonder auto. Na 1,5 km het stenen grafkistje gevonden, was drie keer niks. Maar toch.Dolmen do Rei

Ben vanuit Talhadas in een keer 100 km noordelijker getrokken, naar Mozinho dus. Had na veel vieren en vijven eindelijk een staplaats gevonden. Lukte het me met geen mogelijkheid me te bevrijden van de caravan. De auto wilde niet meer door z’n knieën zakken. De standaard procedure is. Poten van de caravan uitzetten. En vervolgens de luchtvering van de auto laten leeglopen om er onderuit te kunnen rijden. Verdomme, wat nu? Bij een garage langs gegaan om te vragen of er een dealer van de auto in de buurt is. Nee dus. Een monteur ter plekke constateerde dat er vermoedelijk iets mis was met de luchtpomp die balgen van de luchtvering opblaast. Een auto-elektriciën (wist je dat die bestond?) gebeld en die had al eens zoiets bij een ander type auto aan de hand gehad. Ben daar heen begeleid. Helaas moest 2 uur later de conclusie worden getrokken dat er niets aan te doen was. Maar hij had wel een tijdelijk oplossing. De vering kan ik kan ik voortaan laten leeglopen door de luchtslang los te trekken. En om die zaak weer op te pompen heeft ie buiten het systeem van de auto om een schakelaar aangebracht waarmee ik de luchtpomp aan en uit kan zetten. Niet elegant maar wel functioneel, hoop ik… Over de kosten zal ik maar niet reppen. Hulp garage gratis, uren werk elektricien 30.

Tongobriga preromeins badhuis 1Tongobriga preromeins badhuis 2Tongobriga preromeins badhuis 3

De teleurstellende start van vandaag is vanmiddag helemaal goed gemaakt door een bezoek aan de Romeinse stad Tongobriga bij Freixo. Op de plekken die opgegraven zijn, is heel goed te zien hoe de Romeinen hun stad bouwden over wat er al bestond. Op de rotsbodem zijn de uitgehakte grondvlakken van de huizen van de oorspronkelijke bewoners terug te vinden. Achter de muren van het badhuis bleek nog een (ceremonieel?) badhuisje te staan. Ook uitgehakt uit de rotsen. Blijkbaar te veel werk geweest om dat op te ruimen. In de loop van de eeuwen zijn ook de Romeinse stad verloren gegaan. In de middeleeuwen is er een klein dorpje bovenop gebouwd. Dat is omgetoverd tot een hoge school voor archeologie. De herontdekking van de Romeinse is eveneens tamelijk recent. Er stak ergens een stukje muur boven de grond, dat in de volksmond de Moorse muur werd genoemd. Bij uitgraven vond men 7 meter diep een heel (ingestort) badhuis. Met daaraan een immens forum (centrale stadsplein).

Toch nog eventjes iets over het weer in Portugal. Het is hier nl herfst, zo lijkt het. Gisteravond heb ik zelfs de kachel aan gehad.

 

Porto Novo maandag 19 juni 2017

Eigenlijk niet zo veel gedaan de laatste tijd. Het is gewoon te heet. Ruim boven de 40°! Slapen in een bakoven valt dan ook zwaar tegen. Bij zo’n Chinese winkel een ventilatortje gekocht, geeft enigszins verlichting. Gelukkig is de ergste hitte voorbij. Plus, ik sta nu boven op een hoge klif aan de kust. Lekker windje de hele dag en vanmorgen had de zon de nodige moeite de mist te verdrijven.

Het nieuws hier en bij jullie wordt bepaald door de enorme bosbranden en de vele slachtoffers. Alhoewel, ik kwam er pas achter via BVN. Een paar dagen ben ik op bezoek geweest bij een kennis in Lissabon, de portugese partner van een ouwe vriend uit NL, die enkele jaren terug is overleden. Daar zag ik het drama op TV. Zij kijkt trouw naar het nederlandse nieuws om de taal bij te houden en om -denk ik- reden van weemoed. MaaMonte da agua doce dolmenr dat schijnt iets typisch portugees te zijn, saudade… Ondanks dat ze de gepensioneerde leeftijd heeft bereikt, probeert ze nog steeds wat te werken, als toneelspeelster. Toen ik er was, trad ze op als moeder van 5 ongetrouwde dochters in het Spanje van begin 20ste eeuw. Het stuk is van Garcia Lorca en heet Het huis van Bernarda Alba. Niet bepaald een luchtig, zomers verhaal. Martinianos domenEn ze moeten het nog tig keren spelen, elke zaterdag tot eind september. Bernarda staat voor de opgave de eer van haar dochters te bewaken, na de dood van haar man. Om de sfeer te schetsen. In de 19de eeuw was het nog gebruikelijk dat het huis van de weduwe voor 8 jaar lang werd dichtgemetseld. Een regime dat door de tijd al iets versoepeld was tot het gesloten houden van ramen en deuren. Het loopt natuurlijk allemaal niet goed af. Aan het eind is er in ieder geval één dochter minder.

Odrinha lapidariumDe paar dingen die ik bezocht heb, zijn op de vingers van een hand te tellen. Heel veel gelezen, op een bankje in de schaduw. En zelfs daar ging je bijna van je stokje. Op weg naar Lissabon nog wat hunebedden opgespoord.Carenque rotsgraf Viel een beetje tegen. De meeste zijn niet toegankelijk voor publiek, staan op privéterrein van grootgrondbezitters.

Rond en in groot-Lissabon trof ik een lapidarium van grafzerken. Van Etrusken tot een paar honderd jaar geleden. Het museum in Odrinhas staat pal naast een vroeg-middeleeuwse begraafplaats. Leceia ommuringVerder een drietal rotsgraven van duizenden jaren voor Christus. En van iets latere tijd, zeg maar een paar eeuwen voor onze jaartelling een fort. Al heel gelijkend op ons meer bekende versies uit latere tijden, met dikke muren en naar voren uitstekende torens.

Mora donderdag 8 juni 2017

Vandaag bevrijd, bevrijd door de EU nog wel. Kan mijn telefoon gaan gebruiken om internet op te gaan, voor dezelfde prijs als in NL. Dat was voorheen wel andere koek, in het buitenland. Ja, dacht ik… maar het is een weekje later. Pas vanaf de 15de. Nog even behelpen voor de deur van Museu do Megalitismo in Mora.

Maandag 29 mei Ben een dagje extra in AvilaAvila blijven hangen, even een dagje genikst. Kwam niet echt in de vakantiemodus, iedere dag een race om al mijn programma-onderdelen af te vinken. ‘s Morgens vroeg de vorige aflevering van mijn lopend verhaal zitten schrijven. Wilde nog even van free wifi gebruik maken van een dichtbijzijnd restaurant. Zodra de bussen arriveren is niet meer mogelijk om er tussen te komen, was mijn ervaring. Verder de kathedraal met een bezoekje vereerd en voor het eerst zelf gekookt: nasi (of iets wat er op lijkt). Smaakte me er niet minder om. Kan nog dagen vooruit. In Cáseres zelfs taugé weten te scoren, dus nu is het echt af.

Dinsdag 30 mei In de Romeinse stad Cáparra (vml. verbastering van eerdere keltische stad) zijn de gebruikelijke items bloCaparra straatot gelegd: stadspoort, forum, badhuis en luxe stadsvilla. Opvallend detail een vierzijdige gedenkboog, die op de kruising van de hoofdassen van de stad stond. De weg er naar toe laat een aardig straatbeeld zien. De rijweg met daaraan direkt grenzend de pergola van de winkels.

De nacht doorgebracht bij het kerkhof van Montehermoso. Had me ‘s middag uren in het zweet gewerkt om 4 (overigens mooi gelegen) ganggraven op te sporen. Merkte te laat dat lokale mensen gewoon met de auto, over het wildrooster, het natuurpark in reden.

Woensdag 31 mei Sta met ‘vrienden onder elkaar’ hutje aan mudje op een klein parkeerterreintje in Cáseres. Caceres stele VisgotenWel lekker dicht bij het centrum. Bovenal kan er water getapt worden en nog veel belangrijker: de poepdoos kan hier geleegd worden. De stad heeft natuurlijk een Romeins verleden. Spanje was een uiterst belangrijke kolonie van Rome. Uit Italica (de naam alleen al), stad vlak bij Sevilla,Caceres moorse cisterne kwam bv. keizer Hadrianus. Maar er zijn ook resten van andere nieuwkomers, de Visgoten. Waren al een tijdje op streek na hun vertrek uit noord Europa langs de Zwarte zee naar het westen.. Caceres middeleeuwenZij zijn het die -wat wij noemen- de Moren in Spanje hebben binnen gehaald. Om een ruzie onder elkaar te beslechten…

Onderweg de Taag overgestoken. Een nieuw viaduct in aanbouw. Brug TaagDe Romeinse pendant ligt even verder in een droge vlakte. Romeinse brug TaagHet is me duidelijk geworden of daar een andere rivier liep of de rivier toen een andere loop had.

Donderdag 1 juni Vlak bij Cáseres is in Malpartida het museum Vostell. Een beroemdheid, een soort popart Dali. De link met de Fluxus-beweging (denk aan onze Willem de Ridder) werd me niet echt duidelijk. Malpartida museo VostellWas een tip van een van de vrienden. Bleek pal tegen de plek aan te liggen die op mijn lijstje stond: vroegchristelijke grafkisten, uitgehouwen uit enorme rotsblokken.

Vrijdag 2 juni Het walhalla van de hunebedden bereikt: Valencia de Alcántara. Er zijn er tientallen in de direkte omgeving. Onderverdeeld in verschillende Ruta’s die te voet dienen te worden bewandeld. Uren aan een stuk want ze liggen wel een beetje bij elkaar, maar daar zit toch gauw een halve tot een hele kilometer tussen. Mag er niets van zeggen. De routes zijn prachtig, stijgen en dalen ritmisch en de verrassing laat soms op zich wachten. Je moet nl. de pijlen op de bordjes heel letterlijk nemen. Doe je dat niet dan is dat weer ¾ km extra of je vindt ze echt niet.Valencia de Alcantara Ruta 1 De eerste keer had ik de euvele moed op het heetst van de dag op pad te gaan. De 2 volgende keren mooi na de siësta, een paar uur voor zonsondergang. Alhoewel ik geen loopliefhebber ben, dient al dit gezwoeg toch een hoger doel: afvallen. Resultaat laat echter op zich wachten, nog geen gaatje winst aan de broekriem.

Zondag 4 juni In Portugal gearriveerd. Op weg naar de ideale overnachtingsplaats. Gratis, + water, + WC, + douche (koud), + losplaats en dan ook nog eens pal aan een stuwmeer. Droom werd werkelijkheid! Maar benutten en een paar dagen blijven. Op de weg er heen iets Romeins en wat ouders aangedaan. Ammaia stadspoortLaat ik volstaan met een plaatje van de dorpel van een stadspoort. Eeuwen verkeer lieten hun sporen achter. Met in het midden de stootplaat waarop de 2 deuren sloten.

Dinsdag 7 juni Om half elf al 3 dolmen (hier anta genoemd) bij kunnen schrijven. En niet de minste. Daar bleef het overigens niet bij. De ene keer teleurstellend. Kilometers over zandpaden en dan een paar lullige steentjes op een rij. Maar ook heel verassend. Zomaar een viertal midden in uitgestrekte koeienwei. Castelo de Vide dolmenBij toeval gevonden, stonden niet om mijn lijstje of een site. Dacht een mooie plekkie te vinden bij iets dat aangekondigd werd als aquatourisme. Nooit gevonden. Maar wel… Kan ik ook weer mijn steentje bijdragen aan de database van http://www.megalithic.co.uk. De nacht doorgebracht langs een snelstromend riviertje. Ochtend CabecaoUiterst welkom om effe af te koelen. Het was vandaag bijna 40°!!

Stom genoeg ramen en deur van de caravan opengezet. Bleef het binnen ‘s nachts langer warm dan buiten.

 

 

Avila maandag 29 mei 2017

Kort samengevat de reis tot nu toe: anderhalve week onderweg, 2200 km afgelegd, ben in Avila, 4 romeinse steden (voor wat er nog van over is) bezocht, pas één castro (bewoning Spaanse kelten), een paar hunebedden en een vindplaats van wel zeer verre voorouders (400.000 jaar!).

In tegenstelling tot vorige keren niet in een ruk naar Spanje geracet. Het middenwesten van Frankrijk blijkt veel meer romeins te zijn geweest dan ik me realiseerde. Had zo maar een afslag van de autoroute genomen na een aankondiging dat er wat van mijn gading te vinden zou zijn. Sanxay theaterHet is nu een gat van niks maar Sanxay was begin van onze jaartelling een stad met ruim 5.000 inwoners. Een enorm badhuis, tempelcomplex en theater zijn bloot gelegd. Erg veel hogere cultuur zal er niet te zien zijn geweest. Het podiumpje stelt weinig voor en het ronde Bougon dolmengrondvlak was van het publiek gescheiden met een 2 meter hoge muur. Doet dus eerder denken aan gladiatorengevechten. Vlakbij in Bougon een duizenden jaren oudere begraafplaats met meerdere, grote tumuli.Saintes amfitheater Vervolgens op aanraden van een neef ook Saintes bezocht. Moet een nog grotere romeinse stad zijn geweest, gelet op de resten van het amfitheater.

Al kilometers vretend bedacht ik me, wat zou Macron bedoelen met dat Frankrijk moderner moet worden. Geen files meer rond Parijs? Die waarin ik terecht kwam, duurde tot half 10 ‘s avonds. Aan de wc’s langs de autoroute valt niets te verbeteren, zijn perfect, totaal gerobotiseerd. Na elk bezoek wordt de hele zaak gereinigd en gedesinfecteerd. Komt geen man of vrouw aan te pas In de avondzon.Alleen ‘s-ochtends in alle vroegte sluipt iemand binnen om het toiletpapier aan te vullen. Bij de péages ook geen mens meer te bekennen. Jammer voor al die werkloze Fransen. Macron zou wel wat kunnen doen aan de automatenangst van de Fransman. Oeverloos gestoethaspel om er wat euro’s in te proppen en het wisselgeld er uit te vissen. Het kan zo makkelijk,Visa-kaart erin floep er weer uit, klaar is kees.

Ongemerkt ben je dan ineens in Spanje. Gelijk 10º warmer en de diesel een kwartje goedkoper. Leuke dingen voor de mensen. Alhoewel na 3 dagen tegen de 40º verlang je heftig naar regen en wolken. Ook daarin stelt Spanje niet teleur. Heidelberg mensMijn eerste uitstapje voerde me naar Atapuerca. Bij toeval, bij het uithakken van een passage voor een goederentreintje, stootte men op -wat later bleek- ware tijdcapsules. Diepe gaten in de rotsen waar over miljoenen jaren keurig laag op laag sediment waren afgezet. Wat maakte dat de vondsten daarin prima te dateren waren. In een van die afzettingslagen trof men mensachtige resten aan, van zo’n 400.000 jaar geleden. Dieper zelfs 2 keer zo oud vuurstenen gereedschap.

Burgos Danzante en speelbaasEen tussenstop gemaakt in Burgos met haar indrukwekkende kathedraal, pleisterplaats voor pelgrims op weg naar Santiago. Al eerder zag ik ze gepakt en gezakt door het landschap trekken.Uxama sisterne

Verder de Spaanse hoogvlakte over. Heel divers van karakter, dan weer heel groen afgewisseld met bijna woestijnachtige stukken. Op eerdere reizen al het meeste oude spul bezocht. Toch nog een paar nieuwigheden kunnen ontdekken: Clunia en Uxama, 2 Romeinse steden.

Vlak voordat ik vertrok, las ik dat er weer volop gepraat wordt over het herbegraven van de dictator Franco. Hij ligt nu pontificaal in een enorm monument, genaamd Valle de los caidos (vallei voor de (niet-republikeinse!) gevallenen uit de burgeroorlog). Reden om daar eens te gaan kijken. Het blijkt een basiliek te zijn uitgehouwen in de rotsen. Een donker hol waar van alle kanten je metershoge zwaar gestileerde (stijl dertiger jaren) beelden van wrekende engelen, gewapend met grote zwaarden, aankijken. Heel luguber. Valle de los caidosDaartussen hangen grote gobelins met nog duisterder taferelen uit de Apocalyps van Johannes. Een en al hel en verdoemenis in afwachting van het nieuwe Jeruzalem op aarde. Geef mij maar de lichtheid en de majesteitelijkheid van middeleeuwse kathedralen. Slopen die handel.

Avila is van oorsprong een vestingstad die de tand des tijds goeddeels heeft overleefd. Veel van de ouwe gebouwen staan er nog, inclusief de hele ommuring. Zo te zien is alles net schoongemaakt. Avila varkentjeDe stad straalt je tegemoet. In de omgeving is heel veel prehistorie terug te vinden. Waaronder beelden van runderen en leuke varkentjes.

Op zijn ze m’n gehaktballen in lekkere vette jus, geen karbonaatjes meer. Nog 2 dagen te goed van tafeltje-dekje. Ik had het restant aan maaltijden uit de diepvries van thuis meegenomen. Geen enkel probleem, het vriesvak in de auto staat z’n mannetje. Hartelijk dank En Route, een treffender naam had jullie keuken uit Rotterdam niet kunnen hebben…

Maandag 10 juli 2015 Schiedam

Weer thuis. Ruim twee en halve maand op pad geweest. De tijd is omgevlogen. Turkije is een prima land om door te trekken. Van de kust had ik wat meer verwacht. De mooiste stukken zijn vercommercialiseerd met monsterachtige hotels annex pretparken en grote dorpen van eenvormige vakantiehuizen. De mensen maakten veel goed. Overal is men even gastvrij. Soms komen ze wel heel erg dichtbij. De keren dat ik ergens aan het strand stond, spreidde men zonder gêne pal achter mijn caravan in de schaduw zijn plaid uit, stak de barbecue aan en zat daar lekker de hele middag. Ik zat dan ook goed; kreeg te eten en te drinken. Jammer dat Turkije zo ver weg ligt. Zeker 5 dagen rijden. De grensovergangen vormen ook een aardige hobbel. Nieuw beleid is om caravans net als vrachtwagens te X-rayen. Zowel bij het uitreizen van Turkije en Servië is me dat overkomen. Overigens met een heel groot verschil in aanpak. In Servië kwam gelijk een douanier naar me toe die Engels sprak en uitlegde wat de bedoeling was. Liet me me meekijken in de controlekamer. Heel relaxed. Eigenlijk nauwelijks enige vertraging, een minuut of 15. Daar kunnen de Turken nog wat van leren. Weer niemand die Engels of Duits machtig was. Botte commando’s en onhandige en ingewikkelde procedures die uren duurden. Aan het eind moest ik zelfs een verklaring in het Turks ondertekenen. Dat weigerde ik. Reden voor een van die hufters om mijn papieren in beslag te willen nemen. Gelukkig kwamen zijn collegae tussen beiden, anders was het nog op een vechtpartij uitgedraaid. Toen ik eindelijk weg kon rijden, ging die sukkel in de deur staan en stak zijn middenvinger op. Over professionaliteit gesproken. Ben bezig een brief hierover (en de wederwaardigheden bij binnenkomen) te schrijven aan de Turkse ambassade. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.
De meest vreemde figuur die ik ontmoet heb, was een ouwe Duitser, ver in de 70. Een week lang maakten we iedere dag een praatje als hij met zijn (Turkse) vrouw een wandelingetje ging maken. Ik heb er nog een wijnfles gevuld met olijfolie aan over gehouden. Die bracht ze op keer mee, uit eigen olijfgaard. Dacht eerst dat we iets te vieren hadden. Deze Andreas Puhl bleek natuurkundige te zijn geweest. Hypersonic specialist naar eigen zeggen. In de jaren 60 in Californië zich onledig gehouden met modellen om de Spaceshuttles veilig door de dampkring te loodsen. Later gewerkt als beleidsmedewerker bij de NAVO. Heeft ‘onze’ secretaris-generaal Luns nog goed gekend. Al in ons 2de gesprek bekende hij zich als volbloed racist: ‘Moet je toch eens kijken naar de Turken; dat kan toch nooit wat worden…’. Eerst dacht ik dat het soort grapje was. Hij was toch immers getrouwd met een Turkse. Maar nee, er ging niks boven het blanke, arische ras. Daar kon geen volk in de wereld aan tippen. Toch vreemd om dit soort tekst uit de mond van een Duitser (eigenlijk gewoon nog een Mof) te horen komen. Voelde me wel gesterkt in mijn vooroordeel dat onze verdedigingsorganisatie vol met dit soort enge gasten zit. Dr. Strangelove (briljant vertolkt door Peter Sellers) is geen karikatuur. Reden te meer om op de terugweg een ommetje te maken naar oude kennissen in Oost-Duitsland. Na de Wende ben ik er een paar keer op bezoek geweest. Het zijn mensen die ik in de goeie ouwe tijd heb leren kennen. Ver voor de val van de Muur. Hun carrières zijn allemaal gekakt. Gelukkig heelt de tijd. Zeven jaar geleden kwam ik er helemaal depressief vandaan.
Moet nog verslag doen van week 25. De laatste dagen in Turkije. Te weten: Koçali, Alexandria Troas bij Dalyan en Gallipoli.

Rond Koçali liggen verschillende steengroeven. Enkele zijn nog volop in gebruik. In een verlaten groeve zijn 7 enorme granieten zuilen te vinden, anderhalve meter doorsnee en 12 meter lang. Ze liggen d’r zo maar, op de plek waar ze uit de rotsen zijn gehakt. Een paar verderop, vermoedelijk al weggesleept om afgevoerd te worden. Ik denk naar de haven van Alexandreia Troas, 10 km er vandaan aan de kust. Want daar kwam ik nog zo’n joekel tegen naast heel veel kleinere, die om onduidelijke reden in zee zijn gedumpt. Heel leuk om tussen de zwemmen. Speciaal voor de gelegenheid een duikbril en zwemvliezen aangeschaft. Helemaal niet simpel om het luchtpijpje boven water te houden. In Alexandreia Troas leefden op haar hoogtepunt meer dan 100.000 inwoners. De stadsmuren waren 10 km lang. Een van de badhuizen was zo groot als 2 voetbalvelden. Ik dacht eerst tegen de stadsmuren aan gelopen te zijn. Verder is er niet zo veel te zien. Dat verbaast me iedere keer hoe weinig van zulke enorme steden is overgebleven.

 

Het slotstuk van mijn reis vormde Gallipoli. Op dit schiereiland aan de Europese kant van de Dardanellen is precies 100 jaar geleden enorm gevochten tussen het langzaam instortende Ottomaanse rijk en een stelletje kapers (UK, Frankrijk en Rusland),  die hun kans schoon zagen om deze entree naar de Zwarte zee te bemachtigen. Ze zijn met een koude kermis thuis gekomen. Eerst werd hun vloot tot zinken gebracht. Deze zou wel even opstomen naar Istanboel (onder aanvoering van de toenmalige First Lord of the Admiralty: Winston Churchill!). Vervolgens hebben ze op verschillende plaatsen geprobeerd aan land te komen. Even hopeloos. De latere stichter van de staat Turkije, Ataturk, heeft als officier in deze oorlog zijn naam weten te vestigen. Alle partijen herdenken hier hun slachtoffers. De Turken natuurlijk het uitbundigst. Vaak met monumenten die niets aan de verbeelding overlaten. Een soort openlucht panorama’s in brons gegoten.

Maandag 15 juni 2015 Tuzla

Mijn huisspin is weer druk aan het werk. Al een paar weken reist ie met me mee. Hij/zij woont ergens onder het luik voor de ramen. Elke avond weeft ie een nieuw web. Bevalt prima zo te zien. Voor de verrassingsaanvallen van de minimuggen biedt het geen soelaas. De fijnmazigheid van het spinnenweb is net zo ontoereikend als dat van mijn horretjes. Gisteravond was het weer eens flink raak. Alle ramen en deuren moeten sluiten. Dan krijg je het wel effe benauwd binnen.
Van de week een mooie mix van strand en cultuur kunnen maken. Desondanks heel veel gezien en ook nog redelijk wat kilometers kunnen maken. Ben vertrokken vanuit Teos (Siğacık). Vervolgens via Izmir naar Candarli, Assos (Behramkale), Gülpinar en geëindigd aan de Tuzla.

Van Teos heeft men grote verwachtingen voor de toekomst. Er wordt gebouwd aan een bezoekerscentrum. Wat er te zien is, is bijzonder aardig. Maar… je moet er wel even moeite voor doen. Alles ligt nogal ver uit elkaar.
Grote steden blijven een probleem om met mijn verhuiswagencombinatie aan te doen. Waar moet je dat ding laten? De enige oplossing is natuurlijk om ergens aan de rand van de stad een plekkie te zoeken. Om van daar uit met het openbaar vervoer de binnenstad in te gaan. Voor dat je dat allemaal een beetje door hebt, ben je een paar dagen verder. Wat te veel van het goeie voor een bezoekje aan het museum en de resten van een agora in Izmir. Op goed geluk gewoon naar het museum gereden op aanwijzing van mijn nieuwe routeplanner. Omdat de laatste wegomleggingen nog niet verwerkt waren, liep ik vast in een doodlopende straat. Net als andere Turken mijn auto gewoon midden op de weg achtergelaten en te voet verder gegaan. Het museum bezocht en bij terugkomst geen wielklem of iets dergelijks. Jammer genoeg niet kunnen zien waar ik voor kwam: de fries van het mausoleum van Belevi (zie verslag 11.05). Net zoals de mozaïeken; allemaal om onduidelijke reden niet toegankelijk. Agora ook maar gelaten voor wat het was. Buiten stond een grote steen met hele kleine lettertjes. Hierop is vastgelegd hoe de burgers van Teos zich vrijkopen van een bezetting door piraten. Een aantal families schieten het bedrag voor en spreken af met de stad had dat bedrag met 10% rente (!) verrekend gaat worden.
In Candarli verwachtte ik Pitana aan te treffen. Niets van dat al. Huidige dorpje ligt bovenop de oude stad. Kyme was ook al zo iets raadselachtigs. Wel een bord bij een afslag. Daarna niets meer. Alleen maar vieze, vuile industrie, olieraffinaderijen, vrachtwagens als colonnes mieren over totaal kapot gereden wegen. Op zo’n moment mis ik mijn oude tablet. In Maps.me (Een App met gedownloade kaarten, waar je dus geen internet of zo voor nodig hebt; aanrader!) stond precies aangegeven waar alles ligt. (Thuis even nagekeken; ben net te vroeg omgekeerd, was er bijna.)
Onderweg naar Assos Antandros aan gedaan. Voor je er erg in hebt, ben je er langs gereden op de snelweg. Bij het bord moet je gelijk de weg af en een openstaand hek door. Je staat dan pardoes midden in een olijfgaard. Daar wordt dan ergens gewerkt aan het uitgraven van een villa. Hele halve kamers worden successievelijk bloot gelegd. De necropool is eeuwen lang in gebruik geweest. Van de 6de tot de 2de eeuw BC. Allemaal Grieks. Daarna is het in de Romeinse tijd overbouwd met huizen. Je ziet een hele geschiedenis van grafcultuur in een oogopslag. Van hele simpele, wat rotsblokjes bij elkaar gelegd. Tot keurige stenen kisten. Maar nog geen pracht en praal die de Romeinen gewoon waren. In Assos is daar fraai staaltje van te zien. Buiten de stadsmuren, langs de toegangswegen naar de stad stond het vol versierde sarcofagen (= vleeseters) en tombes.

Midden in het dorpje Gülpinar ligt het heiligdom gewijd aan Apollo Smintheus. Zijn tempel heeft een facelift gekregen. Kan zo naar Legoland. Jammer dat het een totaal verkeerd beeld geeft van een tempel. Het waren geen steriele gebedsreactoren maar ze waren juist bont gekleurd. Meer als een Hindi-tempel. Heel wat profaner waren de Smintheia Pauleia. Een soort kampioenschappen vrij worstelen. In het badhuis werden de winnaars geëerd met een bronzen beeld. Die stonden op sokkels in de entree. 24 ervan zijn er tot nu toe teruggevonden.
Het ontbrekende marmer van de Apollo-tempel is deels teruggevonden in Tuzla. In een 14de eeuwse moskee. Er is een mooi vloertje van gelegd in het voorportaal. Tuzla was een kuuroord met heet water bronnen. Uren ben ik op zoek geweest naar de resten van een Romeinse brug. Die moesten ergens in de (toenmalige) monding van de gelijknamige rivier liggen. Geen mens die van het bestaan af wist… Toch gevonden door de rivier aan beide kanten langs te rijden. Lag natuurlijk niet meer aan zee en was honderden meters verwijderd van waar de rivier nu loopt. Alle moeite werd dubbel en dwars beloond. Aan zee bleek de rivier dichtgeslibd te zijn met een kilometers lang strand waar helemaal geen kip te bekennen was. Kwam dat even goed uit. Enige verkoeling is de laatste tijd wel heel erg gewenst. ‘s-Morgens om 8 uur is het al bloedje heet. Hoe die veelal vrouwelijke landarbeiders dat de hele dag volhouden, is me een raadsel. In alle vroegte zet een tractor met aanhanger ze in zo’n knollenveld af om 12 uur later pas weer opgehaald te worden.
Het einde van mijn reis begint in zicht te komen. Het laatste plakje Schwarzwalder schinken is op. De koffie wordt ook schaars; zouden 2 pakken genoeg zijn voor komende weken?. Kaas is er nog in overvloed, zeker nog voor 3 maanden. Net als drop e.d.

Maandag 8 juni 2015 Ōzdere

Aydin: een stad van geven en nemen! Welke stad zou zich niet zo willen afficheren? In een paar wijken is het een goed gebruik om zo maar aan willekeurige mensen wat uit te delen. Niet iets groots, maar een kleinigheidje, een paar koekjes bijvoorbeeld. Dat verbetert je conduitestaat voor later in het hiernamaals. Toen ik uren moest doorbrengen bij een politiekantoor, kreeg ik 2 keer van een passant wat. De reden dat ik daar zat, is de donkere kant van Aydin. Tijdens mijn bezoek aan het archeologisch museum hebben ze mijn auto – niet de caravan – leeggehaald. Heel professioneel; echt alles van enige waarde is meegenomen. In nog geen drie kwartier tijd. Langer heeft dat bezoekje niet geduurd. Het museum is een immens groot en nieuw gebouw waarvan nog maar een heel klein is ingericht. Wel met heel fraaie items.

Wat ik het meeste zal missen, is mijn telefoon, mijn Fairphone eerste editie. Paranoia als ik ben, natuurlijk nergens in the cloud een kopie ervan gemaakt; dus alles kwijt. Een nieuwe tablet en routeplanner was snel weer aangeschaft. Vlak tegenover het museum was een Mediamarkt. Vervolgens ben ik aangifte gaan doen. Een ware belevenis, van half 4 ‘s-middags tot ‘s-avonds 9 uur. Als eerste vervoegde ik me bij een bureau in de binnenstad. Geen mens die Engels sprak. Ja, uiteindelijk wel iemand uit het hogere echelon. Die dirigeerde me in een politieauto, bemand door een Turkse versie van Starsky & Hutch. Dit dynamisch duo stoof met grote snelheid naar de plaats des delicts. Blijkbaar wisten ze naar wie ze moesten zoeken. Ik had begrepen dat het een notorious-e plaats was. Heel de buurt rondgereden, navraag gedaan, geen resultaat. Niemand had wat gezien en waar betrokkene(n) was/waren, wist men evenmin. Misschien gaat CCTV wat opleveren. Er hingen overal camera’s maar ik mocht er niet op vertrouwen dat die ook echt werkten. Vervolgens werd ik doorgestuurd (onder begeleiding) naar een bureau in een buitenwijk. Gelijk een heel andere sfeer. Iedereen zat lekker in de tuin onder een (jasmijn?)boom. Ook eentje met een soort besjes/bloesem. Tijdens het lange wachten daar, heb ik ze in grote hoeveelheden geplukt voor een oud dametje die er thee van zou trekken. Er werden ook nog konijnen gehouden. Het was me volstrekt onduidelijk waarom ik daar naar toe moest. Niemand kon me iets uitleggen. Maar ineens stopte er een wagentje met 2 man, het forensisch team. Raam en deur van auto werd bepoeierd om vingerafdrukken te kunnen maken. Mijn beide handen werd in de zwarte verf gezet met hetzelfde oogmerk. Overal foto’s van gemaakt. En weg waren ze. Ik weer terug naar mijn bankje onder de bloesemboom. Kreeg ik ineens in telefoon in handen gedrukt. Een Engels sprekend iemand aan de lijn. Een leraar Engels, kennis van een van de bureau-agenten. Hij zou proberen zo snel mogelijk te komen om me bij te staan. Rond achten was ie er. Verklaring opgenomen, uitgetypt, geprint en in drievoud door alle partijen ondertekend. Om iets voor negenen stonden we buiten. Onderwijl wat met mijn tolk zitten kletsen. Bij het afscheid bood ie ineens aan, kom mee naar mijn huis. Ik heb nog wat restjes kebab van het weekend en je kan prima voor mijn huis de nacht doorbrengen, een stille straat helemaal aan het randje van de stad. Stom genoeg ben ik z’n naam vergeten. Ik heb alleen zijn nickname omdat hij zich als volger van weblog heeft aangemeld. Vond ie leuk, dan zou ie proberen Nederlands te leren…

In de vorige aflevering heb ik vergeten melding te maken van mijn ochtendbad in Alabanda. Vlakbij waar ik de nacht doorbracht, was een drenkplaats van een schaapskudde. Het water stroomde zomaar uit het niets in een grote stenen bak. Een oude sarcofaag. Je kan je toch geen fraaier bad voorstellen!
Ondanks alle commotie toch nog het een en ander bezocht. Nysa, Notion en Claros.
Het hart van de stad Nysa bestaat uit een kloof tussen twee bergen. Ze hebben dit gegeven op een fantastische manier ingevuld met een theater dat uitkijkt op een lagergelegen stadion. Het theater is in z’n geheel overeind gebleven. Van het stadion is in de loop van de eeuwen voor de helft weggespoeld. Op de foto zie je rechtsonder nog de rijen banken van het stadion, dat zich verder de vallei in uitstrekte. Achter de plek vanwaar de foto is genomen, staat dus het theater. In Turkije doet men veel aan reconstructie. Voor de vaak argeloze toeschouwer een zegen. Wat moet ie met al die omgevallen en in het rond liggende brokken steen. In de wereld van de archeologie is het een hachelijk onderwerp. Vaak blijkt uit later onderzoek dat de werkelijkheid nogal wat geweld is aangedaan. Op grond van alsdan achterhaalde inzichten. Hier werd gewerkt aan de herbouw van de agora.

Claros was een van de vele orakels van Apollo (denk aan Dydima). Het was met een Heilige weg verbonden met de havenstad Notion. De site was nauwelijks begaanbaar, stond bijna helemaal onder water. Het voorjaar is heel veel regen gevallen, vernam ik. Niets kunnen zien van de hecatomben. Hier is namelijk een van de weinig overgebleven ‘honderdstenen’ gevonden. Die lagen tussen de tempel en de offerplaats. Op hoogtijdagen stonden eraan de 100 offerdieren vastgebonden in afwachting van hun naderend lot. Een paar delen van enorme beelden waren overeind gezet. Stond geen toelichting bij (personeel kon ik niet duidelijk maken waar ik het over had…); ik denk dat het de kariatiden van een portaal aan een verdwenen/nog bloot te leggen Artemis tempel zijn geweest. Zoals ook op de Acropolis in Athene, maar dan 2 keer zo groot.

Met wat goeie wil zijn in Notion de hoofdbestanddelen van de stad (theater, agora, bouleuterion, tempels) te ontdekken. Midden in dit niets kwamen 3 Amerikanen uit een gat, dat toegang gaf tot een cistern, een ondergrondse watervoorraadtank. Archeologen die de site aan het inmeten waren. Vergeten dit vast te leggen.

Maandag 1 juni 2015 Çine

Sta in een buitenwijk van Alabanda, vlakbij Çine. Nog net binnen de stadsmuren. Daarachter strekt zich de noordelijke begraafplaats uit. Dit om even de situatie te schetsen als ik er op bezoek zou zijn geweest 2000 jaar geleden. Alabanda schijnt te betekenen: stad met stallen. Die naam deed het vanmorgen, toen ik door het centrum liep, alle eer aan. Ik liep er rond in een wolk van vliegen. Over en in de oude resten is een boeren dorpje gebouwd waar koeien, schapen en noem maar op vrijelijk rond stappen. Over vooruitgang gesproken. Moet je je voorstellen dat onder deze met stront overgoten modderstraten een keurig geplaveide stad ligt? Afgelopen jaren is het theater met ruim 6000 zitplaatsen grotendeels ontdaan van allerhande bebouwing. Dat toornt nu boven alles uit; een vlag op een…

Vanuit Alabanda gelijk maar doorgereden naar Alinda, 20 km verderop. Een ware verrassingstocht. Vanaf de grote weg wordt het grotelijks aangekondigd. Maar hoe dichter je in de buurt komt, des te moeilijker wordt het nog een enige richtingaanwijzing te vinden. Uiteindelijk zijn de straatjes zo smal dat ik de auto maar ergens neer zet en verder te voet ga. De site zelf is net ze wonderlijk. Er staan enorme resten van gebouwen, zonder enige toelichting. Met wat moeite valt een pad te ontdekken. Via de agora klim je hoger en hoger de heuvel op. Om uiteindelijk helemaal boven op de acropolis te geraken (dit keer dus wel!). Intussen kom je een theater tegen. Nog een soort agora. Loop je langs stadsmuren met wachttorens. Die je op gegeven moment ook weer achter je laat en een ware dodenstad doorkruist. Heel veel natuurstenen doodskisten en – wat ik maar noem – grafrotsen, De dag kan helemaal niet meer stuk als er ook nog een fraai stukje aquaduct staat.

Tot zover het meer verheven deel van de week. De rest heb ik aan het strand doorgebracht. Enerzijds omdat ik op zag tegen de terugrit om van het schiereiland af te komen. Maar de echte reden was dat de baai waar ik vlak bij het strand kon staan, ontzettend fraai was En het water zo helder als glas. Bijna dagelijks stak ik over naar een eilandje, zo’n 100 meter uit de kust, via een doorwaadbare verbinding. Het enige minpuntje was het weer. Wolken, regen, storm en dan weer prachtige blauwe luchten wisselden elkaar in hoog tempo af. Dan was het op mıjn eilandje af en toe wel eens even frisjes. Want veel meer dan een plastic doos met daarin de e-reader, bril en wat snoep kon je niet droog over krijgen.