Maandag 25 mei 2015 Datça

Bijna had de draak me verslonden. Halverwege z’n bek vond ik het wel welletjes. Wat een gesleur om het schiereiland Tekir/Datça op te komen. Dan weer kilometers heuvelop om vervolgens weer helemaal te moeten afdalen tot zeeniveau. En niet zo’n flauwe hellinkjes. Alleen maar bordjes met 10%. Gelukkig werden al deze inspanningen beloond! Op aanwijzing van een paar Turkse vakantiegangers sta ik nu aan een prachtige baai, eiland voor de deur en heerlijk helder zeewater. Tamelijk uniek, want al dit soort plekken zijn ingepikt door resorts, sitesi’s (ommuurde enclaves met vakantiehuisjes; ik kan het woord niet meer zien), pretparken en noem maar op. Voor de vrije jongen is er bijna nergens meer plaats…
Ik heb nog steeds geen besluit genomen over wat ik ga doen. Door het schiereiland op te rijden kan ik de beslissing even voor me uit schuiven. Het was niet eens een bewuste keuze. Ik wilde in Akyaka gaan kijken of kitesurfen iets voor mij was. Na een uurtje had ik het wel bekeken. Niets voor mij. Afgezien van een paar cracks, zag ik alleen maar mensen koppie onder gaan. Voorover, achterover. Plank kwijt. Vlieger in het water. De meesten lukten het niet eens op het plankje te klimmen en tegelijk de vlieger in de lucht te houden.
Omdat het er ook nog ontzettend waaide, dacht ik, ik rij even een stukje door. Toen was er geen weg meer terug. Achter elke te nemen hobbel verwacht/hoop je het beloofde land aan te treffen. Daar ben ik dan ook. Jammer dat ik dezelfde weg weer terug moet.
Van de week Pinara, Tlos, Fethiye (Telmessos) en van de weeromstuit Knidos bezocht.

De meeste indruk heeft Pinara op me gemaakt. Een stad midden in de bergen. De bewoning startte op het hoogste punt, welke later de acropolis werd van een stad die zich verder ontwikkelde op lager gelegen hellingen. Als je de foto inzoomt, zie je dat de rotswand vol met gaten zit. Een ware duiventil aan graven. Waarschijnlijk stammend uit Homerische tijden. Hij noemt de stad ook als onderdeel van de alliantie tegen Troje. De acropolis heb ik niet beklommen; begin ook een dagje ouder te worden. De benedenstad bekijken vergde al genoeg geklauter.  Zeker om bij allerlei andere rostgraven uit later perioden te kunnen komen.

In Tlos heb ik enorme toeren uitgehaald om in een graf een afbeelding van het vliegende paard Pegasus te vinden. Helaas pindakaas. Ben als een aap een steile wand afgedaald. Kwam geen eind aan. Allemaal voor niks. Had halverwege een afslag naar omhoog gemist. Moet het dus stellen met wat mooie plaatjes die ik bij zonsondergang heb kunnen schieten.
Onder Fethiye ligt het antieke Telmessos verborgen. Op de spaarzame resten van een theater wordt een hele nieuwe versie gebouwd. Ging er naar toe vanwege het museum. Maar dat was niet veel. Twee zaaltjes, vol met scholieren die er tekenles kregen. Toch een paar nachten gebleven; ik was door mijn voorraad warme happen heen. Stond geparkeerd vlakbij een boom waar mensen vruchtjes uit plukten. Ik weet niet waarom, maar de associatie met een de weinige dichtregels die ik kan reproduceren, bleef maar door mijn hoofd spelen. Het zijn een paar beginregels van een gedicht van Nicolaas Beets: ‘De moerbeitoppen ruischten, God ging voorbij, nee niet voorbij, Hij toefde’. Op internet heb ik het nagezocht. Het was dus echt een moerbeiboom. Met kleine, wittige besjes. Best lekker, een beetje zoetig.

Helemaal op uiterste puntje van dat vermaledijde schiereiland ligt Knidos. Heb de caravan achtergelaten aan het baaitje en ben er met de auto naar toe gereden. Dat scheelde een hoop geëtter. De oude havens van weleer liggen er nog bijna helemaal intakt bij. Hier vernam ik het trieste nieuws, dat de oudste zoon van mijn zus ernstig ziek is. Was even wat drinken in het café op de site en keek bij toeval op mijn telefoon omdat er wifi aanwezig was. Van de week wordt hij helemaal door de molen gehaald. Ik hoop dat het allemaal mee zal vallen.

Maandag 18 mei 2015 Kinik

Sinterklaas schiet er bij in dit keer. Het is me net effe te ver om helemaal door te rijden naar Myra (vlakbij Demre). Ik houd het maar bij Patara, zijn geboorteplaats. Dat betekent dat ik op de terugweg ben. Maar nog lang niet thuis. Ik zit nog te dubben over de manier waarop. Blijf ik de kust volgen of maak een uitstapje naar het binnenland, naar Pammukale? Op een dag als vandaag denk ik: in de buurt van het water blijven. In de zon is het nu al 40º. Patara strandpaviljoenHet is dan ook weldaad om lekker in de schaduw, in de caravan dit verhaaltje te mogen schrijven. Een doorsnee dag volgens Turken; dit is nog maar het begin.
Bijna de hele week vlakbij het mooiste (volgens de Lonely planet) strand van Turkije gebivakkeerd. Een 18 km lang zandstrand, waarin in het midden de rivier de Xanthos uitmondt. Aan beide kanten heb mijn geluk beproefd. Kwam zo uit omdat ik de ene keer in Patara moest zijn en de volgende keer Latoon en Pydnai wilde bekijken. Hemelsbreed nog geen 500 van elkaar, maar een wereld van verschil. Aan de Patara kant kon je ‘s-avonds met ramen open zitten. Bij Latoon kon je dat maar beter laten. Zelfs met de horren dicht werd je opgegeten door piepkleine muggetjes. Dat was me al een keer eerder overkomen. Toen werd ik er letterlijk door overvallen. Dat was in de lagune bij Milete. Ben toen 3 kwartier bezig geweest al die rotbeesten uit te moorden. Met de ramen dicht, in de bloedhitte. Om nog even terug te komen op dat strand: het is misschien wel het mooiste met heuse duinen maar niet het schoonste. Geen azuur blauw water, eerder een modderbad net als bij ons aan zee. Voor Turken niet echt een probleem. Die vertonen zich niet aan de waterkant, die blijven lekker in de duinen in de bosjes zitten, op hun vlondertje.

Mijn weekprogramma bestond uit Kaunos, Patara, Xanthos, Pydnai en Letoon.
Van Dalyan/Kaunos had ik hoge verwachtingen. Die werden niet echt waar gemaakt. Een paar graven hoog in een bergwand. In de buurt ervan kon (mocht?) je niet komen. Wat al die toeristen doen op al die honderden paviljoenbootjes? Het is me ontgaan. Op de nabij gelegen antieke stad waren ze in ieder geval niet te vinden. Om er te kunnen komen, heb ik me laten overzetten in een roeibootje. Kaunos was een havenstad. Een meertje herinnert er aan. De zee ligt door aanslibbing kilometers verderop. Ik neem aan dat de waterhuishouding in vroeger dagen beter op orde was. Nu stond de agora blank.
Herodotus heeft alle plaatsen die ik aandoe, bezocht voor zijn onderzoek  naar de oorsprong van de 10 jaar lange oorlogen tussen de Grieken en de Perzen. Deze speelden zich af rond zijn geboorte in 485 BC. Hij hanteert een heel aparte verhaalstijl. Hij wekt de indruk geen eigen mening te verkondigen. Hij heeft het altijd van horen zeggen.

Over Patara weet ie te melden dat er een 8 verdiepingen hoge tempel heeft gestaan. Met een trap buitenom en bovenin een kamer met een bed en gouden tafel. Hier mochten alleen de aller maagdelijkste maagden van de stad de nacht doorbrengen. Om bezocht te kunnen worden door de goden… De volgende dag mochten ze dan de toekomst voorspellen op grond van hun belevenissen cq. dromen. Zijn enige toevoeging is dat ie dergelijke verhalen ook elders heeft mogen optekenen, bv. in Egypte en Sumerië. Een cultuurrelativist avant la lettre.
Patara is nu een klein dorpje, één groot hotel-pension-restaurant. Om aan dat lange strand te kunnen komen, moet je dwars door de opgegraven stad. Vandaar waarschijnlijk de voor Turkse begrippen lage entreeprijs, anderhalve euro. Voor langverblijvers is er een strippenkaart te koop. Als rechtgeaarde Nederlander ben ik natuurlijk niet langs die weg op het strand beland. Ik koos voor een wat verderaf gelegen, soort van een kiezelweg. Heel huids en zonder echt vast te komen zitten. Maar het was af en toe kantje boord. Patara was een van 23 stadstaten die met elkaar een federatie vormden en waaraan naar draagkracht werd bijgedragen. Ze speelde daarbinnen een administratieve rol, een soort Brussel van Europa. Ter herinnering hieraan heeft het Turkse parlement kosten nog moeite gespaard de oude vergaderzaal, het bouleuterion, te doen herrijzen. Om compleet beeld te krijgen, dien je je voor te stellen dat de theaterzaal een besloten ruimte was en overdekt met een pannendak. Het heeft niet mogen baten; ik geloof dat de zee van Marmora alleen maar breder wordt.
Naast het bouleuterion staat een groot openlucht theater. In de Romeinse tijd kwam in de plaats van de Griekse tragedie een ietwat ander vermaak in zwang. Dit vereiste enige bescherming van het publiek. Vandaar de extra lagen stenen boven op de eerste rij banken. De afbeelding op de steen uiterst links maakt duidelijk waarom.

Meerdere aquaducten brachten uit de omliggende bergen water naar de stad. Een is nog goed te volgen. Het maakt onderdeel uit van een lange afstands pad; kilometers lang loop je door de aangelegde, deels uitgehakte goot. Gebruikelijk is dat een aquaduct een heel geleidelijk afschot heeft. Dit voorkoming dat het water een te hoge snelheid kreeg en onhanteerbaar werd. Hier heeft men dat toch aangedurfd en op steile stukken een persleiding aangelegd. Om de haveningang te kunnen vinden, stond op het hoofd een vuurtoren. Voor mij was het ook even zoeken, maar de moeite waard.
Vernoemd naar de rivier of andersom ligt wat meer in het binnenland Xanthos. Veel van hetzelfde laken en pak. Een theater, een agora en een heilige weg. Mooi, maar echt interessant was een grote necropool, begraafplaats, net buiten de stadsmuren.

Merendeels rotsgraven. De pilaartombes met een sarcofaag boven op een al dan niet lage of hoge sokkel waren weer wat nieuws.
Letoon is vernoemd naar Leto, een oer-moerder-godin. Een van de vele bijslapen van Zeus. Hera had het er maar moeilijk mee. Hier zag je heel goed hoe de Grieken optimaal gebruik wisten te maken van natuurlijke omstandigheden. Bijna het hele theater is één bewerkte rotsmassa. Alleen de zijvleugels bestaan uit losse, op elkaar gestapelde steenblokken.

Pydnai was geen stad maar puur een fort ter bescherming van Letoon en Xanthos vanuit zee.
Ik blijk niet alleen op de wereld te zijn; kwam nog een roze zusje van me tegen…

Maandag 11 mei 2015 Dalyan

Zondag een aardige ruk gemaakt. Van Dydima naar Dalyan, een kleine 250 km. Klinkt als weinig maar kostte toch een uur of 5. Nogal wat steden met ritsen stoplichten en enorme lange klimmen van 8 en 10%. Probeer een beetje op te schieten, richting keerpunt bij Demre (Kale). Werk nu eerst een aantal highlights af waarvan ik verwacht, dat deze in het echte seizoen overstroomd worden met toeristen. Straks op de terugweg pak ik dan het kleinere spul.
Het was echt een lekkere reisdag, bewolkt en niet te warm. Af en toe regende het zelfs. Op een gegeven moment tijdens een bergenpassage brak eventjes de hel los. Het werd pikdonker, enorme donderklappen en de hemel brak open. Stortbuien met grote hagelstenen joegen de Turken de bermen in.
Van de week in volgorde Belevi, Ephese, Priëne, Milete en Dydima aangedaan.

 

Belevi was een aanloopje naar Ephese. Er staat een reusachtig mausoleum. Wat resteert is het onderstel van 30 x 30 en 10 meter hoog. Een uitgehakte en met hetzelfde soort gesteente uit de direkte omgeving beklede rots. Daar bovenop stond een soort tempeltje. Met een beetje moeite zou het helemaal herbouwd kunnen worden. Alle onderdelen liggen er rond om heen. Degene die vond dat hij zo’n praalgraf verdiende, is niet bij naam bekend. Wel trof men de grafkist en een beeld van (waarschijnlijk) een geliefde bediende aan.

 

Ephese telde op haar hoogtepunt iets van 250.000 inwoners (op grond van een archeologische vuistregel: aantal zitplaatsen theater x 10). Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Asia Minor (Klein Azië). De geschiedenis van de stad gaat veel verder terug, zeker tot 7000 BC. Deze ligt verscholen onder het blinkende marmer dat we nu zien. De hobbelige straten waar dagelijks hordes bezoekers elkaar verdringen, waren eens strak geplaveid en spiegelglad. Wat aardbevingen allemaal niet hebben aangericht. De prachtige facade van de bibliotheek – overigens ook een soort mausoleum, want de stichter ligt eronder begraven – staat weer fier overeind. Van voren gezien net echt, de achterzijde is beton.  Voor een blok woningen pakte het natuurgeweld juist goed uit. De bovenetages zijn daardoor in de begane grond gevallen, die met veel liefde en gepuzzel te voorschijn zijn getoverd. Onder het puin kwam ook de hele huisraad te voorschijn.

 

In Ephese werd de godin Artemis op een unieke manier vereerd. Die van de vruchtbaarheid in plaats van de jacht. Ze nam zo de plaats in van Cybele met een veel oudere maar regionale staat van dienst. Er zijn nog beelden van. Vreemd verstard. Zouden dat allemaal borsten zijn? De dierenriem als ketting om haar nek suggereert een bijna onbegrensde kracht. Van haar tempel is niets meer over en het was een van de grootste ter wereld met 106 zuilen, meer dan 20 meter hoog. Een van de zeven wereldwonderen.

 

Wat een overgang naar Priëne. Een veel kleinere stad, minder belangrijk en bleef gespaard voor de Romeinse opsmuk. De Griekse oorsprong is zodoende nog goed herkenbaar. Zie het theater en bouleuterion,  de gemeenteraadszaal. Allemaal uitgevoerd in sober grijs. De stad heeft eeuwen lang door gefunktioneerd. Getuige de resten van een kerk, met in het midden een preekstoel.

 

Van verre zie je Milete liggen, een grote steenklomp en een verder vlakke omgeving. Door aanslibbing verzandde de haven en kwam het schiereiland steeds verder van zee weg te liggen. Het heeft zich kunnen meten met Ephese. Beide theaters zijn bijna even groot. Het verschil is dat van Milete verder weinig over is en wat er nog te bekijken valt, staat goeddeels onder water.

 

Bijna had ik Didyma overgeslagen. Alleen maar een tempel, dacht ik. Dat klopt. Maar wat voor tempel. Hij was gewijd aan Apollo (Delphinios). Bijna net zo gigantisch van omvang als die van Artemis in Ephese. Zes zuilen minder. Een plattegrond van 100 bij 60 meter. Het is bekend dat per zuil 40.000 drachmae werd begroot. Omgerekend naar het dagloon van een steenhouwer betekende dat 20.000 dagen werk! De bouw voltrok zich dan ook niet in een achternamiddag. Eeuwen is er aan gewerkt. Het predikaat wereldwonder is het misgelopen omdat ie nooit helemaal af is gemaakt. De tempel fungeerde als orakel. Hier geen cryptische uitspraken als in Delphi. Vragen werden slechts met een ja of  nee beantwoord. Tussen Milete en Didyma liep een 16 km lange verbindingsweg, de Heilige Weg. Jaarlijks werd in de lente dagenlang feest gevierd en trok men vanuit Milete naar het heiligdom om offers te brengen.

PS. Smaak bulkfood verdient een pluim, zeg ik zelf. M.n. de gele curry pasta van de Wereldwinkel kan ik aanbevelen.
PPS. Alle reparaties hebben stand gehouden. Geen stroomzorgen meer en op-/afzetten caravan blijft een fluitje van een cent.

Maandag 4 mei 2015 Torbali

Kijken of ie het vandaag volhoudt, spannend. Gisteren weer een reparatie uitgevoerd. De opbrengst van de zonnepanelen was al van meet af aan onvoldoende om mijn dagelijks verbruik (m.n. koelkast) bij te benen. Moest als maar ‘bijtanken’ onder het rijden. Eerst natuurlijk verweten aan de slechte accu’s. Maar het probleem bleef. Daarom verder gekeken. Deed een van de 3 panelen het niet meer; draden afgebroken, net boven de glasplaat. Nou heb ik, dacht ik, alles wel bij me maar natuurlijk net geen soldeerbout. Probeer daar eens aan te komen in je beste Turks… Uren staan pielen om een gaatje te maken door het glas. Daar soldeer in gesmolten en een draadje aan gemaakt. De meter sloeg gelijk fors hoger uit en ‘s-avonds waren de accu’s voor het eerst helemaal volgeladen. Hopelijk blijft het allemaal vast zitten. Want schokvrij rondrijden is er hier niet bij.

Mooi weekje achter de rug. Eerst Troje, vervolgens Pergamon, Aigai en Metropolis.
Troje is een grote steenklomp. Maar wel een erg bijzondere vanwege Homerus, die verhaalt over de epische strijd tussen deze stad en de rest van Griekenland. Zo’n 1300 jaar BC. De reden is bekend: de zoon van de koning van Troje rooft de dochter van de koning van Sparta, Toen – en nu ook nog – een geaccepteerd gebruik maar blijkbaar niet in adellijke kringen. De strijd heeft 10 jaar geduurd en kwam met een list pas ten einde. Een van de eerste archeologen, Schliemann, heeft de stad in de 19de eeuw herontdekt. De graafmethodes waren toen nog niet zo verfijnd als tegenwoordig. Hij liet doodleuk dwars door de stad een grote sleuf graven. Een beroemde schat aan gouden sieraden (hij wilde geloven de juwelen van de gekaapte Helena) is jaren zoek geweest. Blijkt toch te zijn meegenomen door de Sovjets bij de verovering van Berlijn. Is sinds enige tijd te bezichtigen in het Pushkin museum in Moskou.

Pergamon heeft alles wat je hartje begeert. Een leuke, Ottomaanse binnenstad en heel, heel veel ander ouds. Waaronder een Asklepion, een heiligdom annex behandelcentrum. Therapeutische mogelijkheden waren beperkt, veel kruiderij, gezond eten, ontspannen en zonnebaden maar ook al chirurgie. Een belangrijke plaats had droomduiding. Freud had hier goed mee gekund. Daarvoor was een groot rond gebouw (zie op plaatje onder) ingericht. Men kwam er via een onderaardse gang (onder de weg recht naar boven). Begeleid door de klanken van stromend water uit een van de heilige bronnen. Geïnstitutionaliseerde magie was er overigens genoeg in die tijden. Zo ook in het Serapeum. Een langgerekt basilica met daarnaast 2 ronde tempels. Hier werden van oorsprong Egyptische goden vereerd. Waaronder Isis, Sechmet (kattengodin) en Osiris. Sterk gericht op de dood en wedergeboorte. Serapis – een samentrekking van Osiris en de stier Apis – had van de Romeinen een menselijk gezicht gekregen; hadden wat moeite met die beestenboel.
Boven alles uit steekt letterlijk de acropolis. Ben met een stoeltjeslift om hoog gegaan en te voet weer afgedaald. Na ruim 4 uur was ik beneden; zo veel is er te zien. Bv. het Trajanum. Het lijkt me aardig hierbij uit een brief van Hadrianus te citeren. Hij begint als volgt: Imperator Caesar Hadrianus Augustus, zoon van de goddelijk Trajanus, kleinzoon van Nerva, pontifex maximus, 22 keer gekozen als tribunicia potestas (man van het volk), voor de 2de keer keizer, 3 keer consul, vader des vaderlands, laat aan Pergamon weten. … Ik kan het ten zeerste waarderen dat jullie een tempel voor me willen oprichten. Maar er staan er al een paar hele mooie. Ik zou het heel vervelend vinden jullie op grote kosten te jagen. Daarom stel ik voor een beeld van mij te plaatsen in de tempel gewijd aan mijn vader (einde vrij vertaald citaat).

Heel zielig steekt hierbij het Altaar van Zeus af. Alleen nog wat funderingen. Het immense gebouw zelf staat immers in het archeologisch museum van Berlijn. Na dit en het grote theater aanschouwd te hebben haakt iedereen wel zo’n beetje af. Ik ben verder niemand meer tegen gekomen. Jammer voor ze. Geen blik kunnen werpen in een zwaar gerestaureerde patriciërswoning of heroon (gedenkruimte) met daarnaast een mini theatertje. De onvermijdelijke Paulus, de man met een tong als een aan 2 zijden snijdend zwaard, heeft in Pergamon zijn trouwe makker Antipas verloren, ter dood gebracht.
Een totaal andere belevenis was het bezoek aan Aigai. Een stad midden in de bergen, met prachtige vergezichten. Heel veel ligt er in gruzelementen of is totaal overgroeid. En dan ineens staat het er tiental meters hoge zijgevel met winkeltjes en ervoor op het plein een ronde vis-/vleesmarkt.

Over Metropolis valt weinig te vertellen. Leverde wel een mooie foto van hoe latere bewoners een grote muur dwars door, dwars over het bouleuterion (vergaderzaal gemeenteraad) bouwden.
Om al dit schoons te kunnen verwerken één dag vrij genomen om te koken. Kan ik zeker weer 14 dagen vooruit. Als, als de stroomvoorziening van de koelkast het volhoudt…

Maandag 27 april 2015 Çanakkale

Het leek een weekje te worden waarover weinig te vertellen valt. Maar het venijn zat ‘m in de staart. Maandag wilde ik uit Kavala vertrekken. Had voor het weekend 2 nieuwe accu’s gekocht. Bedacht op de valreep bij de dezelfde autozaak nog een drukschakelaar te kopen. Het apparaat waarmee de poten van de caravan omhoog en omlaag worden gedraaid, was kortelings onder de achterwielen van de auto terecht gekomen. Dat had het geen goed gedaan… Misschien zou ik het met wat aanpassingen weer aan de praat kunnen krijgen. Nog 2 maanden handbediening was niet zo’n prettig vooruitzicht. Ik heb het inderdaad kunnen repareren; kijken hoe lang dat stand houdt. Dit terzijde overigens, Toen ik m’n gezicht weer in die winkel liet zien, werd ik gelijk aangesproken door iemand van het personeel. Had ie het goed begrepen dat de accu’s niet gebruikt zouden worden voor het starten van de motor? Want dan hadden ze me een totaal verkeerd type geleverd. Hij bood gelijk aan ze om te ruilen en op zoek te gaan naar wel geschikte (deep cycle, voor de insiders). Die waren niet op voorraad. Na een uur telefoneren vond ie ze ergens. Ze zouden morgen dinsdag met de bode uit Thessaloniki gebracht kunnen worden. Aldus geschiedde en kon zodoende pas woensdag op weg naar Abdera in de buurt van het huidige Skala. Eens een redelijk grote havenstad. Hier werd aardig inzichtelijk gemaakt hoe de doorsnee inwoner gehuisvest was. Al heel planmatig, ruim voor BC. Op de foto zie je de resten van het huis dat op het bord linksonder staat aangeduid.

Volgende dag doorgereden naar Maroneia. Van hetzelfde laken en pak als de vorige stad, maar veel minder van blootgelegd. Onder de uitgestrekte olijfgaarden schuilt nog heel wat. Alle inzet wordt nu gedaan op een theatertje. In the middle of nowhere, slechts te bereiken langs een kilometers lang zandpad. De bereikbaarheid speelde me die dag op nog een andere manier parten. Onderweg ernaar toe bleek een brug helemaal weggeslagen door het water. Moest meer dan 20 km om rijden. Hier twee dagen gestaan aan de kade van de haven. Volop in gebruik als vissershaven met redelijk grote schepen. Niet van die pittoreske roeibootjes.

Bijna op dezelfde plaats waar heel vroeger de zeilschepen afmeerden. In christelijke tijden kreeg het een eigen schutspatroon, de heilige Haralambos. Niet er fijn aan z’n eind gekomen, zo te zien.
En dan nu de meest enerverende dag van de week. De zaterdag. Eigenlijk alleen bedoeld om na wat boodschappen te doen in Alexandroupoli. Maar daar kwam helemaal niets van terecht. Midden in het centrum blokkeerden de remmen van de aanhanger. Auto ergens aan de kant gezet. Een garage bereid gevonden snel te komen kijken. Maar die kon ter plekke weinig konstateren. Alles draaide weer normaal…Toch nog even in de garage geweest voor de zekerheid. Wat er nou precies gebeurd is, zal hopelijk altijd een raadsel blijven. Gedacht werd aan oververhitting door veelvuldig remmen bij afdalen in de bergen. Het zou kunnen. Was inmiddels ergens buiten de stad terecht gekomen. Ben toen maar gelijk richting Turkije gegaan. Ach, daar zullen toch ook wel supermarkten zijn met Turkse yoghurt.
Inmiddels heb ik de nodige ervaring opgedaan met grenspassages. In Servië en Macedonië weten ze daar wel raad mee. Iedere keer diskussie over waar ik me met mijn verhuiswagenkombinatie moet opstellen. Bij de gewone personenauto’s of de vrachtwagens. Op de overgang Macedonië/Griekenland ben ik gewoon maar doorgereden toen ik op een onverwacht moment m’n papieren weer te pakken kreeg. De juffrouw keek me verbijsterd na maar zette niet de achtervolging in.
Aan de Turkse grens is het helemaal uit de hand gelopen. De eerste kontrole kwam ik goed door. Bij de volgende bleek ik geen visum te hebben. Met de grensbeambten was geen enkel gesprek mogelijk. Verstonden geen Engels, geen Duits, gingen alleen maar harder Turks tegen me staan schreeuwen. Een passant vertaalde wat ik moest doen. Terug naar Griekenland en in Thessaloniki een visum halen. Dat zal toch niet waar zijn. Moest uit de rij. En zowaar kreeg ik van een andere douanier een papiertje. Bleek er aan de uitgaande kant van de grens, van Turkije naar Griekenland dus, een kioskje te staan waar het benodigde kleinood verkregen kon worden. In de herkansing. Stond er op de verzekeringspapieren niet de aanhanger als zodanig vermeld. Weer uit de rij. Aan dezelfde verkeerde kant een aanvullende verzekering afgesloten. Met al die bescheiden me opnieuw gemeld. Ah, daar is die Hollander weer. Nu alles oké, Op naar het derde en laatste station voor het beloofde land te mogen betreden. Was het nog niet in orde. Werd teruggestuurd naar Griekenland. De grenspost daar begreep er niets van en begon te bellen. Voor zover ik kan bevroeden is er iets administratiefs mis gegaan in stadium 2. Een aparte corridor werd er voor me open gesteld, langs alle wachtenden. Een half uur later was alles recht gebreën en wist ik inquisiteur 3 glansrijk te passeren.
Turkije eerste nachtlegerEn nu nog het slotakkoord. Na al deze konsternatie besloot ik voor het eerst een camping te nemen. Een heel ontvangstkomitee verwelkomde me. Maar de prijs stond me niet aan,15 euro voor een plekje op een drassig grasveld. Dat kan voor niks beter en dat klopt, zie maar. Bij het omkeren echter zakte m’n hele hebben en houwen weg in de smurrie. Was geen beweging meer in krijgen. Hoe hard het hele gezelschap ook stond te duwen en trekken. Moest een tractor aan te pas komen om me er uit te bevrijden. Ben vertrokken, handjes geschud, iedereen vriendelijk zwaaiend, geen onvertogen woord gevallen.

Maandag 20 april 2015 Kavala

Zondagavond 19 april. Buiten is het koud, het regent en het waait stevig. Binnen zit ik lekker warm en probeer wat te schrijven aan een nieuwe aflevering voor mijn weblog. Het is de eerste wat mieze dag sinds mijn vertrek vorige week donderdag. Ik heb me zelfs al een keer even in zee gewaagd. Ik sta vlak in de buurt van Kavala, aan een klein baaitje. Kijkje in de keukenMijn enige aanspraak zijn 4 zwerfhonden en wat vissers. Alhoewel gisteren ineens een paar zigeunerfamilies neerstreken. Even onverhoeds waren ze weer vertrokken na de was te hebben gedaan. Zoals bijna op alle stranden in Griekenland is zo ook hier wel ergens een kraantje te vinden. Op een vorige plek was het helemaal lux. Bij een verlaten strandtent was het water niet afgesloten, deed de wc het nog en kon er koud gedoucht worden.
Vanmorgen nog droog Philippi kunnen bezoeken. Jammer voor al die Amerikaanse Paulusgangers die met bussen tegelijk aankwamen net toen de eerste druppels begonnen te vallen. Je moet maar denken: ach Paulus heeft het hier ook niet makkelijk gehad. Hij schijnt er een tijdje te hebben vastgezeten vanwege opruiend taalgebruik. Wat hem in ieder geval volgelingen opleverde. Want later als hij weer vertrokken is, vermaant hij ze in zijn Brief aan de Philippenzers – tenminste als ik het goed onthouden heb uit mijn katholieke jeugd – dat ze er een potje van maken.

Philippi is vernoemd naar Philippus II, de vader van Alexander de Grote. Hij heeft de stad tot bloei gebracht, een paar honderd jaar BC. Buiten de stadsmuren heeft zich eind oktober 42 BC de finale veldslag afgespeeld tussen de legerscharen van Anthonius en Octavianus aan de ene kant en anderzijds Brutus en Cassius. Ja inderdaad, de moordenaars van de zich steeds keizerlijker gedragende Julius Caesar. De republikeinen dolven het onderspit. Octavianus werd de eerste keizer van Rome onder de naam Augustus. Op de stijl van een poort van het theater wordt de overwinning herdacht met 2 kleine van afbeeldingen van links Ares (oorlogsgod) en rechts Nike (overwinningsgodin) in de hoedanigheid van Victoria Augusta.

Philippi is de tweede grote stad uit de oudheid die ik aandoe. Hiervoor bracht ik een bezoek aan Amphipolis. Een nog wat onontgonnen terrein. Er zijn maar een paar dingen bloot gelegd en die waren nog merendeels niet toegankelijk. Alhoewel dat meestal beletsel is om dan maar over het hek te klimmen. Amphipolis houten brugNiet onvermeld mag blijven de resten in casu de funderingspaaltjes van een van de eerste houten bruggen uit de geschiedenis. Waarvan akte. Heb me uiteindelijk goed vermaakt met zoeken naar een paar graven in de omgeving. Was niet zo simpel omdat nieuwe autowegen de geografische herkenbaarheid over hoop hadden gehaald. Wat eerst ver weg leek te liggen, bleek nu vlakbij te zijn. Heel wat zandpaden bergop voor niets beklommen. Verbrandde ook nog mijn harsens daarbij, omdat ik geen pet bij me had.
Bij toeval terecht gekomen in Kerdylia.  Een van de bijna 100 door de Nazi’s in de WO II met de grond gelijk gemaakte dorpen in Griekenland. De hele mannelijke bevolking is daarbij omgebracht. Een wat bombastisch monument herinnert aan dit massacre. Even verderop is intiem begraafplaatsje met een ossuarium. Van het dorp zelf is alleen het kerkje herbouwd. Toch nog even kort wat over de heenreis naar Griekenland.

Bijna 2500 kilometer in nog geen 5 dagen. Echt een opgave is het niet. Bijna de hele route door Duitsland, stukje Oostenrijk, Hongarije, Servië en Macedonië is vierbaans. En zelfs van redelijke kwaliteit. Er ontbreekt alleen nog een stukje van 15 à 20 km tussen Servië en Macedonië. Daar wordt hard aan gewerkt. Met steun van de EU… Zeker om Griekenland er bij te houden? Voor de hoeveelheid verkeer hoeven ze het niet te doen. Er rijdt geen kip. Je waant je op de grote weg in een soort parallelle wereld. Prinsheerlijk zoef je langs dorpjes met onverharde wegen, waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan.

Vrijdag 4 oktober 2013 Schiedam

Ben al weer een maand thuis. Telkens neem ik me voor nog verslag te doen van de laatste twee weken van mijn zeereis. Maar het komt er niet van. Reden: druk druk druk… ComputertechniekBijvoorbeeld met het herinstalleren van 8 computers die ik gebruik op de basisschool om de hoek. Per apparaat kost je dat al gauw een uur of 4. Gelijk maar besloten afscheid te nemen van Windows XP; medio volgend jaar stopt Microsoft met verdere ondersteuning. Nog geen definitieve keuze voor een alternatief gemaakt. Op de ene helft staat nu Linux Mint en op de andere helft Xubuntu. Vorig jaar ben ik begonnen met een kursus computertechniek voor scholieren, in de groepen 5 t/m 8.  Was een redelijk succes en voor herhaling vatbaar in het nieuwe schooljaar. Voor mijn vertrek naar Griekenland alles keurig opgeborgen. Helaas vergeten gebruikersnamen en wachtwoorden op te schrijven. Vandaar! Tijdens de kursus moeten de kinderen o.a. een PC demonteren en weer in elkaar zetten nadat ze op internet hebben opgezocht hoe de verschillende ‘organen’ uit het inwendige heten en wat de functie ervan is. Als nieuwigheidje voor dit jaar heb ik een quadcopter aangeschaft die via de computer met een joystick radiografisch bestuurd kan worden (http://www.bitcraze.se/2013/08/flying-the-crazyflie-with-leapmotion/).

Genoeg over het heden, terug naar het verleden. Ik lag nog in Dieppe gunstige wind af te wachten om naar Boulogne-sur-Mer te kunnen vertrekken. Tijd zat dus om het stadje rond te fietsen. Ook hier heeft de crisis z’n sporen achtergelaten. Het centrum ging wel maar net even daar buiten doodstille straatjes met leegstaande winkeltjes. De kerk uit eind 1300, gewijd aan de apostel Jacobus zit vol met prachtig, fijn beeldhouwwerk dat de tand des tijds maar moeilijk weet te doorstaan. Het lijkt wel of het langzaam aan het oplossen is. Het plaatselijke museum heeft een mooie collectie ivoren voorwerpen. Heel veel crucifixen en tabaksraspen. Dat laatste kennen we hier niet meer zo. Alhoewel in 1964 bij een staatsbezoek de toenmalige koningin Juliana zo’n ding cadeau deed aan het gekroonde hoofd in Noorwegen. Op reis door Zweden was het me al opgevallen dat je overal snuiftabak kon kopen. Blijkbaar lekker in de winter zo’n frisse neus. Ik kwam er ook nog een bekende Hollander tegen: admiraal Michiel de Ruyter. Waarom hij Dieppe destijds heeft aangedaan, heb ik niet kunnen achterhalen.

Zowaar van Dieppe naar Boulogne kunnen zeilen. Windkracht 4/5 uit het NO en met stroom mee somtijds 9 knopen over de grond. Toch nog een redelijk lange dag. Van 8.00 ‘s-morgens tot rond 17.00 uur. De voorspelde drukte in de jachthaven bleek reuze mee te vallen. Kwam te liggen naast een landgenoot, een straatmuzikant die voor het eerst in Frankrijk aan de slag was gegaan. Hij leeft op zijn boot en verdient z’n brood voornamelijk in en rond Amsterdam. ‘s-Zomers speelt ie gitaar en in de winter saxofoon achter het Centraal Station bij de ponten naar Noord. Gedenk hem als je in de buurt bent. Het centrum van Boulogne-sur-Mer bestaat uit de oude vestingstad. Er is zelfs een stukje stadsmuur uit de Romeinse tijd gevonden. Een beroemde egyptoloog is er geboren: Auguste Mariette. Eind 1800 heeft hij heel veel opgegraven in Egypte. Met als hoogtepunt het Serapeum bij Thebe, nu Saqqara. Een enorm ondergronds complex waar allerlei soorten heilige dieren als katten, valken en krokodillen zijn begraven. Er zijn grafkamers met gigantische natuurstenen kisten met daarin gebalsemde stieren die de godheid Apis verbeelden. Het Serapeum is sinds kort weer geopend voor publiek. Toen ik er voor het laatst in ’99 was, was alles gesloten en moest ik het doen met de resten van de werkplaats waar die beesten werden klaargemaakt voor de eeuwigheid. Ook hier een museum met iets heel bijzonders. Maskers van Indianen in Alaska. Een unieke verzameling die nergens anders op de wereld voorkomt en door een andere Fransman met belangstelling voor uitheemse kulturen ongeveer in dezelfde tijd als Mariette is aangelegd.

Waar blijven toch al die westenwinden deze zomer? Ik was zuidwaarts getogen om in september met de wind in de rug huiswaarts te kunnen keren. Op mijn tochten naar de Oostzee had ik er telkens tegen op moeten boksen. En nu lieten ze het totaal afweten. Er was zelfs helemaal geen wind op weg naar Duinkerken, ruim 7 uur aan een stuk op de motor.  Moest op het eind nog benen maken; werd op de hielen gezeten door een bulkcarrier die ook naar binnen wilde. De haven van Duinkerken breidt zich steeds verder in zee uit. Een beetje à la de Europoort maar op kleinere schaal. De eerste aanblik wordt bepaald door dikke rookwolken uitbrakende hoogovens.

Eenmaal in de haven links en rechts braakliggende vlaktes waar eens scheepswerven stonden. Plukjes nieuwbouw geven een indruk wat de toekomst in petto heeft. Als ik aan Duinkerken denk, schieten me maar 2 dingen te binnen. Hollands kapersnest in de Gouden Eeuw. En Operatie Dynamo aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. In 10 dagen tijd werden hier ongeveer 350.000 manschappen (vnl. Engelsen, Fransen en Belgen) van het strand geplukt en naar Engeland overgezet. Ze waren daar vast komen te zitten en dreigden door de oprukkende Duitse legerscharen in zee te worden gedreven. Een tamelijk nietszeggend museumpje probeert de herinnering hieraan levend te houden.

Volgende tussenstation was Zeebrugge. Inmiddels is mijn reisplan drastisch gewijzigd. Ik ga niet meer direkt op huis aan. Een nieuwe bestemming heeft zich aangediend: Antwerpen. Gert, een van degene die mijn boot naar Frankrijk hebben gebracht, ligt daar met zijn zeilboot. Hij is er gestrand met een opgeblazen motor en heeft me gevraagd hem terug te slepen naar Hellevoetsluis. Even een ommetje dus via de Westerschelde. Mooie gelegenheid om weer eens een kijkje te nemen in Terneuzen. Toen ik jong was, logeerden we altijd met kerst bij oma, de moeder van mijn vader. Terneuzen brievenbus AxelsestraatHaar huis staat er nog, schier onveranderd met brievenbus en al. Om een fotootje te kunnen maken, liep ik een stukje de tuin in. Binnen de kortste keren stond de man van de tapijtzaak aan de overkant voor mijn neus. De nieuwe bewoner.  Antwerpen stelt op een of andere manier nooit teleur. Ik moest er een paar dagen verblijven in afwachting van 2 opstappers die zouden helpen bij het terugvaren. Het is een combinatie van een gezellige drukte en fraaie klassieke panden. Het nieuwe Museum aan de Schelde en het Museum voor hedendaagse kunst vielen me jammer genoeg nogal tegen. Had er meer van verwacht. Spectaculaire gebouwen met iets te weinig inhoud. Ook nog tijd gevonden voor een concert in de barokke St Paulus-kerk. Laat middeleeuwse 40 stemmige polyfone muziek met meerdere koren en instrumentale ensembles verspreid over het schip, in telkens wisselende samenstellingen. Soms heel verstild en dan weer verpletterend de hele ruimte vullend. Prachtig prachtig! Het is me wel duidelijk geworden uit welke bron de tegenwoordige seriële muziek put.

In anderhalve dag zijn we teruggevaren via het kanaal door Zuid-Beveland, Oosterschelde, Krammer- en Volkeraksluizen het Haringvliet op. Tevoren hadden we uitgebreid nagedacht over hoe we deze sleeppartij zouden aanpakken. In de praktijk bleek het allemaal net wat anders te gaan. Toch hebben we het zonder brokken te maken geklaard. Gert’s boot ligt weer netjes op z’n plaats. Net als de mijne.

Dinsdag 20 augustus 2013 Dieppe

Bij het teruglezen van mijn verhaaltje van vorige week, merk ik dat je er wel een landkaart bij moet pakken om een beetje te kunnen volgen waar het allemaal over gaat. Deze aflevering heeft onvermijdelijk hetzelfde euvel. Ongeveer iedere dag ben ik ergens anders. Meestal zie ik er niet meer van dan een haveningang. Op het eiland Guernsey ben ik helemaal niet aan land geweest. Ik kwam daar ’s-avonds pas redelijk laat aan vanuit Lézardrieux na zo’n 11 uur varen. Moest toen nog eten en had geen zin meer om wat te ondernemen. Het wordt je ook niet makkelijk gemaakt. Want bij aankomst moet je midden in de havenkom aanleggen aan een paar steigers waaraan al rijen dik jachies liggen afgemeerd. Als je naar de wal wil, heb je je bijbootje nodig. Of je wacht op hoog water, want dan kan je met je schip een van de docks in. Zoals je op de foto ziet, die bij laag water is genomen, wordt in het dock het water vastgehouden door de drempel bij de ingang.

Via Cherbourg ben ik vervolgens naar St Vaast gegaan. Het ligt aan een baai die aan beide uiteinden bewaakt wordt door 2 grote forten. Ze zijn door Vauban – waar heeft hij niet zijn sporen achtergelaten – in opdracht van de zonnekoning Lodewijk XIV ontworpen. Ik heb begrepen uit frustratie want enig nut hebben ze nooit gehad. Tijdens een van de Frans-Engelse oorlogen had een deel van de Franse vloot op de vlucht  zijn heil gezocht in deze baai. Met weinig succes want ze zijn er alsnog door de Engelsen in brand geschoten. Dat zou ze niet nog een keer mogen overkomen. Op een van de twee forten heb ik nog vlug in de avondzon een blik kunnen werpen. Eigenlijk had ik er een dagje extra aan moeten besteden. Maar de vaart zit er nu eenmaal in.

Volgende bestemming was Ouistreham, de haven van Caen. Het noordelijkste punt van de landingsplaatsen van de geallieerden op D-day. Het gedeelte met de codenaam Sword. Er waren nog 4 andere: Utah, Omaha, Gold en Juno. Omaha is het bekendst  vanwege de schier onmogelijke bestorming van een steile krijtrotswand. Zoals in beeld gebracht in de Longest Day en Searching private Ryan. Beach Sword is een gewoon strand waar de materieel en manschappen aan land zijn gezet. Prachtige villa’s herinneren aan een rijk strandleven vóór WO II. Op verschillende plekken zijn ze gespaard gebleven voor al het oorlogsgeweld.

Zo heeft elke plaats die je aandoet, wel iets bijzonders. Neem nou Fécamp. Ik had er totaal geen beeld bij. De enige reden om het aan te doen was de open haven, waar je met eb nog in kunt (met wat geschuur…). Ook nog net bij het ter kimme neigen van de zon doorgewandeld. Vanuit zee had ik midden in het stadje een groot gebouw met allerlei torentjes zien staan. Wilde wel even weten wat dat voorstelde. Het bleek een likeurfabriek te zijn. Van Bénédictine, gemaakt naar een vroegmiddeleeuws recept van de alchemist Dom Bernardo Vincelli. Het wordt er nog steeds geproduceerd.

Op het moment dat ik dit schrijf, lig ik in Dieppe. Zeker tot donderdag. Dit keer niet verwaaid maar omdat er helemaal geen wind staat en wat er is uit totaal verkeerde richting, het noorden. Erg onhandig als je net een heel lang stuk kust moet zien te overbruggen waar geen of nauwelijks te benaderen haventjes zijn. Ik zou naar Boulogne-sur-Mer willen. Extra complicatie is dat Boulogne deze heel week op slot zit. Er is een grote zeilmanifestatie. Morgen ga ik proberen of ik er toch in mag. De capitainerie van Dieppe is bereid met te helpen door een zielig verhaal op te hangen. Man alleen met een veel te grote boot, durft niet in het donker te varen, kan onmogelijk Calais in één dag halen enzovoort. Wie weet lukt het…

Maandag 12 augustus 2013 Lézardrieux

Het had zo’n mooie apotheose moeten zijn… Een hele ochtend aan zitten werken. Voornamelijk allerlei gegevens verzamelen uit pilots, waarin havens beschreven staan. Om daarna d’r een logisch verhaal van te maken waarin tij, te verwachten wind en aanloopmogelijkheden van havens op elkaar aansluiten. Het leek allemaal te kloppen als een bus. Van St Cast le Guildo voorbij St Malo naar Granville. En dan verder noordwaarts richting Cartaret om van daar uit Cap de Hague te ronden en net om het hoekje in de Anse de St Martin te eindigen.  Alles stond op papier, kaarten weer opgevouwen, boeken in de la. Hoe het kwam weet ik niet meer. Met een tevreden gevoel zette ik me aan het doornemen van wat achterstallige Groene’s. Iedere week download ik trouw een nieuwe aflevering in epub formaat; het lezen schiet er wel eens bij in. Anse de BréhecHet baaitje Anse de Bréhec waar ik voor anker lag en waar al deze plannen tot volle wasdom waren gekomen, was prachtig. Het weer wat minder. Maar uren later dacht ik, even nog wat kontroleren. Merkte ik ineens dat 2 havens achter elkaar liggen, Granville en Cartaret, waarbij je bij de een ± 2 uur HW (hoogwater) de deur in en uit kan en de ander nog krapper te boek staat (± 1 uur HW). Op zich geen probleem, ware het niet dat HW net zo rond 12.00 uur is. M.a.w. dat je als je bij de eerste weggaat, je pas bij de tweede om middernacht naar binnen kan. Daar begin ik niet aan, een beetje in het duister rondscharrelen op volstrekt onbekend vaarwater. Door de grote getijverschillen liggen heel veel havens hier bij laag water verscholen achter honderden meters zandstrand. Binnen staat nog wel water omdat de havenkom voorzien is van een drempel waardoor ie niet leeg kan lopen.

Dat was even domper. Voor zover ik kan overzien, is er maar één alternatief. Wachten tot het tijdstip van HW is doorgeschoven, dan ben je zo een week verder. Nee, ik denk dat het het beste is naar Guernsey over te steken. Voor mijn doen een enorme afstand op een dag, maar liefst 90 km. Zeker een uur of 10 varen en dan moeten de wind en stroming ook nog een beetje meezitten. Volgens de havenmeester in Lézardrieux kan dat lukken morgen. Er is een stevig windje, windkracht 4/5 voorspeld. Eerst uit een wat ongelukkige hoek NNW maar in de loop van de middag draait ie meer naar W. Precies wat ik nodig heb.

VRoscoff oogsten zeewierorige week eindigde ik in Lanildut met de aankondiging op te zullen stomen naar Roscoff. Diezelfde middag , van de ochtend waarop ik mijn weblog bijwerkte, was het ineens zo’n fraai weer geworden dat ik nog een stukje ben gaan varen. Naar de Aber Benoit. Een goeie beslissing want de volgende dag bleek Roscoff wel heel ver weg te liggen. Geen zuchtje wind, de hele dag weer eens op de motor. In Camaret had ik al bij een supermarché 100 liter diesel goedkoop ingeslagen door 5 keer op en neer de fietsen met een jerrycan achterop. In Roscoff nog maar eens dezelfde hoeveelheid bijgetankt. Je weet maar nooit. Schiedam is nog ver.  Roscoff is een aardig plaatsje met veel historisch gevoel. Ik zag nu ook met eigen ogen een schip vol zeealg. Glibberige lange slierten.

De volgende stop was Port Blanc.  Meer ressentiment dan echt praktisch. Lang, lang geleden in 1994 op vakantie heb ik er wat gezeild met mijn Finn-jol. Ook al verleden tijd; schijnt tegenwoordig te worden gebruikt als visbootje. Kan het erger… In mijn herinnering was het een door rotsen omsloten baai. Niets minder bleek waar. De hele nacht heb ik liggen rollen op de deining vanuit zee. Maar vlug weer vertrokken de volgende dag. Wat is dat toch met oude beelden.

Vlug verdrongBretagne hunebed 1994en met een van de mooiste zeildagen van de hele reis. Alles klopte, de motor alleen even aangezet om te vertrekken en voor anker te gaan in de Anse de Bréhec. Bedoeld als opstart van de slotronde. Mooi niet dus. Vandaag naar Lézardrieux teruggevaren voor de grote oversteek van morgen. Had ik die vuurtoren niet al eens eerder gezien? Klopt, namelijk ook in 1994! En wat is dat toch met die hunebedden, toen ook al.

Dinsdag 6 augustus 2013 Lanildut

Het is of de duvel ermee speelt. Het waait of te hard of er is nauwelijks wind. Lag twee dagen in de boeien te Lanildut met windkracht 5/7. Dan zie je mij niet op zee. Fransen ook nauwelijks, alhoewel die toch niet anders gewend zijn. Wil ik vandaag vertrekken, totaal geen wind. Erger nog hij draait morgen naar het noordwesten. Dwz pal tegen! Ook al geen optie, want ik moet een redelijk grote sprong maken naar Roscoff. Het merendeel laveren tegen de wind in duurt veel te lang. Ik zou laat aankomen, in het donker met stroom tegen. Mijn buurman aan de andere kant van de drijvende reuze eieren maakte me daar op attent. Zorg dat je de vloed in de rug hebt, bij eb is het geen doen. Dat wordt dus zeker nog 2 dagen Lanildut.

Een lieflijk dorpje maar haar hoogtijdagen zijn echt voorbij. Een paar eeuwen geleden was de haven een tussenstop tussen Bordeaux en Albion. Kapitein kooplieden voorzagen met hun zeilschepen in de wijnbehoefte van de Engelsen. Hun riante woningen herinneren aan die tijd. Nu prijst men zich aan als haven met de grootste algen (ik zou het zeegras noemen) vissersvloot van Europa. Gisteren had ik eigenlijk moeten weggaan, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen de menhirs en dolmen ongezien achter met de laten. Een beetje dom want het was meer van hetzelfde, wel keurig bewegwijzerd.

De Golf van Morbihan ligt al meer dan 2 weken achter me. Vandaar ben ik naar Lorient gevaren.   Eigenlijk maar om één reden: de U-boot basis uit WO II. Deze ligt er nog grotendeels in takt bij omdat ie na de oorlog door de Fransen zelf jarenlang is gebruikt. Ik vermoed dat de slotscène uit de film Das Boot hier is opgenomen. Op meer plaatsen waren dit soort havens, zoals in La Rochelle en Brest. Globaal zijn 3 onderdelen te onderscheiden. De overdekte insteekhavens waar men van zee uit in kon varen. Een tamelijk hachelijke onderneming naar het schijnt. De aanloop kan niet onder water worden uitgevoerd. En waren op die manier makkelijk vanuit de lucht aan te vallen. Dat gebeurt dan ook in de film. Reparaties werden in soortgelijke hallen op het droge uitgevoerd. Via een dok met lift werden ze op de kant gezet en vandaar verder getransporteerd. Het complex heeft nu totaal andere bestemming. In de meeste hallen worden de meest futuristische race-zeil-machines gebouwd.

Daar heeft Frankrijk een hele traditie in die al teruggaat ver voor de beroemde solotochten van Éric Tabarly. Zijn laatste schip, de Pen Duick VI, ligt er ook. Hij voer nog redelijk traditioneel met een wat heet een monohull. Later kwamen de cata- en trimarans.

Ter overnachting lag ik niet in Lorient zelf. Ik had historisch interessanter plekje aan de overkant gevonden, in Port-Louis. Een vestingstad met een citadel. Een soort Enkhuizen. Met een zelfde funktie ten tijden van de Franse Oost-Indische Companie. Het verbaasde me dat het meeste materiaal in het museum betrekking had op onze VOC. Er moet toch genoeg terug te vinden zijn uit die periode in Vietnam?

Volgende tussenstop was Loctudy. Misschien wel aardig om te vertellen hoe ik er terecht kwam. Was namelijk helemaal niet de bedoeling. Ik wilde naar Ste Evette bij Audierne. Een forse afstand vanaf Lorient maar het leek me te doen in een dag. Halverwege voor Pointe de Penmarch zag ik in de verte donkere wolken zich opstapelen. Als uitwijkmogelijkheid had ik Guilvinec  in gedachten. Een vissershaven waar zeilboten welkom zijn. Alleen niet tussen 16.00 en 18.30 uur. Dan heeft de beroepsvaart prioriteit en mag je als plezierboot er niet of uit. Erg onhandig als je daar zo rond half vijf bent.  Om er nou 2 uur voor de deur te gaan hangen, leek me niks. De zee was bovendien een peu agité. Dus zodoende.

Via Ste Evette (toch aangedaan) terecht gekomen in Douarnenez. Dit keer wel een strategische keuze. Alle voorspellingen kondigden een paar dagen heftig weer aan uit het zuidwesten. Camaret was ook een optie geweest. Maar daar heb ik al eens meer verwaaid gelegen. Op de kaart had ik gezien dat de oude vissershaven een prima beschutting bood. Met mijn bijbootje kon ik zo naar de kant varen en stond dan bijna gelijk midden in de stad. Een leuk stadje, mooi scheepvaartmuseum, fraaie oude kerkjes en ook nog voorouderlijke resten. Tussen de buien door allemaal gezien. Soms zeiknat dan weer effe drogen.

Op weg naar Lanildut Camaret aangedaan. Daar lagen bij de capitainerie keurig mijn rijbewijs (weet je nog, laten liggen bij de fietsenmaker in Arzon) en laptop op me te wachten. De laatste was opgestuurd omdat ik vergeten had de films en e-boeken over te zetten op de computer die ik bij me had. ’s-Avonds met een paar Nederlanders een borreltje gedronken en zo toch nog mijn verjaardag gevierd.